Taliban krijgen Pakistaanse muziekhandel niet klein

Ruim twintig film- en muziekzaken in de Pakistaanse stad Peshawar die vorige maand beschadigd werden door een zware bomaanslag, zijn alweer hersteld en open. Al jaren proberen talibaneenheden een einde te maken aan “on-islamitische” vormen van kunst en vertier in de regio, maar de Pakistaanse muziekliefhebbers laten zich daar niet door afschrikken.

  • Ashfaq Yusufzai/IPS Een winkel in Peshawar na de aanslag van vorige maand Ashfaq Yusufzai/IPS

Bij de bomaanslag op de grote muziekmarkt van Nishtarabad in de stad Peshawar kwamen vorige maand zeven mensen om; 30 anderen raakten gewond. Maar de wijk met zijn honderden muziekwinkels en filmzaken blijft druk. “Er worden constant bomaanslagen gepleegd op muziekwinkels, maar wij zijn niet bang”, zegt Sher Dil Khan, de voorzitter van de Vereniging van CD- en Muziekwinkels in Noord-Pakistan. “We zullen nieuwe films en liedjes blijven maken voor de mensen hier. Ze houden van muziek en film.”

On-islamitisch

In maart werd de markt van Nishtarabad ook al eens opgeschrikt door een bomaanslag; toen vielen er één dode en zestien gewonden. De markt, een regionaal handelscentrum dat klanten tot in Afghanistan, Maleisië en het Midden-Oosten bedient, werd in 2007 een eerste keer het doelwit van een aanslag door de taliban. Die vinden muziek en films on-islamitisch.

De religieuze oorlog tegen de muziek begon in Afghanistan in de tweede helft van de jaren negentig, toen de taliban het daar voor het zeggen hadden. Zelfs vrachtwagenchauffeurs en hotelgasten mochten er niet meer naar muziek luisteren. Veel Afghaanse muzikanten moesten naar het buitenland vluchten.

Na de val van het talibanregime in Afghanistan in 2001, staken de campagnes tegen zangers en muziekliefhebbers samen met veel talibanstrijders de grens met Pakistan over. De Afghaanse taliban vonden er aansluiting bij plaatselijke islamisten. Muziekwinkels in de Federaal Bestuurde Stammengebieden (FATA) in de grensregio werden het eerste doelwit van de taliban in Pakistan; daarna breidden de acties zich uit over het aangrenzende Khyber Pakhtunkhwa, een grote provincie in het noordwesten van Pakistan.

Voor grote opschudding zorgde in 2008 de moord op Shabana, een zangeres en danseres. Haar lijk werd aan een elektriciteitspaal opgehangen. De moord gebeurde in Swat, één van de 25 districten van Khyber Pakhtunkhwa en een populaire vakantiebestemming. Voor 2007 waren er ongeveer vijfhonderd danseressen actief en konden muziekliefhebbers terecht in achthonderd winkels. Toen de taliban het voor het zeggen kregen in de Swatvallei, gingen al die winkels binnen het jaar dicht. De danseressen trokken weg of bleven thuis.

Ommekeer

In 2010 verdreef het Pakistaanse leger de islamistische strijders weer uit de Swatvallei. “De meeste figuren uit de showbizz zijn teruggekeerd”, zegt Javid Babar, de voorzitter van de Artiestenvereniging van Khyber Pakhtunkhwa. “Alle is weer als voorheen; er wordt weer volop opgetreden.”

In Peshawar, de hoofdstad van de provincie, konden muziekliefhebbers al in 2008 herademen. In 2003 hadden de islamistische politici die toen aan de macht waren gekomen in de provincie Nishtar Hall gesloten, het enige grote theater in de regio. Ze maakten het ook de traditionele muzikanten moeilijk die optreden bij huwelijken of op andere feesten. Maar in 2008 verloren de islamisten hun greep op de provincie. Nishtar Hall ging weer open en veel traditionele muzikanten hebben hun werk hervat.

In Mardan, een andere stad in Khyber Pakhtunkhwa, vernielden islamistische militanten de voorbije jaren een honderdtal muziekwinkels, maar die worden intussen bijna allemaal weer uitgebaat.

Dreigtelefoons

Ook de artiesten laten zich niet klein krijgen. “Ik heb de voorbije jaren meer dan een dozijn liedjes gezongen tegen de taliban”, zegt de gelauwerde zanger Khyal Muhammad. “Ik krijg dreigtelefoontjes, maar ik zal blijven zingen.”

Maar niet alle zangers in het noorden van Pakistan leggen evenveel doodsverachting aan de dag. Shamim Ara, een zangeres van dertig, hield ermee op nadat ze verscheidene dreigbrieven had gekregen. “Ik wil nog altijd zingen, het is een passie, maar mijn broers proberen me ervan af te houden.” Verscheidene andere zangers en acteurs uit het noordoosten van Pakistan hebben in het buitenland politiek asiel aangevraagd na doodsbedreigingen door de taliban.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift