Amos Oz en Jhumpa Lahiri: taal geeft toegang tot nieuwe landen en oude wijsheid

Het belang van taal voor identiteit en toebehoren kan moeilijk overschat worden, maar het wordt wel vaak verkeerd begrepen. Twee boeken die niet over Vlaanderen of integratie gaan helpen de lezer daar zindelijk over te denken.

  • CC Pierre Metivier (CC BY-NC 2.0) CC Pierre Metivier (CC BY-NC 2.0)
  • CC Robbert Van der Steeg (CC BY-SA 2.0) CC Robbert Van der Steeg (CC BY-SA 2.0)

‘Onze genealogie is geen bloedlijn maar een tekstlijn’, schrijven vader en dochter Amos Oz en Fania Oz-Salzberger in Joden en woorden. Hun centrale stelling is dat het Joodse volk de betekenis van zijn bestaan én de kracht voor zijn overleven put uit woord en tekst.
‘Als het Woord – gesproken en geschreven, gereciteerd en aangehaald – de ware sleutel is tot het voortbestaan van de Joden, dan moet worden afgezien van iedere poging een fysieke geslachtslijn van de Joden vast te stellen of te verwerpen’, zeggen de auteurs.

Zij positioneren zich uitdrukkelijk als niet-gelovige Joden, die wél actief omgaan met de geschreven teksttradities van het Joodse volk.

Taal en gemeenschap

Een essentieel kenmerk van de Joodse omgang met taal en tekst is dat er altijd een spanning bestaat tussen enerzijds kennis en rituele overdracht van de woorden en anderzijds tegenspraak en interpretatie. Voor vader en dochter Oz zijn Torah, Talmoed en Misjna geen goddelijke – en dus onwrikbare – teksten, maar diepmenselijke verhalen over de zoektocht naar god, of de mens, al naar gelang van de overtuiging van de lezer. ‘Iedere keer wij, of u, of de rabbijn, of de dochter van de rabbijn een tekst lezen, herschrijven wij die naar ons evenbeeld… Zelfs wanneer we de oude woorden letterlijk herhalen zijn het niet de oude woorden meer maar nieuwe, van ons, naar ons evenbeeld, in onze context.’

‘Een levende beschaving is voortdurend het toneel van botsende interpretaties.’

De Joodse omgang met de sacrale teksten en hun onderwerpen – profeten en kleingelovigen, heersers in naam van het geloof en de Onnoembare zelf – impliceert volgens de auteurs onderzoek, kritiek en bijtende spot. Een van de vele voorbeelden die ze daarvan geven, is het verhaal van het dispuut over de oven van Achnai. De redetwistende rabbi’s in dit verhaal uit de Talmoed zetten zelfs Jahweh op zijn plaats als hij ten gunste van rabbi Eliëzer tussenbeide komt: het is niet aan de hemel om een rationeel argument onder mensen te beslechten.

De passage staat ook symbool voor wat de auteurs omschrijven als de omgang van Joden met woorden: na de vernietiging van de tweede tempel zijn woorden en teksten het enige wat heilig bleef in de Joodse traditie, maar ze zijn tegelijk instrument en plaats van eeuwigdurend debat. ‘Een levende beschaving is voortdurend het toneel van botsende interpretaties, invloeden van buitenaf en verschillende accenten, van een niet-aflatende strijd om wat het koren is en wat het kaf.’

Taal kan alleen betekenisvol zijn binnen een gemeenschap, schreef de Oostenrijks-Britse filosoof Ludwig Wittgenstein in zijn Filosofische onderzoekingen. Zowel woorden als denken zijn afhankelijk van een “communicatieve gemeenschap”, stelde hij. Een privétaal is een contradictio in terminis. Het zal wel geen toeval zijn dat Wittgenstein een uitgebreide joodse stamboom had, al werd hij zelf gedoopt als rooms-katholiek.

De taal en de spreker

‘In wezen is de betekenis van een woord, net als die van een persoon, iets eindeloos en onuitsprekelijks.’

‘Alleen woorden zijn voor mij echt, want die zijn blijvend. Die hebben een macht, een waarde die ons overstijgt’, schrijft Jhumpa Lahiri in Met andere woorden, het boek waarin ze verslag doet van haar migratie naar een nieuwe taal, en daardoor naar een nieuwe communicatieve gemeenschap. ‘De taal is een spiegel, de voornaamste metafoor. Want in wezen is de betekenis van een woord, net als die van een persoon, iets eindeloos en onuitsprekelijks.’

Lahiri werd geboren uit Bengaalssprekende ouders, maar groeide op in de Verenigde Staten. Ze werd wereldberoemd als auteur van korte verhalen (Vreemd land en Een tijdelijk ongemak) en romans (De naamgenoot en Twee broers) die ze schreef in het Engels. Ze besluit Italiaans te leren en zelfs te verhuizen naar Rome, waar ze haar eerste boek in het Italiaans schrijft: een dagboek over haar taalmigratie.

Een nieuwe taal opent perspectieven en beperkt je mogelijkheden. Lahiri gebruikt in het midden van het boek het beeld van de nimf Daphne uit Ovidius’ Metamorfosen, die op haar vlucht voor Apollo verandert in een laurierboom. Die metamorfose bevrijdt haar van de ongewilde avances, maar sluit haar ook op in de nieuwe gedaante.

Schrijven in het Italiaans is voor Lahiri herboren worden, maar ook: ‘Ik kan me niet meer zo bewegen als eerst, niet zoals ik me in het Engels kon bewegen. Nu is er een nieuwe taal, het Italiaans, die me bedekt als een soort boomschors. Daaronder zit ik: vernieuwd, gevangen, opgelucht, ongemakkelijk.’

Uiteindelijk is de zoektocht naar een nieuwe taal voor de auteur ook een uitweg uit het oude dilemma dat ze als kind beleefde: ze wilde perfect Bengaals spreken om haar ouders te behagen, maar ze wilde ook Amerikaans Engels spreken zoals alle kinderen van de klas, om deel te zijn van hun wereld. Maar ‘geen enkele onderwijzeres op school en geen enkel vriendinnetje was ooit nieuwsgierig naar het feit dat ik nog een andere taal sprak’.

De onopgeloste vraag blijft of een individu zijn eigen gemeenschap kan kiezen door woord voor woord de “communicatieve gemeenschap” van de sprekers van een bepaalde taal binnen te stappen. Want ‘een moedertaalspreker kan je nooit tegenspreken’, stelt Lahiri vast.

Maar de uitsluiting gaat verder dan dat. ‘Dit is de grens die ik nooit zal kunnen overschrijden. De muur die altijd tussen mij en het Italiaans zal blijven staan, hoe goed ik het ook kan leren. Mijn uiterlijk.’ Haar Indiase uiterlijk zorgt ervoor dat de Italianen haar Italiaans slechter begrijpen dan het Spaans van haar zuidelijk uitziende, Amerikaanse man.

Daarmee krijgt het uiterst persoonlijke verslag van een succesvol auteur die helemaal opnieuw moet beginnen tegelijk een zeer maatschappelijke betekenislaag. ‘Een vreemde taal leren is een essentiële manier om in een nieuw land te integreren met nieuwe mensen. Het maakt contact mogelijk. Zonder de taal heb je niet het gevoel dat je er mag zijn, dat je gerespecteerd wordt. Je blijft zonder stem, zonder macht.’

Perspectieven openen

CC Robbert Van der Steeg (CC BY-SA 2.0)

 

‘De taal komt me voor als een waterval. Ik heb niet elke druppel nodig, maar toch blijf ik dorst hebben.’ Die zin uit Met andere woorden had ook uit Joden en woorden kunnen komen. Taal en tekst zijn de bouwstenen waarmee zowel individuen als volkeren de zin van hun bestaan construeren. De herhaling van oude woorden kan dezelfde functie hebben als de ontdekking van volkomen nieuwe woorden: het – opnieuw – openen van perspectieven op het zelf en op de samenleving. Maar die zelfde woorden kunnen ook precies het tegenovergestelde opleveren: tunnelvisies of uitsluiting.

Het is de verdienste van deze twee boeken dat ze op heel persoonlijke wijze de worsteling van schrijvers weergeven met die tegengestelde mogelijkheden van taal. Als de Vlaamse beleidsmakers ook eens een manier zouden vinden om minder eenzijdig en rechtlijnig te denken over het belang van taal, dan kreeg onze zeer divers geworden samenleving misschien ook meer het karakter van poëzie en minder van een ambtelijke verordening.

Met andere woorden door Jhumpa Lahiri is uitgegeven door Atlas Contact. 170 blzn. ISBN 978 90 254 4507 2

Joden en woorden door Amos Oz en Fania Oz-Salzberger is uitgegeven door De Bezige Bij. 272 blzn. ISBN 978 90 234 8366 3

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur