Toearegs en Arabieren durven nog niet terug naar Mali

Iedere dag komen er nieuwe vluchtelingen uit Mali aan in de kampen in de buurlanden. De meesten zijn lichtgekleurd en durven niet terug uit angst dat mensen hen zien als moslimextremisten.

  • Marc-André Boisvert/IPS Ramatou Wallet Madouya (r) en haar zuster Fatma (l) in Goudebo camp, Burkina Faso. Zij zijn enkele van de vele Malinezen die de gevechten in hun land ontvluchtten. Marc-André Boisvert/IPS

Fatimata Wallet Haibala zit tussen een groep vrouwen en tienermeiden onder een tent, haar gehandicapte zoon op schoot. Dit zou zomaar een landelijk plaatje kunnen zijn van een Toearegfamilie, vredig wonend in de woestijn. Maar het is in een vluchtelingenkamp honderd kilometer verderop, in Burkina Faso. Haibala komt rond door melk en suiker te verkopen die ze buiten het kamp inslaat.

Ze is hier gekomen al voordat de Toearegopstand uitbrak. Deze nomadische groep die in Mali, Niger en Algerije woont, nam bijna tweederde van het land in — maar niet voor land. Een coalitie van drie islamistische groepen joeg de seculiere Toearegs weg en nam het land in bezit, totdat de Franse interventie daar een eind aan maakte.

Door het conflict zijn 150.000 mensen naar buurlanden gevlucht, alleen in Burkina Faso al 40.000. In Mali zelf zijn 230.000 mensen ontheemd. Elke dag komen er nieuwe vluchtelingen in de kampen aan, vooral de lichtgekleurde Arabische Malinezen en Toearegs.

Opjagen

Haibala verloor haar man een jaar geleden, toen hij als soldaat van het leger werd ingezet tegen een opstand in Agelhok in het oosten van het land. Toen de rebellie naderbij kwam, besloot ze te vertrekken, al ruim voordat de moslimextremisten in beeld waren. “Alle ‘blanken’ in Gao gingen weg”, zegt de 49-jarige vrouw . “Nu horen we verhalen dat ze ons opjagen. Ik zie nog niet hoe we terug zouden kunnen.”

Gao is recet nog aangevallen door het Malinese leger. Verhalen over aanvallen op lichtgekleurde Malinezen, waar of niet, zijn vermengd met de wrede herinneringen van de Toearegopstanden in de jaren negentig. Toen executeerde het Malinese leger en paramilitaire groepen verschillende Toearegs en Arabieren.

Human Rights Watch heeft bevestigd dat er executies hebben plaatsgevonden van islamistische rebellen en aanhangers, maar president Dioncounda Traoré heeft de beweringen woensdag ontkend.

Voedsel

De mannen in het kamp zijn pas afgelopen januari aangekomen, na de Franse interventie. Ze dragen gekleurde hoofddoeken in Toearegstijl. “We zijn gevlucht voor de bombardementen en de gevechten”, zegt Haoula, een man van in de vijftig. Ze hadden de afgelopen maanden nog een stabiele aanvoer van voedsel, zegt hij, uit Algerije en uit Bamako. Maar toen het Franse leger intervenieerde, stopte alles.

“De moslimextremisten waren wreed, maar ze lieten ons met rust als we ons aan de regels hielden”, zegt Amidy Ag Habo, die onderburgemeester is van een dorp op zestig kilometer afstand van Gao. “We kenden ze niet, het waren buitenlanders”, zegt hij. Toch worden de lichtgekleurde Malinezen gezien als hun handlangers.

“Er is geen regering in noord-Mali nu”, zegt Habo. “Alle besluiten worden genomen door het leger. Ze zijn de politie, de rechters en de regering. De Fransen moorden niet. Ze kijken gewoon niet naar wat het Malinese leger doet.”

Voor Fatou Wallet Mahadi waren de moslimextremisten het mindere kwaad. “Wij, de Toearegs van Azawad, horen in Mali. We geloven dat we op een dag terug kunnen. Maar nu is het onmogelijk. Er zijn te veel spanningen. We zijn moe van het geweld dat iedere tien jaar uitbarst. Als we teruggaan, moeten we aan een echte oplossing werken om samen te leven.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift