Geestelijke gezondheid

‘Getraumatiseerde nieuwkomers: naar een samenleving die heelt’

Skitterphoto / Pixabay (CC0)

Iedereen heeft recht op geestelijke gezondheidszorg, ook mensen op de vlucht. Maar veel nieuwkomers vinden de weg naar goede hulp niet. Traumatherapeuten Lena Swinnen en Geertrui Serneels doen samen met doctoraatsstudent Omar N. Cham een oproep om werk te maken van ‘een samenleving die heelt in plaats van één die mensen schaadt’.

Steeds meer mensenrechtenorganisaties wijzen op het enorme psychische trauma dat migranten en vluchtelingen ondergaan in het land van herkomst of als gevolg van hun uitputtende reis om Europa te bereiken.

Het is niet ongewoon dat ze tijdens die reis worden geconfronteerd met ervaringen zoals (seksueel) geweld, foltering en opsluiting of ontvoering door gewapende milities. Hierbovenop komt de stress ten gevolge van migratie- en acculturatieprocessen.

Hierdoor lijden heel wat nieuwkomers aan psychische aandoeningen, zoals posttraumatische stress, angst of depressie. Onder ‘nieuwkomers’ verstaan we zowel vluchtelingen als migranten (zodra ze in het land van bestemming zijn aangekomen), omdat beide groepen trauma’s en vergelijkbare stresseffecten ervaren door migratie en acculturatie, het leren lezen van nieuwe culturele elementen.

Wanneer deze psychische aandoeningen niet worden behandeld, kan dit het migratie- en acculturatieproces bemoeilijken, waardoor nieuwkomers belanden in een vicieuze cirkel van overleven. Het acculturatieproces is namelijk een belangrijke schakel in het herstellen van de verbinding met de samenleving, het teruggeven van een gevoel van regie over het eigen leven en zo een toekomstbeeld.

Uit onderzoek (o.a. over Iraakse asielzoekers in Nederland) blijkt dat lange asielprocedures en verblijven in centra slecht zijn voor de geestelijke gezondheid. We zien dit dagelijks in onze klinische praktijk. Heel wat traumapatiënten hebben verhalen over bomaanvallen, mensensmokkel en vervolging.

Ze maken zich echter meer zorgen over het feit dat ze niet kunnen werken omdat ze de taal niet perfect beheersen, dat ze een eenkamerappartement met zeven anderen moeten delen of dat ze eenzaam zijn dan over de verschrikkingen die ze in het verleden hebben meegemaakt. De stress ten gevolge van migratie en acculturatie betreft immers het verlies van sociale voorwerpen zoals een job, een huis en genereert psychosociaal lijden, een lijden dat sociaal is van aard en zijn oorsprong kent in de maatschappij.

Nieuwkomers vinden moeilijk hun draai omdat ze niet op de hoogte zijn van de toegang tot geestelijke gezondheidszorg.

Voor ons als traumatherapeuten is het duidelijk dat veel nieuwkomers te maken hebben met problemen die niet door therapeuten alleen kunnen worden opgelost.

Deze vorm van stress kan het beste worden weggenomen door de sociale en medische diensten van de gastsamenleving. Nieuwkomers kunnen bijvoorbeeld worden gesteund door sociale netwerken uit te bouwen die hun integratie bevorderen. Een aanpak die focust op integratie beschouwt verbondenheid met de gastsamenleving als de basis voor psychisch welbevinden. Deze verbondenheid is door de migratie onderbroken en moet hersteld worden.

Door niet op de gepaste manier in te spelen op vragen over de plaats van nieuwkomers in de samenleving, schieten we tekort in het naleven van het fundamentele mensenrecht van de nieuwkomer op fysieke en geestelijke gezondheid.

Bij hun aankomst in Europa worden nieuwkomers die psychische bijstand nodig hebben geconfronteerd met heel wat obstakels, zoals het gebrek aan basiszekerheid, taalkundige, culturele en financiële belemmeringen, onzekerheid over hun asielprocedure en een gebrek aan de juiste kennis bij de professionele diensten om het hoofd te bieden aan de specifieke problemen waarmee migranten kampen.

In andere culturen bestaan er vaak taboes of heel andere manieren van kijken naar psychische aandoeningen en therapie. Omdat mensen niet geïnformeerd zijn over geestelijke gezondheid – in de westerse visie — en over de toegang tot verschillende zorgdiensten hebben nieuwkomers moeite om hun draai te vinden in de gastsamenleving en om werk te maken van hun geestelijke gezondheid.

Posttraumatische stress

De vriend van Bakary heeft niet de middelen om plannen te maken voor de toekomst of om een veilig en zeker leven te leiden.

Dit blijkt ook uit het verhaal van Bakary. Hij woont en studeert in Brussel. Hij vertelt over zijn vriend, die net als vele andere Gambianen naar Europa kwam om verder te studeren. Zijn vriend trok door Libië, waar elke dag nieuwe verhalen de ronde doen over gruweldaden die tegen migranten worden gepleegd.

Gelet op het traumatische karakter van de reis, op het gebrek aan adequate geestelijke gezondheidszorg na zijn aankomst en op de lange duur van de asielprocedure stelt de vriend van Bakary het niet goed. Hij heeft last van woede-uitbarstingen, flashbacks, overprikkeling en concentratiestoornissen. Hij is zenuwachtig en vergeetachtig.

Al die signalen wijzen op posttraumatische stress. Volgens Bakary gaat het met zijn jeugdvriend almaar slechter door andere problemen. Zo kan hij geen werk vinden als gevolg van zijn precaire rechtspositie. Zonder een redelijk inkomen is het ook moeilijk om goede huisvesting te vinden. De vriend van Bakary heeft met andere woorden niet de middelen om plannen te maken voor de toekomst of om een veilig en zeker leven te leiden.

Dit belet hem om nieuwe hoop te koesteren, die hem kan helpen om zijn acculturatieproblemen het hoofd te bieden. Ook die aspecten zijn zeker niet bevorderlijk voor zijn geestelijke gezondheid.

Bakary is ervan overtuigd dat zijn vriend door zijn rechtspositie geen toegang heeft tot geestelijke gezondheidszorg, hoewel hij daar wel degelijk recht op heeft. Dit is een voorbeeld van hoe nieuwkomers niet de juiste behandeling krijgen omdat ze niet op hun rechten worden gewezen.

Om zorg te kunnen dragen voor de geestelijke gezondheid van mensen die naar onze regio komen, mogen de stress en de problemen die de migratie en de acculturatie met zich meebrengen, niet worden geïndividualiseerd, maar moeten ze aan de bron – met andere woorden in de samenleving – worden aangepakt. Migratie en acculturatie zijn allebei heftig op psychologisch vlak.

Het acculturatieproces houdt in dat mensen hun leven opnieuw moeten beginnen op te bouwen in een nieuwe omgeving met een taal en een culturele code die ze niet begrijpen. Migratie betekent dat je alles en iedereen achterlaat. Ze gaat met andere woorden gepaard met een belangrijk rouwproces: migranten verliezen hun eigen taal, cultuur, maatschappelijk positie en baan.

Terwijl gecompliceerde of aanhoudende rouw moet worden behandeld, is dat bij een normaal rouwproces niet nodig. Iemand die rouwt heeft in eerste instantie mensen nodig die hem of haar stimuleren om zijn of haar dagelijkse routine verder te zetten. De rol van professionals die integratie bevorderen, is hierbij van cruciaal belang: zij hebben immers een bevoorrechte werkrelatie met nieuwkomers (omdat die voor hen praktisch en cultureel gezien natuurlijker is).

Steun bij de integratie helpt niet alleen om de stress van de migratie en acculturatie te verminderen, maar ook om posttraumatische stress en andere psychische aandoeningen in een vroeg stadium te detecteren en effectief te behandelen met gespecialiseerde traumatherapie.

Waarom niet reageren op de vluchtelingencrisis door het menselijk potentieel te benutten dat nieuwkomers met zich meebrengen?

We kunnen echter niet verwachten dat psychotherapie de stress en wanhoop wegneemt waaraan nieuwkomers zijn blootgesteld door slechte huisvesting en het gebrek aan zekerheid. Als traumatherapeuten hebben we nodig dat nieuwkomers hopen op en geloven in een nieuwe toekomst zodat ze uit hun therapie de moed kunnen putten om de oorlogstrauma’s die ze hebben doorgemaakt, het hoofd te bieden.

Daarom moeten we zowel de zorgverleners als de nieuwkomers meer informatie bezorgen over geestelijke gezondheid in een cultureel diverse samenleving. Traumatherapeuten moeten in de breedte werken en de sociale systemen waarin nieuwkomers terechtkomen, bij hun werk betrekken.

In België pleiten organisaties zoals vzw Solentra er actief voor om nieuwkomers toegang te geven tot kwalitatieve geestelijke gezondheidszorg in hun moedertaal (met behulp van tolken), ongeacht hun rechtspositie. Nieuwe methoden, zoals PACCT, leggen de nadruk op de samenwerking tussen de eerstelijnsdiensten die instaan voor sociale bijstand en integratie en gespecialiseerde diensten voor geestelijke gezondheidszorg. Dit schept de voorwaarden die nodig zijn voor het welbevinden van nieuwkomers.

De PACCT-methode (Psychiatry Assisting the Cultural diverse Community in creating healing Ties) is een gefaseerd zorgmodel om oorlogstrauma’s te behandelen en om het mensenrecht van nieuwkomers op toegankelijke, doeltreffende en hoogwaardige geestelijke gezondheidszorg te waarborgen (Serneels et al., 2017).

Het model bestaat uit een zorgend, capaciteitsopbouwend programma dat zich tot natuurlijke stakeholders richt. Het voorkomt psychische problemen of ontdekt die in een vroeg stadium en verlicht zo het psychische leed, verkleint de kloof met de samenleving en vergroot de weerbaarheid. De PACCT-methode biedt daarnaast ook uiterst gespecialiseerde transculturele raadplegingen aan met een tolk en met aandacht voor de sociale, juridische en culturele context.

Meer over de methodologie: An Intervention Supporting the Mental Health of Children with a Refugee Background


Door de problemen waarmee nieuwkomers bij hun aankomst in Europa worden geconfronteerd, niet als een maatschappelijke verantwoordelijkheid te erkennen, zien we over het hoofd dat we actief kunnen bijdragen aan hun geestelijke gezondheid en hun welbevinden en dat we hen zo een eerlijke kans ontnemen om hun leven opnieuw op te bouwen.

Als de Europese Unie haar actieve rol als samenleving erkent voor het welbevinden van nieuwkomers, zou ze de kans grijpen om op een meer intensieve manier werk te maken van integratie. Het dominante discours binnen de samenleving is er echter geen van hoop, maar veeleer een van paniekerige opvattingen die beweren dat we de druk niet aankunnen die nieuwkomers op onze sociale zekerheidsstelsels zetten of dat Europa die niet zal overleven en uiteenvallen.

Nieuwkomers blijven echter hoop koesteren en zijn vastberaden om hun leven opnieuw op te bouwen na alle ellende die ze hebben doorstaan. Achter het woord ‘vluchteling’ gaat immers het idee van hoop schuil, want als je er niet van overtuigd bent dat het ergens anders beter of veiliger is, was je sowieso niet vertrokken.

Kan Europa misschien iets van vluchtelingen leren? Waarom niet reageren op de vluchtelingencrisis door de kansen te zien en het menselijk potentieel te benutten dat nieuwkomers met zich meebrengen? Dit betekent dat Europa ervoor kiest om een samenleving te zijn die heelt in plaats van een samenleving die mensen schaadt die binnen onze grenzen op zoek zijn naar veiligheid en zekerheid; om een samenleving te zijn die hoop bevordert en gelooft in humanisering.

Als verbondenheid de basis is voor geestelijk welbevinden, hoe kunnen nieuwkomers dan opnieuw hun vertrouwen en hoop stellen in anderen in het kader van traumatherapie, wanneer het dominante discours in de samenleving over nieuwkomers hen die hoop ontneemt en hen geen veilige, zekere omgeving biedt om hun leven opnieuw op te bouwen?

Het aanbieden van traumatherapie is cruciaal als je ziet wat nieuwkomers in hun herkomstland en tijdens hun migratie hebben meegemaakt. Die therapie kan echter alleen maar succes hebben, als we hen het omgekeerde kunnen aanbieden van wat ze ontvluchten, namelijk een gastvrije en stabiele basis om een doorstart te maken.

Deze bijdrage werd ontleend aan het boek Migratie, Gelijkheid en Racisme: 44 opinies (samengesteld door Ilke Adam, Tundé Adefioye, Serena D’Agostino, Nick Schuermans & Florian Trauner), dat op 21 januari verscheen bij VUBPRESS.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift