Sjiieten kelderen Amerikaanse strategie in Irak

Nieuws

Sjiieten kelderen Amerikaanse strategie in Irak

Gareth Porter

10 januari 2006

Sjiitische leiders voelen er steeds minder voor om nog mee te werken aan Amerikaanse strategie om soennieten bij de politiek te betrekken. Uit de recente aanslag in Kerbala blijkt volgens hen dat er een hardere aanpak van soennitische opstandelingen nodig is en dat soennitische invloed in de politiek juist beperkt moet worden.

De Amerikaanse ambassadeur in Irak, Zalmay Khalilzad, probeerde de afgelopen tijd de soennitische bevolking ervan te overtuigen dat het delen van politieke macht in hun belang is. Maar de regerende sjiitische partij, die gesteund wordt door de anti-Amerikaanse geestelijke Moqtada al-Sadr, wil niet meer meewerken aan die strategie. Al-Sadr vindt dat zowel de soennitische leiders als de Amerikanen verantwoordelijk zijn voor het terrorisme in het land.

De hardere opstelling van de sjiieten kwam direct na de aanslag op 5 januari in Kerbala. Bij de aanslag vielen zestig sjiitische doden en 120 gewonden. Abdul Aziz al-Hakim, leider van de Hoge Raad voor de Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI) en sterke man van de regerende sjiitische coalitie, zei in een reactie dat hij de coalitietroepen en elementen die openlijk hun steun hebben betuigd aan het terrorisme verantwoordelijk houdt voor het bloedvergieten.

Soennitische politieke leiders hebben de terroristische activiteiten publiekelijk veroordeeld, inclusief de aanslagen in Kerbala. Desondanks suggereerde Hakim dat zijn partij zal proberen de soennieten uit het parlement te houden. Hij zei dat de kennelijke steun van soennitische partijen aan het terrorisme voor directe politieke belangen de weerstand tegen hen die terrorisme verbreiden en goedpraten alleen maar heeft vergroot. De aanslag in Kerbala kwam juist op het moment dat er gesprekken zouden beginnen tussen sjiieten, Koerden en soennieten over de formatie van een nieuwe regering.

Hoewel Hakim niet verwees naar de Verenigde Staten, maakte hij wel duidelijk niet gecharmeerd te zijn door Washingtons pogingen om meer soennieten in de nieuwe regering te krijgen en de invloed van de sjiieten te beperken. De sjiieten controleren de paramilitaire eenheden die samen met de VS tegen de opstandelingen vechten.

Hadi al-Amiri, de secretaris-generaal van de Badr-brigade, een sjiitische militie, vindt dat de VS zich te soft opstellen. Op de Arabische zender Al-Arabyia zei hij dat de Amerikaanse bemoeienis met veiligheidsoperaties van de regering het groene licht heeft gegeven aan terroristen voor hun smerige operaties tegen burgers.

Vorige maand eiste Khalilzad dat de SCIRI en de Badr-brigade hun bemoeienis met het ministerie van Binnenlandse Zaken zouden beperken, omdat dat ministerie verantwoordelijk is voor paramilitaire operaties waarbij soennitische arrestanten systematische gemarteld zouden worden. Tot de aanslagen in Kerbala had de SCIRI niet gereageerd op de Amerikaanse druk. Daarmee werd gewacht tot zich een geschikte gelegenheid voordeed.

Hoewel het sjiitische tegenoffensief bedoeld kan zijn om een sterkere onderhandelingspositie te krijgen bij de formatie van een nieuwe regering, klinken er ook fundamentalistische sjiitische ideeën in door. Militante sjiieten zien alle soennitische leiders en de belangrijkste organisatie van soennitische geestelijken, de Associatie van Moslimgeleerden, als bondgenoten van de soennitische opstandelingen.

Sjiitische geestelijken volgden vrijwel direct de nieuwe lijn van de SCIRI. Imam Hazim Araji hield 5.000 gelovigen zaterdag in de Khadimiya-moskee in Bagdad voor dat terroristen vertroeteld worden in Irak.

De SCIRI-leiders voelen ook de druk van hun achterban, die hardere actie eist tegen soennitische opstandelingen. Leider al-Amiri van de Badr-brigade zei in een interview met persbureau Reuters dat de sjiitische bevolking genoeg heeft van de situatie. Ze zeggen: als jullie ons niet kunnen beschermen, laat ons het dan zelf doen, aldus al-Amiri.

De harde lijn die de SCIRI wil inzetten tegen soennieten, zowel in politiek als paramilitair opzicht, dwarsboomt het Amerikaanse streven de soennieten juist te betrekken bij de politiek. Die strategie, politieke invloed voor soennieten aantrekkelijker maken dan opstand, vormde het hart van het Amerikaanse beleid in Irak sinds vorig jaar. (JS/PD)