Liggen mineralen daadwerkelijk aan de basis van 20-jaar aanslepend conflict?

Aandacht voor conflictvrije mineralen in DRC heeft keerzijde

USAID Land (CC BY-NC-SA 2.0)

De Democratische Republiek Congo (DRC) is rijk aan mineralen zoals coltan, tantalium, tin en goud. Ze worden veel gebruikt in moderne technologie, zoals halfgeleiders voor auto’s en mobiele telefoons.

Van deze mineralen wordt alom aangenomen dat ze de al twintig jaar durende oorlog in het oosten van DRC aanjagen, waarbij tientallen gewapende groepen betrokken zijn in veranderende allianties. Deze spanningen hebben het leven gekost aan meer dan 5 miljoen mensen.

De rijk aanwezige mineralen worden gezien als een oorzaak van het conflict. Ze zouden gecontroleerd worden door gewapende groepen die met de inkomsten uit mineralen hun activiteiten betalen. Zo ontstond het etiket “conflictmineralen”.

Om dit tegen te gaan, kwamen er initiatieven om een schone toeleveringsketen te creëren. Het idee was om consumenten in staat te stellen bedrijven aan te spreken op de herkomst van de mineralen en ze de garantie te geven dat ze “conflictvrij” zijn.

Maar liggen mineralen daadwerkelijk aan de basis van dit conflict? En helpen deze pogingen om de toeleveringsketen op te schonen?

Wegversperringen

Het Deense Institute for International Studies en de International Peace Information Service (IPIS) hebben recentelijk een rapport gepubliceerd op basis van tien jaar onderzoek naar conflictmineralen in DRC.

Daaruit blijkt dat sommige gewapende groepen mineralen verhandelen, maar dat ze de oorlog in het oosten van Congo niet aanjagen. Dat komt doordat de meeste groepen in het gebied zichzelf op andere manieren financieren, zoals via wegversperringen.

Ook hebben de programma’s die conflictmineralen tegengaan hun gebreken. Ze werken niet altijd, hebben negatieve gevolgen voor kleine mijnbouwers en leiden in sommige gebieden tot meer onzekerheid.

Er zijn momenteel meer dan honderd gewapende groepen in de Democratische Republiek Congo.

Ongeveer twaalf daarvan halen significante inkomsten uit de mijnbouw. De NDC-Rénové bijvoorbeeld, heeft controle over meer dan honderd terreinen waar goud gedolven wordt in Noord-Kivu. Voor dergelijke groepen kunnen de inkomsten hun activiteiten aanjagen.

Slechts een handvol gewapende groepen die in DRC opereren, bezet actief mijnbouwterreinen.

Maar het gaat om slechts een zeer klein deel van de gewapende groepen die opereren in DRC. Slechts een handvol van hen bezet actief mijnbouwterreinen. De meeste andere groepen financieren zichzelf op andere manieren, zoals met belastingheffing voor de plaatselijke bevolking, geld van politieke beschermheren of wegversperringen op handelsroutes.

Onze gegevens suggereren ook dat de meeste gewapende confrontaties geen relatie hebben met de controle over mijnen. Er is meestal een andere aanleiding voor, zoals wraak of het controleren van strategische locaties.

Deze bevindingen suggereren dat de mineralen niet de conflicten aanjagen en dat pogingen om de oorlog te stoppen door de handel in mineralen aan te pakken, tekortschieten.

Ongewenste effecten

Het idee dat mineralen het conflict aanjagen heeft geleid tot programma’s die een schone toeleveringsketen moeten opleveren. Regels daarvoor, zoals de Amerikaanse Dodd Frank Act, richten zich op bedrijven die producten verkopen waar mogelijk conflictmineralen in verwerkt zijn. Deze bedrijven worden onder druk gezet hun toeleveringsketens te monitoren, zodat ze zeker weten dat ze niet bijdragen aan oorlog of mensenrechtenschendingen.

Het lijkt erop dat de extra monitoring gewapende groepen afschrikt. Maar verantwoorde mijnbouw – en de daardoor toegenomen regels – heeft ook ongewenste effecten.

De initiatieven richten zich ook op de toeleveringsketens in DRC. Daar wordt de herkomst van de mineralen nagegaan en gekeken naar de mensenrechtensituatie in de hele toeleveringsketen, om de kopers van het eindproduct garanties te kunnen geven.

Op deze manier kunnen Congolese mineralen hun weg vinden naar de markt. Mijnen die onder de programma’s vallen, hadden in de afgelopen jaren te maken met aanzienlijk minder gewapende bemoeienis. Het lijkt erop dat de extra monitoring gewapende groepen afschrikt. Maar verantwoorde mijnbouw – en de daardoor toegenomen regels – heeft ook ongewenste effecten.

Een daarvan is dat informele mijnwerkers er negatieve gevolgen van ondervinden. Meer dan een miljoen Congolezen zijn van mijnbouw afhankelijk voor hun inkomen, en zij steunen op hun beurt ongeveer vijfmaal zoveel mensen.

In Rubaya bijvoorbeeld, in Oost-Congo, steeg de armoede en werkloosheid nadat programma’s waren opgezet om de mineralen te certificeren. Dit kwam doordat de tussenhandelaren die de mineralen kochten van de delvers, wachtten met betalen totdat zij betaald kregen voor de gecertificeerde mineralen. Dit proces kon maanden duren, wat betekende dat alleen mijnwerkers die geld gespaard hadden, hun werk konden blijven doen. Een situatie die geleid heeft tot meer onzekerheid. Veel mijnwerkers die hun werk zijn kwijtgeraakt, komen nu aan hun geld door berovingen.

Geen zekerheid

Een tweede zwakheid is dat het niet met zekerheid te zeggen is dat de mineralen die via deze programma’s geleverd worden, daadwerkelijk conflictvrij zijn.

Onder de huidige methode krijgen mineralen die op verantwoorde wijze gewonnen zijn, een ‘tag’ als ze uit de grond komen. Zo wordt voorkomen dat ze vermengd raken met mineralen van elders. Maar deze procedure wordt slechts bij 58 procent van de mijnen die onder het programma vallen, gevolgd. In sommige gevallen worden de mineralen pas getagd op aanzienlijke afstand van de mijn, omdat het terrein moeilijk toegankelijk is.

Ook speelt er de kwestie van vervuiling, aangezien de agenten die verantwoordelijk zijn voor het taggen, ook tags aan derden verkopen.

Hierdoor is het moeilijk om zeker te weten dat de mineralen echt “schoon” zijn.

Dit betekent niet dat we deze initiatieven moeten stoppen. Het idee is goed. En hoewel ze waarschijnlijk het gewapende conflict niet zullen oplossen, helpen ze mee het consumentenvertrouwen in de producten uit de DRC te herwinnen.

Om op duurzame wijze verantwoord mineralen te winnen, is het nodig de mazen te dichten en de vele ambachtelijke mijnwerkers een nieuwe toekomst te bieden.

Peer Schouten is onderzoeker bij de International Peace Information Service (IPIS) in Antwerpen. Hij werkte samen met Ken Matthysen aan het rapport over conflictmineralen in DRC.

Vragen over het rapport kunnen gesteld worden via: media[at]ipisresearch.be; ken.matthysen[at]ipisresearch.be of peer.schouten[at]ipisresearch.be

Bron: The Conversation

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift