Toetreding tot WHO is tweesnijdend zwaard

Cambodja wordt in de komende weken volwaardig lid van de Wereldhandelsorganisatie (WHO). De toetreding brengt voor het Zuidoost-Aziatisch land een aantal kansen maar ook heel wat uitdagingen met zich mee. Met name de landbouwsector en de 200.000 aids-patiënten zullen moeten inleveren.

Cambodja wordt de 148ste lidstaat van de WHO, de organisatie met hoofdzetel in Genève die zowat 90 procent van de wereldhandel regelt. De Cambodjaanse kamer en senaat gaven onlangs hun fiat voor de toetreding. Dertig dagen na de goedkeuring door de nationale wetgevende organen wordt een land volgens de toetredingsregels van de WHO een volwaardig lid.

Op de WHO-top in het Mexicaanse Cancun, vorig jaar in september, werd besloten om ook staten uit de groep van de 49 Minst Ontwikkelde Landen (MOLs) tot de organisatie toe te laten. Van deze groep trad Nepal in april al toe tot de WHO. Ook Cambodja, dat in de ontwikkelingsindex van het Human Development Report van de VN op de 130ste plaats staat, behoort tot de MOLs.

Cambodja rekent erop dat het WHO-lidmaatschap de export ten goede zal komen en nieuwe investeringen zal genereren. Volgens het Ministerie van Handel zal de toetreding Cambodja de kans geven om meer te exporteren naar kledingmarkten in ontwikkelde landen. De kledingindustrie, jaarlijks goed voor 1,4 miljard dollar, beslaat vier vijfde van de totale Cambodjaanse export. Zowat 240.000 Cambodjanen werken in de kledingsector, een miljoen mensen zijn er indirect afhankelijk van. Phnom Penh hoopt dat Cambodja door de toetreding tot de WHO ook nieuwe investeringen zal kunnen aantrekken. Om een gezond investeringsklimaat te scheppen, moet de regering in de komende drie jaar 40 nieuwe wetten invoeren.

Cambodja’s toetreding tot de WHO is echter een tweesnijdend zwaard. De voorwaarden en regels die met het lidmaatschap gepaard gaan, zijn een zware dobber voor het arme land. De voorwaarden die worden opgelegd in sectoren zoals de landbouw zullen een zware test vormen, aldus Sok Hach, directeur van de denktank Economisch Instituut van Cambodja. De landbouw zal onder druk komen te staan omdat Cambodja zijn landbouwsubsidies sneller moet afschaffen dan andere ontwikkelingslanden, die hiervoor tot 2015 de tijd krijgen. Bovendien zal de landbouwsector, die zowat tachtig procent van de 11,7 miljoen inwoners tewerkstelt, moeten opboksen tegen hoge buitenlandse tolmuren. Terwijl de EU een tariefmuur van 252 procent oplegt en de VS 120 procent aanrekent, mag Cambodja op ingevoerde landbouwproducten een tarief van maximum zestig procent aanrekenen.

Een bijkomend probleem voor de Cambodjaanse boeren vormen de voorwaarden die worden opgelegd door het TRIPS-akkoord van de WHO, dat de intellectuele eigendomsrechten regelt. Na 2007 zijn boeren door dit akkoord verplicht om elk seizoen nieuw zaad te kopen als ze soorten verbouwen die ontwikkeld zijn door privé-bedrijven. Een deel van de eigen oogst als nieuw zaaigoed gebruiken, is vanaf 2007 verboden.

Het TRIPS-akkoord heeft ook enorme gevolgen voor de 200.000 Cambodjanen die besmet zijn met HIV/AIDS. Tegen 2007 moet Cambodja wetten invoeren om de medicijnen van farmaceutische reuzen te beschermen. Daardoor zal het steeds moeilijker worden om goedkope generische geneesmiddelen te kopen. (KC/MM)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift