Regering weigert volledige economische boycot tegen Israël

Ondanks de aankondiging van de Egyptische president
Hosni Mubarak dat Egypte zijn directe betrekkingen met de Israëlische
regering verbreekt, is een economische boycot niet voor meteen en
waarschijnlijk komt het nooit tot een volledige boycot. Egypte staat op het
punt om een contract van 3,41 miljard euro af te sluiten met een Israëlische
elektriciteitsproducent. Egyptische gasbedrijven gaan de komende tien jaar
meer dan de helft van de gasbehoeften van de Israel Electric Company dekken.
Het contract gaat ondanks de nakende boycot tegen Israël waarschijnlijk
gewoon door. Een volledige boycot zal Egypte meer pijn doen dan Israël, want
de Egyptische export naar zijn joodse buur is een veelvoud wat het land
invoert vanuit Israël.


Het kabinet heeft beslist om alle contacten tussen de Israëlische en
Egyptische regering op te schorten, behalve de diplomatieke kanalen die de
Palestijnse zaak dienen, verklaarde de regering vorige week. Het leek
logisch dat ook de commerciële banden verbroken zouden worden. Maar diverse
overheidsbronnen geven nu schoorvoetend toe dat er van een onmiddellijke
stopzetting geen sprake is. We hebben de middelen nog niet om de handel met
Israël stop te zetten, de tijd is nog niet rijp, verklaart een woordvoerder
van het ministerie van Buitenlandse Handel.

De economische relaties met Israël zijn niet erg belangrijk voor de
Egyptische economie, een boycot is dus een eenvoudige zaak, meent Samiha
Fawzy, het hoofd van het Egyptische Centrum voor Economische Studies (ECES).
Handel is echter steeds ingebed in een tijdskader. Het duurt verschillende
maanden om handelsovereenkomsten de beëindigen. Zowel de overheid als de
privé-sector onderhouden voorlopig de handelscontacten met Israël.

Het is echter niet louter een kwestie van timing. Wat de import betreft,
vormt een boycot inderdaad geen groot obstakel. Egypte voert Israëlische
goederen (vooral textiel, chemische producten en werktuigen voor de
landbouw) in, maar over een bom geld gaat dat niet: 27 miljoen euro in 2001.
Voor de start van de tweede intifada was de Egyptische import uit Israël
overigens meer dan tweemaal zo groot. In de omgekeerde richting heeft het
handelsverkeer een veel groter economisch belang. Egypte exporteert olie en
chemicaliën naar Israël en verdiende daar in 2001 227 miljoen euro mee.

Binnenkort ontvangt Egypte waarschijnlijk nog veel meer sjekels. De
voorgenomen boycot tegen Israël zal waarschijnlijk geen hinderpaal vormen
voor het contract tussen Eastern Mediterranean Gas (EMG) en de Israel
Electric Company ter waarde van drie miljard dollar. EMG is een
controversieel partnerschap tussen de Israëlische Merhav Group en
verschillende Egyptische gasbedrijven waarin het Egyptische
Staatsoliebedrijf EPGC een meerderheidsaandeel heeft.

Volgens een tienjarig contract zou EMG Israel Electric jaarlijks 1,7 miljard
kubieke meter gas leveren, genoeg om het bedrijf te voorzien in 56 procent
van zijn behoefte. Volgens bronnen dicht bij de onderhandelaars is het
akkoord bijna rond, enkel een aantal technische details worden nog
besproken. We verwachten niet dat zich problemen gaan voordoen op dit
punt, verklaarde een ambtenaar van het Israëlische Ministerie voor
Infrastructuur in de krant de Jerusalem Post. De bottom line is dat dit
project nog belangrijker is voor Egypte dan voor Israël.

Dat argument weegt door, hoewel geen enkele Egyptische politicus dat gezegd
wil hebben. In regeringskringen wordt hoogstens mompelend gewezen op het
belang van de exportcontracten met Israël. Ook aan de Israëlische bedrijven
die in Egypte gevestigd zijn, wordt niet geraakt. Het zijn er slechts twee,
maar ze bieden werk aan duizenden mensen. Delta Textiles is een joint
venture van het Israelische Galil Industries en een Nederlands bedrijf. Het
bedrijf levert aan de Britse kledingverkoper Marks and Spencer. Delta
Textiles stelt in de Nasr City vrijzone rechtstreeks 3000 Egyptenaren tewerk
en verschaft indirect nog eens werk aan 3.500 anderen in de textielsector.

De regering steunt stilzwijgend het bedrijf, maar betuigt intussen
lippendienst aan de woedende massa voor de Israëlische ambassade in Caïro.
Ik zal nooit iets kopen dat gemaakt werd door een Israëlisch bedrijf,
fulmineert de 17-jarige Mohammed Amer. Geen enkele Egyptenaar wil Israël
steunen zolang het onschuldige Palestijnen doodt. Ik ben voor een volledige
boycot.

De Arabische landen houden al sinds het ontstaan van Israël in 1948 een
economische boycot aan. Sinds Egypte in 1979 een vredesverdrag afsloot,
onderhoudt het directe handelsrelaties met zijn joodse buur. De roep om een
boycot weerklinkt al sinds het begin van de twee intifada en werd met de
regelmaat van de klok herhaald door Kamers van Koophandel,
Handelsverenigingen en vakbonden. Alle krachtige verklaringen ten spijt,
lijkt de regering de bestaande handelsrelaties te willen behouden. Het is
aan de consumenten, de regering wil niet tussenkomen, concludeert Moustafa
Zaki, hoofd van de importsector van de Kamer van Koophandel van Cairo. De
consumenten kunnen weigeren om Israëlische goederen te kopen, op meer moeten
we voorlopig niet hopen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift