‘Je moet hier de verantwoordelijkheid van de ouders in beeld durven brengen’

Wanneer hebben we het over sadistische Vlaamse jongeren met rijke ouders?

size10x15 (CC BY-SA 2.0)

 

Zou het kunnen dat de ouders van de studenten van studentenclub Reuzegom zich in hun rijke Vlaamse wijken lichtjes superieur voelen? Dat ze wat geradicaliseerd zijn in hun elitaire denken? MO*journaliste Tine Hens noemt het chronische normvervaging.

‘Je moet de verantwoordelijkheid van de ouders in beeld brengen.’

Op 16 mei 2018 stierf het tweejarige meisje Mawda Shawri. Een politiekogel raakte haar in de Peugeot Boxer die haar, haar ouders en haar broertje naar een vrachtwagen voerde waarin ze de overtocht naar Engeland wilden wagen.

Na haar dood wijzigde de politie vier keer haar verklaring. Eerst was er geen schot gelost, daarna was er wel geschoten maar kon dat onmogelijk de doodsoorzaak zijn, vervolgens werd dat wel de doodsoorzaak, maar was het niet zeker of die kogel wel van de politie kwam. Er zaten dertig mensen in het busje. Wie zegt dat zij niet hadden geschoten? Uiteindelijk moest men toegeven dat een politiekogel Mawda in het gezicht had getroffen terwijl zij op de schoot van haar moeder vooraan in de passagiersstoel zat.

Bart De Wever betuigde zijn medeleven als een schorpioen die de kikker geruststelt.

Maar dan nog probeerde men vakkundig de schuld in de schoenen van de vluchtelingen en de bestuurder van de bus te schuiven. Ze waren hier illegaal, het was hun fout dat ze zich op dat moment op die plek bevonden. Trouwens, hadden de inzittenden niet met projectielen gegooid en een kind uit het autoraam gehouden? Dat laatste bleek een verzinsel. Maar het had gekund, niet? De gedachte erachter klinkt griezelig vertrouwd: met mensen die zich illegaal op ons grondgebied bevinden, weet je toch nooit?

En toen kwam Bart De Wever. Hij betuigde zijn medeleven als een schorpioen die de kikker geruststelt. ‘De ouders van Mawda,’ zo sprak hij, ‘zijn niet enkel slachtoffer, je moet ook hun verantwoordelijkheid in beeld durven brengen.’

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Natuurlijk reageerden politici links en iets minder rechts dat dit van een ondraaglijke kilheid was, maar de politiek verantwoordelijke minister was zeer te spreken over deze flinke taal. Volgens Jan Jambon haalde De Wever terecht de emotie uit het debat en voegde hij er noodzakelijke feitelijkheden aan toe. Bovendien zette zijn voorzitter hem gladjes uit de wind. De eis om ontslag klonk wel, maar hij zou blijven zitten waar hij zat.

Er was een kind gestorven. In een bestelwagen op de snelweg. Maar niemand voelde zich verantwoordelijk. Het was de schuld van de ouders, Shamdine en Ako. Ze waren zo roekeloos geweest om voor hun kinderen een betere toekomst te zoeken dan het leven dat hen te wachten stond in Iraaks Koerdistan, waar zij vandaan kwamen.

Ik heb vaak aan het zinnetje moeten denken toen ik de verhalen over de gruwelijke dood van Sanda Dia las. Jonge mannen die zichzelf de nieuwe leiders van het land wanen – ik vermoed dat ze daaronder Vlaanderen verstaan –, die zich boven normen en regels verheven voelen, waren bewust van plan drie nieuwe leden van hun elitaire studentenclub te onderwerpen aan barbaarse praktijken. Zelf noemden ze dit een doop. ‘Beste moordenaars en sadisten’, zo luidde de aanhef van de mail die de andere leden uitnodigde voor het avondje uit. Het was ongetwijfeld grappig bedoeld als je van dit soort humor houdt, maar het werd pijnlijke waarheid. Een jongen met een ongekende toekomst voor zich stierf. Zinloos en nodeloos.

Zou het kunnen dat hun normen wat vervaagd zijn met de macht die ze verworven hebben?

Wat deden de ouders nadat een jongen gestorven was als gevolg van de zieke fantasieën van hun zonen? Ze sloten de rangen, belden bevriende advocaten op, namen het heft in handen, haalden de emotie uit het debat en voegden noodzakelijke feitelijkheden toe. Het kot van Dia werd gepoetst, de plaats van de doop werd minutieus schoongemaakt. Sporen werden uitgewist, een misdaad werd toegedekt en de verdediging vormgegeven. Uiteindelijk had Sanda Dia hier zelf voor gekozen. Niemand had hem gedwongen deel te nemen aan dit prehistorische doopritueel. Het slachtoffer werd mede verantwoordelijk voor zijn dood. Ook hij had zich vrijwillig op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bevonden.

Al deze ouders bekleden wat men noemt ‘vooraanstaande posities in de samenleving’. Ze zijn dokter, advocaat, rechter, tandarts, notaris. Maar je kunt je afvragen of hun integratie in een samenleving waar op papier iedereen gelijk is voor de wet, wel zo geslaagd is. Zou het kunnen dat ze zich in hun rijke Vlaamse wijken lichtjes superieur voelen? Dat hun normen wat vervaagd zijn met de macht die ze verworven hebben? Dat ze wat geradicaliseerd zijn in hun elitaire denken? Dat ze misschien niet bewust, maar minstens onbewust geloven dat ze net iets meer mogen dan de rest? Sommigen hebben nu eenmaal het geld om zich een plaats buiten de samenleving te betalen.

Deze keer riepen politici niet op om de verantwoordelijkheid van de ouders in beeld te brengen. Enkel de vader van Sanda Dia vroeg het zich af.

‘Wat die ouders van de Reuzegommers betreft: het kan zijn dat ze invloedrijke, machtige mensen zijn. Maar ze zijn ook ouders. Ouders die het blijkbaar normaal vinden dat hun kinderen hun sporen hebben gewist. Ouders die het niet nodig vonden om deze ouder, die zijn kind door toedoen van hun kinderen heeft verloren, te condoleren. Dat begrijp ik niet.’

Over sadistische Vlaamse jongeren met rijke ouders is in het parlement nog niet veel gezegd.

Het is ook niet te begrijpen. Tenzij je de zaken benoemt. Het gaat om een ingebakken of aangepraat superioriteitsgevoel. De overtuiging dat je overal wel vrienden hebt die je uit de penarie zullen helpen of die je de hand boven het hoofd zullen houden. Ons kent ons. En dat netwerk strekt zich dichtverknoopt uit tot de universiteit.

Beeld je eens in dat een groep studenten met een migratieachtergrond een gelijkaardig sadistisch ritueel had uitgevoerd. Denk je dat ze er vanaf waren gekomen met een taakstraf en een opstel? Mocht je nog twijfelen, denk dan even terug aan de parlementaire spoeddebatten nadat een paar Brusselse jongeren in Blankenberge met parasols gooiden. Over sadistische Vlaamse jongeren met rijke ouders is in het parlement nog niet veel gezegd.

Misschien ook omdat de overtuiging dat je net iets meer mag dan de rest zich evengoed heeft genesteld in menige hoofden van N-VA’ers. Wat de partij van alle Vlamingen zou kunnen zijn, is vooral de partij van sommige Vlamingen. De rijke Vlamingen. Zelf noemen ze dat graag ondernemers. Maar vergis je niet. De uitbater van een nachtwinkel mag dan al ondernemer zijn, hij is niet de Vlaming waarvoor men strijdt.

Ook de lijnen tussen studentenclubs waar het elitedenken aanbeden wordt en de N-VA zijn bijzonder kort. Sommigen lijken nog steeds heimwee te koesteren naar die jaren aan Leuvense togen waar ze gewoon konden zeggen waar het op stond, waar zwarten nog n**** mochten heten en witten gewoon netjes blank waren. Wie de behoefte voelt zijn minister-president het etiket Sterke Jan op te kleven, wekt trouwens de indruk dat hij het clubniveau van de studentenjaren amper ontgroeid is. En herinnert u zich nog dat groepje van Theo Francken dat zich – knipoog, knipoog – VNV noemde? O wee als je daar iets achter zocht of – wee gij politiek correct mens – aanstoot aan nam. Dat moest allemaal kunnen. Toch?

Waar heeft deze mentaliteit toe geleid? Chronische normvervaging.

Telkens wanneer het heet wordt onder de voeten van een of andere grote man van de N-VA, zie ik dezelfde reflex als bij de ouders van de Reuzegommetjes. Er wordt ontkend, geminimaliseerd, anderen worden met de vinger gewezen of er wordt hooghartig gesnauwd. ‘Da gade gij nie bepalen.’ Het is niet toevallig dat Jambon precies met deze uitspraak zijn carrière als Vlaams minister-president aftrapte. Het is tekenend voor de overtuiging van het milieu waar hij uit voortkomt. En dat is problematisch. Net zoals zijn bizarre afwijking om altijd weer per ongeluk extreemrechtse gedachtenkronkels uit te spreken. Van dansende moslims na de aanslagen tot asielzoekers die huizen kopen met hun kindergeld. Telkens weer uit de lucht gegrepen, spinsels, maar het had waar kunnen zijn, zeker?

Wat was er gebeurd mocht Sanda Dia wit zijn en zijn folteraars bruin?

Chronische normvervaging is een aandoening waarvan je zelf niet beseft dat je ze hebt. Anderen moeten je erop wijzen. Dat wordt je zelden in dank afgenomen. Maar het wordt tijd om sommige zaken te benoemen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In 2018 vielen er alvast drie vermijdbare doden. Een kind op de snelweg, een jongen in een put met ijswater, een man in een politiecel.

Wat was er gebeurd mocht Sanda Dia wit zijn en zijn folteraars bruin? Wat was er gebeurd als Jozef Chovanec een Vlaams-nationalist was geweest die in een Waalse cel was gedood? Wat was er gebeurd als Mawda gestorven was op weg naar school?

Op dat laatste kennen we spijtig genoeg het antwoord: we zouden fietshelmen promoten en zeker niet raken aan de SUV, het nieuwste speeltje van de Vlaamse elite.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's