Wereldbank en IMF geven toe dat schuldvermindering geensuccesformule is

Het HIPC-programma van het Internationaal
Muntfonds (IMF) de Wereldbank werkt niet zoals het hoort, zo geven de
instellingen zelf toe. Zes jaar na de lancering van het programma, dat
bedoeld is om de multilaterale schuld van de armste landen te reduceren,
hebben nog maar vijf van de 26 landen die daarvoor in aanmerking komen
schuldvermindering gekregen. De 21 andere landen zitten nog in de procedure
en worstelen in de HIPC-wachtkamer met de economische hervormingen die het
programma hen oplegt.


In een nieuw rapport, ‘Een stand van zaken over de toepassing van HIPC’,
geven de twee internationale kredietinstellingen hun criticasters deels
gelijk. Van de 26 landen die het ‘beslissingspunt’ (wanneer schuldeisers
zich akkoord verklaren om onder voorwaarden schuldvermindering in het
vooruitzicht te stellen) voorbij zijn, hebben er slechts vijf ‘het eindpunt’
(de uiteindelijke kwijtschelding) bereikt. Een mager resultaat, en wat meer
is: acht op tien landen die het eindpunt voorbij zijn, zullen nog steeds
gebukt gaan onder bilaterale en andere schulden, zo geeft de Wereldbank voor
het eerst toe.

Twee van de vijf hebben een goed uitgangspunt om op lange termijn hun
schuld onder controle te houden, maar de toestand van de andere twee is
minder duidelijk, zegt het rapport. Het vijfde land, Burkina Faso, heeft
deze maand net de eindstreep gehaald.

Lobbygroepen die ijveren voor een kwijtschelding van de schuld van de
ontwikkelingslanden en verschillende denktanks menen dat HIPC hooguit een
grote druppel op een heter wordende plaat is. Ze hekelen daarbij dat de
vermindering van de schuld verbonden is aan een structurele hervorming van
de economie. Eén doel daarbij is vrijmaking van de handel. En dat, zeggen de
critici van de Wereldbank, betekent de doodsteek voor de lokale
producenten, die niet kunnen concurreren met producten uit het buitenland.

De Uitvoerende Raad van het IMF gaf maandag toe dat de armste landen de
afgelopen weinig tot geen extra inkomsten uit de export hebben gehaald. De
structurele aanpassingsprogramma’s (sap’s) die moesten zorgen voor een
toename van de export, hebben volgens het IMF wel een heilzaam effect gehad,
maar dat is volledig tenietgedaan door de groeivertraging van de
wereldeconomie, versterkt door de aanhoudende daling van de prijs voor
grondstoffen en voedsel op de internationale markt. Door de tegenvallende
inkomsten konden de HIPC-landen minder aflossen dan voorzien was door het
IMF.

De Wereldbank en het IMF denken aan een bijkomende lening aan landen die
zwaar getroffen werden door economische tegenvallers waar ze zelf niet
verantwoordelijk voor zijn. Die noodhulp zou land per land worden toegekend.
Het IMF benadrukt dat regeringen die haar aanbevelingen niet hebben
opgevolgd, niet in aanmerking komen.

Een bijkomend probleem is dat vele private schuldeisers weigeren mee te doen
aan het programma. Er zijn ook problemen met de crediteurs die al toegezegd
hebben, zegt Jacob Kolster, de programmacoördinator van HIPC.

Ondanks de moeilijkheden wil de Wereldbank niettemin nog meer Afrikaanse
landen opnemen in het HIPC-programma. Onder meer Burundi, Congo (DRC),
Liberia, Soedan, Somalië en andere landen willen de wachtkamer van het
HIPC-programma binnen. De kandidaten hebben één zaak gemeen en dat is
gewapende conflicten, een administratie in verval en een erg moeilijke
economische situatie, zegt Kolster.

Paul Martin, de Canadese minister van Financiën, kondigde deze week aan dat
schuldvermindering voor de arme landen op de agenda staat van de top van de
G-7, de zeven rijkste industrielanden, wanneer die in juni vergaderen in
Canada.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift