Vergeet Facebook en Amazon. Deze Chinees gaat de wereld veroveren.

Alibaba is meer waard dan Facebook, doet betere zaken dan eBay, maakt meer winst dan Amazon. Het Chinese internetbedrijf heeft mondiale ambities maar opereert vanuit een land waar de overheid het internet strak controleert. De Nederlandse journalist Hans Moleman schreef met ‘De rode miljardair’ een boek over ceo Jack Ma. MO* selecteerde enkele fragmenten uit het boek.

  • © Alibaba Jack Ma, de 'rode miljardair'. © Alibaba
  •  nosillacast (CC by-nc-sa 2.0) Jack Ma, ceo van Ali Baba. nosillacast (CC by-nc-sa 2.0)
  • © Alibaba Selfie van Jack Ma met de Britse premier David Cameron. © Alibaba
  • Thomas Lombard (CC by-sa 3.0) Het hoofdkwartier van de Alibabagroep. Thomas Lombard (CC by-sa 3.0)
  • © Alibaba Lu Wei, een van de meest ervaren spindoctors van China. © Alibaba
  • © Alibaba Jack Ma Goes Punk. © Alibaba

Alibaba heeft er vijftien jaar over gedaan om China te veroveren, en nu is de wereld aan de beurt. Ruim een half miljard Chinezen winkelen al op websites van Alibaba, het doel is daar wereldwijd nog eens anderhalf miljard klanten aan toe te voegen. Als het aan Jack Ma ligt krijgt de Zijderoute, de historische handelsroute tussen oost en west, met zijn lange konvooien van stoffige kamelen en trage pakezels, in de 21ste eeuw een razendsnelle opvolger: een virtuele Zijderoute van mobiele winkel-apps.

De nieuwe missie in Hangzhou is wereldwijd opererende handelssites ontwikkelen. ‘We zijn een internetbedrijf dat toevallig in China zit’, zegt Ma begin 2015 in een lang interview met Charlie Rose op het World Economic Forum in Davos. ‘We kunnen Noorse kleine ondernemers helpen spullen te verkopen aan Argentinie, en Argentijnse klanten kunnen online winkelen in Zwitserland.’

Een soort “e-WTO” noemt hij het, een online wereldhandelsorganisatie. ‘Maar de WTO helpt grote bedrijven. Tegenwoordig kan het internet kleine bedrijven steunen bij internationaal verkopen. Ik hoop daarmee twee miljard consumenten te bereiken en tien miljoen kleine ondernemers te helpen.’

Thomas Lombard (CC by-sa 3.0)

Het hoofdkwartier van de Alibabagroep

Ma heeft in Davos voorbeelden paraat om sceptici te overtuigen. Via Alibaba’s handelssite Tmall.com verkopen vishandelaren in Alaska al zalm aan China. Kersenboeren in de staat Washington verkochten al meer dan honderd ton fruit direct aan Chinezen, die online bij hen bestelden. De zalm en de kersen worden binnen een week afgeleverd, aldus de voorman van China’s grootste internethandelsconcern.

‘Als we zeevruchten en kersen kunnen verkopen, waarom zouden we dan niet meer Amerikaanse en Europese kleine ondernemers kunnen helpen met verkoop in China. China kan het goed gebruiken. Er zijn twee miljard klanten in China en andere opkomende landen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ze hun spullen eenvoudig overal in de wereld kopen?’

‘Als we een wereldbedrijf willen zijn, behoort de helft van onze omzet van buiten China te komen. Nu is dat minder dan vijf procent’

Daar zit de groei van de e-commerce, zegt Ma. Hij taxeert dat Alibaba daarom anno 2015 eigenlijk nog maar aan het begin staat van zijn ontwikkeling. ‘Vergeleken met vijftien jaar geleden zijn we groot. Maar als je kijkt naar de komende vijftien jaar zijn we nog een baby.’ De internationale handel is essentieel voor de verdere groei van Alibaba: ‘Als we een wereldbedrijf willen zijn behoort de helft van onze omzet van buiten China te komen. Nu is dat nog minder dan 5 procent.’

Tangle Teezer

De internationale boodschap wordt in maart in Shanghai herhaald als hij prins William ontmoet op het Great Festival of Creativity, een verkoopshow voor Britse bedrijven en producten. ‘Mijn eerste markt is Europa’, betoogt Ma. China zal volgens hem op termijn een middenklasse hebben van meer dan 200 miljoen mensen. ‘Deze mensen willen producten van hoge kwaliteit en goede service, en ik zie China het nog niet zomaar leveren. Terwijl Europa dat wel te bieden heeft. Jullie hebben producten die heel creatief zijn, goede en gezonde spullen en dienstverlening. China heeft jullie nodig, en jullie hebben China nodig.’

© Alibaba

Selfie met de Britse premier David Cameron

‘China heeft jullie nodig en jullie hebben China nodig’

En Alibaba heeft daar het online verkoopplatform voor: Tmall. Daar zitten begin 2015 bijvoorbeeld 130 Britse bedrijven op, zoals Burberry, Church’s en Dyson. Een bescheiden start, maar de groei zit er in, zegt Hangzhou. Britax, van de veilige kinderzitjes voor in de auto en wandelwagens, verkoopt inmiddels aardig aan de Chinese middenklasse, net als TangleTeezer met zijn haarborstels die worden gebruikt door Kate Middleton en Victoria Beckham. Britse bestsellers in China, dankzij Tmall.

Europa is voor Alibaba nog een opkomende markt, maar elders in de wereld is Jack Ma al verder. Zo is AliExpress met websites in het Spaans, Portugees en Russisch inmiddels de belangrijkste online winkel voor Russen en Brazilianen die Chinese spullen willen kopen. In India is Alibaba de markt aan het verkennen. China’s grote buurman aan de andere kant van de Himalaya’s heeft de meeste internetgebruikers na China en de VS, maar online handel is er nog niet zo wijd verbreid.

Ma heeft in India het oog laten vallen op Snapdeal. De eerste onderhandelingen over een investering liepen in het voorjaar van 2015 echter op niets uit, omdat de Indiase eigenaren een te hoge waarde aan hun bedrijf zouden toekennen. Snapdeal is de derde handelswebsite van India, na Flipkart en Amazon. Alibaba heeft via Ant Financial Services begin 2015 wel voor ruim een half miljard dollar 25 procent gekocht van One97 Communications, een bedrijf dat betaaldienst Paytm beheert, een mobiele app die inmiddels door ruim twintig miljoen Indiers wordt gebruikt voor online betalingen.

Indonesie is de jongste halteplaats op Ma’s virtuele Zijderoute. Alibaba ziet in het zuid-Aziatische eilandenrijk een mooie uitdaging: met 250 miljoen inwoners het vierde land ter wereld, ruim zeventig miljoen internetgebruikers en veel groeipotentieel voor online shoppen.

AliExpress heeft een website in Bahasa Indonesia en Engels opgezet met producten die zijn afgestemd op lokale voorkeuren, en begin 2015 zijn banden gesmeed met lokale bedrijven om betaling eenvoudiger te maken. Onderwijl werkt China Smart Logistics, een halve Alibaba-dochter, met Singapore Post (waar Ma ook een aandeel in heeft) en Indo Post aan snellere bezorging.

Het mag geen eenrichtingsverkeer vanuit China worden, verzekert het hoofdkantoor in Hangzhou. Als de site eenmaal goed draait zullen ook Indonesische verkopers en bedrijven worden opgenomen. “Met de grootste moslimbevolking ter wereld zou Indonesie AliExpress kunnen benutten om bijvoorbeeld halal voedselproducten wereldwijd te verkopen”, meldt de nieuwe Alibaba-manager in Jakarta wervend.

….

Internet met Chinese karakteristieken

Voor Jack Ma mag het internet allereerst handel in spullen en amusante content zijn, voor China speelt er veel meer. Het internet is een kwestie van nationaal belang, een medium dat nauwlettend bewaakt dient te worden, vindt de regering. Dat gebeurt door een nieuw staatsorgaan waar alle internetbedrijven, van Alibaba, over Tencent en Baidu tot LinkedIn en Google, terdege rekening mee hebben te houden: de Cyberspace Administration of China.

De CAC is niet minder dan een speciaal ministerie van Internetzaken, inclusief eigen online bewakingstroepen. Het ministerie presenteert zich begin 2015 in Peking aan de buitenwereld met een eigen strijdlied, op marsmuziek uitgevoerd door het CAC-personeelskoor:

Met grote toewijding waken wij dag en nacht over ons domein
Plichtsgetrouw, terwijl de zon opgaat in het oosten
Elke dag innoverend, met schitterende helderheid
Als een warme zonnestraal die het hart raakt
Onze eenheid versterkt alles wat groeit en bloeit
Door onze inzet wordt het dorp dat wereld heet de mooiste plek op aarde

Refrein:
Een internetmacht:  waar het internet is, is de glorieuze droom
Een internetmacht:  in cyberspace denken we aan thuis
Een internetmacht:  laat de wereld weten dat de Chinese droom ons verheft
Een internetmacht:  ik sta pal voor mijn land in de wereld…

De bedrijfshymne weerspiegelt de bijna militaire opdracht die de Chinese censuur heeft: het eigen internet verdedigen. China heeft het volste recht dat net naar eigen goeddunken in te richten, is de vaste overtuiging van de autoriteiten in Peking.

Peking wil geen wereldwijd internet maar een intranet.

Lu Wei, de directeur van de Cyberspace Administration, legt het in februari 2015 haarfijn uit aan een gehoor van buitenlandse diplomaten, zakenlieden en journalisten, op een staatsbanket ter gelegenheid van het begin van het Jaar van het Schaap in het Diaoyutai state guest house in Peking:

‘We leven in een gemeenschappelijke online wereld. Deze wereld bestaat uit de internetten van verschillende landen, en ieder land heeft zijn eigen onafhankelijke en autonome belang in soevereiniteit op het internet, in veiligheid en ontwikkeling van het net. Alleen als ik mijn eigen internet goed bestuur, en u uw eigen internet op de juiste manier bestuurt, kan de online wereld werkelijk veilig, ordelijk en mooi zijn.’

Remcontrole

De boodschap is duidelijk: het internet moge een wereldwijd medium zijn, maar in China is het zoals alle andere media, van boeken en kranten tot radio en televisie, geheel ondergeschikt aan de staatsveiligheid. Lu is een man van aardse vergelijkingen, en daarom vergelijkt hij het internet graag met een auto. Auto’s hebben remmen nodig, anders zijn ze niet veilig -en zo is het ook met het internet.

Auto’s hebben remmen nodig, het internet ook

De online gemeenschap heeft volgens de CAC-voorman strikte controle nodig, een sterke partij die op de rem gaat staat, anders wordt het een rommeltje. Het nationaal belang staat daarbij voorop -en wat dat belang inhoudt wordt in China bepaald door mensen als Lu, gezagsdragers van de eenpartijstaat.

Steile loopbaan

Lu Wei, een van de meest ervaren spindoctors van China

Lu Wei (1960, Chaohu, provincie Anhui) is een fascinerende figuur. Hij is niet zomaar een grijze bureaucraat, maar een van de meest ervaren spindoctors van China, een man uit de provincie die zich gestaag opwerkt tot mediastrateeg en vertrouweling van de hoogste partijleiding.

Lu studeert journalistiek aan een kleine universiteit in het diepe binnenland, werkt daar als leraar en wordt daarna als trouw partijlid chef propaganda van een staatsfabriek. Vervolgens wordt hij hoofdredacteur van een provinciale krant, de Guangxi Legal Daily, en van daar stapt hij over naar het invloedrijke staatspersbureau Xinhua (Nieuw China).

In 2004 wordt Lu naar Peking geroepen, waar hij als tweede man van Xinhua een machtige functionaris wordt. Op deze centrale post boetseert hij het imago van de toenmalig premier Wen Jiabao. Wen wordt door mannetjesmaker Lu geprofileerd als man van het volk, een mens van vlees en bloed tussen de afstandelijke houten klazen van het Politbureau.

Voordat hij in 2013 overstapt naar de nieuwe internetpolitie is Lu nog twee jaar chef propaganda van de Chinese hoofdstad. In die functie verklapt hij hoeveel personeel er in totaal in Peking in het propagandasysteem werken: niet minder dan zestigduizend ambtenaren, die verder een beroep kunnen doen op een slordige twee miljoen vrijwilligers. Deze mensenmassa wordt voor allerlei hand- en spandiensten ingezet, van burgerwacht lopen in de wijk tot meedoen in het Fifty cent army. Dat zijn Chinezen van jong tot oud die tegen een kleine vergoeding op online fora en chatrooms vaderlandslievende geluiden laten horen.

Twee miljoen Chinezen die tegen een kleine vergoeding vaderlandslievende geluiden laten horen op online fora

‘Versterking van de positieve kanalisering van hete hangijzer-kwesties’, heten dergelijke werkzaamheden op de burelen van de internetpolitie. Bewakingsambtenaren en vrijwilligers dienen daartoe de laatste jaren vooral op Weibo te letten, China’s eigen versie van Twitter. ‘Hou Weibo in de gaten, open een eigen Weibo-account, plaats reacties en onderzoek wat er verder op Weibo gebeurt’, zo omschrijft Lu als propagandachef van Peking het noeste handwerk van zijn leger van ondergeschikten. 

Dompteur

In 2013 wordt Lu Wei door Xi Jinping, die eind 2012 aantreedt als nieuwe partijleider en president van China, benoemd tot nationaal dompteur van de nieuwe media. Hij staat vanaf dat moment bijna dagelijks in contact met Xi, die zelf voorzitter wordt van Hoge Werkgroep voor Internetveiligheid, een nieuw partij-orgaan dat onderstreept hoeveel belang China’s leiders hechten aan controle van het net. Lu wordt directeur van het secretariaat van deze werkgroep.

De vuistregels die Xi en Lu hanteren zijn hard en simpel:

  • Het moederland China behoort aan de communistische partij, die het Chinese volk bestuurt volgens het Confuciaanse gedachtengoed: als een vader die het beste weet hoe de kinderen beschermd moeten worden. Van de kinderen wordt natuurlijk verwacht dat ze gehoorzamen.
  • Het moederland heelft kernwaarden die verschillen van andere naties. China respecteert die verschillen en eist hetzelfde respect terug.
  • China’s ware vrienden, degenen die de Chinese binnenlandse politieke normen respecteren en volgen, zijn welkom in het moederland. Zij mogen er zaken doen.

Hier spreekt de autoritaire staat die China sinds mensenheugenis is -wie mocht denken dat het een communistische maatschappij is omdat de leidende partij dat etiket nog gebruikt, heeft gemist wat sinds 1980 in het Rijk van het Midden is gebeurd. Het communisme is praktisch verdwenen, behalve in naam.

Mao’s rode boekje is vervangen door een hybride handvest, dat een mix van nationalisme en staatsgeleid kapitalisme voorschrijft.

Mao’s rode boekje is vervangen door een hybride handvest, dat een mix van nationalisme en staatsgeleid kapitalisme voorschrijft. Peking noemt het anders: socialisme-met-Chinese-karakteristieken. De leiding is in handen van een toplaag die ‘westerse’ democratische hervormingen ziet als een bedreiging voor het land en de eigen machtspositie.

Want stel dat die democratische verlokking erin zou slagen voldoende Chinezen het hoofd op hol te brengen: het kan leiden tot onrust die het grote China verscheurt. Dat zou een abrupt einde maken aan de Chinese droom van Xi: een sterke natie onder leiding van een machtige partij.

En dat is precies wat het perfide Westen wil, is de analyse op de partijburelen in Peking: herrijzend China weer op de knieën krijgen. Zie wat er met de Sovjet-Unie gebeurde -zover wil Peking het nimmer later komen.

Bijscholing

Jack Ma is een ondernemer die meermaals heeft laten blijken dat hij weinig opheeft met politici en bureaucraten.

Daarom moet het internet onder de duim worden gehouden: controle van de samenleving is cruciaal voor de verdere ontwikkeling van de welvaart van de grote Chinese natie. “Vrijheid betekent orde”, zo noemt Lu het.

In deze politieke omgeving moeten Chinese internetbedrijven opereren. Voor Jack Ma, een ondernemer die meermaals heeft laten blijken dat hij weinig op heeft met politici en bureaucraten, betekent het aanpassen en mooi opzitten, wanneer de partij dat vraagt.

De kopstukken van Alibaba, Baidu en Tencent kregen van een hoog partijkader uitgelegd wat er van hen wordt verwacht.

Zo was hij enkele jaren geleden van de partij toen het gezag in Peking de top van de Chinese internetindustrie bij elkaar riep voor een bijscholingssessie. De kopstukken van firma’s als Alibaba, Baidu, Tencent en Sohu kregen van een hoog partijkader nog eens uitgelegd wat er van hen wordt verwacht.

Houd je verre van politiek gevoelige zaken en blijf de content van je sites netjes zelf filteren volgens de richtlijnen van de censuur, krijgt het gezelschap online miljonairs te horen. Ze knikken braaf naar de partijbonzen, als kinderen naar hun vader. De sanctie op ongehoorzaamheid is allen bekend: wie niet luistert naar Peking kan zomaar zijn vergunning kwijtraken.

Zo dient de buitenwereld zich ook op te stellen, vindt Peking. Tal van westerse bedrijven verdienen aardig aan het Chinese internet, betoogt Lu op het Nieuwjaarsbanket. Ze moeten dus niet klagen dat ze zich in ruil daarvoor aan de lokale spelregels moeten houden. ‘Het klimaat waarin ze opereren is gunstig.’

Ruim 649 miljoen internetgebruikers, 1,2 miljard mobiele telefoongebruikers, 500 miljoen mensen die op Weibo en WeChat zitten, meer dan vier miljoen websites, een totale waarde van online transacties van 13duizend miljard yuan, vier Chinese bedrijven in de internationale top-10 van internetreuzen: het zijn resultaten die volgens de internetpolitiechef ‘nog eens onderstrepen hoe sterk, vastbesloten en correct het leiderschap van de Chinese Communistische Partij is’.

De inzet van de Chinese leiding is niet alleen het ‘eigen’ internet te controleren, maar ook meer greep te krijgen op het wereldwijde internet. In het najaar van 2014 organiseert de Chinese staat daarom de eerste World Internet Conference, waarvoor een duizendtal kopstukken uit de internationale internetwereld worden uitgenodigd. De VIP’s variëren van lokale grootheden als Jack Ma van Alibaba en Pony Ma van Tencent tot managers van Google, Amazon, Facebook en tal van Amerikaanse en andere durfinvesteerders die de ogen hebben gericht op de verdienmogelijkheden van het Chinese internet.

Ordehandhaving

Lu verklaart op de conferentie, in het historische stadje Wuzhen aan de oostkust bij Hangzhou, dat China een ‘multilateraal, democratisch en transparant systeem van internationaal internetbeheer’ wil opbouwen. De tijd dat het westen de dienst uitmaakt is voorbij, betoogt de internetchef van Peking: ‘De internationale online wereld gaat een nieuw tijdperk in van gedeelde voordelen en gedeeld beheer.’

Het klinkt op het eerste gezicht mooi, een democratisch en transparant internet, beheerd door alle naties ter wereld. Maar Lu bedoelt hiermee louter dat de autoriteiten in Peking een hoofdzetel opeisen aan tafel omdat China “een waarlijk grote internetnatie” is geworden. Wat vervolgens de agenda is, steekt hij niet onder stoelen of banken: op het internet dient de orde gehandhaafd te worden.

Het draait om vrijheid in gebondenheid, verklaart de Chinese internetchef in karakteristieke nieuwspraak:  ‘In de online wereld genieten alle mensen van vrijheid. Maar vrijheid en orde zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Orde is de garantie voor vrijheid. Als we de orde niet handhaven, bestaat vrijheid niet meer. Hoe meer vrijheid we krijgen, hoe meer orde we nodig hebben. Zoek een plaats waar geen orde is en je zult zien dat ook vrijheid ontbreekt.’

Landen en internetbedrijven behoren elkaar daarom te helpen bij de ordehandhaving op het net, houdt Lu zijn internationale gehoor voor.

Een globaal internet met goede remmen leidt volgens Peking naar “een prachtige toekomst” met de belofte van “welvaart voor iedereen”.

‘Wat we nodig hebben is wederzijds respect, wat we niet nodig hebben is grenzen overschrijden en inmenging in andermans zaken. De 1,3 miljard Chinezen kiezen er open en vol vertrouwen voor om over een eigen weg te reizen. Het is de juiste weg, die zij zelf kiezen. Ze zijn het grote project van de Chinese droom aan het realiseren. Ze nemen de weg van internetbeheer met Chinese karakteristieken.’

Een globaal internet met goede remmen leidt volgens Peking naar “een prachtige toekomst” met de belofte van “welvaart voor iedereen”. Maar wee degene die de orde dreigt te verstoren op het Chinese net: die pleegt een aanslag op de veiligheid en vrijheid van alle Chinezen en zal daar de gevolgen van moeten dragen.

Na de auto zoekt Lu de metafoor nu in de huiselijke kring: ‘Uw websites bevinden zich in uw huis. Ik kan geen websites verbieden in het huis van iemand anders. In China zijn we altijd hartelijk en gastvrij, maar ik kan wel kiezen wie ik als gast toelaat in mijn huis. Ik kan iemand anders niet veranderen, maar ik heb wel het recht mijn eigen vrienden te kiezen. Ik hoop dat allen die naar China komen vrienden zijn, echte vrienden.’

Zuckerberg

Een paar weken na zijn grote conferentie in Wuzhen reist Lu Wei al af naar de VS, om daar de Chinese “vrijheid is orde” boodschap nog eens te herhalen in het hol van de leeuw: bij de beleidsmakers van Washington en het bedrijfsleven van Silicon Valley.

In Washington wordt Lu met gepaste argwaan ontvangen -hij moet klachten incasseren over staatsgestuurde Chinese hackersgroepen en autoritair internetbeheer. Maar in Californië begint de zon te schijnen voor de internetchef uit Peking.

Mark Zuckerberg maakt de diepste buiging voor de Chinese internetkeizer

Bij alle firma’s waar hij langs komt wordt de rode loper uitgerold, maar van alle kopstukken van Silicon Valley maakt Mark Zuckerberg wel de diepste buiging voor de Chinese internetkeizer. De  voorman van Facebook heeft op zijn bureau niet toevallig het boek Xi Jinping: The Governance of China neergelegd, een dikke bundel speeches, commentaren en foto’s van de nieuwe Chinese leider.

Lu ziet het boek en lacht. Het moet een glorieus moment voor hem zijn om zo’n standaardwerk van de Chinese propagandamachine (“zaaddodende teksten”, recenseerde een in Peking gestationeerde buitenlandse diplomaat het kloeke boekwerk van 500 pagina’s) op tafel bij een van de helden van Silicon Valley aan te treffen.

Mark Zuckerberg zegt het boek van Xi gekocht te hebben voor zijn personeel, zodat ze ‘socialisme met Chinese karakteristieken beter gaan begrijpen’. Dat hij zijn best doet bij Peking in het gevlei te komen blijkt ook wanneer z’n firma de Facebook-pagina van de Tibetaanse schrijfster en activiste Tsering Woeser censureert. Zij had een verslag en een filmpje geplaatst over een monnik die zichzelf in brand steekt uit protest tegen de Chinese overheersing van Tibet.

Delete, want dat past niet bij onze “community normen”, zegt Facebook. Of het brownie points oplevert is de vraag. Facebook is net als Twitter al jaren verboden in China. Het heeft er alleen een kantoortje om advertenties te werven. Zuckerberg wil graag volledige toegang krijgen tot deze lucratieve markt, maar zijn er veel Chinese hoepels waar hij dan eerst doorheen moet springen.

Google heeft daar slechte ervaring mee: het probeerde het een aantal jaren met een aparte, gecensureerde zoekmachine voor China. Dat verhinderde niet dat het “Do no evil”-concern tegen een muur aan liep, waarna het zijn Chinese servers uit arren moede maar sloot en zich terugtrok op Hongkong. Gmail is daarna ook langzaam maar zeker afgeknepen door Peking.

De toenaderingspogingen van Facebook richting Peking oogsten kritiek van Chinese dissidenten. Een van hen, de naar de VS uitgeweken Hu Jia, zegt dat Zuckerberg moet oppassen dat hij niet, net als Yahoo, lelijk in de fout gaat. Yahoo gaf de Chinese autoriteiten in 2004 informatie over e-mails van een lastige Chinese journalist, die vervolgens een lange gevangenisstraf kreeg. Yahoo’s mede-oprichter Jerry Yang betuigde later alsnog zijn spijt tegen de familie van de gevangene.

De rode miljardair. Hoe Jack Ma met Alibaba de wereld wil veroveren door Hans Moleman is uitgegeven door Uitgeverij Lias. 222 blzn. ISBN 978 90 8803 060 4

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift