Vraag naar olie blijft zeker nog twee decennia stijgen

De deelnemers aan het Wereld Aardolie Congres dat donderdag in Rio de Janeiro werd besloten, zijn in een optimistische stemming naar huis teruggekeerd. De oorlogsdreiging in Irak en de aanhoudende kritiek van milieuorganisaties werpen een schaduw over de bezigheden van alle aardolieproducenten, maar al bij al blijven de vooruitzichten goed.

De vraag naar aardolie zal tot 2020 met gemiddeld 1,9 procent per jaar blijven groeien, rekent het Internationaal Energieagentschap (IEA) voor. Ook dan zal petroleum nog steeds instaan voor 40 procent van de energievoorziening op aarde. Alí Rodríguez, de voorzitter van Petróleos de Venezuela SA (PDVSA), de grootste petroleumonderneming van Latijns-Amerika, leidt daaruit af dat het wereldwijde verbruik van aardolie zal stijgen van 76 miljoen vaten per dag nu tot bijna 120 miljoen vaten in 2020. Eén vat is goed voor 159 liter.

De olieproducerende landen konden woensdag opgelucht ademhalen toen bleek dat de Wereldtop over Duurzame Ontwikkeling in Johannesburg niet tot eensgezindheid had geleid rond Latijns-Amerikaanse en Europese voorstellen om alle VN-lidstaten te verplichten binnen 8 jaar 10 of 15 procent van hun energie uit moderne hernieuwbare energiebronnen te halen. Zonnepanelen, windturbines en andere nieuwe technologieën produceren nu op wereldschaal slechts 2,2 procent van het totale energieverbruik. De overschakeling van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen zal de komende jaren dus veel trager gebeuren dan milieuorganisaties en landen zonder oliebelangen hadden gehoopt.

Toch zal de vraag naar aardolie niet meer zo snel groeien als vroeger. Volgens de IEA nam de vraag tussen 1973 en 2000 nog met gemiddeld 2,2 procent per jaar toe. De IAE denkt dat de hernieuwbare energiebronnen daarentegen 4 procent per jaar zullen toeleggen, en het weliswaar ook fossiele maar minder vervuilende aardgas 2,7 procent.

Toch was de zorg voor het milieu niet het belangrijkste thema op het voorbije Wereld Aardolie Congres - veel meer discussies gingen over de mogelijkheid dat de VS binnenkort Irak zullen aanvallen. Speculaties daarover hebben de olieprijzen de voorbije dagen daarover flink doen schommelen. Woensdag deed de forse taal van president George W. Bush de prijs voor de referentiesoort North Sea Brent crude in Londen met twee procent stijgen, tot 27,10 dollar per vat. Maar volgens de Nigeriaan Rilwanu Luckman, de huidige voorzitter van de Opec, zou een oorlog in Irak de olieprijzen niet overmatig doen toenemen. De lidstaten van de Opec - Algerije, Indonesië, Iran, Irak, Koeweit, Libië, Nigeria, Qatar, Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela - produceren nu dagelijks 21,7 miljoen vaten, maar kunnen makkelijk zeven miljoen vaten extra oppompen. Dat is meer dan genoeg om het wegvallen van het Iraakse aandeel op te vangen.

De Opec wil geen drastische prijsstijgingen omdat die ten kosten gaan van de groei van de wereldeconomie en de zoektocht naar alternatieven en besparingen aanwakkeren. Ideaal is een prijs van 25 dollar per vat, zegt voorzitter Luckman.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift