VN bekritiseert aanhoudend geweld

Nieuws

VN bekritiseert aanhoudend geweld

Néfer Muñoz

05 februari 2003

Guatemala was 2002 het meest gewelddadige
jaar sinds het vredesakkoord in 1996 tussen de regering en de linkse
guerrilla. De VN-observatiemissie in het Midden-Amerikaanse land, Minugua,
vraagt de regering dringend maatregelen te nemen om een einde te maken aan
het toenemende aantal gijzelingen, lynchpartijen en overvallen.

In december 2002 werden gemiddeld 14 personen per dag door misdadigers
gedood. Dit is brutaal en verschrikkelijk. De hele bevolking leeft in een
klimaat van onzekerheid, verklaart Minugua-woordvoerster Seda Pumpianskaya
aan IPS. Zowel zelfstandigen als arbeiders, rijken en armen hebben te maken
met geweld, aldus Pumpianskaya, die voorspelde dat het geweld onder burgers
volgend jaar nog zou toenemen. De assistent van de VN-woordvoerster, een
Guatemalteek, ligt met zware verwondingen in het ziekenhuis nadat hij werd
beroofd van zijn mobiele telefoon en de schamele som van zes quetzal, minder
dan één euro.

Vorig jaar was het meest gewelddadige sinds het einde van de burgeroorlog,
zegt Pumpianskaya, We hebben de regering enkele dringende aanbevelingen
opgestuurd, want dit jaar zijn er verkiezingen. De VN roept de regering van
president Alfonso Portillo op meer geld te geven aan politie en gerecht, de
bevoegdheden efficiënter te verdelen en de diepgewortelde corruptie uit te
roeien.

Volgens Mario Polanco, directeur van de NGO Grupo de Apoyo Mutuo (GAM) kan
de regering geen oplossing bieden omdat zij deel is van het probleem. De
georganiseerde misdaad heeft zich genesteld in de structuren van de macht,
zegt Blanco. Het klimaat van geweld is een optelsom van het werk van gewone
misdadigers, witteboordencriminelen en drugssmokkelaars.

De banden tussen de regering Portillo en de drugsmaffia zijn voor de
regering van de Amerikaanse president Bush duidelijk genoeg om Guatemala
samen met Birma en Haïti te brandmerken als een van de landen die manifest
te kort schieten in de oorlog tegen drugs. Het land is dan ook het
certificaat kwijtgeraakt dat recht geeft op steun uit Washington. Mogelijk
wordt het daarom uit de groep van vijf Midden-Amerikaanse landen gestoten
die met de Verenigde Staten onderhandelen over een vrijhandelsakkoord.

Ook de Europese Unie is niet tevreden over de economische en humanitaire
toestand en dreigt ermee zijn hulpprogramma’s op te schorten. Zes jaren na
de wapenstilstand heeft de democratie in Guatemala nog altijd geen wortel
geschoten, zo luidt het, en dat is bijzonder onrustwekkend nu er in november
presidentsverkiezingen voor de deur staan. De stembusgang wordt
waarschijnlijk een krachtmeting tussen twee rechtse partijen, het regerende
Frente Republicano Guatemalteco en de Partido de Avanzada Nacional.

Het jaar ziet er voor Guatemala erg somber uit. Het slechte VN-rapport,
het verlies van het VS-certificaat en interne sociale conflicten doen de
spanning toenemen, zo voorspelt Polanco. President Portillo heeft zijn
ministers het bevel gegeven zoveel mogelijk te zwijgen over het geweld en de
vertroebelde relatie met de internationale gemeenschap. De president staat
niet ter beschikking. Hij wil niet praten met journalisten omdat sommige
media informatie verdraaien ten nadele van de regering en afbreuk doen aan
het prestige van de president, zo luidde het bij presidentieel woordvoerder
Byron Barrera.

In januari liet de Ombudsman voor Mensenrechten in Guatemala, Sergio
Morales, al eens verstaan dat de toestand stilaan onhoudbaar wordt. Zijn
vraag aan de Verenigde Naties en de Organisatie voor Amerikaanse Staten
(OAS) naar een internationaal onderzoek over het geweld kreeg toen de steun
van de mensenrechtenorganisaties Amnesty International USA, Human Rights
Watch (HRW), Washington Office on Latin America (WOLA) en the Lawyers
Committee for Human Rights (LCHR). De organisaties schrijven de
ontvoeringen, aanslagen en bedreigingen toe aan groepen die nauw verbonden
zijn met de huidige en voormalige leden van de veiligheidsdiensten.