Spanje wil ook naar internationale top over crisis

Nieuws

Spanje wil ook naar internationale top over crisis

José Antonio Gurriarán

28 oktober 2008

Spanje neemt het niet dat het geen uitnodiging kreeg voor de grote internationale top over de financiële crisis op 15 november in Washington. Volgens Madrid is dit president Bush’ manier om een rekening te vereffenen met José Luís Rodríguez Zapatero. De Spaanse premier trok vier jaar geleden de Spaanse troepen uit Irak terug, tot grote woede van het Witte Huis.

Voor de grote internationale top op 15 november heeft president George W. Bush de leiders van de G20, de grootste twintig industrielanden, uitgenodigd. In de buurt van Washington zullen ze zich beraden over oplossingen voor de wereldwijde financiële crisis. Spanje kreeg geen uitnodiging. Ten onrechte, vindt Madrid, dat nu steun zoekt bij andere EU-landen en Latijns-Amerikaanse en Aziatische leiders en zelfs bij de Amerikaanse presidentskandidaten.

Irak

De socialistische regering-Zapatero ligt al sinds haar aantreden in 2004 niet goed bij president Bush. De eerste belangrijke beslissing van José Luís Rodríguez Zapatero was de terugtrekking van de Spaanse troepen uit Irak. Sindsdien weigerde Bush elk officieel contact met de Spaanse premier. Volgens Madrid is het veto tegen de Spaanse aanwezigheid op 15 november Bush’ manier om de rekening met Zapatero te vereffenen.
 
De officiële reden dat Spanje niet is uitgenodigd, is dat het land problemen heeft met zijn economie en industrie. Onzin, zegt Madrid: Spanje is de op zeven na grootste economie ter wereld en de thuishaven van twee van de zestien belangrijkste banken ter wereld. De G20 als kader voor de internationale top overtuigt de Spanjaarden evenmin.
Bush’ houding ten opzichte van Zapatero staat in schril contrast tot zijn warme omgang met Zapatero’s conservatieve voorganger José María Aznar. Aznar was in maart 2003 aanwezig op de Azoren toen Bush en toenmalig Brits premier Blair topoverleg hielden over de invasie in Irak. De Spanjaard werd zelfs uitgenodigd op Bush’ ranch in Texas.

Vechten

De G20 werd in 1999 opgericht door de acht machtigste landen ter wereld (de G8), de grote opkomende economieën en de Europese Unie als blok. Het was een antwoord op de financiële crisissen eind jaren negentig. De groep brengt regelmatig de ministers van Financiën en de voorzitters van de centrale banken bijeen van Argentinië, Australië, Brazilië, Rusland, Saoedi-Arabië, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, de VS, Turkije en de EU en Europese Centrale Bank.
“Ik zal vechten om er bij te zijn”, zei Zapatero over de top in Washington. “De op zeven na grootste economie mag niet zwijgen, vooral niet als ze zoveel kan bijdragen.”
De Spaanse premier kreeg al steun van de Franse president en EU-voorzitter Nicolas Sarkozy, van José Manuel Durâo Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, en van zijn Britse en Duitse ambtsgenoten Gordon Brown en Angela Merkel. De Spaanse minister van Buitenlandse Zaken Miguel Ángel Moratinos had ook al rechtstreeks contact met de Amerikaanse presidentskandidaten Barack Obama en John McCain.
Spanje voert de diplomatieke druk ook op tijdens internationale topontmoetingen, onder meer tijdens de Azië-Europa-top het voorbije weekend in Peking, en de achttiende Iberisch-Amerikaanse top eind deze week in El Salvador. Met Argentinië, Brazilië en Mexico, landen die wel zijn uitgenodigd, heeft Madrid traditioneel nauwe banden. In de rand van de top plant de Spaanse koning Juan Carlos ontmoetingen met de Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva en diens Mexicaanse evenknie Felipe Calderón.