Bij het heengaan van Kris Berwouts

Afscheid van een vriend

© Enata Vandenbussche

‘Kris, je hebt me snel getoond hoe we onze plannen alsnog samen gaan aanpakken.’

MO*blogger Ivan Godfroid eert zijn vriend, zijn maat, Kris Berwouts. ‘Dit had ik niet zien aankomen Kris. Ik keek uit naar je terugkeer om onze plannen uit te voeren. De rouw maakte me sprakeloos, maar je toonde me snel de weg hoe we dat alsnog gaan aanpakken. Samen. Dank voor alles.’

Maat van mij, (zelf sprak je je echte vrienden steevast zo aan)

Je zo te weten gaan, komt hard aan. Mij leek het wel of je er altijd al was geweest. En zeker dat je langer zou blijven dan ikzelf. Nu het pijnlijk tot me doordringt dat dit laatste niet meer waar is, dwing ik me om ook het eerste in vraag te stellen.

De eerste herinnering die ik van je terugvind, dwars door alle verdriet heen, dateert van de jaren negentig van de vorige eeuw. De koepelorganisatie 11.11.11 wou een nieuwe verantwoordelijke aanwerven voor de regio van de Grote Meren.

Als medewerker van de lidorganisatie Coopibo (één van de voorlopers van Rikolto, red.) was ik uitgenodigd om deel uit te maken van het rekruteringpanel. Het was al snel duidelijk dat jij veruit de meest geschikte kandidaat was.

Ik vond het toen wel wat eigenaardig dat je leek te denken dat een hemd dragen van Congolese pagnestof je kansen zou verhogen. Alleen wist ik toen nog niet dat je hele garderobe ermee gevuld was. Later zou je ermee pronken op Facebook, met het fotoalbum genaamd: Someone called my Congolese haute coûture “Hawai shirts”!!??

Jaren later vroeg ik je waarom die dag het zweet in beken van je voorhoofd gutste, hoewel het toen echt niet zo warm was. ‘Man, ik wou die job echt, ik wou die zo graag dat ik er alle energie uit perste’, zei je gewoon. Je opgespannen knoopsgaten zetten die inspanning nog wat kracht bij. Met succes.

Zonder afspraak

Er volgden lange jaren waarin we elkaar regelmatig zagen, dwars doorheen onze professionele parcours. Die regelmaat kwam er puur door toeval, niet door onze planning.

Het is een vreemde tegenstelling: afspreken om elkaar te zien, bleek niet te lukken. De twee keer dat je me zou bezoeken in mijn thuisstad Butembo, deed je dat op momenten dat ik er onmogelijk kon zijn. Tijdens je containerbeproeving van zes maanden bij Monusco in Goma lukt het me niet één keer om de 300 kilometer die ons scheidden te overbruggen.

Zo werkte dat dus niet tussen ons. Maar wel als we het toeval zijn werk lieten doen.

Onze wegen kruisten elkaar bijvoorbeeld toevallig in Kigali, toen we daar allebei nog mochten komen. Of in Kinshasa, waar we allebei maar zelden kwamen. En verschillende keren in Goma of in de Brusselse Matongewijk, in het restaurant Cap Africa.

Aan onze ontmoetingen hielden we meestal culinaire herinneringen over. Dat paste wonderlijk goed bij je bonhomie. Niets leuker dan vanop een Afrikaanse spijskaart precies dat ene gerecht kiezen dat geen van beiden al had gegeten en er dan samen van te genieten terwijl we honderduit praatten om de opgelopen achterstand in te halen.

Achter gesloten deuren

De sterkste ervaring die we samen beleefden was op de lente-equinox van het jaar 2016. Het toeval – alweer – had ons beiden naar Goma gebracht. Daar vatte jij het drieste plan op om je 53ste verjaardag te gaan vieren in de gevangenis van Munzenze samen met de jongeren van La Lucha die daar maandenlang volledig ten onrechte werden vastgehouden.

Het werd een volstrekt unieke gebeurtenis die ook beschreven staat in je boek Mijn leven als mushamuka. Wat begon als een surrealistisch idee werd uiteindelijk een les voor het leven, voor iedereen die het mee beleefde.

Wanneer ik machteloos en vanop afstand in Butembo hoorde over hoe het regime je het alsmaar moeilijker maakte en je zelfs van je vrijheid durfde beroven, werd ik een paar keer flink bang.

Het weerhield je er niet van om nadien je opdrachten in Congo verder te zetten.

In september 2017 werd je Goma uit gedreven. Dat gebeurde snel, zonder een te lange onzekerheid over je lot. Wat goed dat je toen niet naar Kinshasa werd gevlogen, maar op je toch geboekte, en aan de grond gehouden, vlucht naar Addis Abeba werd gezet.

Het weerhield je er niet van om nadien je opdrachten in Congo verder te zetten. Je had ook nooit een duidelijke reden gekregen voor die behandeling. Ook dacht je voldoende relaties op hoog niveau te hebben om erger te voorkomen.

Maar na je aankomst in Kinshasa in oktober 2018 hield de inlichtingendienst ANR je dagenlang vast, zonder je medicatie en opnieuw zonder duidelijke reden. Het was er ver over en dat heeft je een flinke knauw gegeven.

Jong moeten sterven

Het was niet de eerste keer dat je een zware morele klap te verwerken kreeg. Moorden op mensen waar je dichtbij stond wogen zwaar op je. Zoals de moord op je goede vriend en mensenrechtenactivist Floribert Chebeya. Die was zo grotesk geënsceneerd dat het onbegrijpelijk was dat de daders ook maar één seconde konden geloven dat ze daarmee zouden wegkomen.

De dodelijke aanslag op je schoonbroer en boezemvriend Gildo Byamungu bleek ontsproten te zijn uit een soort van jaloezie tussen artsen die het niet konden slikken dat hij ziekenhuisdirecteur in Uvira zou worden terwijl hij niet van daar afkomstig was.

Jij weet hoe het voelt om te rouwen over het verlies van echte maten.

De laatste jaren ging het van kwaad naar erger. Er ging haast geen dag meer voorbij zonder dat we foto’s van verhakkelde lichamen te zien kregen in onze WhatsAppgroepen. Slachtoffers van de zoveelste terreuraanslag in het oosten van Congo.

Of erger: video’s van terechtstellingen door wetteloze en gewetenloze groepen. De moord op Michael Sharp en Zaida Catalán in 2017 was ondraaglijk. De twee VN-onderzoekers werden in Kasaï in een val gelokt en afgemaakt. Jij had Zaida ooit ontmoet.

Hoe de wereld op al dit geweld reageerde – of net niét – werd steeds moeilijker om te verwerken. Vier jaar na de feiten dook dan uit het niets een video op die deze terechtstelling in detail weergaf, inclusief de onthoofding van Zaida. Dat kwam ontzettend hard aan en kon niet anders dan diepe sporen nalaten.

Samen thuis

Midden 2022 keerde ik na 12 jaar definitief terug uit Oost-Congo. Sindsdien werd de fysieke afstand tussen ons een pak kleiner en werd het makkelijker om elkaar te vinden. Afspreken in Wetteren verliep foutloos en we maakten er een haast dagelijkse gewoonte van om de laatste ontwikkelingen online met elkaar te delen en te bespreken, meestal vlak voor het slapengaan.

Van onderuit wilden we ook een actie opzetten om institutionele fraude en corruptie in de ngo-sector in Congo aan te klagen en te beteugelen.

Je had doorheen de jaren een zorgvuldig netwerk van contacten opgebouwd, bij bijna alle partijen verstrengeld in de regio van de Grote Meren. Analyses van al die contacten bleken vaak niet voor een eenduidige interpretatie te zorgen over de gebeurtenissen van de dag. Het deed deugd er met iemand goed over te kunnen doorpraten, voor wie alles bespreekbaar was. Zelfs al bleven nadien meestal meer vragen dan antwoorden over.

Onze gedeelde verontwaardiging over de massamoorden in Kishishe in november 2022 leidde tot een oproep, samen met nog een tiental andere medestanders voor de oprichting van een onafhankelijke internationale onderzoekscommissie. Ons werd gevraagd die oproep om te zetten in een petitie. Die heeft echter nooit 1000 handtekeningen gehaald, te weinig om te kunnen gaan aankloppen bij de bevoegde intergouvernementele instanties.

Van onderuit wilden we ook een actie opzetten om institutionele fraude en corruptie in de ngo-sector in Congo aan te klagen en te beteugelen.

Maar gaandeweg voelde ik je energie wegglippen en zag ik je inzet tanen. Steeds vaker gaf je me ’s avonds te kennen dat je die dag met andere dingen was bezig geweest en de recente gebeurtenissen nog niet had nagetrokken, dat je dringend nood had aan vakantie. Je werd overmand door Congo-moeheid.

De roep van het noorden

Je vroeg me zelfs om tips over Canada waar ik een tijdje heb gewoond. Die reis praatte ik uit je hoofd, omdat het er in februari nog putje winter is en je er bij temperaturen van -20°C geen plezier aan hebt. Dat hindert je mobiliteit, had ik je ook gezegd.

Dus besloot je om naar de Baltische staten te trekken. Je wedervaren mochten we zoals gewoonlijk op de voet volgen via de knappe foto’s die je gul op sociale media deelde, telkens verrijkt met jouw karakteristieke humor.

Je reisroute week plots af naar het noorden, waar je al snel Lapland doorkruiste en eindigde in Inari. Net niet het einde van de wereld, schreef je, maar het was goed geweest.

Toen vier dagen later het bericht van je heengaan ons bereikte, kregen je laatste posts en playlists pas hun volle betekenis. Een diepe rouw overviel me. Een rouw waar ik helemaal niet klaar voor was.

Nu weet ik het zeker

We hadden nog zoveel plannen samen. En plots was je er niet meer. Ik zou je nooit meer zien.

Een uur nadat ik het slechte nieuws kreeg, schrok ik van een onbekende vrouw. Aan een bakkerskraam op de markt, op amper twee meter van mij, praatte ze luid over Lapland. Op de terugweg van de markt kruiste ik een fietser met volle witte baard en een bril die als twee druppels op jou leek. Zonder teken van herkenning fietste hij me voorbij. Ik stond perplex.

Louter toevallig – echt waar, het was niet zo gepland – sta ik twee dagen later in de straat van restaurant Cap Africa, in de Matongewijk. Herinneringen aan jou razen door mijn hoofd en hart. Iets onbestemd in mij dwingt me de straatnaam te zoeken. Wanneer ik het naamplaatje lees zak ik bijna door de knieën.

Het restaurant bevindt zich in de Lang-Levenstraat. Pure Kris-humor. Alleen jij zou zoiets kunnen bedenken.

© Ivan Godfroid

Restaurant Cap Africa ligt in deze straat

Een dag nadien krijg ik de bevestiging. Ik trek naar het Afrikafilmfestival in Leuven, waar een documentaire over de geschiedenis van Butembo wordt vertoond.

Mijn toegangskaart is de hele dag geldig, dus besluit ik om ook de volgende film te bekijken. Ik maak me de bedenking dat die film ook jou zou hebben geïnteresseerd.

Oospronkelijk werd die tweede documentaire in de festivalbrochure opgenomen met als titel Call to Glory. Het gaat over de begrafenisrituelen in het noorden van Ghana.

Maar tot mijn grote verbazing opent Guido Convents de vertoning met de melding dat de titel van de film na het drukken van het programma werd gewijzigd ‘door Kris en zijn medewerkster’. Filmmaker Kris Pannecoucke, bedoelt hij, maar dat hoor ik niet meer, want zodra ik de nieuwe titel zie, weet ik het zeker: dit ben jij Kris, mijne maat, die me komt troosten met jouw bijzonder gevoel voor humor. Long live the dead. Ik hoor je zelfs gniffelen.

© Ivan Godfroid

Mijn hand trilde van emotie toen deze titel op het scherm verscheen

En of het werkte. Nu weet ik zeker dat ik nog regelmatig van je zal horen. Steeds zonder afspraak, dat staat vast. Je zal me blijven inspireren. We gaan beslist manieren vinden om onze plannen alsnog uit te voeren, samen.

Geruststellend kabbelen in hun eeuwenoude Afrikaanse rivierbedding de verzen van de Senegalese dichter Birago Diop door mijn hoofd.

Les morts ne sont pas morts. Ils sont dans la case, ils sont dans la foule.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.