De vluchtelingenroute van binnenuit beschreven

Het leven zoals het leven is: van Kaboel naar Europa

© Jim Huylebroek

Journalist Matthew Aikins (hier op de luchthaven van Kaboel): ‘Ik wilde het verhaal van vluchtelingen van binnenuit vertellen.’

De komst van heel wat Afghaanse vluchtelingen heeft ook in de boekhandel gezorgd voor een opvallend nieuw aanbod aan vluchtverhalen. Onder andere van Matthieu Aikins, een Canadese journalist die zich voordeed als Afghaanse vluchteling en zo Europa trachtte te bereiken.

Berim ya bashim? Dat was eind augustus 2021 de existentiële vraag voor talloze Afghanen, zo schreef de Canadese journalist Matthieu Aikins eind vorig jaar in The New York Times. Maar ‘blijven of vertrekken?’ was al jarenlang de vraag die in heel Afghanistan achter gesloten luiken besproken werd.

Omar, de tolk waar Aikins jaren mee had samengewerkt in Afghanistan, vond al in 2015 dat de tijd gekomen was om te gaan. Matthieu Aikins besliste toen zijn vriend en medewerker te vergezellen op de vluchtroute van Kaboel naar Europa. Hij sprak voldoende Dari om geloofwaardig te klinken als vluchtende “Afghaan”, hij kende voldoende van stad en land om de vragen van migratieambtenaren te beantwoorden, en – niet onbelangrijk – zijn gemengd Canadees-Japanse afkomst gaf hem een voorkomen dat gelezen kon worden als Hazara, een van de etnische minderheden in Afghanistan.

Matthieu Aikins werd Habib, de journalist een vluchteling. Aikins schreef de ervaringen van Habib en Omar neer in De tolk van Kabul, een eerlijk, spannend en informatief non-fictieboek over de realiteit van vluchten voor Afghanen.

Het relaas van Aikins overlapt met de verhalen die Afghanen zelf zijn beginnen publiceren over hun migratie. Vorig jaar publiceerde Ahmad Ahmadyar Ik ben Ahmad. Fatima en Helen vertellen op poëtisch eenvoudige wijze hoe ze vluchtelinge werden en wat dat betekent in Het begin van mijn leven was toen ik nog niet bestond.

De Afghaanse vluchteling Ahmad Ahmadyar noteert het meer dan eens: telkens hij als mens erkend en benaderd wordt, krijgt hij weer hoop.

En dan zijn er de ervaringen van Qadir Nadery, die met De knikkers van Qadir niet alleen boekhandels maar ook cultuurcentra en scholen bestormde. Qadir werd trouwens genomineerd voor de Ultima Publieksprijs van de Vlaamse Gemeenschap, zo’n beetje de Vlaamse Oscars.

Die nominatie was niet voor de theatervoorstelling of voor het boek (dat opgeschreven werd door auteur Leo Bormans), maar meteen voor de persoon Qadir Nadery (schrijver, acteur, verteller, vluchteling, mens).

Er is, met andere woorden, geen excuus meer voor onwetendheid, onbegrip of onkunde bij beleidsmakers of het brede publiek. ‘Mijn verhaal is niet het meest schokkende verhaal van een vlucht. En bij lange niet het enige’, schrijft Ahmad Ahmadyar. Vluchten is nu eenmaal geen onderlinge competitie.

Toch overviel mij vorig jaar vaak het gevoel dat ik tegenover een buitenaards wezen zat toen ik tientallen gesprekken voerde met Afghanen over hun vlucht, hun aankomst, hun worsteling met taal en reglementen, hun onverwoestbare wil om door te gaan en opnieuw te beginnen.

Maar de Afghanen zijn niet buitenaards. Dat blijkt uit Ahmads verhaal, maar ook uit dat van Qadir Nadery en opnieuw uit dat van Omar en de als Habib vermomde Matthieu Aikins. Afghaanse vluchtelingen hebben kou en kennen angst, ze twijfelen en worden woedend, ze zijn ontroerd of houden koppig vol. Ahmad Ahmadyar noteert het meer dan eens: telkens hij als mens erkend en benaderd wordt, krijgt hij weer hoop.

‘Grenzen zorgen ervoor dat gewone mensen plots opgejaagd en vervolgd worden, dat vluchtelingen voortvluchtigen worden.’
Matthieu Atkins, journalist die undercover “vluchtte” van Kaboel naar Europa.

Maar tijdens zijn lange tocht van Ghazni in Afghanistan naar Kortrijk in België is die menselijkheid schaars. Veel te schaars. Toch overleeft hij, als mens. Hij wordt een elfjarige met de ervaring van een volwassene, en blijft tegelijk een jongen met dromen en ambities. Ahmad, nu 21, en is volop bezig die waar te maken.

Vluchten uit Afghanistan is een reis aangaan die vol onzekerheid, onherstelbaar verlies en lijden is. In het verhaal van Qadir Nadery lijkt de hemel boven het gezin op te klaren eenmaal ze aangekomen zijn in België. Er zijn nog wolkjes – onder andere de vaststelling dat ze wel de oorlog, maar niet de etnische vooroordelen van de Afghaanse Pasjtoenen tegen de Hazara kunnen ontvluchten – maar de veerkracht van Qadir, Salima, Nargis en Soraya is zo groot dat je als lezer opgelucht begint te ademen.

Te vroeg, zo blijkt al snel. Want het asielbeleid in België wordt strenger en moet mensen afschrikken. De sfeer in een nieuw opvangcentrum wordt vijandig en het gevecht met de bureaucratie uitputtend. De ervaringen van het gezin zijn zo concreet en met oog voor detail opgeschreven, dat ze de lezer wel moéten raken. Het contrast van de negatieve beslissingen van de Belgische asielinstanties met het leven dat je als lezer doorvoeld hebt gadegeslagen, is confronterend, en zet aan tot een grondige bezinning over de procedures waar asielzoekers mee af te rekenen hebben.

Berekende misleiding

Matthieu Aikins kende de verhalen over vluchten naar Europa, vertelt hij in een interview met MO*. Hij las er boeken en artikels over, bekeek documentaires, kende mensen die vertrokken. ‘Ik wist dus dat vluchtelingen vaak slecht en agressief behandeld worden, dat ze te maken krijgen met politiegeweld. Wat ik met mijn undercoverproject wou doen, was dat verhaal van binnenuit vertellen.’

‘Ik wou een portret schetsen van vluchtelingen, waarbij meer ruimte was voor menselijke complexiteit. Want de manier waarop vlucht- of migratieverhalen meestal gebracht worden, legt de klemtoon bijna uitsluitend op de ellende, het lijden en de gevaren. Die donkere kant is heel reëel. Maar het leven van vluchtelingen blijft ook onderweg veel ruimer en rijker, met momenten van opwindend avontuur, andere van ontspanning en humor, vele van verveling en wachten.’

Aikins zou zijn paspoort achterlaten en afstand doen van het privilege om te kunnen reizen naar alle landen waar Omar probeerde binnen te raken. Hij schortte daarmee ook de journalistieke afstand op, ook al vinden we die in de regel noodzakelijk om betrouwbaar werk te kunnen leveren. Dat was een heel bewuste keuze, zegt hij: ‘Door deel te worden van de reis als Habib, als medevluchteling, kreeg ik ook toegang tot die heel andere kant van het vluchtelingenleven.’

‘Als vluchteling zie je grenzen als hindernissen voor mensen die bescherming zoeken’.
Matthieu Atkins, journalist

Ik noem het in ons gesprek immersive journalism of onderdompelingsjournalistiek, Aikins beschouwt het gewoon als een vorm van undercoverjournalistiek. ‘Een weloverwogen keuze om mensen en instanties te misleiden, omdat je gelooft daardoor betere informatie te vinden en te kunnen doorgeven.’ Dat werkte, gelooft hij.

‘Door deel te worden van het leven van vluchtelingen begreep ik hoe de wereld eruitziet als je door de andere kant van de telescoop kijkt. Dan zie je grenzen niet langer als wettelijke constructies die bedoeld zijn om naties of inwoners te beschermen, maar als hindernissen voor mensen die bescherming zoeken. Grenzen zorgen ervoor dat gewone mensen plots opgejaagd en vervolgd worden, dat vluchtelingen voortvluchtigen worden. Je krijgt op die manier ook een andere kijk op de wet en op het breken van wetten, op de moraliteit van “illegaliteit”.’

Maar wat dan met andere perspectieven: de kijk van de wet of van een bevolking die zich wil afschermen van mondiale migratiebewegingen? Is het nodig om alle visies weer te geven in berichtgeving over migratie? En lukt dat nog als je zelf zo betrokken geraakt bent? Aikins vindt dat niet onmogelijk, maar heeft het niet geprobeerd in De tolk van Kabul, ‘omdat het perspectief van Europa al meer dan voldoende aandacht krijgt. Ik geef dus één perspectief. Daarin probeer ik zo echt en eerlijk mogelijk te zijn, zonder te vervallen in het romantiseren van mensen of hun vlucht.’

Nooit helemaal voorbereid

Zijn de Afghanen die hun land ontvluchten en op weg gaan naar Europa voorbereid op de behandeling die ze krijgen in de diverse landen waar ze doorheen trekken, Pakistan, Iran, Turkije, Griekenland, de Balkan?

‘Afghanen zijn niet anders dan andere mensen. Ze wegen de risico’s en gevaren van hun keuzes af tegen wat die kunnen opbrengen.’
Matthieu Atkins, journalist

Matthieu Aikins denkt van wel: ‘Iedereen heeft een smartphone, waarmee veel beelden gemaakt en gedeeld worden op sociale media. Ze zijn zich dus wel degelijk bewust van de gevaren die hen te wachten kunnen staan. Ben je dan voorbereid op wat je echt meemaakt eens je eraan begint, op de angst in het midden van de nacht, op de dagen wachten in een kleine kamer, op het geweld of de gevangenis? Een beetje, maar nooit helemaal natuurlijk.’

Als er één constante is in de verhalen van Ahmad en Qadir, van Omar en Habib, van Fatima en anderen, dan is het dat vluchtelingen en migranten hun lot telkens opnieuw in handen moeten leggen van smokkelaars en ondergrondse netwerken. Is dat wel verstandig?

‘Afghanen zijn niet anders dan andere mensen. Ze wegen de risico’s en gevaren van hun keuzes af tegen wat die kunnen opbrengen’, reageert Matthieu Aikins. ‘Ze doen dat met zo veel mogelijk kennis en dus zo rationeel mogelijk. Voor iemand die een relatief zeker en veilig leven leidt in West-Europa kan het waanzin lijken om je afhankelijk te maken van criminele netwerken. Maar voor wie geen andere keuze heeft dan proberen te overleven in een door oorlog verwoest land of vertrekken, is die afweging heel anders.’

‘De smokkelaars opereren zelf trouwens ook op rationele gronden. Zij bieden diensten aan die onmisbaar worden door de hoge muren die Europa optrekt om migranten buiten te houden. Ik denk dus dat het belangrijk is om los te komen van de emotionele benadering die vluchtelingen ziet als slachtoffers en smokkelaars als geboefte. Het is veel nuttiger om beide groepen te beschouwen als de rationele actoren die ze in werkelijkheid zijn.’

© Jim Huylebroek

In Zaranj, een stad vlak bij de grens met Iran, vertrekken veel auto’s die Afghanen het land uit proberen te smokkelen. ‘Smokkelaars zijn handige zondebokken voor politici.’

Daarmee lijkt Aikins op dezelfde lijn te zitten als Julia O’Connell, professor aan de universiteit van Bristol. In een interview met MO* in 2020 verzette zij zich ook tegen de idee dat mensensmokkelaars moderne slavenhandelaars zijn. Volgens haar moeten we een andere historische metafoor gebruiken: niet de slavenhandel, maar de slaven die op de vlucht gingen.

Vluchtelingen en migranten worden immers niet gedwongen weggevoerd naar een leven in slavernij. Ze worden met geweld belet om te ontsnappen aan een leven dat meer aan slavernij dan menselijkheid doet denken, stelt O’Connell.

Matthieu Aikins: ‘Smokkelaars zijn handige zondebokken, vooral voor politici die pleiten voor strengere grenscontroles. Maar eigenlijk worden de zaken omgekeerd: smokkelaars en hun handel in mobiliteit vormen niet de oorzaak van migratie, ze zijn het gevolg van overheidsbeleid dat legale migratie onmogelijk maakt. Zonder gesloten grenzen is er geen markt voor smokkelaars. En zoveel te strenger de grenscontroles worden, zoveel te hoger de prijzen die de smokkelaars kunnen rekenen voor hun diensten.’

Berokken geen schade

Als ik Matthieu Aikins vraag welke journalistieke basisprincipes je niet mag loslaten, hoe diep je ook in een verhaal duikt, antwoordt hij: do no harm, berokken geen schade. ‘Dat geldt voor je omgang met anderen, maar uiteindelijk ook voor jezelf. Het klinkt ook eenvoudig, maar op een bepaald moment werd mij de zorg toevertrouwd voor een Afghaanse minderjarige op Lesbos. Dat is niet waar je als journalist op voorbereid bent. Op dat moment moet je dan ook beslissingen nemen als mens, niet als journalist.’

‘Ik hoop dat politici beseffen dat de migratie- en vluchtelingencrisis niet zal ophouden of verminderen zolang de extreme ongelijkheid op de wereld niet aangepakt wordt.’

Journalisten kijken altijd naar buiten, zelden in de spiegel. Toch vraag ik Aikins wat hij over zichzelf geleerd heeft door maandenlang Habib te zijn op de vluchtroute naar Europa. Hij heeft een beter inzicht gekregen in zijn relatie tot de mensen en de verhalen waarover hij bericht, reageert hij. ‘Voordien had ik toch vaak het gevoel een voyeur te zijn in het bestaan van andere, kwetsbare mensen. Door deel te worden van dat bestaan zijn die afstand en die last grotendeels weggevallen.’

Heeft Matthieu Aikins, na de tocht en het schrijven van zijn boek, een boodschap voor Europese politici en beleidsverantwoordelijken? Daar moet hij niet lang over denken: ‘Ik weet dat er geen makkelijke antwoorden zijn, maar ze zouden toch echt een einde moeten stellen aan de toenemende militarisering van de Europese buitengrenzen en het geweld dat daarmee samenhangt. Daarnaast hoop ik dat ze beseffen dat de migratie- en vluchtelingencrisis niet zal ophouden of verminderen zolang de extreme ongelijkheid op de wereld niet aangepakt wordt.’

De tolk van Kabul door Matthieu Aikins, is uitgegeven door Alfabet Uitgevers, 2022. 368 blz. ISBN 978 90 2134 120 0

Ik ben Ahmad door Ahmad Ahmadyar, is uitgegeven door vzw Herkens, 2021. 147 blz. ISBN 978 94 9313 650 2

De knikkers van Qadir door Qadir Nadery en Leo Bormans. Uitgegeven door Lannoo, 2020. 335 blz. ISBN 978 90 014 6966 1

Het begin van mijn leven was toen ik nog niet bestond. Het boek van Fatima en Helen is uitgeven door EPO, 2021. 292 blz. ISBN 978 94 6267 335 98

Deze recensies werden geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Word proMO* voor slechts 4 euro per maand en je ontvangt ons magazine. Je steunt zo ook ons journalistiek project en geniet van tal van andere voordelen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur