De Vrije Markt van de duiveluitdrijvingen in Congo

De kindheksen komen niet onmiddellijk op straat terecht. Vaak zoeken familieleden hun heil in zogenaamde charlatans of sekten die zich in geloofsgemeenschappen op houden. Dit zijn charlatans die aan lucratieve duiveluitdrijvingen doen die vaak ontaarden in geweld ten aan zien van het kind.

  • © Willemjan Vandenplas Kindheksen in Lubumbashi: de gevolgen van een tijdsgeest. © Willemjan Vandenplas

Op het bijgeloof in kindheksen heeft zich een hele vrije markt van charlatans gevestigd. Veel charlatans werken in het kader van de opkomende pinksterkerken die winnen aan populariteit waar traditionelere geloofsvormen geen antwoord bieden op de concrete noodsituatie van mensen. Door duiveluitdrijvingen verdienen deze Charlatans flink wat geld.

Kirko man, een bekende albino komiek van Lubumbashi:

‘In het derde jaar van de lagere school beschuldigden mijn klasgenoten mij van kindheks te zijn, omdat ik een in de volksmond een blanke was en erg van hen verschilde. Ze dachten dat wie naast mij op de schoolbanken zou komen zitten, ’s avonds door mij opgegeten zou worden. Mensen zeiden mij dat albino’s snel moe zijn omdat ze ‘s avonds werken als kindheksen.  Toen ik in het middelbaar zat en geïnteresseerd geraakte in vrouwen zeiden mensen dat ik na geslachtsgemeenschap zou opduiken in het toilet om zijn vriendin op te eten. Na het middelbaar onderwijs ging hij op zoek naar een vrouw. Mijn eerste vriendin mocht niet met mij trouwen van haar ouders die zeiden dat nog niemand binnen hun stam met een kindheks getrouwd was. Bij het tweede meisje was het echter raak: die besloot met mij te trouwen ongeacht de mening van haar ouders.’

Missionarissen, Pinksterkerken en duiveluitdrijvingen

Uiteraard zijn duiveluitdrijvingen niet nieuw: de missionarissen in Lubumbashi maken er geen geheim van dat binnen de Katholieke Kerk ook duiveluitdrijvingen worden toegepast en wereldwijd beschikt elk Bisdom over zijn duiveluitdrijver. Het grote verschil is echter dat zij daar geen geld voor vraagt. Ngonho Symphorie, Pasteur in de Pinksterkerk in de Tumbac-Wijk, zegt dat in de pinksterkerken er via gebed aan duiveluidrijvingen wordt gedaan.  

Deze charlatans zijn gespecialiseerd in het detecteren van tekens van hekserij bij deze kinderen. Terwijl deze charlatans zeggen dat ze tegen hekserij vechten, beschuldigen ze zelf kinderen kindheksen te zijn als ze dat nog niet hebben toegegeven onder druk.

De charlatans of sekten vragen tussen 25 en 200 dollar per duiveluitdrijving. Het is zo dat 100 dollar per maand het minimumloon is in Lubumbashi. Er is een enorme aantrekkingskracht om illegale duiveluitdrijvingen uit te voeren. Het is voor deze charlatans een bloeiende industrie. Tijdens deze duiveluitdrijvingen wordt er zo hardhandig te werk gegaan dat de kinderen soms sterven of zwaar toegetakeld op straat terecht komen. Dan worden ze straatkinderen.

Het refrein van de straten van Lubumbashi

Pasteur Ngongo Symphorein van de Bergerie du Christ: 

Voor mij is hekserij volgens het woord van god een bron van kwaad die afkomstig is van de duivel die het goed leven van de mensen bedreigt. Het zijn slechte geesten die afkomstig zijn van de duivel. Die geesten kunnen door de kracht van Jezus Christus worden weggejaagd. Er kan iemand ziek zijn van deze geesten en wij bidden voor hem en daardoor gaan de geesten weg. Wij jagen geen kindheksen weg, maar wij bidden voor hun in de mis, zodanig dat zij weer in hun familie kunnen terugkeren. Het is dus door het gebed dat wij kindheksen detecteren.De bijbel zegt: “roep mij en ik zal u antwoorden. Ik zal u grote dingen bekend maken, die verborgen zijn en u niet kent” Dit is onze leidraad. Dit staat in Jérémy, hoofdstuk 33, vers 3. Wij bidden omdat Jezus krachtiger is dan de duivel waardoor het kind bezeten is. Wij zijn de profeten van Jezus, omdat wij de kracht van het woord van god kregen. Dit staat in Marcus: hoofdstuk 16, vers 17: “Deze tekenen zullen hen die geloven volgen. In mijn naam zullen zij demoniën uitwerpen, in nieuwe talen spreken.” Dit noemen wij de “bevrijding”. Elke kracht is ondergeschikt aan die van Jezus Christus en zijn profeten.’

Guishlain el Magambo Bin Ali Gulda:

“Ik geloof maar een beetje in hekserij omdat ik fotograaf ben. Ik geloof in licht, in de realiteit, in wat ik zie, wat ik kan onderzoeken met mijn derde oog (mijn fototoestel) en wat waar is volgens de moderne wetenschap. Elke geest waarvan ik tot nog toe foto’s van maakte, kon ik zien op mijn negatieven.”

Demografie van de straat

Vroeger werden vooral oudere mensen in de DRC van hekserij beschuldigd. Nu worden echter vooral kinderen van drie tot achttien jaar getroffen. Tot begin jaren 1990 was het probleem der kindheksen vrijwel verwaarloosbaar. In 1994 leefden er echter al 400 kinderen op straat in Lubumbashi.

Er zijn vandaag geen officiële statistieken meer, maar er idat in Lubumbashi iedere dag een nieuw kind op straat belandt volgens Eric Meert. Vandaag wordt er geschat dat zo’n 3000 straatkinderen in Lubumbashi leven: daarvan zijn 2/3 kindheksen en 1/3 kinderen die al het contact met de familie verbroken hebben. Deze zijn voor het 80% Kasaïens. In de hoofdstad Kinshasa wordt het aantal straatkinderen geschat op 20 000, waarvan 13 000 er van beschuldigd worden kindheksen te zijn.

Zo’n 80% onder hen zijn jongens, omdat meisjes meer economisch potentieel hebben in de ogen van hun familie. Zo krijgen meisjes de bruidsschat en kunnen zij helpen bij huishoudelijke taken en voor de andere kinderen zorgen.

Vooral kinderen uit families die in extreme armoede verkeren worden het slachtoffer. Kinderen van rijke ouders worden maar zelden van hekserij beschuldigd, maar ook deze kinderen worden soms straatkinderen omdat ze kiezen om bij hun vriendjes te zijn op straat en omdat ze door de extreme vrijheid worden aangetrokken.

Geen Zweinstein, maar een leven als untouchables in Congo

Deze kinderen moesten op straat in hun onderhoud voorzien. Eens op straat moeten deze kinderen één basisbehoefte voorzien: eten. Diverse activiteiten helpen hen aan de kost: bedelen, stelen, prostitutie of… werken: schoenen poetsen, bewaken van wagens, kippeneitjes verkopen, eigendommen schoonmaken, verkopen van waren, transport van goederen,…. Deze kleine werkjes stellen de kinderen in staat zich ‘s avonds met een zak vol eten terug trekken in hun schuilplaats of deze aan hun naasten af te geven.

Vroeger waren ze overdag dan ook te vinden in het commerciële hart van de stad, op de markten of in de omgeving van de grote magazijnen. Nu hebben ze een teruggetrokken bestaan omwille van de repressie tegen straatkinderen. Bij het vallen van de nacht verlaten de straatkinderen vaak de plaats waar ze hun brood verdienen en trekken naar andere plaatsen waar ze min of meer beschut de nacht kunnen doorbrengen zoals veranda’s van magazijnen, kiosken of onder de toonbanken op de markten.

Vaak slapen ze enkel op een stuk karton, al dan niet rond een vuurtje want dekens hebben ze niet. Op straat is het kind nog meer dan thuis blootgesteld aan tal van ziektes. Mogelijkheden om zichzelf of hun kleren te wassen biedt de straat niet. Besmetting door diarree, dysenterie, cholera, schurft, malaria, tyfus, tuberculose en aids zijn niet ongewoon. Op straat leeft het kind zonder morele beperkingen, in een totale vrijheid die ook enorme aantrekkingskracht uitoefent op hun leeftijdsgenoten in extreme armoede. Geweld, wantrouwen, ongehoorzaamheid en gebrek aan respect zijn eigen aan het leven in de straat. Scheld- en vechtpartijen zijn snel uitgelokt, diefstal wordt een uitdrukking van intelligentie en handigheid. Hoewel het in moeilijke omstandigheden leeft, probeert het kind op de straat steeds een afleiding te creëren om zich te ontspannen. Er wordt met de kaarten gespeeld, geflaneerd langs de vitrines van winkels en gevechtssport beoefend. Om aan aan hun ellende te ontsnappen slikken de kinderen ook valium, snuiven ze oplosmiddelen, roken ze hennep of drinken ze lutuku (een goedkope whisky). 

Veel kinderen die op straat leven zijn georganiseerd in bendes. Die hebben een leider, iemand die het oudst is of waar de meeste kinderen naar luisteren. Als er bijvoorbeeld iets gestolen, is kan je bij hem terecht om een deal te sluiten en de gestolen waren terug te krijgen.

De repressieve hand van God

In 2009 wou Moise Katumbi, de gouverneur van Katanga die soms mytische en godelijke krachten wordt toegeschreven, van Lubumbashi een stad naar Europees model maken. Hiervoor voerde hij een repressief beleid en werden verschillende vluchthuizen waar de straatkinderen terecht kwamen gesloten. Zo ook het transitie huis van Bakanja ville van Eric Meert.

De kinderen kregen de keuze of in een nieuw provinciaal centrum te verblijven (Kassapa, genoemd naar de studentenwijk waar het centrum gelegen is), dat de oude gevangenis van Lubumbashi was, of terug te keren naar hun families. Anders zouden ze in de echte gevangenis belanden.

Moise Katumbi maakte de fout dat hij een provinciaal centrum oprichtte waar 800 straatkinderen naar toe gingen, waar het beter leven was voor kinderen die in familieverband in extreme armoede leefden. Hierdoor werkte het huis als een magneet. Hij ving hier kinderen op tussen 6 en 32 jaar. Omwille van de corruptie en ‘de brood en spelen’ mentaliteit  in het centrum ontstond er echter rebellie. Na twee weken waren er al 200 kinderen ontsnapt naar de oude vluchthuizen. Daarom besloot Moise Katumbi de 180 jongeren ouder dan 17 jaar aan het werk te zetten als straatvegers. Zij kregen 100 dollar bij het vertrek uit het centrum om een kamer te huren en waren dan officieel geen straatkinderen meer.

Naast opvang wordt het stadsbeleid ook door repressie getekend. Zo worden veel straatkinderen door de politie opgepakt, hetzij voor gepleegde misdrijven of gewoonweg omdat zij door de overheid als een last worden aangezien. Daarna worden ze meestal onder druk gezet om informant te worden. Als deze samenwerking vlot verloopt, worden ze door de politie met rust gelaten.

Tegenwoordig zijn er 3000 straatkinderen, ze verstoppen zich voornamelijk en zijn dus niet meer zo duidelijk aanwezig in het straatbeeld. Dit is zo sinds de repressie van 2009. De Kassapa bestaat nog steeds. 

Wordt vervolgd.

Lees ook deel 1 en deel 3 van dit drieluik. Willemjan Vandenplas is ook fotograaf, bekijk zijn werk op zijn website.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur