Rwanda-tribunaal maakt zich op voor topproces

Het Internationaal Rwanda-tribunaal in de
Tanzaniaanse stad Arusha begint op 2 april met een proces tegen vier
voormalige hoge officieren die ervan verdacht worden de Rwandese genocide
uit 1994 mee te hebben voorbereid en uitgevoerd. Kolonel Theoneste Bagosora,
luitenant-kolonel Anatole Nsengiyumva, majoor Aloys Ntabakuze en
brigadegeneraal Gratien Kabiligi worden onder meer beschuldigd van genocide,
misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.


De aanklager gelooft dat deze vier officieren mee het brein waren achter de
genocide, zegt Kingsley Moghalu, een juridisch adviseur van het tribunaal.
Ze zouden hun plannen op de allerhoogste niveaus van het Rwandese leger
hebben uitgewerkt en samengewerkt hebben met extremistische Hutu-politici
die aan de macht waren om ze uit te voeren. Het Rwanda-Tribunaal heeft
enkel tot taak de hoofdverdachten van de genocide te berechten.

Bagosora is van de vier de belangrijkste beschuldigde. Hij was in 1994
kabinetschef van de Rwandese minister van Defensie, en had formeel de
controle over het leger toen de genocide begon omdat zijn minister toen
afwezig was.

Bagosora, die in 1996 in Kameroen werd gearresteerd, wordt beschuldigd van
samenzwering om genocide te plegen, medeplichtigheid aan die genocide,
directe en publieke opruiing tot genocide, misdaden tegen de menselijkheid
(waaronder moorden, terechtstellingen, verkrachting en vervolging) en
schending van artikel drie van de Conventie van Genève over de Bescherming
van Oorlogsslachtoffers. Bagosora pleit onschuldig.

De kolonel zou zich altijd verzet hebben tegen de machtsdeling tussen de
Hutumeerderheid en de Tutsiminderheid die in 1993 werd vastgelegd in het
vredesplan van Arusha. Dat plan had een einde moeten maken aan de al vier
jaar durende burgeroorlog tussen de door Hutu’s gedomineerde regering en
nakomelingen van verdreven Tutsi’s die vanuit Uganda een succesvol offensief
waren begonnen.

Nadat de Rwandese president Juvenal Habyarimana op 6 april 1994 was
omgekomen doordat zijn vliegtuig werd neergehaald, probeerde Bagosora de
macht te grijpen. Dat mislukte, maar de kolonel zou toch nog een belangrijke
rol spelen bij de uitvoering van het genocideplan. Op 7 april werd op de
radio een door Bagosora ondertekend communiqué voorgelezen dat iedereen
aanmaande binnen te blijven en verdere instructies af te wachten. Intussen
begonnen de doodseskaders rond te trekken. Uiteindelijk werden er zowat één
miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s omgebracht.

De tweede grote naam onder de vier beschuldigden is luitenant-kolonel
Nsengiyumva, in 1993 en 1994 commandant van de militaire operaties in de
sector Gisenyi. Dat was de thuisbasis van Habyarimana en de meeste
extremistische kabinetsleden van die tijd. Nsengiyumva, die eerder aan het
hoofd van de militaire inlichtingendienst had gestaan, zou op bevel van
Bagosora lijsten hebben doen opstellen van mensen die vermoord moesten
worden. Op geregelde tijden werden die lijsten onder toezicht van
Nsengiyumva geactualiseerd. Nsengiyumva zou ook een Nationaal Defensiefonds
hebben opgericht om het leger en de Interahamwe-milities bij te staan
tijdens de burgeroorlog. Volgens de aanklacht werd het geld uit dat fonds
onder meer gebruikt voor de aankoop van machetes, het belangrijkste wapen
tijdens de genocide. Ook Nsengiyumva werd in 1996 in Kameroen gearresteerd
en pleit onschuldig.

Het proces tegen de vier zal naar verwachting twee jaar duren. Als de
beklaagden schuldig worden bevonden, wacht hun een levenslange
gevangenisstraf.

Het in 1995 opgerichte Rwanda-Tribunaal heeft tot hiertoe nog maar negen
beklaagden berecht. Acht daarvan, waaronder de voormalige Rwandese premier
Jean Kambanda, werden veroordeeld. Momenteel lopen nog zeven processen tegen
17 andere verdachten. Het tribunaal telt negen rechters en heeft de
Verenigde Naties een verdubbeling van dat aantal gevraagd om sneller te
kunnen werken. De instelling gaat ervan uit dat ze met haar huidige
bezetting nog minstens 15 jaar nodig zal hebben om de 75 zaken af te werken
die ze nog op de rol heeft. Het tribunaal onderzoekt ook de mogelijkheid om
sommige processen uit te besteden aan andere landen. Daarbij wordt onder
meer aan België gedacht.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift