De stiltes en onzichtbaarheden in Virunga, the Movie

Het valt niet moeilijk om te begrijpen waarom de met een Oscar genomineerde film Virunga, the Movie alom wordt geprezen. De film is geweldig mooi gemaakt en speelt zich af in het indrukwekkende natuurpark Virunga, gelegen in het door conflicten geteisterde oosten van de Democratische Republiek Congo. Dit park wordt bedreigd door twee zaken: olie exploratie door het Britse bedrijf SOCO en de aanwezigheid van gewapende groepen. De film focust op deze bedreigingen en weet hierdoor een gevoel van urgentie en verontwaardiging op te roepen bij de kijker. Door het kwaad van SOCO overtuigend in beeld te brengen raakt waardering voor de film onvermijdelijk verbonden met waardering voor de missie van de film: het redden van het majestueuze Virunga Park en haar met uitsterven bedreigde populatie van berg gorilla’s. En wie kan daar nu tegen zijn?

Zonder het nobele doel van deze film af te willen vallen, zijn er een aantal ernstige problemen met dit cinematografisch product. De film marginaliseert de bijna 4 miljoen Congolezen die rondom het park wonen volledig, terwijl de weinige Congolezen die in beeld gebracht worden, zich vooral met het welzijn van de gorilla’s bezig houden. Gorilla’s knuffelen mag, een mening uiten niet. Die rol is weggelegd voor de blanke hoofdrolspelers, die als echte redders van het park worden voorgesteld. Een meer stereotype en koloniaal beeld van ‘de Afrikaan’ kan je je met deze film helaas nauwelijks indenken.

De bevolking rond het Virunga park heeft nog steeds het gevoel dat hun land op oneigenlijke wijze is toegeëigend door ‘de blanke’.

Laten we even terugkeren naar de geschiedenis van het park, dat in 1925 werd gecreëerd onder de naam ‘Albert Nationaal Park’ naar de Belgische koning Albert I. Op het grondgebied van het park, dat geleidelijk uitgebreid werd tot maar liefst 790.000 hectaren, waren meerdere dorpen gelegen.

Door het gevoerde exclusieve natuurbeheer werden de inwoners van hun leefgebied verdreven en hadden ze geen toegang meer tot hun land om te verbouwen, jagen, vissen en hout te sprokkelen. De drang naar natuurbescherming botste met de directe overlevingsstrijd van de lokale bevolking, wat tot regelmatige uitbarstingen van verzet leidde.

Dergelijke conflicten duren voort tot op de dag van vandaag. De bevolking rond het Virunga park heeft nog steeds het gevoel dat hun land op oneigenlijke wijze is toegeëigend door ‘de blanke’. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het onderzoek van de Congolese wetenschapper Paul Katembo Vikanza, dat laat zien dat mensen een diepe band hebben met het land dat eens aan hun voorouders toebehoorde. Ook ons eigen onderzoek in het gebied laat zien dat veel mensen het park beschouwen als  ‘gecreëerd door de muzungu (blanke), voor de muzungu’. Maar hierover vertelt de film niets.

En dat brengt ons tot een tweede probleem. Congolezen worden al te makkelijk neergezet als lijdende voorwerpen en krijgen geen plaats als hoofdrolspelers. De film beoogt weliswaar de parkwachters af te beelden als de ‘echte helden’ van Congo maar deze poging is niet echt overtuigend. De echte held van de film is de Belgische directeur van het park, Emmanuel de Merode. Het beeld dat we krijgen van de parkwachters staat ook mijlenver van hoe ze door de lokale bevolking worden ervaren. Zij ziet hen niet zozeer als heldhaftige beschermers van het park maar als “machine geweren in de mist” zoals wordt beschreven door de Congolese journalist Eric Mwamba.

De echte helden van Congo zijn volledig onzichtbaar in de film.

Een tweede, blanke held van de film is een Franse journaliste die op pad wordt gestuurd om de corruptie rond de oliemaatschappij SOCO te ontmaskeren. Weerom ontbreken Congolese stemmen. Nochtans had een beetje research de weg gewezen naar de jarenlange strijd van Congolese activisten en journalisten die de wantoestanden van SOCO al eerder aan de kaak hebben gesteld, vaak met gevaar voor eigen leven.

Deze echte helden van Congo zijn volledig onzichtbaar in de film. Zij moeten plaats ruimen voor de heldhaftige blanken die de arme Afrikanen komen redden. Een Hollywood cliché dat in wezen zegt dat de Congolezen zichzelf niet kunnen redden zonder de hulp van ‘het Westen’.

De stiltes en afwezigheden in Virunga, the movie komen uiteraard voor een groot deel voort uit het feit dat deze film in de eerste plaats een middel is binnen een ruimere bewustmakingscampagne ter bescherming van het natuurpark. Daar is op zich niets fouts mee. De film is precies daarom vooral gericht op een Westers publiek, dat gemobiliseerd moet worden om SOCO uit het park te houden. Dit is zonder meer een nobel doel. Maar dat mag geen excuus zijn om Congolezen niet mee te nemen in deze missie.

De film kan momenteel in meer dan 50 landen gezien worden, maar is niet toegankelijk gemaakt in Congo. En dit is precies wat zo problematisch is aan deze film. Voor wie zondag naar de Oscar uitreikingen kijkt: het daar aanwezige team van de Virunga movie vertegenwoordigt louter zichzelf, niet het park en omwonende bevolking. De film levert fantastische beelden op van het al even mooie Virunga park. Maar door in de val van de clichés te trappen is de film een gemiste kans om de Congolese inzet tot haar behoud in beeld te brengen en te breken met het beladen verleden van het park.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift