Twee versies van economische vooruitzichten voor deze wereld

Volgens het Internationaal Monetair Fonds zal de wereldeconomie dit jaar en volgend jaar een lichte groei kennen. Tegelijk met het IMF-rapport publiceerden enkele kritische economen hun eerste ‘Werkelijke economische vooruitzichten voor de Wereld’ (RWEO). De voorspelde groei zal mogelijk zijn door de “netto 43 miljard euro” die elk jaar van de arme landen naar de rijke landen vloeit, beweren zij.


Deze week stelde het IMF in de Golfstaat Dubai de meest recente ‘Economische vooruitzichten voor de wereld’ (WEO) voor, de halfjaarlijkse publicatie waarin het IMF peilt naar de gezondheid van de wereldeconomie. De vooruitzichten zijn volgens het fonds niet zo slecht: het bruto binnenlands product van de wereld zou in 2003 stijgen met 3,2 procent en voor 2004 zou er zelfs 4,1 procent inzitten. Het herstel wordt volgens het IMF aangedreven door de afgenomen ‘geopolitieke onzekerheid’ na het einde van de oorlog in Irak en de daaropvolgende daling van de olieprijzen, die vermoedelijk de economische activiteit zal bevorderen. Voor het eerst sinds lang zijn wij vrij optimistisch dat de wereldeconomie weer een normale of zelfs een grotere groei zal kennen, zei hoofdeconoom Kenneth Rogoff van het IMF tijdens een persconferentie in Dubai, waar het IMF en zijn zusterorganisatie de Wereldbank dit weekend hun jaarvergadering houden.

Rogoff wees erop dat het herstel zich zal concentreren in de VS en Azië en de Pacific. De WEO voorziet een groei in de VS van 2,6 procent voor 2003 en 3,9 procent in 2004. Daarna kunnen de snelgroeiende Amerikaanse schulden en het deficit volgens Rogoff wel voor problemen zorgen. Ook Japan kreeg goede punten van het fonds, door de verbeterde handel met de groeilanden in Azië, waaronder China, en de oplevende investeringen. Vermoedelijk zal Japan dit jaar een groei kennen van twee procent en 1,4 procent in 2004. Voor Europa, de derde motor van de wereldeconomie, was er de voorzichtige voorspelling van een lichte heropleving omwille van de vermoedelijk grotere uitvoer en omdat de Europese economie meestal wel dezelfde weg volgt als die in de VS. Ook het groeiende consumentenvertrouwen kan bijdragen tot een economische groei in Europa van een half procent dit jaar en 1,9 procent in 2004.

Voor Afrika ten zuiden van de Sahara voorspelt het IMF-rapport een groei van 3,6 procent in 2003 en 5,9 procent in 2004. De regio van het Midden-Oosten en Noord-Afrika zou achtereenvolgens uitkomen op 5,2 en 4,5 procent. Dit lijken vrij hoge cijfers, maar toch liggen ze ver onder de groei die deze landen nodig hebben om te komen tot echte ontwikkeling of om het lot van de armen te kunnen verbeteren. In het grootste deel van Latijns-Amerika lijkt de activiteit zich te stabiliseren en het vertrouwen van de buitenwereld in de regio - en vooral in Brazilië - is volgens het IMF aanzienlijk verbeterd. De meeste landen van het voormalige Oostblok zouden volgend jaar met 4,7 procent groeien. De Aziatische landen, met China en Vietnam, zullen de snelste groei kennen, met gemiddeld 7,4 in 2003 en 7,5 procent in 2004.

Tegelijk met het WEO-rapport publiceerden economen en actievoerders van de beweging die ijvert tegen een eenzijdige economische mondialisering hun eerste ‘Werkelijke economische vooruitzichten voor de Wereld’ (Real WEO). De RWEO biedt een andere kijk dan het IMF. Het ‘trickle down-effect’ is nog altijd niet bewezen. Integendeel, cijfers van de Wereldbank zelf illustreren dat de arme landen eigenlijk de geldschieters zijn van de rijke - en zo onbewust de weelderige levensstandaard in de VS en elders financieren, stelt Ann Pettifor, redacteur van RWEO. Het economisch herstel waar het IMF het over heeft wordt volgens RWEO veroorzaakt door een theoretische kapitaalstroom van de rijke naar de arme landen. Maar tragisch genoeg loopt die stroom precies in omgekeerde richting, zegt Pettifor. Eigenlijk worden de armen van deze wereld gewoon bestolen - geen wonder dat spanningen in de wereld toenemen.

Volgens RWEO wordt de internationale financiële structuur scheefgetrokken om de rijken te bevoordelen. De wereldfinanciën worden gedomineerd door de dollar en dat betekent dat zowel de arme als de rijke landen verplicht zijn het tekort van de VS te blijven financieren via de aankoop van Amerikaanse schatkistpromesses. Bij gebrek aan een wereldwijde standaardmunt spelen die schuldbekentenissen nu dezelfde rol als vroeger het goud. Arme landen lenen dus eigenlijk tegen heel lage interestvoeten geld aan de VS en moeten tegelijk lenen in het buitenland (bij o.a. de VS, de Wereldbank en het IMF) tegen heel hoge interestvoeten.

Bovendien stroomt elk jaar een kapitaal ter waarde van 87 miljard euro uit de arme landen naar banken in Zwitserland, Groot-Brittannië en vooral de VS in de vorm van rechtstreekse buitenlandse investeringen. Gedeeltelijk zijn dat legale investeringen door inwoners van de ontwikkelingslanden, maar een groot deel is ook illegaal kapitaal dat zijn weg vindt naar de rekeningen van al te gewillige banken in het Noorden. Ook de winst die multinationale ondernemingen maken in ontwikkelingslanden en die zij doorstorten zorgt volgens RWEO voor een verarming van de arme landen. Naar schatting werd in 2001 op die manier bijna 49 miljard euro overgemaakt. Door dat alles stromen er dus steeds meer middelen van de arme landen naar de rijke en wordt de rijkdom steeds meer geconcentreerd in de rijke landen. Elk jaar gaat er netto bijna 43 miljard euro van de armste naar de rijkste landen, veel meer dus dan de 28 miljard euro aan internationale hulp van de rijke landen aan de arme, aldus nog RWEO.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift