Russen steunen ingrijpen Poetin op de Krim

Veel Russen lijken het militaire ingrijpen van hun president Vladimir Poetin op de Krim te steunen. Anderen vrezen dat hij het conflict met Oekraïne zal gebruiken om de mensenrechten in Rusland te verslechteren.

  • CC BY-NC-SA 2.0 WEF CC BY-NC-SA 2.0 WEF

Elena Smolenskaya aarzelt geen seconde wanneer haar wordt gevraagd wat ze denkt over het militaire ingrijpen van Rusland in de Krim. De 23-jarige studente uit Moskou is er van overtuigd dat Vladimir Poetin geen andere keuze had dan om militaire troepen het land in te sturen. “Het militaire ingrijpen is gerechtvaardigd om Russen in de Krim te beschermen. Dat is de reden dat de meeste Russen Poetin steunen in wat hij doet. Hij beschermt de Russische belangen”, zegt ze.

Elena’s mening is verre van ongebruikelijk, met name in gebieden buiten de grote steden waar de steun voor Poetin altijd het grootst is geweest, en elke dag verder lijkt te groeien.

Eerder lieten de Russische opiniepeilingen over de revolutie in Oekraïne zien dat de meerderheid van de Russen tegen interventie in hun westelijke buurland was, maar de stemming lijkt in de afgelopen paar weken te zijn veranderd.

Hoewel er afgelopen weekeinde demonstraties in Moskou waren tegen de bezetting - die snel werden onderdrukt en waarbij honderden mensen werden gearresteerd - waren er veel grotere tegenprotesten die de bezetting steunden. In de tweede stad van Rusland, Sint-Petersburg, kwamen meer dan 15.000 mensen naar een bijeenkomst die het militaire ingrijpen in de Krim steunde.

Plaatselijke analisten zeggen dat veel Russen de nieuwe regering in Kiev beschouwen als sterk anti-Russisch en bestaande uit gevaarlijke neo-fascisten. Deze beeldvorming werd versterkt toen kort nadat de voormalige (Moskougezinde) Oekraïense president Viktor Janoekovitsj het land was ontvlucht, de nieuwe leiders een wet voorstelden die het Russisch als officiële taal zou verbannen.

In een meting door de onafhankelijke Russische opiniepeiler Levada eind februari, omschreef 43 procent van de respondenten de Oekraïense protesten en de daaropvolgende revolutie als een gewelddadige coup, en bijna een kwart beschouwde het als een burgeroorlog. Een opiniepeiling door dezelfde organisatie liet zien dat een derde van de Russen dacht dat de omverwerping van het regime van Janoekovitsj werd geleid door Oekraïense nationalisten en werd ondersteund door westerse geheime agenten.

Aanvaringen tussen pro-Russische burgers en aanhangers van de regering in Kiev in het oosten van Oekraïne versterkten deze opvattingen.

Krim

Toen de aandacht zich op de Krim richtte - tot 1954 een deel van Rusland, toen Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov het deel liet uitmaken van de Oekraïense republiek binnen de Sovjet-Unie - waren velen het eens met de claims van het Kremlin dat militaire interventie noodzakelijk was om de bijna 60 procent van de bevolking in de Krim die etnisch Russisch is te beschermen, en om een volk en cultuur te honoreren die veel Russen als hun eigen beschouwen.

“President Poetin heeft het bij het rechte eind en ik steun hem volledig”, zegt ook Vasily Gomelski, een 56-jarige bediende in Moskou. “Hij wilde slechts de orthodoxe (christelijke) beschaving beschermen die daar al honderden jaren bestaat. We waren allemaal bang wat er zou gebeuren als de neo-fascisten in Kiev het daar over zouden nemen.”

Russische media, die vaak formeel of informeel door de staat worden gecontroleerd, hebben grotendeels dezelfde opvatting verspreid.

Het nationale dagblad Komsomolskaya Pravda publiceerde een interview met een 20-jarige Russische activist die aanwezig was bij de pro-westerse Euromaidan-demonstraties in Kiev, die beweerde dat er “Duitse en Amerikaanse huurlingen” onder de demonstranten waren die leiding gaven aan jongere leden van de extreem-rechtse Oekraïense beweging Pravy Sektor.

Kritiek op de bezetting is in alle media schaars geweest. Waar wel kritiek verscheen, werd die in sommige gevallen snel aangepakt door de autoriteiten.

Professor Andrei Zubov van het Rijksinstituut voor de Internationale Betrekkingen in Moskou - dat is opgericht door het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken en daar institutioneel nog altijd deel van uitmaakt - schreef een artikel in het nationale dagblad Vendemosti waarin hij de interventie veroordeelde en president Poetin vergeleek met Hitler. In een ander interview zei hij dat de Russische president “overduidelijk gek is geworden”.

Zubov werd eerder deze week ontslagen. Hij denkt dat het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn werkgever heeft gedwongen om van hem af te komen.

Sommige critici zeggen dat het ontslag van de professor typerend is voor de aanpak van dissidentie door een regering die, nadat Poetin in 2012 aan zijn tweede termijn begon, op allerlei gebieden is veroordeeld door activisten en de internationale gemeenschap voor de afbraak van mensenrechten.

De adoptie van controversiële wetgeving over homo-propaganda, een harde aanpak van niet-gouvernementele organisaties, onderdrukking van politieke tegenstanders en systematische intimidatie van activisten zijn allemaal genoemd als voorbeelden van de minachting voor mensenrechten door de Russische autoriteiten.

Anderen waarschuwen dat de nieuwgevonden steun in het kielzog van het conflict president Poetin de mogelijkheid zal geven om basale vrijheden nog rigoureuzer aan banden te leggen.

“Over het geheel dwingt de buitenlandse politiek van Poetin steun af. Het conflict in de Krim zal hem de mogelijkheid geven om het land te consolideren en de meerderheid van de bevolking zal hem uiteindelijk steunen. Het zal hem ook de kans geven om dissidentie verder te smoren,” zegt Nikolai Sokov van het Centrum voor Ontwapening en Non-Proliferatie in Wenen (VCDNP).

Afgelopen week werd een wetsontwerp dat veiligheidsdiensten verregaande bevoegdheden geeft in gevallen van vermoedelijk terrorisme, al bij de eerste behandeling door het Russische parlement goedgekeurd.

Het wetsontwerp omvatte onder meer zwaar bekritiseerde controles op internetgebruik, maar het werd zonder problemen goedgekeurd. Een parlementslid zou hebben gezegd dat critici alleen maar naar Kiev hoeven te gaan om te zien waarom de wet zo strikt noodzakelijk is.

“De wetsontwerpen zijn eigenlijk enkele weken geleden al geïntroduceerd, maar het conflict in Oekraïne garandeerde dat ze werden opgenomen”, zei Sokov.

Ook zei het Russische Staatsagentschap voor Financieel Toezicht afgelopen woensdag dat het een onderzoek is gestart nadat ontdekt was dat Oekraïense ultra-nationalisten werden gefinancierd door dezelfde organisaties als sommige Russische NGO’s.

Controversiële wetgeving dwingt NGO’s in Rusland die geld uit het buitenland ontvangen om zich te registreren als buitenlandse vertegenwoordigers. Zij zijn onderworpen aan regelmatige controles door lokale autoriteiten.

“Het nieuws van het onderzoek is erg bedreigend voor alle NGO’s die buitenlandse financiering ontvangen”, zegt Tanya Lokshina, programmadirecteur Rusland bij Human Rights Watch. Ze voegde eraan toe dat het mogelijk is “dat er nog strengere wetten worden aangenomen, tegen de achtergrond van de huidige anti-westerse hysterie in de staatsmedia en andere loyalistische media.”

Tegelijkertijd lijkt de steun voor president Poetin onder gewone Russen groot, waarbij velen zeggen dat hij - in tegenstelling tot het Westen - probeert te voorkomen dat de huidige crisis tot een oorlog escaleert.

“Sommige mensen waren inderdaad bang dat het bezetten van de Krim tot oorlog kon leiden, maar zoals we hebben gezien, heeft president Poetin verstandig gehandeld in dit opzicht. Hij zette zich in voor de Russische belangen, niet voor confrontatie,” zegt Smolenskaya.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift