WHO laat ontwikkelingsthema's verzanden

Deelnemers aan de multilaterale onderhandelingen die
in de schoot van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) worden gevoerd,
waarschuwen dat het bijna onmogelijk is nog de tussentijdse deadline te
halen voor enkele van de thema’s die de ontwikkelingslanden het meest
interesseren. De gesprekken over een voorkeursbehandeling voor de armste
landen en het opengooien van de markten in de industrielanden voor
textielproducten uit het Zuiden, vorderen aan een slakkentempo.


De ontwikkelingslanden merken een gebrek aan enthousiasme bij bepaalde
lidstaten om thema’s te bespreken die (voor ons) een hoge prioriteit
hebben, stelt K.M. Chandrasekhar, het hoofd van de Indiase delegatie.
Chandrasekhar zegt bij de rijke landen ook veel voorbeelden te zien opduiken
van eenzijdige protectionistische actie als hun eigen industrieën ook maar
enigszins bedreigd worden.

De Wereldhandelsorganisatie lanceerde vorig jaar november in Doha een nieuwe
ronde van multilaterale handelsbesprekingen die zou moeten uitmonden in een
verdergaande liberalisering van de internationale handel. Er werd
afgesproken dat de Algemene Raad van de WHO tegen 31 juli een rapport zou
ontvangen met aanbevelingen over een speciale en gedifferentieerde
behandeling die zouden gelden voor de armste landen. Het verslag zou ook
voorstellen moeten bevatten voor bijkomende mechanismen om
ontwikkelingslanden meer te doen participeren aan de wereldhandel.

Het rapport moet worden geschreven door het WHO-comité voor Handel en
Ontwikkeling, dat voorgezeten worden door de Jamaicaan Ransford Smith. De
redactie is een aartsmoeilijke opgave, want de tekst over de complexe
thema’s moet aanvaardbaar zijn voor de 144 WHO-lidstaten met hun
uiteenlopende belangen. Het comité heeft meer dan 80 tekstvoorstellen
binnengekregen, wat de taak niet bepaald eenvoudiger maakt. Chandrasekhar is
boos over de vertraging die het werk in het comité heeft opgelopen. We zijn
nog niet in staat geweest ook maar één van de tekstvoorstellen grondig te
bespreken, klaagt hij.

Het principe van de speciale en gedifferentieerde behandeling van WHO-leden
vertrekt van de vaststelling dat de economische macht van de WHO-leden sterk
uiteenloopt en dat de lidstaten ook voor verschillende problemen staan. Maar
volgens de Britse hulporganisatie is het principe volkomen uitgehold. De
meeste WHO-overeenkomsten staan ontwikkelingslanden alleen een iets langere
tijd toe om afspraken uit te voeren, zegt Céline Charveriat, de
vertegenwoordigster van Oxfam in Genève.

Een ander discussiethema waarrond tegen eind juli een voorstel op tafel zou
moeten liggen maar waarover de gesprekken hopeloos vastgelopen lijken, heeft
betrekking op de handel in textiel. De deelnemers aan de ministeriële
WHO-conferentie in Doha hadden de WHO-raad voor de Handel in Goederen
opgedragen aanbevelingen uit te werken voor een stijging van de importquota
die de geïndustrialiseerde landen nu hanteren om de import van textiel uit
het Zuiden af te remmen.

Maar Peter Allgeier, de adjunct-handelsvertegenwoordiger van de VS, heeft
zonder er doekjes om te winden verklaard dat zijn land niet zal toelaten dat
er over dit onderwerp een consensus tot stand komt die zou toelaten
aanbevelingen te formuleren. Allgeier stelde dat de Amerikaanse
textielindustrie al ingrijpende herstructureringen achter de rug heeft die
een half miljoen arbeidsplaatsen hebben gekost.

Voor de ontwikkelingslanden levert de textielsector de hoogste
exportinkomsten op van alle nijverheidstakken. Maar de inkomsten zouden nog
veel hoger kunnen liggen als de VS en de Europese Unie geen quotasystemen
zouden hanteren waarme ze hun eigen producenten beschermen. Het WHO-akkoord
over Textiel en Kleding stelt dat die quota’s geleidelijk moeten worden
afgebouwd tussen 1995 en 2005. Maar de importlanden maken gebruik van elk
achterpoortje in de overeenkomst om de liberalisering op de lange baan te
schuiven, oordeelt Oxfam-experte Charveriat. Zo nemen ze systematisch eerst
alle producten uit het quotasysteem die toch nauwelijks gemaakt worden in
ontwikkelingslanden, zoals bijvoorbeeld parachutes.

Volgens een Latijns-Amerikaanse onderhandelaar die niet wil genoemd worden,
is het aan de VS, de Europese Unie, Japan en Canada om voor een doorbraak te
zorgen zodat de deadline van 31 juli toch nog kan worden gehaald. Hopelijk
komen ze spoedig met een concreet voorstel voor de dag - anders loopt het
hele onderhandelingsproces vast.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift