30 jaar Wereldwijd

Vlaanderen thuisbrengen in de wereld

In december 1999 verschijnt nummer 300 van Wereldwijd, en vieren we de dertigste verjaardag van het blad. Wie kan daar beter een beschouwing bij schrijven dan Mark Fillet, die het blad veertien jaar lang leidde en die ook daarna betrokken bleef?

© Wereldwijd

Enkele covers van de Wereldwijd, de voorloper van MO*magazine

 

Ze zaten nog deels in een antracietgrijs pak met romeinse boord, deels in blauwe tailleurs of ingekorte kloosterpijen. Met opgeheven hoofd stonden ze voor de camera’s te pronken met het kleurrijke 0-nummer van het gloednieuwe Wereldwijd. Eindelijk een modern derdewereldblad voor Vlaanderen. Zoals het een jaar vroeger al het licht had gezien in Nederland, Frankrijk en Duitsland.

Dat dit nieuwe blad ‘Wereldwijd’ ging heten, was een inval van de scheutist, Jo Herpels. Dagelijks bad hij tot God, die zijn firmament ‘hemelwijd’ over de mensen spant. Laten wij de mensen dan helpen om zich ‘wereldwijd’ op die aarde thuis te voelen, zo dacht hij. Het was een schot in de roos. Wereldwijd werd een vlot te slijten titel.

Dat dit Wereldwijd na drie jaar vergaderen er uiteindelijk ook kwam, was de verdienste van de missieprocuratoren van de grotere orden en missiecongregaties. De jezuïet Ward Parein en de dominicaan Tuur Camerlynck rekenden met groot gezag de reguliere oversten voor dat een nieuw, gezamenlijk blad niet noodzakelijk nadelig zou uitpakken voor de financiering van hun werk. Als bovendien bij de opzet ook nog gekozen werd voor een eigen inlegblad voor de achterban van elke congregatie, was de kogel door de kerk. Immers, naast fondsenwerving was het werven van nieuwe leden steeds de doelstelling van de talloos vele, Vlaamse missiebladen geweest.

Het gezamenlijke Wereldwijd zou niet langer pakkende verhalen brengen over het heldhaftige leven van de ‘besten onzer broeders en zusters’. Wereldwijd kreeg de opdracht om de verre, veelal onbekende wereld waarin die broeders en zusters leefden, bekend te maken. Daar lag de grote frustratie van de paters en de zusters die de congregatiebladen maakten. De crisis in Congo had hun werk ongeloofwaardig gemaakt. Aan heldhaftige verhalen was er geen gebrek geweest. Foto’s met knielende mensen en lachende kindertjes fleurden de oproepen tot gebed en milde giften op. Over de verscheurende ontvoogdingsstrijd, die aan duizenden mensen het leven kostte, was te weinig, soms zelfs helemaal niets gezegd.

Pas toen missionarissen hals over kop naar Melsbroek werden gerepatrieerd, begreep katholiek Vlaanderen dat Midden-Afrika niet meer ‘onze Congo’ was. Maar het begrip voor de Afrikaan die recht heeft op zijn have en goed, bleef in België minimaal. Er werd meer gejeremieerd en politiek geblunderd, dan nodig was. Dat beseften veel missionarissen. Ze vonden dat de ervaringen die ze opdeden in het onafhankelijke Afrika thuishoorden in het publieke debat.

De jonge redactie van Wereldwijd pakte de uitdaging gretig aan. Ze wilde Vlaanderen laten zien dat de missionaris een bevoorrechte getuige is van soms pijnlijke, evengoed hoopvolle ontwikkelingen onder volkeren die aan kerk en wereld een nieuw gezicht geven. In de laatste jaargangen van Nieuw Afrika, het blad van de witte paters en de witte zusters, had Walter Aelvoet aangetoond dat dit niet onmogelijk was. Dat geloofden ook zijn kersverse collega’s de scheutist Louis Rijmen, pas afgestudeerd aan de journalistenschool van Rijsel en zuster Maria Van Doren, die met Arthur Cambier (PAC in De Standaard) al vorm had gegeven aan één gezamenlijk blad voor Scheut en De Jacht.

Naast hun redactielokaal, op een flat aan de Regenbooglei in Deurne (Antwerpen), zat achter een iets chiquer bureau pater Jos Vereecken van de msc. Als directeur wist hij meteen bij het bestuur van de nieuwe vzw geld los te peuteren om de redacteurs de wereld in te sturen. Dat moest het waarmerk voor Wereldwijd worden: informatie en documentatie over verre volken aanbieden, life gebouwd op reportageverhalen uit eerste hand. Grote aandacht trokken de onthullende reportages van Walter Aelvoet over de onbekende maar moordende Noord-Zuidoorlog in Sudan (toen al) en over de etnische massaslachtingen in Burundi, met waarschijnlijk 150 tot 200.000 dode Hutu’s.

Vuurlijn

Vanaf de eerste nummers kwam dit nieuwe Wereldwijd in de vuurlijn te liggen. De onafhankelijke, realistische en vaak politieke toon van reportages, achtergrondartikelen en interviews viel niet bij iedereen in goede aarde. Veel lezers misten de stichtende artikelen en de dagboekknipsels uit hun oude blad. Ze lieten dat te pas en te onpas weten. Aan de redactie, maar vooral ook aan de pastoor van hun parochie en aan de propagandisten en de bedelzusters van de participerende congregaties. Van hun kant verweten studenten uit de derdewereldbeweging aan de universiteit van Leuven de redactie intellectuele oneerlijkheid.

Geïnspireerd door het getuigenis van mannen zoals Frans Wuytack, Jan Talpe en Pablo Franssen, allemaal missionarissen uit het door katholieke dictators vertrappelde Latijns-Amerika, riepen ze dat het nieuwe Wereldwijd een paternalistisch missieblad was gebleven. Die redactie, zo heette het, was blind of durfde geen oog te hebben voor de economische uitbuiting en de sociale discriminatie van de volken van het Zuiden. Wereldwijd kon of wilde niet erkennen dat het missionaire avontuur een koloniaal gebeuren was, waardoor de kerk zich mede schuldig had gemaakt aan het ontstaan van een arme Derde Wereld.

Kritiek en afkeuring namen toe toen de Belgische bisschoppen het ‘Jaar van de Rechtvaardigheid’ aankondigden. Wereldwijd aarzelde niet om volop mede de schouders te zetten onder dit belangrijke, pastorale initiatief dat de kerkgangers een politieke stem gaf.

Voor een flink aantal van de abonnees ging dit te ver. Missiebladen hoeven zich niet met politiek bezig te houden, zoals de eis voor onafhankelijkheid van de Portugese gebieden. Ze horen zich zeker niet te verdiepen in binnenlandse vraagstukken, zoals het stemrecht voor wie toen nog gastarbeider heette, of het uitkeren van een bestaansminimum. Oostpriesterhulp, toen al Kerk in Nood, een van de rijkere medeoprichters van Wereldwijd en een belangrijke schakel in het administratief beheer van de vzw, trok zich als lid van de stichting terug.

Vakkundig en haast ongezien ving Jos van Laer met zijn administratieve ploeg uit de Keizerstraat, die harde klap op. Via Gazet van Antwerpen en ‘t Pallieterke bleven de heren van Tongerlo, af en toe door de Boerenbond bijgesprongen, hun ongenoegen ventileren. Ze vonden enkele journalisten bereid om Wereldwijd voortdurend te kijk te zetten als een kerkonwaardig, links, zo niet marxistisch blad.

Het is waar, de redactie kwam in de ban van de socialistische experimenten van president Julius Nyerere in Tanzania en ze verfoeide hartgrondig het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. In het Verre Oosten had de redactie gezien hoe het vrije Westen blunderde met de oorlog in Vietnam en zijn expliciete steun aan neo-koloniale dictaturen in de Filipijnen of in Indonesië.

Via toenemende contacten met missionarissen in Amerika groeide op de redactie belangstelling en sympathie voor de bevrijdingstheologie en voor de ontwikkeling van een kerk van de armen. Tegen de muren van de inmiddels ruimere redactielokalen kwamen naast de jaarlijkse affiches van de Pauselijke Missiewerken en van Broederlijk Delen ook deze van vakbonden, bevrijdingsbewegingen en basisgemeenschappen uit de hele wereld.

Op rook- en werktafels, wat werd er in die dagen op de redactie nog gulzig gerookt en flink gedronken, lagen gadgets waarmee ergens in die verre Derde Wereld mensen aan de basis zich onderscheidden. Het verhaal van het volk dat de redacteurs via bemiddeling van vrienden-missionarissen van hun reizen meebrachten, werd hun heilig. Daar wilden ze niet aan tornen.

Stem geven

Stem geven aan degenen die niet worden gehoord, was hun devies. Ook al viel dat niet altijd goed bij de achterban. En het viel bij velen niet goed. Helemaal niet meer toen Wereldwijd via tientallen getuigenissen de lezers enig inzicht meegaf in de vernietigende rol die christen-democratische organisaties speelden in het door burgeroorlog geteisterde Midden-Amerika.

De drama’s van de scheutisten in Guatemala, de militaire overwinning van de sandinisten in Nicaragua en de laffe moord op aartsbisschop Romero in (H)El Salvador kregen mede via Wereldwijd enorme belangstelling en wekten grote verontwaardiging op.

Tienduizenden mensen verschenen in de straat om kerk en politiek tot de orde te roepen. Zoals ze eerder hadden gehoopt uit honderdduizenden kelen bommen en raketten weg te kunnen schreeuwen. Het mislukte. Maar het gaf de Wereldwijdredactie het gevoelen dat ze in een stroming stond, in de brede bedding van de Vlaamse derdewereldbeweging, die steun kreeg van een snel groeiende vredesbeweging. Ook niet-kerkelijke, mondiaal bezorgde mensen kwamen in de ban van het blad. Niet in het minst door de kritische, grappig-milde columns van Hugo Saeys.

Toch brokkelde het aantal abonnees af. Nochtans, de impact van het enige missieblad van Vlaanderen was nooit zo groot geweest. De stem die de missionarissen in de jaren zestig hadden willen laten horen, klonk midden de jaren tachtig duidelijk mee in het publieke debat. Helaas, toen voelden veel missionarissen, inmiddels ziek of hulpbehoevend thuis gekomen, zich daar niet meer zo gelukkig mee. En de Vlaamse hiërarchie evenmin.

Enkele bezorgde priesters en prelaten konden eerst kardinaal Suenens, later zijn opvolger Danneels ertoe bewegen om de oversten van de missiecongregaties aan te spreken op hun publiciteit. Dat gebeurde meer dan eens en uiteindelijk met zulke aandrang dat de grote bezem erbij werd gehaald en de redactie schoongeveegd.

Minder religieuzen, meer dames en heren op de Wereldwijdredactie dus. Ieder met zijn of haar visie en achterban, met zijn of haar liefde voor de wijde wereld. Ook zij moesten knopen ontwarren. Terwijl de derdewereldbeweging met haar eisen voor structurele hervormingen en haar druk op de politieke wereld groeide in gespecialiseerde deskundigheid, maar daardoor kleiner werd, verschoven ook in de snel wisselende Wereldwijd-redacties de accenten.

Een mens leeft niet van brood alleen. Mensen worden gedreven door een dieper ik, een spiritualiteit die groter en wijder is dan de traditionele, vaak hol geworden, rooms-katholieke vroomheid. In andere religies zijn daar sporen van te vinden.

Vooral vrouwelijke missionarissen, altijd al minder bezorgd dan hun mannelijke collega’s over het instituut van de kerk, hebben daar iets van meegepikt. Vooral zij werden voor Wereldwijd de nieuwe bruggenbouwers tussen Noord en Zuid.

Religieuze pluriformiteit, ecologie en feminisme kwamen steeds vaker aan bod. Het lot van de armen in Vlaanderen, niet in het minst van de allochtonen werd een maandelijks item. Evenzo de kracht van zoveel culturen, waarvan haast dagelijks op een van de tientallen festivals, toneelvoorstellingen, filmprogramma’s en exposities in Vlaanderen kan worden gesmuld. Ook omdat de gesprekspartners van de nog steeds reizende redacteuren hen tot die nieuwe invalshoeken verplichtten. Stem geven aan wie niet gehoord worden, bleef hoog aangeschreven.

Het verhaal van Wereldwijd werd professioneel beter, durfde dieper in de ziel te graven, kwam dichter bij de waarheid, zat sneller op nieuwe ontwikkelingen. Het werd zo boeiend dat journalisten van de grote pers ook achter dit verhaal gingen jagen. Het monopolie van Wereldwijd ging smelten als sneeuw voor de zon. Radio en televisie, dagbladen met eindeloos dikke katernen, professioneel veel beter geleid en financieel sterker op de markt gezet, trokken het publiek van Wereldwijd weg. Een nieuwe massabeweging waarin een kritisch blad als Wereldwijd gedijt, is niet meer van de grond gekomen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

In het shoppingtijdperk van de jaren negentig laten mensen zich niet vangen om achter een vlag aan te lopen. Een witte vlag, heel even, kan nog net in dit land. Structureel een antwoord geven op de ongenuanceerde boodschap van honderden miljoenen mensen dat zij zich uit de maatschappelijke tweedeling willen vechten, is een werk van veel te lange adem om daar met velen maandelijks zorgen over te maken.

Als ik terugkijk op dertig jaar ‘Wereldwijd’, denk ik, wat goed dat dit allemaal gebeurd is. Misschien hebben we te veel privé-oorlogjes uitgevochten. Waarschijnlijk zochten we naar de verkeerde allianties op het foute moment. Met wat meer soepelheid was eind de jaren zeventig de toen nog vinnige sloep van Wereldwijd in het vaarwater van moederschip Roularta terechtgekomen. Met wat minder arrogantie was tien jaar later aan de bestuurstafel van de vzw ruimte geschapen voor nieuwe, meer professionele investeerders.

Het is anders gelopen. Over langere tijd dan velen hadden voorspeld. Mensen thuisbrengen in de wijde wereld, doen vandaag veel media. Mensen zin geven om in die wijde wereld met anderen samen te leven in respect, blijft broodnodig. De snelheid van mondiale berichtgeving via het internet, het degelijke studiewerk van Noord-Zuid Cahiers en de kleurrijke vitrine van een vernieuwd Wereldwijd Magazine kunnen geen betere zaak dienen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.