Studiebeurzen voor het Zuiden

Al decennialang geeft België studiebeurzen aan Afrikanen, Aziaten en Zuid-Amerikanen. Maar al die jaren heeft onze overheid hierover amper cijfers bijgehouden, laat staan een strategie uitgewerkt.
  • Lieven Van Assche Minister van Ontwikkelingssamenwerking Michel liet in 2009 weten dat hij het budget voor beurzen tegen 2015 wil verdubbelen. Lieven Van Assche
Lente 2009. Op de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGOS) in de Brusselse Karmelietenstraat rolt op vraag van de bevoegde minister, Charles Michel (MR), de allereerste visietekst rond studiebeurzen ooit uit de printer, getiteld Pour une véritable politique de bourses d’études de la Coopération belge.
In die interne nota staat zwart op wit dat de Belgische Ontwikkelingssamenwerking rond studiebeurzen ‘geen beleid heeft, en dat sinds lang’. Bovendien ‘is er zo onmiddellijk geen enkele statistiek beschikbaar’, noch met betrekking tot het aantal beurzen die ooit door de Belgische ontwikkelingssamenwerking zijn toegekend, noch over de herkomst van de bursalen, hun slaagkansen, laat staan over hoeveel er teruggekeerd zijn.
Dat het nuttig is om studenten uit Afrika, Azië of Latijns-Amerika aan onze alma maters te laten studeren, staat volgens Peter Moors, directeur-generaal van Ontwikkelingssamenwerking, buiten kijf. ‘Je vormt jonge mensen die dertig tot veertig jaar hun land en de lokale ontwikkeling kunnen dienen, zelfs al worden ze werknemer in de privé.’ Ook Zayneb uit Tanzania, die we achter haar bureautje treffen in de Gentse studentenhome Astrid, is die mening toegedaan.
De studente volgt de tweejarige masteropleiding Environmental Sanitation en krijgt maandelijks 1.000 euro van VLIR-UOS, de ontwikkelingspoot van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR). Daarbovenop worden ook het vliegtuigticket, de boeken, het inschrijvingsgeld enzovoort vergoed. Zayneb is de dochter van een prof aan de universiteit in Dar Es Salaam en zal zo goed als zeker in de voetsporen treden van haar vader. ‘Neen, deze opleiding bestaat niet bij ons, dus ik kan zeker een meerwaarde betekenen in Dar Es Salaam.’

vliegtuig gemist


Minister van Ontwikkelingssamenwerking Michel liet in 2009 weten dat hij het budget voor beurzen tegen 2015 wil verdubbelen. DGOS schat intussen dat het totale beurzenbudget in 2009 zo’n 37 miljoen euro bedroeg, ongeveer 2,8 procent van de DGOS-begroting. Wil Michel dat bedrag verdubbelen, dan kan hij dus maar beter stevig in zijn schoenen staan en heeft hij dringend meer cijfers nodig.
BTC, het agentschap dat het officiële ontwikkelingsbeleid van België uitvoert en zelf het leeuwendeel van de DGOS-beurzen beheert, moest aan de slag om statistieken te verzamelen en zal samen met partners als de VLIR en de Franstalige tegenhanger CUD beleidsvoorstellen formuleren. Een moeilijke oefening.
‘Tot 2009 hadden wij de opdracht om onze beursstudenten te volgen van de selectie tot voor de terugkeer naar hun land van herkomst’, aldus Marino Orban en Thierry Coppin van BTC. ‘Als er al sprake was van geen terugkeer –wat niet zo vaak gebeurde– wisten we het niet, want de bursaal kwam wel zijn retourticket halen maar “miste” vervolgens het vliegtuig. Wanneer in de toekomst budget vrijkomt om de studenten ook na hun terugkeer te volgen, zullen wij dat zeker doen. Trouwens, we zijn sinds 2009 overgeschakeld van eenjarige op vierjarige programma’s, dus we kunnen beter opvolgen hoe teruggekeerde studenten hun moederinstelling verrijken en verbeteren.’

bijenteelt voor armoedebestrijding

‘We hebben geen traditie van alumniwerking. Dat verklaart mee waarom wij zo weinig weten over de impact van studiebeurzen.’

‘Van beurzen die in het kader van projecten en aan studenten van partnerinstellingen in het Zuiden zijn gegeven, kunnen we makkelijker de impact evalueren’, bevestigt Kristien Verbrugghen, directeur van VLIR-UOS. ‘Problematischer is de opvolging van studenten die op individuele basis naar België zijn afgezakt’.
Inge Roman, die het kortlopend VLIR-UOS-programma bijenteelt voor armoedebestrijding aan de Universiteit Gent coördineert: ‘Ik gok dat de helft van onze ex-studenten uit het buitenland nog iets doet met bijenteelt, althans in hun hoofdjob. Maar met zekerheid kan ik dat niet zeggen. Als coördinator probeer ik mijn studenten op te volgen, via Facebook of email, maar dat is ad hoc en sommigen antwoorden niet. Wij hebben wel altijd plannen rond opvolging van ex-studenten, maar het ontbreekt ons aan tijd. De VLIR is naar het schijnt nu bezig met het opzetten van een alumniwerking.’
‘Klopt’, zegt Verbrugghen. ‘In Vlaanderen en bij uitbreiding in België hebben wij geen traditie van alumniwerking en dat is volgens mij één van de verklaringen waarom wij zo weinig weten over de impact van de individuele studiebeurzen. Er wordt aan opvolging gedaan, helaas te versnipperd, te weinig gestructureerd en niet systematisch. Een tijd geleden hebben wij enkele goede praktijken uit het buitenland verzameld en die willen wij nu voorstellen aan de universiteiten. Niet om ze te penaliseren, maar ze te responsabiliseren’.
De BTC heeft reeds bestaand cijfermateriaal verzameld en opgevraagd bij partners, maar het wordt raden naar de daadwerkelijke impact van een heel aantal bursalen. Wil men een beleid uitbouwen, dan moet men immers niet enkel het universitaire aanbod op de vraag uit het Zuiden afstemmen maar ook de impact van teruggekeerde bursalen vergroten. Geven zij hun expertise door? Zijn zij een vliegwiel voor de lokale ontwikkeling, toch het uiteindelijke doel van ontwikkelingsgeld?

‘hoog tijd voor een visie’


Hoe zal de beleidsnota van minister Michel eruitzien? Wellicht komt die nog uit voor de federale verkiezingen van volgend jaar. Wie zal hij selecteren en zal die selectie wars van politieke beweegredenen gebeuren? Zal er genoeg omkadering zijn in België, zodat ook onze studenten meer profijt halen uit “kleur op de campus”? En niet in het minst: zijn universiteiten bereid hun aanbod te rationaliseren?
Kristien Verbrugghen van de VLIR-UOS: ‘Sommige internationale masters en korte trainingsprogramma’s bestaan al vijftien jaar en worden ook in Nederland of Franstalige België georganiseerd. Het wordt tijd dat universiteiten zich afvragen op welke domeinen zij zich internationaal willen profileren en welke opleidingen een toegevoegde waarde zijn voor ontwikkelingslanden.’
De denkoefening in de Karmelietenstraat komt niets te vroeg, geeft Peter Moors van DGOS toe. ‘In mei vorig jaar is er op Michels vraag een eerste aanzet gegeven om een nationale strategie uit te werken. Voordien was er niets en liepen de bedragen ver uiteen. Het ene jaar gaf Ontwikkelingssamenwerking 1300 beurzen, het andere jaar 200. Nu we in tien jaar het beurzengeld hebben verdubbeld, is het hoog tijd dat we werk maken van een visie.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift