Waarheidscommissie zet eindspel in

De Peruaanse Waarheidscommissie is deze week begonnen
aan een reeks hoorzittingen ten velde. Het prestigieuze onderzoeks- en
verzoeningsproject doet de komende maanden dorpen en steden aan die in het
tussen 1980 en 1998 het toneel waren van bloedige moordpartijen door het
leger en de guerrilla. De sociaal-democratische oppositiepartij Apra stelt
dat de Waarheidscommissie bevooroordeeld is. Ze vreest dat de bevindingen
haar kandidaat Alan Garcia in een slecht daglicht zullen stellen. Garcia was
in de jaren 80 president van Peru. Hij verloor bij de vorige verkiezingen
nipt van huidig president Toledo en wil in 2006 opnieuw een gooi doen naar
het hoogste ambt.


Maandag hield de commissie haar eerste hoorzitting in Ayacucho, een stad
hoog in de Andes en ooit de bakermat van de Maoïstische rebellengroep het
Lichtend Pad. De regio van Ayacucho kende relatief het hoogste dodental in
het conflict tussen het leger, Sendero Luminoso en de kleinere
rebellenbeweging Tupac Amaru (MRTA). In heel Peru eiste de periode 1980 tot
1998 ongeveer 30.000 doden en vermisten.

Om licht te laten schijnen over die duistere periode werd in juni 2001 naar
Zuid-Afrikaans voorbeeld de Waarheidscommissie opgericht. Vorige maand
rondde de commissie haar eerste (schriftelijke) onderzoeksfase af, waarin de
12 commissieleden hun werkmethode afbakenden, documenten onderzochten en
getuigenissen - ongeveer een duizendtal - verzamelden.

Nu de fase van de hoorzittingen en mondelinge getuigenissen is ingezet,
neemt ook de aandacht van de media voor de Waarheidscommissie toe. De
oppositiepartij Apra probeert de geloofwaardigheid van de commissie in
twijfel te trekken. Apra heeft het Congres gevraagd de samenstelling van de
commissie te wijzigen omdat die bevooroordeeld is door de aanwezigheid van
Marxistische en ‘Fujimoristische’ (een verwijzing naar de afgezette
president Alberto Fujimori) leden.

De Waarheidscommissie wordt voorgezeten door een voormalige decaan van de
Katholieke Universiteit van Lima, Salomón Lerner. Verder bestaat ze uit een
ex-rector van een andere universiteit (Alberto Morote), twee katholieke
priesters, een protestantse dominee, zes vertegenwoordigers van de civiele
maatschappij en een luchtmachtgeneraal (Arias Graziani) op rust. Morote is,
nota bene, de broer van een gedetineerde leider van het Lichtend Pad.

Geen enkel lid van de Waarheidscommissie is van Apra-signatuur en dat zint
de grootste oppositiepartij van Peru niet. Volgens volksvertegenwoordiger
Mauricio Mulder is de Waarheidscommissie niet representatief en zullen haar
conclusies gebaseerd zijn op politieke belangen. De conclusies zullen
waarschijnlijk gebruikt worden tegen de presidentiële kandidatuur van Alan
García in de verkiezingen van 2006.

De vuile oorlog werd gevoerd onder drie presidenten: Fernando Belaúnde
(1980-85), Alan García (1985-90) en Alberto Fujimori (1990-2000). De
niet-gouvernementele Pro Mensenrechtenvereniging (APRODEH) schat dat de
regering García verantwoordelijk is voor 27 procent van de 6.200
‘verdwijningen’ van door het leger opgepakte boeren, vakbondsleiders en
andere linke sympathisanten. Er zijn echter geen precieze gegevens over de
aantallen. Nog volgens APRODEH verdwenen de meeste politieke gevangenen
onder Belaúnde: 47 procent van alle verdwenen arrestanten. Een vierde van de
verdwijningen vond plaats tijdens de twee ambtstermijnen van Fujimori, die
het Sendero en het MRTA de das omdeed met draconische antiterrorismewetten
en de oprichting van rondas campesinas, een soort paramilitaire
boerenbrigades.

De tactiek van Belaúnde en Fujimori was het meest genadeloos. Belaúnde riep
de noodtoestand uit in ‘noodgebieden’, waardoor ongeveer de helft van Peru
onder bestuur van het leger werd geplaatst. Vermeende sympathisanten van de
rebellenbewegingen in die gebieden werden bloedig gestraft en gruwelijk
geïntimideerd. Generaal Jorge Cisneros, Belaúndes Binnenlandminister,
verklaarde in 1980 dat hij er geen probleem mee had om 20 verdachten,
waarvan 19 onschuldig, te executeren, als er één schuldige bij zit. In één
van de ergste excessen van die filosofie martelde en executeerde het leger
op 4 november 1983 60 boeren in het stadje Sivia. De maatregel was een
represaille voor een aanval van de rebellen op het leger.

De regering van Alan García probeerde de opstand op het Peruaanse platteland
te voorkomen door te investeren in lokale ontwikkelingsprojecten - bruggen,
wegen, scholen en gezondheidsvoorzieningen. Die strategie mislukte omdat
Sendero de ingenieurs en aannemers uit Lima afslachtte. Ook ongeveer 100
burgemeesters die het initiatief van Lima steunden, werden vermoord door het
Lichtend Pad. Onder García vermoordde het leger minder boeren. Maar door het
feit dat de ordediensten zich terugtrokken uit de garnizoenen in de
provinciale hoofdsteden ontstond er een machtsvacuüm. Sendero werd daardoor
de facto bestuurder over bijna een derde van het Peruaanse grondgebied.

García wordt ervan beschuldigd persoonlijk de opdracht te hebben gegeven
voor het doden van 280 opstandige gedetineerden van het Lichtend Pad in de
Lurigancho-gevangenis in juli 1986. De gevangenen werden gedood nadat ze
zich hadden overgegeven. Apra vreest dat Lurigancho het blok zal worden
waarop de Waarheidscommissie Garcías aspiraties voor de
presidentsverkiezingen van 2006 zal onthoofden.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift