Sterke vrouwen doen Pakistan draaien

De perfecte quizvraag: noem drie belangrijke Pakistaanse vrouwen. Iedereen zal zeker Malala Yousafzai invullen. De sterke ploegen herinneren zich Benazir Bhutto. Maar wie geraakt verder? Toch is er geen gebrek aan “straffe madammen” in de 68-jarige geschiedenis van Pakistan.

Tik de zoektermen Pakistan + news + afbeelding in, en je ziet mannen. Met of zonder baarden, megafoons of macht. De Pakistaanse samenleving is patriarchaal en in haar publieke verschijning zelfs behoorlijk  vrouwonvriendelijk, terwijl de veel complexere lagen van omgang tussen de geslachten door de mediatisering van de beschaving hoe langer hoe onzichtbaarder worden, en misschien wel op weg zijn te verdwijnen.

Het land en zijn meest militante inwoners lijken er alles aan te doen om te bewijzen dat een islamitisch land geen ruimte laat voor zijn vrouwen, zoals de meest vijandige westerlingen steeds beweren.  

Daarom vond Ceciel Shiraz Raj, een Pakistaanse journalist en cultureel activist die al enkele jaren in België woont, het de hoogste tijd om het beeld wat bij te spijkeren. Hij verzamelde de namen en profielen van 250 belangrijke Pakistaanse vrouwen. Hij maakte van die inspanning geen academisch boek, maar een kalender voor 2015. Daarmee wil hij niet alleen het scheefgetrokken beeld in het Westen rechttrekken.

Met de Alaap Peace Calendar 2015 –Legendary women of Pakistan wil hij ook het bewustzijn in Pakistan zelf aanscherpen. Want de greep van dogmatische fundamentalisten op het publieke debat kan alleen gebroken worden als mensen de rijkdom en verscheidenheid van hun eigen verleden opnieuw ontdekken, zegt Shiraz Raj.

junaidrao (CC BY-NC-ND 2.0)

Shiraz Raj draagt zijn uitgave op aan Malala Yousafzai, de jongste Nobelprijswinnares ooit.

Shiraz Raj draagt zijn uitgave op aan Malala Yousafzai, de jongste Nobelprijswinnares ooit, waarover hij behoorlijk lyrisch schrijft dat ze het belangrijkste meisje van de wereld is, de verpersoonlijking van de kracht van de Pakistaanse ziel. Op MO.be publiceerden we in juli 2013 Het Malala Syndroom, enkele kritische bedenkingen bij bewonderaars en critici van Malala. Maar Raj heeft gelijk: de maturiteit die Malala het voorbije jaar uitgestraald heeft, is groter dan die van de fanatici die haar uit de weg wilden ruimen, maar ook van de politici die haar voor hun kar willen spannen.

Nadere kennismaking

Uit de lijst van 250 legendarische vrouwen kunnen attente Belgen zeker ook de feministische psychologe dr. Durre S. Ahmed kennen van een van haar vele lezingen die ze hier de voorbije jaren gaf –vaak op uitnodiging van de Mechelse interculturele opleiding CIMIC. Of Shada Islam, die zich in Brussel vestigde als correspondente voor de Far East Asian Review en nu directeur is bij de denktank Friends of Europe.

Security & Defence Agenda (CC BY 2.0)

Shada Islam vestigde zich in Brussel als correspondente voor de Far East Asian Review en is nu directeur bij de denktank Friends of Europe.

Hieronder selecteren we uit Shiraz’ lijst vijf indrukwekkende Pakistaanse vrouwen die we zelf ontmoetten en interviewden, en we voegen er één vrouw aan toe die in een volgende editie niet mag ontbreken.

Ayesha Jalal

Ze is professor Zuid-Aziatische geschiedenis aan de Tufts Univeristy in de VS. Ze publiceerde vorig jaar nog The Struggle for Pakistan, een biografie van de natie die bedoeld was als een thuisland voor Zuid-Aziatische moslims maar evolueerde tot een broedplaats van gewapend extremisme.

 

 

In 2001 verbleef Ayesha Jalal toevallig in haar ouderlijke huis in Lahore voor een huwelijk in de familie. In het gesprek dat ik met haar had, benadrukte ze dat ze niet goed werd van de zelfingenomen godsdienstigheid in haar geboorteland.

 

‘Het gewapende extremisme heeft de term jihad volledig bezet, waardoor de hele islam in diskrediet gebracht wordt.’

‘De meest uitmuntende vorm van jihad’, doceerde ze, ‘was traditioneel studie en reflectie, waardoor iedereen zichzelf tot een betere moslim kon scholen. Een tweede betekenis van jihad was gelegen in het materieel ondersteunen van slachtoffers van onderdrukking. De derde -en laagste- vorm van jihad heeft te maken met het gebruik van wapens. Op dit moment heeft het gewapende extremisme de term echter volledig bezet, waardoor meteen de hele islam in diskrediet gebracht wordt.’

© Tufts University

Ayesha Jalal: ‘Hun streefdoel was niet aanvaard te worden door de heersers, maar de heerschappij te bestrijden.’

Jalal wees erop dat deze ongelukkige verschuiving van betekenis van de jihad al een hele tijd aan de gang was. Voor haar begon het allemaal in 1867, in de Darul-Uloom van de Indische stad Deoband. Tien jaar eerder was een opstand tegen de Britse Oost-Indische Compagnie hardhandig neergeslagen en was de laatste mogolheerser uit Indië verdreven. De oprichting van het seminarie in Deoband was dan ook een poging om Zuid-Aziatische islam te versterken in een nieuwe omgeving, waar de overheersende machthebbers niet langer moslim waren. In de Darul-Uloom brandde niet alleen het verlangen naar een zuiver geloof, maar broeide ook het verzet tegen de Britse kolonisatie.

Ayesha Jalal: ‘De meeste intellectuelen probeerden in die tijd te bewijzen dat hun hindoeïstische of islamitische tradities de test van de moderniteit moeiteloos konden doorstaan. De deobandi’s, daarentegen, verwierpen die moderniteit en de hele westerse superioriteit die ermee samenhing. Hun ijkpunt lag niet in Londen, maar in Mekka. Hun streefdoel was niet aanvaard te worden door de heersers, maar de heerschappij te bestrijden. Hun leefregels hadden niks van doen met intellectuele inspanningen, maar met rituele standvastigheid en zuiverheid.’

Ayesha Siddiqa

is een defensie-expert die op allesbehalve vriendschappelijke voet leeft met de 600.000 man sterke strijdkrachten van haar land. Haar jongste boek, Military Inc., waarin ze de economische belangen van de legertop blootlegt, was in 2011 dan ook nergens te vinden in Pakistan. ‘Uitverkocht, sir. We verwachten de nieuwe druk binnenkort.’

Heinrich-Böll-Stiftung (CC BY-SA 2.0)

Ayesha Siddiqa: ‘Het Pakistaanse leger gedraagt zich als een club middeleeuwse alchemisten.’

‘De Pakistaanse legerleiding blijft halstarrig geloven dat ze de perfecte formule zal vinden om India op de knieën te dwingen.’

Siddiqa wist wel beter: het leger heeft de boekhandelaars en -drukkers niet al te discreet laten weten hoe ongelukkig de – alles bij elkaar bijna duizend – generaals waren met het boek. ‘Het Pakistaanse leger gedraagt zich als een club middeleeuwse alchemisten. De alchemisten bleven geloven dat ze puur goud konden maken, ook al lukte het nooit en verdween zelfs het echte goud dat ze bezaten in hun uitzichtloze experimenten. De Pakistaanse legerleiding blijft even halstarrig geloven dat ze ooit de perfecte formule zal vinden om aartsvijand India op de knieën te dwingen en zelf als regionale grootmacht te triomferen. Daarom blijft ze experimenteren met gewapende groepen, ook al is het intussen voor iedereen duidelijk dat die allang hun eigen agenda volgen en zich tegen de Pakistaanse staat zelf gekeerd hebben.’

Asma Jahangir

is advocate, oprichtster van het Human Rights Center Pakistan, voormalig VN-Speciaal Rapporteur over de Vrijheid van Religie of Geloof, voorzitster van de balie van het Hooggerechtshof én laureaat van Internationale Koning Boudewijn Prijs voor Ontwikkeling in 1997. In een interview naar aanleiding van die Prijs vroeg ik of het belangrijk voor haar dat ze vrouw was.

‘Als kind was wou dat ik een jongen zijn omdat ik dacht dat daardoor de hele wereld zou opengaan. Nu besef ik dat voor mannen een halve wereld gesloten blijft.’

‘Het feit dat ik een vrouw ben, heeft me enorm geholpen bij mijn werk. Je mag niet vergeten dat Pakistan een samenleving is die apartheid organiseert op basis van geslacht. Een mannelijke advocaat zou nooit op dezelfde manier toegang krijgen tot vrouwelijke cliënten als ik. Anderzijds helpt mijn vorming en achtergrond me om deze grenzen zelf wel te overstijgen. Ik kan, met andere woorden, zonder problemen praten en omgaan met mannen zowel als met vrouwen. Ik verkeer dus in een uitstekende positie om de ervaringen en de zienswijzen van de verdrukten te vertalen voor iedereen, voor de hele samenleving. Dat alles heeft me definitief verzoend met mijn vrouw-zijn. Toen ik nog een kind was, heb ik wel eens gewenst dat ik een jongen zou zijn. Toen geloofde ik nog dat daardoor de hele wereld zou opengaan. Nu besef ik dat voor mannen een halve wereld gesloten blijft.’

© Gie Goris

Asma Jahangir: ‘Je mag niet vergeten dat Pakistan een samenleving is die apartheid organiseert op basis van geslacht.’

Over de universaliteit van mensenrechten: ‘De idee dat mensen in Pakistan anders moeten denken over mensenrechten dan in België of Nederland gaat voorbij aan de realiteit van de globalisering. Jij en ik leven in dezelfde wereld en we zijn onderhevig aan dezelfde krachten.’ Asma Jahangir ging er vanuit dat religieuze overtuigingen uitgesproken persoonlijk zijn en dus geen basis voor nationale wetten.

Over de verdachtmakingen door politiek-islamitische kringen deed ze toen nog luchtig: ‘Ik zie God niet en zij zien God niet. Je voelt alleen de aanwezigheid. De Aanwezigheid die er is, binnen in elke mens: de ervaring van hoop, de wil tot leven, het gevoelen van spijt of van schuld als je onrechtvaardig bent.’

Samina Ahmed

is directeur van het Zuid-Azië-bureau van de International Crisis Group. Met haar sprak ik in 2009 over de opkomst van de taliban en hun eis om de grondwet te vervangen door de sharia. ‘De mensen vragen de toepassing van de grondwet op een niet-corrupte en snelle manier’, hield Ahmed vol, ‘niet de sharia en al zeker niet de invulling die de taliban daaraan geven. Trouwens, als mensen zo naar de sharia verlangen, waarom hebben ze dan bij de verkiezingen van 2008 massaal voor seculiere partijen gestemd?’

Center for American Progress Action Fund (CC BY-ND 2.0)

Samina Ahmed: ‘Als Karachi valt, dan sleurt de stad het hele land in haar val mee.’

‘Als mensen zo naar de sharia verlangen, waarom hebben ze dan bij de verkiezingen massaal voor seculiere partijen gestemd?’

Samina Ahmed verwoordde hiermee het meest gehoorde argument in progressieve kringen als het gaat over de opkomst van het radicale islamisme in Pakistan: islamitische partijen hebben bij verkiezingen nooit echt gescoord – behalve tussen 1999 en 2008, de periode dat generaal Pervez Musharraf de grote politieke partijen en de burgermaatschappij muilkorfde.

Ook over de instabiliteit van Karachi, de grootste stad en het financiële centrum van Pakistan, had Samina Ahmed haar mening. ‘Als Karachi valt, dan sleurt de stad het hele land in haar val mee.’ Zij vernoemde als een van de belangrijke redenen van de toenemende instabiliteit van de stad ook het exponentieel gestegen aantal madrassa’s, al geeft ze toe dat niet al die koranscholen jihadi’s voortbrengen.

‘De onafgebroken bouw van moskeeën en madrassa’s leidt tot conflicten over de schaarse grond in deze overbevolkte stad. En de radicalisering die rond deze instellingen plaatsvindt, resulteert in elk geval in scherpere tegenstellingen tussen gelovigen van diverse sekten. En ze is verantwoordelijk voor het feit dat een toenemend aantal jongeren uit Karachi de wapens opneemt in Afghanistan of Kasjmir.’

Hameeda Lakho

verhuisde naar Nederland toen ze vier jaar was, om met haar moeder en zusjes bij haar geëmigreerde vader te komen wonen. Haar jeugd werd een aaneenschakeling van geweld, bedrog en vernedering, waartegen de jonge Hameeda revolteert. Haar levensverhaal schreef ze –verrassend eerlijk en ontdaan van rancune– uit in Verborgen tralies en Gebroken cirkel.

’Mijn ervaring van vrouw-zijn is natuurlijk heel sterk getekend door het feit dat mijn hele leven overschaduwd wordt door mijn tyrannieke vader. Als Pakistaanse moslim wou hij mijn hele bestaan bepalen, maar ik heb me daar al heel snel tegen verzet. Het is voor mij een dubbel gevecht geworden: een strijd om als meisje mijn eigen leven te mogen leiden, én een gevecht met mijn Pakistaanse culturele achtergrond.’

‘Geweld tegen vrouwen kan achter elke voordeur kan plaatsvinden, of er nu autochtone of allochtone gezinnen wonen. Maar er zijn culturen waarin dat meer geaccepteerd wordt dan in andere.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat geweld tegen vrouwen achter elke voordeur kan plaatsvinden, of er nu autochtone of allochtone gezinnen wonen. Of mannen geweld plegen,  is op de eerste plaats een kwestie van karakter en persoonlijke geschiedenis. Maar er zijn inderdaad culturen waarin dat meer geaccepteerd wordt dan in andere. Door die ingewikkelde dubbele strijd heeft het lang geduurd eer ik me bewust werd van het positieve aan mijn vrouw-zijn.’

‘Als slachtoffer van geweld zoek je namelijk de schuld altijd eerst bij jezelf. Je denkt dat je het uitgelokt hebt, dat jij de dingen fout doet, dat de verantwoordelijkheid bij je stomme zelf ligt. Het is maar als je er met anderen over gaat praten, als je je eigen geheim openbreekt dat je uit die negatieve zelfervaring komt.’

‘Tegelijk is het verwoorden van je eigen pijn nodig om te voorkomen dat je blijft steken in haat. Ik ben, door het schrijven van mijn boeken, gegroeid tot ik geen haat meer voel voor mijn vader, alleen nog minachting. Door diezelfde boeken ben ik blijkbaar ook in staat om kracht te geven aan anderen, vrouwen én mannen, met vergelijkbare ervaringen. Die kracht zit in mijn ervaring dat je geen slachtoffer hoeft te blijven. Ik ben nu een krachtige vrouw, ik schaam me niet meer om wat me overkomen is.’

Farida Shaheed

De naam die volgend jaar niet mag ontbreken is Farida Shaheed, een Pakistaanse sociologe die veel werk verzet heeft rond vrouwenrechten in islamitische samenlevingen. In 2013 publiceerde ze Great Ancestors, een boek waarin ze de verhalen vertelt van sterke moslimvrouwen tussen de achtste eeuw en de jaren 1950. Voor Two Steps Forward One Step Back? Women of Pakistan kreeg ze in 1989 de Prijs van de Eerste Minister in Pakistan. Sinds 2009 is Farida Shaheed ook VN Bijzonder Verslaggever over Culturele Rechten.

In het gesprek over artistieke creatie en de noodzaak de vrijheid van de scheppende kunstenaars te garanderen, vroeg ik of er dan geen grenzen zijn aan de vrijheid van creatie en meningsuiting.

Farida Shaheed (CC BY-NC-SA 2.0)

Farida Shaheed: ‘Kunstenaars tonen soms de donkere onderkant van de menselijke drijfveren, maar doen dat zelden met de bedoeling het geweld of de onmenselijkheid te promoten.’

‘Kunstenaars tonen soms de donkere onderkant van de menselijke drijfveren, maar doen dat zelden met de bedoeling het geweld of de onmenselijkheid te promoten.’

Farida Shaheed: ‘De mensenrechtenconventies voorzien de mogelijkheid om de vrijheid van expressie soms te beperken, maar gaan daarbij altijd uit van een absoluut minimum aan grenzen, bijvoorbeeld om het welzijn van de samenleving of de openbare gezondheid te beschermen. Je moet daarbij ook altijd het onderscheid maken tussen het werk van een kunstenaar en het politieke gebruik dat daarvan gemaakt wordt. Ik vind dat vooral dat laatste beperkt moet worden, want kunstenaars tonen soms de donkere onderkant van de menselijke drijfveren, maar doen dat zelden met de bedoeling het geweld of de onmenselijkheid te promoten.’

‘Een heel andere vorm van beperkingen die opgelegd worden aan kunstenaars heeft te maken met de commerciële logica die nu overal dominant is. Muziekmaatschappijen, uitgevers, curators en musea spelen soms een grotere rol in het beperken van de artistieke creativiteit dan overheden of drukkingsgroepen. De voortschrijdende monopolievorming in de sector van de kunsten, met zijn inherente winstlogica, zou het voor Franz Kafka vandaag bijna onmogelijk maken om zijn boeken te publiceren. Als je bedenkt hoeveel meesterwerken uit het verleden vandaag de sluis van de verkoopsafdelingen niet zouden passeren!

‘Deze logica verstoort ook helemaal het beeld van mondiale creativiteit, want in landen als Pakistan komt het grootste deel van artistieke import uit de Verenigde Staten. Alternatieve visies, beelden, voorstellen uit andere hoeken van de wereld maken gewoon geen kans om bediscussieerd te worden aangezien ze niet verspreid worden.’

De Alaap Peace Calendar 2015 –Legendary women of Pakistankan besteld worden via info@alaapchangethroughart.org

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur