VN moeten Afrikaans ontwikkelingsplan steunen

De VN kunnen maar beter hun Nieuwe Agenda voor de
Ontwikkeling van Afrika (NADAF) begraven. Het tien jaar oude plan moet als
mislukt worden beschouwd, stelde een 12-koppige adviesgroep van eminente
experts dinsdag. De VN scharen zich beter achter het Nieuw Partnerschap voor
de Ontwikkeling van Afrika (NEPAD) - een Afrikaans initiatief dat door alle
landen van het continent gedragen wordt.


Volgens de adviesgroep, die voorgezeten wordt door de voormalige Ghanese
minister van Financiën Kwesi Botchwey, is het NADAF-programma de mist
ingegaan door de golf van gewapende conflicten die Afrika in de jaren 90
teisterden, maar ook door een gebrek aan internationale steun. De VN kunnen
beter maar geen vervolg breien aan het initiatief, vinden de experts, al is
dat de normale gang van zaken binnen de wereldorganisatie.

Zuid-Afrika, Nigeria en Egypte hebben immers een eigen ontwikkelingsplan
uitgewerkt voor het continent, dat intussen de steun geniet van alle 53
Afrikaanse landen en ook al onder meer door Canada en Groot-Brittannië wordt
verdedigd. In het kader van het Nieuw Partnerschap voor de Ontwikkeling van
Afrika (NEPAD) engageren de Afrikaanse landen zich voor goed bestuur en de
meerpartijendemocratie; in ruil daarvoor zou de internationale gemeenschap
voor meer ontwikkelingshulp en meer private investeringen moeten zorgen. De
experts vinden dat het NEPAD-initiatief perfect als fundament kan dienen
voor de toekomstige VN-inspanningen voor Afrika. Daarmee gaan ze wel voorbij
aan de kritiek van niet-gouvernementele groepen, die vinden dat het plan
geen alternatieven aanreikt voor het orthodoxe liberaliseringsbeleid dat de
voorbije jaren in Afrika zo weinig heeft opgeleverd.

Maar als het aan de adviserende experts ligt, komt er dus in elk geval beter
geen verlenging van het in 1991 goedgekeurde NADAF-programma. Dat
ontwikkelingsplan was erg ambitieus: het mikte op een gemiddelde groei van
zes procent per jaar in Afrika voor de periode van 1991 tot 2001. Maar dat
doel bleek onhaalbaar; de voorbije 10 jaar bedroeg de gemiddelde groei in
Afrika niet meer dan 3 procent per jaar, waardoor de armoede op het
continent niet wezenlijk kon worden teruggedrongen.

Volgens Botchwey, de directeur van Africa Research, een instituut aan de
universiteit van Harvard, is dat povere resultaat vooral te wijten aan het
uitblijven van de verhoopte extra ontwikkelingshulp voor Afrika. De VN waren
uitgegaan van een ontwikkelingsbijdrage van 30 miljard dollar in 1992, die
daarna gestaag zou toenemen met gemiddeld 4 procent per jaar. Maar in
werkelijkheid is de hulp aan Afrika de voorbije 10 jaar steeds verminderd:
van 28,6 miljard dollar in 1990 tot 16,4 miljard dollar in 2000. Ook de
gewapende conflicten die in verscheidene landen uitbraken, de daling van de
grondstoffenprijzen, de moeilijke markttoegang in de rijke landen en
corruptie, despotisme en aanhoudend slecht bestuur in een aantal Afrikaanse
landen hebben de broodnodige groei volgens Botchwey afgeremd.

De 12 experts in het adviespanel zijn van oordeel dat het privatiserings- en
liberaliseringsbeleid dat de meeste Afrikaanse landen in de jaren 90 zijn
gaan voeren, in macro-economisch opzicht wel aarde aan de dijk heeft
gebracht. Maar de economische hervormingen hebben ernstige negatieve
effecten gehad op de sociale situatie en hebben de groei niet hersteld,
zeggen de experts in hun rapport. Verder zijn slechts enkele Afrikaanse
landen erin geslaagd de nodige investeringen aan te trekken die hun
economische ontwikkeling konden versnellen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift