Weinig hoop voor handelsgesprekken tussen Zuidelijk Afrika en Europa

De onderhandelingen over een economisch partnerschapsakkoord (EPA) tussen Zuidelijk Afrika en de Europese Unie beloven nog lang aan te slepen. De Europese onderhandelaars zijn gefrustreerd door de minieme vorderingen van de voorbije jaren en hebben het ook moeilijk met de eisen van Zuid-Afrika. Dat land is als handelspartner van een heel ander kaliber dan de overige landen in de regio.

Binnenkort komen de zeven landen van de Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap (SADC) die deelnemen aan de EPA-onderhandelingen samen om hun agenda af te werken voor een nieuwe onderhandelingsronde met de EU, later in september. De laatste echte discussie tussen de twee blokken vonden plaats in november vorig jaar, en sindsdien is er niet veel meer gepraat over het onderwerp.

“De steun van de kant van de EU is verdampt”, zegt Paul Kruger, een onderzoeker van het Centrum voor Handelsrecht in Kaapstad. “De EU richt zich nu meer op Aziatische landen.”

Aanslepende onderhandelingen

De EU onderhandelt al sinds 2002 over de handelsovereenkomsten die ze met de in zeven regionale groepen onderverdeelde voormalige Europese kolonies in Afrika, de Caraïben en de regio van de Stille Oceaan wil sluiten. De nieuwe overeenkomsten moeten de oude handelsafspraken vervangen die niet verenigbaar zijn met de regels van de Wereldhandelsorganisatie.

Van de SADC zijn het Angola, Botswana, Lesotho, Mozambique, Namibië, Swaziland en Zuid-Afrika die samen een handelsverdrag met Europa zouden moeten uitwerken. Botswana, Lesotho, Mozambique en Swaziland tekenden in 2009 een interim-verdrag met de EU dat tot verdeeldheid leidde in het Zuidelijk Afrikaanse kamp. Nu onderhandelt de EU weer met alle landen over een volwaardig verdrag, wat veel tijd in beslag neemt. 

In de EPA’s moeten onder meer afspraken komen over de geleidelijke vermindering van de invoerheffingen die de Afrikaanse partners de EU aanrekenen, en over de voortzetting van tolvrije toegang die de armste Afrikaanse landen nu tot de Europese markt genieten.

Zuid-Afrikaanse druk

Zuid-Afrika, veruit de sterkste economie in Zuidelijk Afrika, heeft een apart handels- en ontwikkelingsverdrag (TDCA) met de EU, dat in een wederzijdse afbouw van invoertarieven voorziet. Zuid-Afrika gebruikt de EPA-onderhandelingen om nog meer markttoegang voor zijn producten te verkrijgen. “De Zuid-Afrikanen proberen een nog betere toegang af te dwingen voor landbouwproducten uit de regio, maar de EU heeft het moeilijk haar lidstaten daarvan te overtuigen”, zegt Kruger.

“Zuid-Afrika heeft een lijst met voorstellen overgemaakt. De Europese UNie heeft er vijf maanden over gedaan om te antwoorden, en nu moeten de partijen discussiëren over wat er wordt aangeboden”, zegt Ndiitah Robiati, directeur van het Forum Landbouwhandel in Namibië.

De toenemende dominantie van Zuid-Afrika in de gesprekken zet opnieuw een rem op de onderhandelingen. Botswana, Mozambique, Lesotho en Swaziland willen vooruit. Angola neemt alleen als waarnemers deel. Namibië ondertekende in 2009 het interim-akkoord niet, “maar de bezwaren die het land toen had, zijn grotendeels aangepakt”, zegt Robiati. Er zijn vooral nog technische problemen op te lossen.

De schaduw van de WTO

Maar terwijl de EU makkelijk wat kan toegeven aan de kleine onderhandelingspartners, ligt dat bij Zuid-Afrika anders. “Brussel kan Zuid-Afrika onmogelijk dezelfde markttoegang bieden als de andere landen”, zegt Wallie Roux, een onafhankelijke handelsexpert uit Namibië. Die verschillende aanpak zorgt voor ergernis en wrijvingen in de Zuidelijk Afrikaanse Douane-unie die Zuid-Afrika met Swaziland, Lesotho, Namibië en Botswana verbindt.

Er zijn nog heel wat andere problemen op te lossen. Zuid-Afrika zegt bijvoorbeeld dat het zich aan de WTO-regels inzake beschermde geografische aanduidingen als champagne zal houden, en niet aan de strengere Europese regels, omdat die nog geen kracht van wet hebben.

Zuid-Afrika heeft ook andere opvattingen dan de EU over de bescherming van jonge sectoren en de afbouw van uitvoerheffingen. Volgens Robiati worden die meningsverschillen langzaam opgelost. Maar Roux zegt dat hij de indruk heeft dat “de EU de onderhandelingsagenda nog uitbreidt in plaats van de bestaande problemen op te lossen.”

Misschien houdt de EU de Zuidelijk Afrikaanse landen aan het lijntje om zo haar wil uiteindelijk beter te kunnen doordrukken. Voor de arme Afrikaanse landen staat immers de tolvrije export naar de EU op het spel. De huidige regeling is  niet te verenigen met de WTO-regels. De betrokken landen hebben van de WTO nog wat respijt gekregen, “maar het is genoeg dat één ander land, pakweg Panama of Indonesië kabaal maakt bij de WTO” om daar een einde aan te maken, zegt Robiati.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift