Vrouwen en meisjes zijn het grootste slachtoffer in dit conflict

‘De opstand in Cabo Delgado heeft een genderspecifieke aanpak nodig’

© Arne Gillis

Een van de oorzaken van de opstand in Cabo Delgado is het gerucht dat de van corruptie beschuldigde regeringspartij Frelimo de ontwikkeling van de noordelijke Mozambikaanse provincie zou tegenhouden ten voordele van de zuidelijkere provincies.

Sinds een aantal jaren wordt de Mozambikaanse regio Cabo Delgado belegerd door gewapende opstandelingen, die een link hebben met de Islamitische Staat (IS). Het conflict heeft een onevenredig grote impact op vrouwen en meisjes. Daarom is een genderspecifieke aanpak meer dan ooit nodig, meent FOS-medewerker Connie Huma.

Cabo Delgado, een provincie in het noorden van Mozambique, wordt sinds 2017 belegerd door gewapende opstandelingen. Militanten, gelinkt aan de Islamitische Staat (IS), zitten achter het conflict in de overwegend islamitische regio. De opstand kwam internationaal in het nieuws na aanvallen op de stad Palma in maart 2021. Die aanvallen bereikten begin april een hoogtepunt met een dodelijke overval.

Het conflict heeft een onevenredig grote impact gehad op vrouwen.

Het exacte aantal slachtoffers is onduidelijk, maar volgens Amnesty International zijn sinds het begin van de opstand naar schatting 2500 mensen omgekomen en raakten meer dan 700.000 mensen ontheemd. Velen van hen zijn nog steeds vermist.

Het conflict leidde ook tot ernstige schade aan infrastructuur zoals wegen, scholen en ziekenhuizen. Dit gaat gepaard met het uitbreken van ziekten en voedseltekort.

Het conflict heeft een onevenredig grote impact gehad op vrouwen. Het buitensporig effect op vrouwen is deels te wijten aan reeds bestaande risico’s en kwetsbaarheden, waaronder armoede, schadelijke sociale en gendernormen zoals kinderhuwelijken. Naast ontheemding, voedselonzekerheid en gebrek aan basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs, zijn vrouwen ook het slachtoffer geworden van meer psychologisch, fysiek, seksueel en andere vormen van geweld.

Wat zit er achter de onrust?

Hoewel de meningen over de belangrijkste drijfveren van de opstand uiteenlopen, zijn de lokale bewoners het er algemeen over eens dat het conflict een uiting is van frustraties van een bevolking zonder rechten. De frustraties worden gevoed door wijdverspreide armoede en ongelijkheid. Zonder te spreken over lang gekoesterde opvattingen.

De noordelijke delen van Mozambique zouden uitgesloten zijn van de politieke en ontplooiingsagenda na de onafhankelijkheid van het land. Voorstanders van deze visie beweren dat de ontplooiing zich op de zuidelijke delen van het land heeft geconcentreerd, ten koste van het noorden van het land. Beschuldigingen van corruptie binnen de regering en de regerende partij Frelimo verergeren de situatie.

Als de berichten op waarheid berusten, wordt de crisis door de betrokkenheid van militanten uit andere delen van de regio en van buitenlandse particuliere beveiligingsbedrijven verder geïnternationaliseerd.

De spanningen in verband met de oneerlijke verdeling van rijkdommen, zijn geleidelijk geëscaleerd in de jaren na de ontdekking van de offshore aardgasreserves in Cabo Delgado. Zoals journalist en onderzoeker Joseph Hanlon beweert, ‘zag de plaatselijke bevolking economische ontplooiing in verband met de ontdekking van gas en mineralen. Maar die zag geen verandering in hun eigen materiële omstandigheden of ontwikkeling in hun deel van het land’.

De intrede van externe investeerders heeft een toch al complexe situatie nog moeilijker gemaakt. Drie multinationale reuzen hebben gas in handen: ENI (Italië), ExxonMobil (VS), en Total (Frankrijk). De gasprojecten zijn naar schatting in totaal 60 miljard US-dollar waard. Total alleen al heeft naar verluidt 20 miljard dollar geïnvesteerd in een off-shore-installatie. Deze installatie zou vanaf 2024 13 miljoen ton gas per jaar produceren.

Ontwikkeling van de opstand

Analisten en waarnemers zijn het er in grote lijnen over eens dat de opstandelingen aanvankelijk aan de kant van de plaatselijke bevolking vochten. Ze genoten ook steun van de plaatselijke leiders. Dit is veranderd nu IS (onrechtstreeks) de touwtjes stevig in handen heeft.

Verslagen wijzen ook op een geleidelijke regionalisering van het conflict. Bij de opstand zijn nu ook militanten uit andere delen van de regio zuidelijk Afrika betrokken. Het blijkt dat de trainingen van de militanten plaatsvinden in Tanzania en Congo. Er zijn ook informele banden vastgesteld met groepen uit Oeganda en Somalië. Een aantal Zuid-Afrikaanse particuliere militaire bedrijven zijn ook bij het conflict betrokken, waaronder de Dyck Advisory Group, de Russia Wagner Group en Paramount. Het laatste is gelinkt aan het internationale beveiligingsbedrijf Burnham Global.

Als deze berichten op waarheid berusten, wordt de crisis door betrokkenheid van militanten uit andere delen van de regio en buitenlandse particuliere beveiligingsbedrijven verder geïnternationaliseerd. De druk op de Mozambikaanse regering, om met spoed en vastberadenheid te reageren, wordt hierdoor nog groter.

Reactie

Tot voor kort heeft president Filipe Nyusi externe steun bij de bestrijding van de opstand afgewezen. Nyusi heeft gekozen om het gewapende conflict als een binnenlandse aangelegenheid aan te pakken. Dit met externe steun die hij zelf kiest.

De Mozambikaanse regering is duidelijk geweest over het soort steun dat zij van haar buurlanden en de internationale gemeenschap wil. Gespecialiseerde antiterroristische training voor haar defensie- en veiligheidstroepen, samen met bewapening en militaire uitrusting. Kortom, president Nyusi wil zijn strijdkrachten opnieuw opbouwen en versterken.

Het is duidelijk dat de Mozambikaanse strijdkrachten niet meer in staat zijn de opstandelingen te bestrijden en de plaatselijke gemeenschappen te beschermen.

De reacties op deze houding zijn gemengd. Enerzijds is er begrip dat de regering van Mozambique haar territoriale soevereiniteit wil handhaven en haar leger wil versterken. Anderzijds wordt het ontbreken van een gecoördineerde reactie als steeds riskanter gezien. Niet alleen voor Mozambique, maar voor de gehele regio van de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC).

Hoewel een aantal landen, waaronder Portugal, Zuid-Afrika, Zimbabwe en sommige binnen de SADC-regio, inmiddels steun aan de Mozambikaanse regering hebben toegezegd, is het niet meteen duidelijk wat de reactie of strategie in de toekomst zal zijn. Wat wel duidelijk is, is dat de Mozambikaanse strijdkrachten overbelast zijn. Zij zijn niet meer in staat de opstandelingen te bestrijden en de plaatselijke gemeenschappen te beschermen.

De meest recente aanval op Palma heeft ook de kwetsbaarheid van de in Cabo Delgado gevestigde multinationals aan het licht gebracht. De bedrijven lijken onvoldoende uitgerust om adequaat op het conflict te reageren of hun eigen werknemers en contractanten te beschermen.

Tijdens de aanval op Total bijvoorbeeld, bleef een grote militaire troepenmacht binnen de bouwzone ter bescherming van de werknemers. Hoewel er enkele gevechten plaatsvonden, namen de opstandelingen snel en zonder noemenswaardige tegenstand de controle van de installatie over. Total heeft zijn activiteiten in Palma sindsdien stopgezet.

Noodzaak van een genderspecifieke aanpak

Naast de reeds bestaande risico’s en kwetsbaarheden wordt het onevenredig groot effect van de gewapende opstand op vrouwen nog versterkt door de natuurrampen. Deze natuurrampen, die door het klimaat worden veroorzaakt, blijven Mozambique treffen.

Verstoringen van de landbouw- en visserijactiviteiten, als gevolg van de opstand en de COVID-19-pandemie, dragen verder bij tot deze uitdagingen. Vrouwen en kinderen staan in het middelpunt van deze talrijke uitdagingen.

De genderspecifieke aanpak moet ervoor zorgen dat vrouwen en meisjes adequaat worden beschermd.

Vrouwen en meisjes lopen ook een groter risico. Door hun rol als verzorgers zijn ze kwetsbaarder voor gendergerelateerd geweld. Voedselonzekerheid en een gebrek aan duurzame middelen van bestaan bedreigen ook sneller hun gezondheid.

Volgens de Verenigde Naties zijn ongeveer 15.000 van de vrouwen die het gewapende conflict in Cabo Delgado zijn ontvlucht, zwanger. Deze vrouwen hebben gezondheidszorg nodig, maar in de hele provincie zijn gezondheidsvoorzieningen verwoest.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Daarom is het van belang dat de humanitaire als de veiligheidsreactie op de crisis rekening houdt met de genderdynamiek. Alle betrokkenen en belanghebbenden moeten de crisis vanuit een genderperspectief benaderen. Deze genderspecifieke aanpak moet ervoor zorgen dat vrouwen en meisjes adequaat worden beschermd.

‘Het vermogen van een gemeenschap om te herstellen van een crisis, kan alleen beginnen wanneer vrouwen en meisjes in staat zijn om te leven zonder enige vorm van schade, geweld en discriminatie. Ze moeten ook toegang hebben tot de gezondheidsdiensten die zij het meest nodig hebben, met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten’, zegt Dr. Julitta Onabanjo, regionaal directeur van het UNFPA voor Oost- en Zuidelijk Afrika.

Connie Huma is medewerker bij de ngo FOS.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift