Wereldbank geeft groen licht voor omstreden pijplijnproject in Tsjaad en Kameroen

De directieraad van de Wereldbank heeft financiële steun toegezegd aan de bouw van een duizend kilometer lange pijplijn van de olievelden in het zuiden van Tsjaad naar de havens van Kameroen aan de Atlantische Oceaan. Een onafhankelijk panel van experts van de Wereldbank had eerder nochtans zware bedenkingen bij het plan geformuleerd. Kritische ngo’s vrezen een herhaling van de scenario’s in Nigeria en Angola, waar de oliedollars in de zakken verdwijnen van een corrupte elite.


Het vier miljard dollar kostende project is een initiatief van de oliegroep Exxon-Mobil en de grootste privé-investering in Afrika bezuiden de Sahara. Op 25 jaar tijd moet het Tsjaad twee miljard dollar opleveren en Kameroen 500 miljoen dollar aan transportrechten. De bijdrage van de Wereldbank is relatief beperkt, 140 miljoen dollar. Voor de privé-partners, waaronder ook Chevron Texaco en het Maleise Petronas, betekent de deelname van de Wereldbank evenwel een belangrijke garantie voor medewerking en transparantie vanwege de regeringen van Tsjaad en Kameroen. Beide landen zijn economisch afhankelijk van steun van de Wereldbank.

In juli formuleerde een onderzoekspanel van de Bank nochtans een aantal bezwaren tegen het project. De impact van de pijplijn op het milieu zou onvoldoende zijn onderzocht en er zou te weinig geld gaan naar de bewoners van de olieproducerende Doba-streek in het zuiden van Tsjaad. Volgens Wereldbankbaas James Wolfensohn worden de bevindingen van het panel nu gebruikt om het project bij te sturen. Tegen april 2003 is een rapport beloofd over de impact op het milieu.

Ngo’s hebben daar zo hun twijfels over en vrezen vooral in Doba voor grote ecologische en sociale problemen. Het antwoord van de directeurs op de bevindingen van het panel is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Het ontbreekt aan substantiële en doortastende oplossingen voor de problemen die de kop opsteken, zegt Karinna Horta van Environmental Defense. Het begin van de werken aan de pijplijn zorgt volgens Horta voor hogere voedselprijzen, hongersnood en sociale spanningen. De lokale infrastructuur is niet voorzien op de spontane toevloed van mensen, die in geïmproviseerde kampen wonen. Het onderwijssysteem komt in de problemen omdat leraars en oudere leerlingen massaal aan de slag gaan bij buitenlandse oliebedrijven.

Er is ook kritiek op de trage implementatie van het mechanisme dat de Wereldbank heeft opgezet om de inkomsten van het project te verdelen. Bedrijven die olie oppompen moeten de vergoedingen storten op een bankrekening die door een onafhankelijk comité van de Wereldbank wordt beheerd. De regeringen van Tsjaad en Kameroen kunnen aanspraak maken op het geld op voorwaarde dat 80 procent wordt besteed aan gezondheidszorg, onderwijs, plattelandsontwikkeling, wegenbouw en watervoorziening. Vijf procent is bestemd voor de olieproducerende streek Doba.

De realisering van deze hele constructie hinkt echter achterop bij de bouw van de pijplijn, die eind 2003 al in gebruik kan worden genomen. Het onderzoekspanel van de Wereldbank zei te vrezen dat de verdeling van de oliedollars in het honderd zal lopen. Ngo’s voorspellen een herhaling van de scenario’s in Angola, Nigeria en Gabon, waar de oliedollars in de zakken verdwijnen van de heersende politieke klasse en de lokale bevolking, zoals het Ogonivolk in de Nigerdelta, het slachtoffer wordt. Het pijplijnproject wordt niettemin vurig verdedigd door de directie van de Wereldbank en de regering van de Verenigde Staten. Zij verzekeren dat er een nog nooit geziene inspanning zal worden geleverd om de bevolking van Tsjaad te laten profiteren van de olierijkdom, in het bijzonder de mensen van Doba.



Xml=3

Ref: if af en

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift