Kunnen kledingconsumenten een inherent foute industrie omgooien?

Mode voor optimisten en andersglobalisten

© Reuters / Thomas Mukoya

Een Keniaanse fashionista toont trots zijn 160 kostuums met bijhorend mondmasker. ‘Modemerken blijven massaproductie en massaconsumptie aanwakkeren.’

Twee modejournalistes tegen wil en dank schreven een boek over de staat van de mode-industrie. De Amerikaanse Dana Thomas bejubelt de verduurzaming van de sector, maar de Britse Tansy Hoskins blijft met beide designsneakers op de grond staan. ‘Het is niet alsof we problemen de wereld uit kunnen shoppen.’

De ene modejournaliste is de andere niet. De Amerikaanse Dana Thomas en haar Britse collega Tansy Hoskins schrijven niet over de lengte van de laatste nieuwe rokjes, maar nemen de mode-industrie kritisch onder de loep. Hoskins omschrijft zichzelf overigens bewust níet als modejournaliste, want ‘de enige manier waarop je objectief over mode kan schrijven, is door net geen modejournalist te zijn’, schreef ze eerder.

Dana Thomas, een Amerikaanse met intussen drie modeboeken op de teller, noemt zichzelf wél modejournaliste, al is het schoorvoetend. In een interview met De Correspondent benadrukt ze dat ze ‘in wezen over de politiek of het bedrijfsleven schrijft’.

Beide auteurs publiceerden het afgelopen jaar een boek over de staat van de mode-industrie. Het verhaal is helaas bekend: de mode is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld, en de arbeiders die onze kleren maken verdienen niet genoeg. Ze verdienen beter. In Foot Work bekijkt Hoskins de weg die schoeisel aflegt, van wei via leerlooierij tot uitpuilend schoenenrek. Dana Thomas doorspit in Fashionopolis op haar beurt de productie van stoffen en kleren die schadelijk zijn voor het milieu, en uiteindelijk ook voor de mensen die ze voor een hongerloon in elkaar stikken.

Thomas begint haar relaas met een essay over de ronduit beledigende klederdracht van Melania Trump. Toen de Amerikaanse First Lady in 2018 een detentiecentrum voor migranten in Texas bezocht, stond op haar jasje ‘I really don’t care, do u?’ te lezen. Een duidelijke boodschap, vond Thomas, en ze neemt het merk achter het op zijn zachtst gezegd ongepaste opschrift – de Spaanse retailer Zara – kritisch onder de loep in haar inleiding.

Zara-eigenaar Amancio Ortega werd schatrijk door de productie van zijn kledinglijn op te drijven. Fast fashion, het systeem waardoor we sinds de jaren 1990 immense hoeveelheden kleding in de winkels terugvinden aan dumpingprijzen, was zijn idee.

‘We vergeten dat het systeem inherent fout is.’

Het heeft Ortega geen windeieren gelegd: vandaag is hij de dertiende rijkste man ter wereld. De kledingarbeiders die de targets en deadlines voor die fast fashion moeten halen, worden er minder rijk van. Thomas benadrukt in het eerste deel van haar boek dat sweatshops ook voorkomen in de VS: pover verluchte, pover vergoede mondmaskerfabriekjes in Los Angeles, bijvoorbeeld. In volle coronacrisis zijn het broeihaarden van besmetting geworden. I really don’t care, do u?

Ook Hoskins haalde inspiratie bij de familie Trump. Ze hangt haar onderzoek naar de arbeidsomstandigheden in de Chinese schoenenindustrie deels op aan de gefaalde kledinglijn van Ivanka Trump, dochter van. De managers van de fabriek waar zij haar kledij liet produceren uitten wel vaker zware bedreigingen tegen hun personeel. In 2017 werd een arbeider aangevallen met een hoge hak: ongezien. Een jaar later vroeg Ivanka het faillissement aan.

Hoskins imponeert met een rake analyse van de maatschappelijke gevolgen van de immense groeispurt die de Chinese economie maakte. Om de productie op gang te houden zijn interne migratiegolven nodig. Die veroorzaken een ‘drijvende populatie’ van arbeiders die niet geregistreerd staan in de provincies waar ze werken.

Zij staan voor een verscheurende keuze: ofwel verhuizen ze met hun kinderen (maar die kunnen in de nieuwe woonplaats niet naar school), ofwel moeten ze hen jarenlang missen. ‘66 miljoen kinderen blijven achter bij hun grootouders op het platteland’, noteert Hoskins. Een sociaal drama dat ook in andere productielanden voorkomt, maar dat nergens zo bureaucratisch verankerd is als in China.

Hoskins bezocht Macedonische fabrieken, waar schoenen geproduceerd worden die later het label ‘Made in Italy’ meekrijgen. Ook die beschrijving gaat door merg en been. Vrouwen zwoegen er voor 200 tot 350 euro per maand lange dagen in een omgeving die ronduit giftig is. De lijm die nodig is om schoenen in elkaar te kleven, zit vol chemische stoffen die je beter niet inademt.

‘Een boek vol hoop’

Interessant aan deze boeken: het soort oplossingen dat de auteurs aanreiken. Hoe kunnen we als consument weten welke labels te vertrouwen? Wat is de ware sleutel tot verandering en wat zijn druppels op een hete plaat? Al staan de visies van beide auteurs op dat vlak recht tegenover elkaar.

Thomas noemt haar Fashionopolis ‘een boek vol hoop’. Ze neemt een half boek lang de tijd om mogelijke oplossingen te benoemen: van biokatoen tot nieuwe soorten leer en zijde, van trager produceren dicht bij huis tot het 3D-printen van kledij. Boeiende casussen, die lezen als een trein.

De huidige wereldorde, en ook de reden waarom onze schoenen in elkaar gestikt worden in armere landen, gaat terug op ons koloniale verleden.

Natuurlijk is het een fijn idee dat er vanaf nu duurzamere zijde bestaat, als vervanging voor de stoffen waarvoor rupsen levend gekookt worden. Maar welke impact heeft dat op grotere schaal? De oplossingen van Thomas zijn hoopvol, maar ze morrelen in de marge. Innovatieve stoffen zoals die alternatieve zijde zijn in ontwikkeling: er zijn er steeds meer en samen kunnen ze heel wat steentjes verleggen, zeker nu zoveel grote merken er interesse voor tonen. Maar diezelfde merken – waaronder fastfashionaanstoker Zara – blijven ook wel massaproductie en massaconsumptie aanwakkeren, en de meeste van hun kledingstukken blijven massaal vervuilend. De mode-industrie mist moed, daadkracht en vooral: regulering. Over dat laatste rept Thomas amper een woord.

Daar gaat Hoskins in haar boek wél op in. Zij heeft een broertje dood aan “greenwashing”: wanneer een bedrijf zich presenteert als milieuvriendelijk, terwijl het dat helemaal niet is. Hoskins geeft een halve pagina ruimte aan de alternatieven voor vervuilende stoffen, maar verbindt vooral de vervuilende mode-industrie met ‘de politiek en het bedrijfsleven’ waarover haar collega Dana Thomas zegt zo graag te willen schrijven.

Vanaf het eerste hoofdstuk maakt ze duidelijk dat de huidige wereldorde, en ook de reden waarom onze schoenen in elkaar gestikt worden in armere landen, teruggaat op ons koloniale verleden. Door het zwart op wit te benoemen, door zo op de keerzijde van globalisering te hameren, schudt ze consumenten wakker.

Die term, ‘consumenten’, zal ze daarvoor zelf niet in de mond nemen. Eerder zijn we burgers, vindt ze, die enkel collectief verandering kunnen afdwingen. ‘De theorie luidt dat we de economie kunnen veranderen door “beter” te shoppen’, schrijft Hoskins met weerzin. Daar gelooft ze niet in, want op die manier blijven we kopen, kopen, kopen.

Hoskins benoemt de macht van consumenten als de top van een piramide. Als we te veel aandacht besteden aan de top, aan de weliswaar serieus rammelende dakpannen, negeren we de fundering, de basis van de piramide. We vergeten dat het systeem inherent fout is.

Merken komen steeds minder goed weg met greenwashing.

Door te blijven consumeren sluiten we ook nog eens mensen zonder koopkracht uit, argumenteert Hoskins. Het doet denken aan de Primark-hetze, toen de winkels heropenden na de lockdown van dit voorjaar en er meteen lange rijen stonden voor de deuren van de fast-fashionketens.

Moeten mensen op de vingers getikt worden voor hun niet-duurzame koopkeuzes als ze zelf moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen? ‘Dat denk ik niet’, reageerde sociologe Aurélie Van de Peer toen ik haar die vraag stelde. ‘Natuurlijk voel ik ook teleurstelling wanneer ik zo’n rijen zie, maar ik hoed mij ervoor om mij moreel superieur te voelen in mijn duurzame jumpsuit van 220 euro. De fairfashionwereld moet ook haar privileges erkennen.’

De duurzame stoffen die Thomas aanbeveelt, klinken vooral erg exclusief. Andere innovaties die ze beschrijft, zoals nieuwe retailplatformen waar klanten kunnen kiezen uit collecties op maat, lijken evenmin haalbaar voor elk budget. Laat staan dat we allemaal een mantelpak van een luxeverhuurplatform in Parijs zouden kunnen lenen.

De vraag is hoe we als samenleving komen tot een discussie over de basis van de piramide, over betere en permanente oplossingen, voor iedereen. Hoe meer mensen een hap nemen uit de top van de piramide, al is het maar door anders en minder te kopen, hoe meer verandering ze kunnen afdwingen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Gedragsverandering komt er niet zomaar. Maar hoe meer schandalen er aan de oppervlakte komen en hoe meer consumenten hun conclusies trekken, hoe minder de politiek nog kan wegkijken. En hoe meer machtige modemerken eindelijk aangepakt worden. Want het zijn uiteindelijk hun aandeelhouders die het systeem in stand houden.

Merken komen steeds minder goed weg met greenwashing. In Leicester, Noord-Engeland, in de achtertuin van Hoskins, vind je weerzinwekkende sweatshoppraktijken, net als bij Thomas in Los Angeles. De Britse moderetailer Boohoo werd op zeer korte tijd twee keer berispt omwille van misselijkmakende arbeidsomstandigheden: gedwongen werken ondanks coronasymptomen en extreem lage verloning. Arbeiders verdienden er 3,5 pond per uur, ongeveer een derde van het Britse wettelijk minimumloon.

Intussen heeft het bedrijf de helft van zijn waarde verloren. Een van de journalisten die de wantoestanden mee onder de aandacht bracht, vroeg zich begin juli af of dit dan het begin van het einde is. Wie zal zeggen waar we ons op de piramide bevinden? Kledingarbeiders die ziek worden terwijl ze gewoon hun job doen, verdienen net als migranten in Texas in elk geval meer empathie dan I really don’t care, do u?

Fashionopolis: The price of fast fashion and the future of clothes door Dana Thomas. Uitgegeven door Head of Zeus, 2019. 320 blzn. ISBN 978-0735224018

Foot work: What your shoes are doing to the world door Tansy Hoskins. Uitgegeven door Weidenfeld and Nicholson, 2020. 288 blzn. ISBN 978-1474609852

Van 26 tot 29 november vindt het Fair Fashion Fest plaats. Omwille van corona verloopt het festival volledig online. Alle informatie vind je hier

Dit artikel werd geschreven voor het herfstnummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3094   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Sarah Vandoorne is freelance journaliste, hispanologe, Latijns-Amerika-aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalese.