Weinig hoop voor ontvoerde kinderen in Mali

Nieuws

Weinig hoop voor ontvoerde kinderen in Mali

Weinig hoop voor ontvoerde kinderen in Mali
Weinig hoop voor ontvoerde kinderen in Mali

Issa Sikiti da Silva

22 maart 2013

Een van de zonen van Amina Diallo, de veertienjarige Salif, is al sinds augustus vorig jaar vermist. Ze denkt dat islamisten hem op weg naar de markt in Gao, in het noorden van Mali, ontvoerd hebben om hem in te lijven als kindsoldaat. Voor Salif en de tientallen andere kindsoldaten is er weinig hoop.

“Waar hij ook is, hij moet weten dat ik nog altijd bid dat hij levend en wel terugkomt”, zegt Diallo.

Door de Franse interventie kon het Malinese leger het noorden van het land heroveren in januari – het was meer dan een jaar bezet door militanten van Al Qaeda in de Islamitische Maghreb (AQIM) – maar nog steeds heerst chaos in het West-Afrikaanse land. Honderdduizenden mensen zijn op de vlucht, kinderen zijn vermist, en er is voedsel tekort.

Diallo en haar vier andere kinderen wonen nu bij familie in Bamako. Ze zijn uit Gao vertrokken in oktober. Maar ook al hoopt ze nog op de terugkeer van Salif, de kans is klein dat ze hem nog ziet. Van de lokale autoriteiten kreeg ze alleen te horen dat ze haar verlies betreurden, en dat het Malinese leger zijn best deed om de kinderen terug te vinden.

Seksslaven

Volgens Laura Blank van de christelijke hulporganisatie World Vision lopen kinderen nog steeds gevaar. “Kinderen die niet in de gaten worden gehouden, zijn ook kwetsbaar voor seksuele intimidatie en geweld. En zij kunnen ook nog steeds door gewapende groepen gerekruteerd worden als kindsoldaten.”

In een vorige maand gepubliceerd rapport van Human Rights Watch (HRW) staat dat zelfs kinderen van elf jaar aan het front vochten met de islamistische rebellen. Geschokte inwoners vertelden aan de mensenrechtenorganisatie dat ze na de gevechten de lichamen van kindsoldaten hebben gezien in bloedplassen. Volgens het VN-Kinderfonds (Unicef) zijn vorig jaar minstens 175 kindsoldaten ingezet in het conflict.

Niet alle kinderen namen deel aan de gevechten. Sommige werden gebruikt als portiers, koks of spionnen, of ze werden aan de strijders aangeboden als seksslaven.

Minderjarige meisjes

Oumou Camara moest toekijken hoe zwaar bewapende mannen in Gao van deur tot deur gingen en haar zestienjarige dochter meenamen. Ze zochten naar minderjarige meisjes, weduwes en ongetrouwde vrouwen om “uit te huwelijken” aan de moedjahedien. “Ze namen mijn dochter mee met de wapens in aanslag en ze dreigden ermee ons dood te schieten als iemand in het huis bezwaar maakte”, zegt de moeder van zeven. “Ik heb haar nooit meer teruggezien.”

Camara heeft alle hoop opgegeven. “Wat kunnen de autoriteiten doen als ze zelfs hun eigen oorlog niet kunnen voeren? Ik sta machteloos en kan alleen hopen en bidden.”

Een reactie krijgen van de Malinese overheid is onmogelijk. Onafhankelijke reporters mogen het oorlogsgebied niet in. Wie “gevoelige informatie” publiceert, die tot een opstand zou kunnen leiden, loopt het risico opgepakt te worden.

Groeiende voedselcrisis

Hulporganisaties zijn ook bezorgd over de groeiende voedselcrisis. Oxfam International zegt dat prijzen de hoogte in geschoten zijn, met daarbovenop een graantekort op de markt. De prijs voor rijst is sinds oktober met meer dan 50 procent gestegen.

“Veel handelaars in de regio van Gao regio zijn vertrokken en/of hebben hun laatste voorraden in Gao aan de dorpen en gemeenschappen buiten de stad verkocht”, zegt Ilaria Allegrozzi, campagnemanager Mali van Oxfam International.

De bevolking heeft ook weinig cash omdat de banksystemen onderbroken zijn door het conflict. “De meeste mensen in de regio Gao hebben geen geld meer, ze hebben schulden, en ze hebben bezittingen verkocht – hun strategieën om te overleven raken uitgeput.”

Oxfam International wil voedselhulp bieden aan minstens 70.000 mensen. World Vision had in december bijna 130.000 mensen bereikt in Bamako, Segou en Sikasso, in het zuiden van Mali.