Slavernij overleeft twintigste eeuw

Het Braziliaanse ministerie van Arbeid
heeft vorig jaar ongeveer 1.600 slaven bevrijd. Dat zijn er twee keer meer
dan in 2000, maar volgens de katholieke kerk blijven er nog 8.000 slaven
over in sommige plattelandsgebieden in Brazilië.


Volgens Claudio Secchin van het ministerie van Arbeid neemt de slavernij
geen uitbreiding meer in Brazilië. Dat er het voorbije jaar meer slaven
werden bevrijd, heeft vooral te maken met de verbeterde
communicatiemogelijkheden op het Braziliaanse platteland. Daardoor kunnen
klachten over dwangarbeid de overheid makkelijker bereiken. Doordat er veel
publieke telefoons zijn bijgekomen, lopen oneerlijke ‘gatos’ - ronselaars
van ongeschoolde arbeidskrachten - veel sneller tegen de lamp. Een
gespecialiseerde mobiele brigade met medewerkers van het Ministerie van
Arbeid, politieagenten, onderzoeksrechters en ambtenaren laat toe snel te
reageren op dergelijke meldingen.

De Pastorale Landcommissie (CPT), een instelling van de Braziliaanse
katholieke kerk die oplossingen zoekt voor het geweld en de conflicten die
het Braziliaanse platteland teisteren, registreerde vorig jaar 2.062
gevallen van slavernij. De CPT stelt dat er voor elke zaak die aan het licht
komt, drie andere gevallen onbekend blijven. Voor de CPT zijn slaven
arbeiders die niet op eigen initiatief hun arbeidsomgeving kunnen verlaten
en in onmenselijke arbeidsomstandigheden moeten werken. De meeste
Braziliaanse slaven worden vastgehouden op plantages, soms bewaakt door
gewapende opzichters, al volstaat vaak ook de dreiging met gewelddaden.
Meestal wordt een groot deel van hun zogenaamde loon ingehouden in ruil voor
allerlei ‘diensten’ van de werkgever: het transport naar de velden, kost en
inwoon en de huur van het nodige landbouwalaam. Veel van de moderne slaven
zijn analfabeet en voelen zich echt in de schuld staan bij hun werkgever, al
leven ze in absoluut armoedige omstandigheden.

Slavernij komt vooral voor in de deelstaten Maranhao en Pará, aan de
zuidoostelijke rand van het Amazonewoud. Maar ook uit de zuidelijke en veel
rijkere deelstaten Minas Gerais en Río de Janeiro worden nog steeds gevallen
gemeld.

De kwaal lijkt nog niet zo gauw helemaal uitgeroeid te raken.
Plantagebezitters en ronselaars die betrapt worden, krijgen maar lichte
straffen, zodat sommigen er niet voor terugschrikken opnieuw te beginnen.
Vorig jaar moesten de veroordeelde grootgrondbezitters samen voor 1,4
miljoen real (650.000 euro) schadevergoedingen betalen aan hun voormalige
slaven, maar gevangenisstraffen werden er nauwelijks uitgesproken. De CPT
klaagt vooral over een gebrek aan duidelijke wetgeving en de traagheid van
het gerecht. De Commissie stelt voor plantages waar slavenarbeid wordt
vastgesteld gewoon te onteigenen. Die straf wordt al toegepast bij boeren
die verdovende middelen telen. Een wetsvoorstel in die zin is na een
jarenlang aanslepende procedure door de Braziliaanse senaat goedgekeurd en
moet nu nog het akkoord krijgen van de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift