Kogels en voedselpakketten: de dubbele rol van het Westen in Jemen

© Oxfam

 

Jemen, het armste land op het Arabische schiereiland, ligt al drie jaar in puin door een burgeroorlog die het land verscheurt en de bevolking de hongerdood in jaagt. Meer dan twee miljoen mensen verloren hun thuis, tienduizenden Jemenieten stierven en ruim 500.000 anderen zijn het land ontvlucht. De Jemenitische bevolking stelt Saoedi-Arabië en de Westerse coalitie verantwoordelijk voor het leed.

Terwijl het Westen miljoenen uitgeeft aan humanitaire hulp voor Jemen, verkopen Westerse bedrijven wapens aan Saoedi-Arabië, dat een strijd uitvecht tegen de Houthi-rebellen en op die manier verdere machtsuitbreiding van aartsvijand Iran tegenhoudt.

Een uit de hand gelopen binnenlands conflict

Voor de oorzaak van dit conflict moeten we terug naar de eeuwenoude strijd tussen de soennieten en sjiieten, twee tegenstrijdige takken van de islam. De grootste en meest invloedrijke tak binnen de islam is het soennisme. Die wordt overwegend beleden in Egypte, Jordanië, Turkije en Saoedi-Arabië. Het sjiisme onderscheidt zich van het soennisme door een andere visie op de afkomst van de profeet. De profeet Mohammed stierf in 632, maar had zijn opvolging niet geregeld.

De soennieten vonden dat de meest bekwame man onder de volgelingen van Mohammed hen moest leiden. Voor soennieten is Mohammed de enige die moslims een leidraad voor hun leven aanreikt. De sjiieten daarentegen, beschouwden de schoonzoon van Mohammed en neef Ali en zijn nageslacht als rechtmatige erfgenamen van de islam. Volgens hen moeten moslimgeleerden op hun eigen intellectuele vermogen vertrouwen om de sharia te interpreteren. De stroming was en is binnen de islam een minderheid, maar Iran heeft de afgelopen jaren steeds meer invloed weten te veroveren in het Midden-Oosten.

In Jemen bestuurt president Ali Abdullah Saleh, een sjiitische Houthi, het land sinds 1978 met harde hand. Maar na 32 jaar dictatoriaal regime waait in 2011 de Arabische Lente over van Tunesië naar Jemen. Demonstraties tegen armoede, corruptie en onrechtvaardigheid maken een einde aan zijn decennialange heerschappij. Saleh wordt vervangen door de overwegend soennitische regering van de nieuwe president Al-Hadi.

De sjiitische Houthi’s komen steeds vaker in opstand tegen Al-Hadi en bezetten een groot deel van het noorden van het land, vanuit de hoofdstad San’aa. Al-Hadi op zijn beurt roept de zuidelijke stad Aden uit tot het centrum van de nieuwe regering van Jemen. De politieke onrust die al jaren aan de gang is, escaleert en kent zijn hoogtepunt in 2014. Samen met de vorige president Saleh, vallen de Houthi-rebellen de hoofdstad, Sana’a, binnen. Saleh herovert het presidentiële paleis en Hadi vlucht naar Aden, een stad in het zuiden.

Het conflict treedt buiten de landsgrenzen wanneer buurland Saoedi-Arabië zich mengt en een soennitische coalitie op touw zet, die vecht tegen de Houthi-rebellen. Zij worden steeds vaker openlijk gesteund door ex-president Saleh.

Saoedi-Arabië’s interventie in Jemen komt niet er toevallig: het dient een groter, geopolitiek belang.

Saoedi-Arabië’s interventie in Jemen komt niet er toevallig: het dient een groter, geopolitiek belang. Sjiietische aartsvijand Iran wint steeds meer terrein in het Midden-Oosten – met een invloedssfeer die al is uitgebreid tot Irak en Syrië en deels tot Jemen – en dat wil Saoedi-Arabië koste wat het kost vermijden.

Intussen profiteren gewelddadige groeperingen als IS, Al Qaeda, The Southern Transitional Council (een organisatie die oproept om het Zuiden van Jemen te splitsen van het Noorden en zo een nieuwe staat op te richten) en tal van lokale organisaties van de situatie om zichzelf uit te breiden binnen de lokale gemeenschappen. De veroverde gebieden veranderen razendsnel (zie animatie).Vele landen, politieke partijen, religieuze stammen en terroristische organisaties vechten elk hun kleine oorlog in Jemen uit. Maar ook binnen de Jemenitische bevolking zoeken jongeren manieren om te overleven. ‘Scholen zijn verwoest of te duur geworden en jongeren sluiten zich aan bij gewapende groepen, omdat ze daar tenminste geld verdienen’, zegt Catherine De Bock, humanitair beleidsmedewerker bij Oxfam.

Internationale spelers op het toneel

Naast Saoedi-Arabië spelen de Verenigde Arabische Emiraten ook een grote rol in het conflict: zij stapten mee in de Saoedische coalitie. Hun rol is de afgelopen jaren steeds groter geworden en ze hebben de leidinggevende positie van Saoedi-Arabië overgenomen. De oorlog in Jemen is een proxyoorlog: een oorlog waarin twee staten hun dispuut uitvechten op andermans grondgebied. Zo voorkomen ze het puin binnen hun eigen landsgrenzen.

Daarmee is dit conflict de facto een oorlog geworden waarin de twee grootste machten van het Midden-Oosten — Iran en Saoedi-Arabië — het tegen elkaar opnemen. Daarbij dringt de vraag zich op of Iran de Houthi’s steunt. Het past in ieder geval in het propagandaplaatje van Saoedi-Arabië: dat moet aan zijn eigen bevolking, de rest van de wereld – en dan vooral de VS – tonen waarom het die oorlog in stand houdt.

De verschillende strijdende partijen in het Midden-Oosten worden op hun beurt gesteund door andere internationale spelers. Zo steunt de Westerse coalitie haar bondgenoot Saoedi-Arabië. Die coalitie bestaat uit de Verenigde Staten en veel Europese landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Nederland, maar ook België. Bovendien zijn er binnen de VN Veiligheidsraad ook resoluties ontworpen die steun bieden aan president Hadi, en dus aan de Saoedi’s.

Gevolgen voor de bevolking

Het conflict is na ruim drie jaar nog steeds niet opgelost. De Saoedi’s en hun bondgenoten experimenteren met nieuwe vormen van oorlogsvoering. Zo blokkeren luchtbombardementen de wegen naar voedselvoorzieningen. Jemen was voor de oorlog al voor 90% afhankelijk van voedselimport. Elke 10 minuten sterft er in Jemen één kind aan ondervoeding. Die ondervoeding wordt veroorzaakt door blokkades van de Saoedische coalitie. 22 miljoen Jemenieten zijn afhankelijk van humanitaire hulp. De gevolgen van de oorlog zijn desastreus voor miljoenen mensen in Jemen.

‘Voor meer dan 85.000 kinderen is het al te laat’

‘Voor meer dan 85.000 kinderen is het al te laat’, zegt Catherine De Bock. ‘Als de oorlog nog lang aanhoudt, zal het dodental blijven oplopen, want 14 miljoen mensen leven op de rand van hongersnood. Het is een bekende oorlogsstrategie om de bevolking onder druk te zetten opdat de tegenstander zou opgeven. Het zijn niet de internationale machthebbers, maar wel de Jemenitische burgers die de tol van deze oorlog betalen.’

Hoe solidair is België?

Sms JEMEN naar 4342 en help miljoenen kinderen te overleven.’ Dankzij de populaire actie van Radio 1 en Vranckx tijdens De Warmste Week tijdens de kerstdagen, kon er per sms van €1 gedurende één dag een kind gevoed worden in Jemen. Catherine De Bock is tevreden met zulke acties. ‘Dit soort acties zijn heel belangrijk: ze geven aandacht aan een crisis waar lang geen aandacht aan besteed werd. Ze wakkeren solidariteit aan en dat is net wat Jemen nu nodig heeft.’

Het was niet de eerste keer dat er opgeroepen wordt om de Jemenieten te helpen. In 2017 lanceerde het Consortium 12-12 met “Hongersnood 12-12” een nationale oproep ten voordele van de 20 miljoen mensen die in Jemen en nog een achttal andere landen bedreigd waren met zware ondervoeding. Met die oproep haalden ze in totaal 12,5 miljoen euro op. Toch blijft de hongersnood nog steeds genadeloos boven het hoofd van 14 miljoen Jemenieten hangen.

Ook vanuit de VN werd er meer geld gevraagd voor Jemen. Vice premier en federaal Minister van Financiën en Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo maakte in oktober 2018 nog 5,5 miljoen euro extra vrij voor humanitaire hulp. Die middelen gaan deels naar UNICEF, het Kinderfonds van de Verenigde Naties, en deels naar de vluchtelingenorganisatie UNHCR. Sinds het begin van de burgeroorlog heeft België al meer dan 25 miljoen euro uitgetrokken voor humanitaire hulp in Jemen.

Wat gebeurt er ter plaatse?

In Jemen zelf proberen Belgische en internationale hulporganisaties de bevolking te helpen. Het Rode Kruis Vlaanderen roept onder meer op om geld te doneren voor voedselpakketten en hygiënekits. Er zijn ook veel Rode Kruisvrijwilligers actief. Andere organisaties, zoals UNICEF, Artsen Zonder Grenzen, Save The Children en Oxfam zamelen geld in, maar zetten zich vooral ter plaatse in. UNICEF zorgt onder meer voor vaccinaties, schoon water en een betere toegang tot onderwijs.

Artsen Zonder Grenzen verleent chirurgische hulp, bijstand bij bevallingen in de kraamkliniek van Al-Houban en verspreidt ook medisch materiaal in het land. De organisatie stuurde ook artsen terug naar de ziekenhuizen van Haydan en Abs, die door de Saoedische coalitie werden gebombardeerd.

‘Al onze middelen zijn nu gericht op noodhulp’, zegt Catherine De Bock. ‘We zorgen vooral voor voedsel, schoon water en sanitaire voorzieningen, maar helpen mensen ook op financieel vlak. Vaak ligt er wel voedsel in de supermarkten, maar kunnen mensen het gewoon niet betalen, omdat de prijzen zo hoog zijn. Dat resulteert in verspilling, wat in schril contrast staat met de miljoenen mensen die leven in hongersnood.’

De acties van Oxfam bereikten de afgelopen drie jaar al drie miljoen mensen. ‘Op een bevolking van 27 miljoen mensen is dat natuurlijk niet genoeg’, zegt De Bock, ‘maar het is beter dan niets. Oxfam is een relatief kleine organisatie. Gelukkig helpen er ook nog andere, grotere organisaties mee in Jemen. Zolang iedereen daar de handen in elkaar slaat, kunnen er zoveel mogelijk mensen geholpen worden.’

© Oxfam

 

Is onze solidariteit genoeg?

Toch is er aan al die humanitaire hulp vanuit het Westen ook een bittere bijsmaak. ‘Landen als het Verenigd Koninkrijk geven miljoenen uit aan humanitaire hulp voor Jemen, maar tegelijkertijd schrijven ze ook vergunningen uit aan Britse bedrijven om wapens te exporteren naar Saoedi-Arabië’, zegt Diederik Cops, onderzoeker aan het Vlaams Vredesinstituut. ‘Zolang er geen politieke oplossing uit de bus komt en verschillende landen massaal wapens blijven exporteren naar Saoedi-Arabië, zal Jemen blijven balanceren op het randje van een diepe afgrond.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Saoedi-Arabië is ‘s werelds grootste wapenimporteur. Bij de start van de oorlog in Jemen, importeerde het voor 9,3 miljard dollar aan wapens: dat is dan de helft dan het jaar ervoor. ‘Het Midden-Oosten is een belangrijke afzetmarkt voor wapens’, zegt Cops. ‘Dat komt omdat het landen zijn die sterk inzetten op bewapening, maar zelf geen wapenindustrie bezitten. Dus moeten ze alles importeren.’

Wapenembargo tegen de Houthi’s

Na het uitbreken van de burgeroorlog, legden de Verenigde Naties een wapenembargo op aan de opstandige Houthi’s. De Saoedische coalitie daarentegen, kon voor miljarden dollars aan wapens blijven kopen uit de Verenigde Staten en Europa. Toch is er ook aan de zijde van de Houthi-rebellen geen gebrek aan wapens. ‘De Houthi-rebellen hebben twee belangrijke wapenbronnen’, zegt Cops. ‘Ze worden illegaal gesteund door Iran en ze zijn erin geslaagd om beslag te leggen op de oude wapen- en munitieopslagruimtes van het land.’

(c) Alisdare Hickson 2018

 

Welke landen leveren wapens aan Saoedi-Arabië?

Wapendeals worden vaak achter gesloten deuren gesloten. Volgens de Zweedse Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) – die internationale wapendeals opspoort – leverden de Verenigde Staten de laatste tien jaar de meeste wapens aan Saoedi- Arabië. Onder het bewind van Obama steeg de Amerikaanse wapenexport naar Saoedi-Arabië met 225%.

‘Sinds de moord op de journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Turkije eerder dit jaar, is de druk op de wapenexport toegenomen, vooral in Europa’

Het Verenigd Koninkrijk volgt de VS op en is daarmee de belangrijkste Europese leverancier van vliegtuigen, bommen, raketten en geleide raketten aan Saoedi-Arabië. Daarna volgen Frankrijk, Spanje en ex-leverancier Duitsland. ‘Sinds de moord op de journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Turkije eerder dit jaar, is de druk op de wapenexport toegenomen, vooral in Europa’, zegt Diederik Cops. ‘Steeds meer landen stellen zich kritisch op naar Saoedi-Arabië’.

Zo stopten Duitsland, Nederland, Finland, Denemarken en Noorwegen na de dood van Khashoggi met het exporteren van wapens naar Saoedi-Arabië. Voor Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is de handel vooral een politiek instrument: bondgenoot Saoedi-Arabië dient als een buffer tegen Iran.

Hoe zit het met België?

Ook België draagt verantwoordelijkheid in dit conflict. Ons land stond vorig jaar op de zesde plaats in de lijst met grootste Europese wapenexporteurs naar Saoedi-Arabië. De bekendste Belgische exporteur is het Waalse overheidsbedrijf FN Herstal, dat de afgelopen drie jaar voor 762,1 miljoen euro aan wapens en munitie verkocht aan Saoedi-Arabië.

Saoedi-Arabië is al sinds de jaren ‘70 van de vorige eeuw trouwe klant van FN Herstal. In de jaren 1980 en 1990 kampte Herstal met financiële problemen en stond het bedrijf op het randje van het faillissement. Saoedi-Arabië zorgde toen voor stabiliteit. ‘Saoedi-Arabië was in de jaren ‘90 de enige constante factor, die FN Herstal kon doen overleven’, zegt Cops.

Naast FN Herstal zijn er nog vier Waalse bedrijven die onrechtstreeks wapens aan Saoedi-Arabië leveren. Zo hebben het Luikse CMI, Nijvelse Mecar en luchtvaartbedrijven Sonaca en Sabca elk hun aandeel in de wapenexport. Zij krijgen de laatste maanden veel kritiek over zich heen, maar verdedigen zich door de schuld van zich af te schuiven. ‘Als wij het niet doen, doet een ander het wel, luidt het bij hen’, zegt Cops. ‘Winst en werkgelegenheid zijn belangrijker dan de kritiek die ze krijgen. Bovendien wil het Waalse Gewest niet zomaar de 7.960 werknemers van FN Herstal op straat zetten. Werkloosheid kunnen de politici missen. Wat meteen ook één van de redenen is waarom ze exportvergunningen blijven goedkeuren.’

‘Vandaag zien we dat FN Herstal zich tracht te diversifiëren door handelsrelaties aan te knopen met andere landen’, zegt Cops. ‘Maar dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn. Handelsrelaties in de wapenindustrie zijn per definitie van lange duur, waardoor het niet makkelijk is om nieuwe klanten te vinden. Ze willen wel diversifiëren, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan’, vertelt Diederik Cops.

En Vlaanderen dan?

De Croo riep vorig jaar op tot een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië. Maar al snel kwam er een repliek van Vlaams Minister van Buitenlands Beleid Geert Bourgois: volgens hem leverde Vlaanderen geen wapens aan Saoedi-Arabië.

‘In Vlaanderen worden inderdaad geen traditionele wapens gemaakt’, maar we produceren wel onderdelen als wapenvizieren, schermen, elektronica en radarsystemen’

‘In Vlaanderen worden inderdaad geen traditionele wapens gemaakt’, zegt Diederik Cops. ‘Maar we produceren wel onderdelen als wapenvizieren, schermen, elektronica en radarsystemen. Het is de taak van de Vlaamse gewesten om na te gaan of die producten al dan niet in handen komen van regimes die mensenrechten schenden.’

Daarom wordt gecontroleerd wie de Vlaamse wapenonderdelen koopt. Of die onderdelen al dan niet worden doorverkocht, wordt onvoldoende nagegaan. Daardoor is het nog steeds onduidelijk waar die wapenonderdelen precies terecht komen. In 2015 bleek dat 69,4 % van de uiteindelijke bestemming van Vlaamse wapenonderdelen onbekend was. ‘Saoedi-Arabië koopt enkel afgewerkte producten’, aldus Cops. ‘Vlaanderen voert dus niet rechtstreeks uit naar Saoedi-Arabië, maar we weten wel dat er onrechtstreeks onderdelen naar daar geëxporteerd worden.’

Wat zou een stopzetting van de wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië betekenen?

‘Een stopzetting van de wapenhandel alleen zal geen oplossing bieden’, zegt Catherine de Bock.

Cops: ‘Een bindend wapenembargo is bijna onmogelijk. Bij de grote machten spelen belangrijke economische en politieke belangen. Laat dat nu net de landen zijn die een vast zitje hebben in de VN Veiligheidsraad en dus hun veto kunnen stellen wanneer het over een wapenembargo gaat. Elk land recht heeft bovendien recht op zelfverdediging, en daarvoor zijn wapens noodzakelijk.’

Maar volgens de Bock zou een wapenembargo wel druk kunnen zetten op de verschillende partijen om een oplossing te vinden. ‘België krijgt binnenkort een zitje in de VN Veiligheidsraad’, zegt ze. ‘Dat zou een duwtje in de goede richting kunnen betekenen om de wapenhandel aan banden te leggen. Maar we moeten nu ook geen mirakels verwachten. We moeten blijven investeren in politieke vredesonderhandelingen, zowel tussen de verschillende groepen in Jemen als internationaal.’

Tijd voor vredesonderhandelingen

Op 6 december 2018 gingen de vredesonderhandelingen in de stad Rimbo in Zweden van start. Tijdens die onderhandelingen gingen de leden van de internationale coalitie en de Houthi-rebellen voor het eerst sinds 2016 weer in dialoog met elkaar.

Op 16 januari werd een eerste stap gezet: 75 waarnemers zullen 6 maanden lang toezien om zo de situatie bij de haven van Al Hodeidah, die nu in handen is van de sjiitische Houthi-rebellen, te stabiliseren. Via Al Hodeidah komt meer dan 70 procent van het voedsel en humanitaire hulpgoederen het land binnen. De VN wil de strijdende partijen uit het havengebied verdrijven om zo de toevoer van van voedsel en hulpmiddelen mogelijk te maken.

Humanitaire ramp en nu pas in de media

Tot enkele maanden geleden was de berichtgeving rond Jemen bijna onbestaande. MO* Magazine berichtte al eerder over het conflict. In november 2018 zorgde het VN-rapport meteen voor de nodige media-aandacht. Samen met dit rapport werden ook foto’s verspreid van de ondervoede bevolking. Die zorgden voor een wereldwijde bewustwording, en in de nasleep daarvan werden er naast de al bestaande humanitaire acties tal van andere acties op poten gezet door individuele burgers.

‘We betreuren dat mensen eerst die gruwelijke beelden moeten zien om dan pas echt te beseffen wat er aan de hand is.’

Ook bij Oxfam besteden ze al geruime tijd aandacht aan het conflict in Jemen. Catherine De Bock: ‘Het engagement van enkele journalisten en de beelden van de VN hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat de internationale aandacht er gekomen is. Toch betreuren we dat mensen eerst die gruwelijke beelden moeten zien om dan pas echt te beseffen wat er aan de hand is.’

Wat nog meer internationale verontwaardiging uitlokte, was de moord op Jamal Khashoggi. In oktober 2018 werd de kritische Saoedische journalist Khashoggi op gruwelijke wijze vermoord in het Saoedische consulaat in Turkije. Men vermoedt dat Saoedi-Arabië hierachter zit. ‘Het is duidelijk dat zaken zoals deze een besmettingseffect hebben op de aandacht voor het conflict in de media’, zegt Diederik Cops. ‘Het zorgt voor een breder maatschappelijk debat rond wapenhandel en verhoogt de druk op overheden en leveranciers.’

© April Brady (CC BY 2.0)

De Saoedische journalist Jamal Khashoggi, columnist voor The Washington Post, en voormalig hoofdredacteur van het nieuwskanaal Al-Arab

De media bepalen de aandacht voor het conflict

Het conflict in Jemen is momenteel sterk aanwezig in het nieuws, maar zal dat ook zo blijven? Want ook als oorlogen afgelopen zijn, is het belangrijk om aandacht te blijven hebben voor de postconflictsituatie. Jemen moet herop gebouwd worden, maar ook de interne verdeeldheid moet aangepakt worden.

De versplintering in het religieuze en culturele landschap zorgt voor veel chaos. ‘Als Jemen uit die chaos geraakt, zou dat al een grote stap in de goede richting zijn’, zegt Catherine De Bock. ‘Helaas is het net die verdeeldheid die aan de oorzaak ligt van de oorlog. Het wordt een zware opdracht om van het land terug een geheel te maken.’

© StampMedia 2019, Nora Larosse, Olivia Ratinckx, Elinor Crijns, Zoë Nassel

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • StampMedia versterkt de stem van jongeren tussen 16 en 26 jaar. Ze dichten de inhoudelijke en vormelijk kloof tussen media en jongeren door hen (en hun begeleiders) mediawijs te maken en