Washington blokkeert visexport vanuit Vietnam

Vietnam is woedend over de beslissing van de Amerikaanse regering om een dam op te werpen tegen de handel in Vietnamese meerval. De smakelijke vis was de laatste jaren uitgegroeid tot hét exportproduct van Hanoi. Vorig jaar verkochten Vietnamese bedrijven voor 55 miljoen dollar meerval in de VS, goed voor een derde van de totale visexport van Vietnam. Dumping, vindt het Amerikaanse ministerie van Handel. Voortaan moeten de Vietnamezen die vis aan de man willen brengen op de Amerikaanse markt een invoertaks betalen van 38 tot 62 procent.



In menige Aziatische snackbar of restaurant staat er tegenwoordig ‘basa’ of ‘tra’ op het menu. Die Vietnamese meervalsoorten zijn erg populair en dat heeft zowel met de milde smaak als met de zachte prijs te maken. Vorig jaar kwam er via de havens van San Francisco en Los Angeles zo’n 20 miljoen ton meerval de Verenigde Staten binnen. Dat betekende een ramp voor de Amerikaanse meervalindustrie, die zo’n 590 miljoen dollar waard is en vooral leeft in Arkansas, Mississippi en een andere zuidelijke staten. De Catfish Farmers of America (CFA) zag de prijs voor een pond meerval vorig jaar zakken naar 51 eurcent. Volgens de federatie wordt de winstmarge tot nul herleidt als de prijs voor een pond onder de grens van 56 cent zit. Dus diende de CFA een klacht in tegen wat volgens haar de prijsstijgingen veroorzaakt: de Vietnamese visboeren.

Washington bediende de Amerikaanse meervalproducenten op hun wenken. Op 27 januari besliste het ministerie van Handel dat de Vietnamese exportbedrijven zich schuldig maken aan zogenaamde ‘dumpingpraktijken’: ze verkopen onder de productieprijs en zouden daarin gesteund worden door de socialistische Vietnamese overheid. De Catfish Farmers of America hadden een invoertarief van 190 procent gevraagd op de Vietnamese import, maar het ministerie van Handel hield het bij 38 tot 62 procent. Geen nekslag dus, maar eerder een wurggreep.

“De rechtstreekse slachtoffers zullen de arme Vietnamese boeren zijn, voorspelt Chi D Pham, die aan het hoofd staat van Potomac, een bedrijf in Virginia dat consulting doet voor Amerikaanse bedrijven actief in Vietnam. Hij wordt daarin bijgetreden door Viet Vu, een econoom die optreedt als adviseur bij het VN-programma UNCTAD. “De beslissing (van het ministerie van Handel) betekent een frontale aanval op kleine boeren die zelf een zaak runnen.”

Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Hanoi noemde de sanctie “in absolute tegenstrijd” met de geest van het bilaterale handelsakkoord dat twee jaar geleden werd ondertekend. “Een demonstratie van het feit dat de VS hun binnelandse productie steeds meer trachten te beschermen met protectionistische maatregelen die in tegenstrijd zijn met het Amerikaanse beleid van een internationale vrijmaking van de handel,” zei woordvoerder Phan Thuy Thanh toen het nieuws bekend raakte.

Volgens Pham klopt er niets van de bewering dat de Vietnamese regering de prijs voor een pond meerval artificieel laag houdt. Vraag en aanbod doen hun werk in Vietnam. Vietnam maakt al enkele jaren werk van een economisch hervormingsprogramma (‘doi moi’) dat een geleidelijke liberalisering inhoudt van de prijzen op de binnenlandse en de buitenlandse markt. Vu wijst erop dat Vietnam een vrijemarkteconomie met een socialistische oriëntatie heeft waar prijzen en lonen bepaald worden door de markt. Het is niet omdat Vietnam (veel) overheidsbedrijven telt, dat er geen vrije markt bestaat.”

Enkele vertegenwoordigers van het ministerie van Handel brengen volgende maand een bezoek aan Vietnam. De CFA is ervan overtuigd dat het niet veel zal veranderen aan de beslissing. De sanctie zal een welgekomen opluchting betekenen voor de meervalkwekers en -verwerkers en voor de duizenden arbeiders die de gevolgen van deze oneerlijke handelspraktijk hebben ondervonden.” De Amerikaanse meervalindustrie stelt zo’n 13.000 mensen te werk, in Vietnam zijn dat er zo’n 3 tot 400.000, zo meldde de ‘Arkansas Democrat-Gazette’ recent. Volgens die krant is de prijsdaling in de VS ook een gevolg van de overproductie.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift