Boot zinkt in de Caraïbische zee: zware fout of ongeluk?

Op zaterdag 23 januari is er een ‘panga’, een soort grote kajak waar een dertigtal mensen in kunnen, gezonken tussen de Caraïbische Corn Islands die bij Nicaragua horen. Het bootje deed een dagtrip vanuit Great Corn Island naar Little Corn Island. De zee was die dag wild vanwege de sterke en alom bekende noorderwind. Bij het ongeval vielen dertien doden, allemaal toeristen afkomstig van Costa Rica. Zeventien mensen konden gered worden.

  • © Elief Vandevenne Een panga die aankomt op Great Corn Island. © Elief Vandevenne

Het zonlicht breekt de zee in verschillende tinten blauw die zich met het licht vermengen en zo een magische geelblauwe schijn in de lucht doen hangen.

Een groepje kinderen speelt voetbal met een kokosnoot. Hun kleine voetjes, bedekt met een dikke laag eelt, zwermen als muggen rond de groene plompe peul. 

De ochtendwind doet de palmbladeren dansen en er ontstaat een schaduwspel op de grond. Het is zeven uur ‘s ochtends. Ik kijk voor mij uit naar de uitgestrekte blauwe vlakte.

Er zijn geen wolken en de zee is zo rustig dat ik Great Corn Island, de grote zus van het eiland waarop ik me bevind, heel duidelijk kan zien liggen. Ik kan niet geloven dat er amper twee dagen geleden een zwaar ongeluk plaatsvond op de nu zo vredige Caraïbische zee.

Conflict met Costa Rica

Dit ongeluk is op zich al erg genoeg, maar de spanningen tussen Costa Rica en Nicaragua maken er pas echt een hot potato van. Costa Rica is rijk en bovendien bevriend met de Verenige Staten. Nicaragua daarentegen heeft een pijnlijke geschiedenis met de VS en sluit zich daarom meer bij Rusland aan. In vergelijking met Costa Rica is Nicaragua tevens minder ontwikkeld. Toerisme is van groot belang in Costa Rica en ook in Nicaragua neemt toerisme toe, maar dat zit nog niet op het niveau van het buurland. Veel Nicaraguanen zijn hierover verontwaardigd omdat ze vinden dat Nicaragua qua natuur zeker aan Costa Rica kan tippen, dat hierom bekend staat.

De ‘Rio San Juan’ vormt een natuurlijke grens tussen Costa Rica en Nicaragua. Over dit grondgebied en de rivier is er onenigheid geweest. Als gevolg hiervan weet iedere Nicaraguaan die aan de rivier woont je precies te zeggen tot waar Nicaragua loopt. Deze spanningen zorgen voor politieke druk op Nicaragua om een schuldige gevangen te zetten en maatregelen te nemen als verantwoording tegenover Costa Rica. Ze willen hier niet uitkomen als onontwikkeld land dat niet klaar is voor toerisme.

Schuld en boete

Toen het nieuws verspreid was, begon er op Little Corn een hevig debat over wie er nu schuldig is aan wat en welke straffen moeten volgen. Enkele mensen vonden dat de toeristen nooit op de boot hadden mogen stappen: ‘Het nieuws van de storm was al heel het eiland rondgegaan, ze hadden het kunnen weten.’ Een andere Belgische toerist oppert dat hij dat onzin vindt. Als toerist vertrouw je op de kapitein, die beslist wanneer hij vaart. Als er iemand de zee zou moeten kunnen inschatten is hij het wel. Als hij vertrekt, vertrouwen zijn passagiers hem.

‘Het nieuws van de storm was al heel het eiland rondgegaan, ze hadden het kunnen weten.’

Inmiddels zat de kapitein van de boot al in de gevangenis. Zowat iedereen op het eiland is ervan overtuigd dat dit onterecht is. Er is een soort zeevaartpolitie die beslist of een boot al dan niet mag uitvaren. De kapitein, bekend bij alle inwoners van Little Corn, zou volgens hen nooit zijn uitgevaren zonder toestemming. De schuld ligt volgens velen dus bij de zeevaartpolitie.

De media neigt ernaar de kapitein als schuldig te beschouwen en de reden hiervoor is, volgens heel wat mensen van Little Corn, de reputatie die Nicaragua hoog wilt houden.

‘Het is minder erg om één man schuldig te bevinden dan toe te geven dat de regering schuldig is, want de zeevaartpolitie werkt in opdracht van de regering.’ zegt een cafébazin op Little Corn. Ook voor het toerisme in Nicaragua is nieuws als dit dodelijk, zeker bovenop het nieuws over het zikavirus. 

Een erg nuchtere Amerikaanse hippie mengt zich in het gesprek en haalt zijn schouders op: ‘Mwah, what can you do man? Shit rolls down the hill.’ En met deze memorabele uitspraak, gevolgd door knikkende hoofden, eindigt die avond de discussie.

Is de schuldvraag overbodig?

Ik praat met de eigenaars van het hotel waar ik verblijf. Ze komen uit Spanje en de VS en zijn hier nu 20 jaar. ‘In de tijd die wij hier wonen is er nog nooit een boot gezonken. Het is soms gevaarlijk geweest, dat wel, maar het is de eerste keer dat zoiets gebeurd.’

‘Het is soms gevaarlijk geweest, dat wel, maar het is de eerste keer dat zoiets gebeurd.’

Dit zet me aan het denken. Het is een schokkend en heftig gebeuren, maar al zeker twintig jaar varen die boten hier zonder ongelukken en nu gebeurt er één keer iets en iedereen zoekt meteen naar schuldigen.

Is die schuldvraag misschien overbodig? Is dit niet gewoon een ongeluk? Een vreselijk accident, maar een accident waaruit geleerd kan worden en niemand schuldig moet worden bevonden. 

‘Deze schuld is te groot om gedragen te worden door één man.’ zegt één van de eigenaars nog. En dat is misschien wel waar. Tenslotte heeft iedereen twintig jaar lang pangas over en weer zien varen, storm of geen storm, wind of geen wind.

Zie je wel

Enkele mensen op Little Corn vonden de overladen en relatief kleine pangas voor de zee al eerder onveilig. Er bestaat onder de eilandbewoners al langer de wens om een degelijke, grote pier op hun eiland te hebben met zeewaardige boten die bedoeld zijn voor de overzet van mensen. Inwoners van Little Corn Island zijn afhankelijk van de boten die zich tussen de eilanden bewegen. Veel levensnoodzakelijke producten worden zo naar hen gebracht, maar die boten zijn ook de enige manier om van het eiland af te geraken.

Nu zitten deze mensen met een ‘zie- je -wel- gevoel’. Een Hollandse inwoonster van Little Corn is na het accident onmiddellijk in actie geschoten en heeft een petitie gestart om zo een zeewaardige overzetferry te realiseren. 

The main pier

‘The main pier,’ zo wordt het smalle strookje beton dat lang niet ver genoeg in zee staat genoemd. Op deze pier moeten zowel de grote voorraadschepen als de kleine pangas met passagiers aanleggen. Deze twee worden dan ook nog eens gemixt. In een panga kan al eens een zak patatten liggen en in een voorraadschip zitten al eens wat toeristen.

Terwijl mannen op blote voeten één voor één de zakken, planken en emmers met God weet wat naar het vaste land slepen, proberen toeristen de evenwichtsoefening over de balk die tussen de schommelende boot en de pier ligt met succes te volbrengen. Organisatie ontbreekt hier, zoveel is duidelijk. Als Europeaan is het maar moeilijk om aan te zien. In mij vecht het deel dat dit onverantwoord en belachelijk vindt met het deel dat begrijpt dat deze mensen niet dezelfde geschiedenis, cultuur en maatschappij hebben als ik.

Tegenreactie

Als tegenreactie op het accident varen er een aantal dagen geen boten meer tussen de Corn Islands. Dit veroorzaakt een heleboel verloren vliegtuigtickets en slechtgezinde buitenlanders die hun pogingen tot de ‘mañana, mañana, tranquilo’ –mentaliteit en de beloofde innerlijke rust die daarbij zou komen kijken nu definitief wegwerpen, recht de zee in en dit alles vanop de ‘main pier’ waarrond ze al dagenlang zwerven omdat niemand aan het begin van de dag kan zeggen of er tegen het einde van de dag een boot zal zijn of niet. Een heleboel toeristen zijn dus gedoemd tot ‘pierhangen’, waaronder, mocht u het nog niet doorhebben, ook ik.

Het wachten op een boot en daarom kwaad zijn steekt fel af tegen het zware accident van enkele dagen geleden. Het is confronterend om je eigen westerse, opgefokte ziel te zien rondrennen terwijl er op dat eiland ook veel locals zijn die evengoed problemen hebben, maar er beter in slagen zich hier niet zo in op te jagen.

Lotgenoten

Het draait uit in wachten op Godot. Als ik had gekund, had ik een tribune rond de pier gebouwd. Een knap staaltje menselijk groepsgedrag was daar te bewonderen. Iedereen zoekt elkaar op om naar de verhalen van de anderen te luisteren die nog erger zijn dan hun eigen verhaal zodat ze zichzelf daarna wat moed kunnen inpraten. In vergelijking met die mensen daar vallen hun problemen immers nog mee. De zielepoten die tot de constatatie komen dat hun verhaal echt de bodem van ‘de put der misère’ is, kunnen zichzelf nog altijd sussen met het idee dat, als er een boot moest komen, zij van een plaatsje verzekerd zouden zijn. Moest er een discussie uitbreken dan hebben zij vast en zeker de beste argumenten.

Wanneer de boot dan eindelijk aankomt, en wij allemaal (de boot is godzijdank groot genoeg) tussen de goederen, Little Corn achter ons laten denk ik terug aan hoe de zee er zo vredig uitzag, die ochtend, van op het land en terwijl de golven tegen de rand van het schip kletsen wint mijn schuldgevoel het van mijn Europese gejaagdheid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Verwondering in Latijns-Amerika

    Na haar middelbare school beslist Elief Vandevenne om nog even niks te beslissen, maar, na Spaans te leren in Guatemala, vijf maanden vrijwilliger te zijn voor het sociaal