‘Ik was altijd bang om te leven. Hier ben ik eindelijk vrij’

Lies Gallez, #WijZijnHier

20 juni 2019
Blog

De wereld in je klas

‘Ik was altijd bang om te leven. Hier ben ik eindelijk vrij’

‘Ik was altijd bang om te leven. Hier ben ik eindelijk vrij’
‘Ik was altijd bang om te leven. Hier ben ik eindelijk vrij’

Tien leerlingen zitten er de OKAN-klas van Lies Gallez. Behalve het leren van een nieuwe taal, leren ze letterlijk en figuurlijk hun weg vinden in een nieuw land. Wat helpt hen daarbij, of wat zit hen in de weg? Voelen zij zich er al thuis? Hoe kijken zij naar het land waarin ze nu wonen? En wat houdt hen bezig?

CC0

CC0

Tien leerlingen zitten er in mijn OKAN-klas. Dat is de Onthaalklas voor Anderstalige Nieuwkomers waar ze Nederlands leren. Negen nationaliteiten, vier religies en negen moedertalen brengen ze er elke dag samen. Behalve het onder de knie krijgen van een nieuwe taal, leren ze er ook letterlijk en figuurlijk hun weg vinden in hun nieuwe land. Wat helpt hen daarbij, of wat zit hen in de weg? Voelen zij zich er al thuis? Hoe kijken zij naar het land waarin ze nu wonen? En wat houdt hen bezig?

Hier laat ik mijn leerlingen aan het woord. Ze geven mij een inkijk in hun wereld. Vandaag zijn Kadiatou (18), Ismail (13), Emmanuel (16), Judi (14) en Pouya (17) aan de beurt. Vandaag brengen zijn hun wereld dichterbij.

België, mijn nieuwe thuis

‘Ik voel me thuis in België, omdat ik bij mijn familie ben. Mijn stiefvader is heel lief en zorgt voor mij en mijn halfzus’, zegt Kadiatou. Ook Ismail heeft dat gevoel al vindt hij daar een andere reden voor: ‘Ik kan hier goed leren. Er is geen oorlog. Het is veilig om naar school te gaan. Op straat moet ik niet meer bang zijn. Er worden geen mensen vermoord.’ Hij glimlacht wanneer hij me dit zegt. Voor Pouya is zijn toekomst hier ook een pak beter dan in zijn thuisland: ‘In Iran had ik problemen met de politie, omdat ik christen ben. Als de politie mij zou vinden, zou ik de doodstraf krijgen. Ik was altijd bang om te leven. En hier ben ik eindelijk vrij.’

‘Ik kan mij nergens meer thuis voelen. En ik ben ook bang dat de mensen in België mij zullen zeggen dat ik terug moet. Want ik kan niet terug. Alles is kapot’

Voor Emmanuel liggen de kaarten anders op tafel. Hij voelt zich nog niet thuis, ook al is hij hier al meer dan één jaar: ‘De mensen leven niet met elkaar, maar naast elkaar. De cultuur is zo anders dan in Nigeria. Ik weet dat ik hier een betere toekomst heb, maar mijn hart is niet hier.’ Judi herkent zich in dit antwoord. Ook voor haar is het niet zo evident en dat verklaart zij zo: ‘Door de oorlog in Syrië heb ik nu geen land meer. Ik kan mij nergens meer thuis voelen. En ik ben ook bang dat de mensen in België mij zullen zeggen dat ik terug moet. Want ik kan niet terug. Alles is kapot.’

Grote en kleine dromen

Deze jongeren zijn hier in hun nieuwe land toegekomen met hun eigen dromen waar ze hard voor werken. Ze bouwen op hun manier aan een nieuwe toekomst. ‘Binnen vijf jaar zie ik mezelf als een vroedvrouw of verpleegster. Ik houd van mensen helpen’, zegt Kadiatou. Net als Ismail, die zich nóg ambitieuzer toont: ‘Ik wil dokter worden, ook al is het moeilijk en moet je er echt slim voor zijn. In Afghanistan hebben zieken en gewonden écht hulp nodig. Maar er is niemand die dat kan.’

Pouya droomt heel wat voorzichtiger en hoopt dat hij de Belgische nationaliteit krijgt binnen vijf jaar. ‘Als ik ooit terug moet naar Iran, ga ik dood. Daar ben ik 100 procent zeker van. Ik zou ooit graag eens naar Canada reizen om mijn oom voor het eerst te zien. Hij vluchtte al lang geleden weg.’ Voor Judi ziet het er in haar hoofd compleet anders uit. Zij ziet eenvoudigweg geen toekomst in België: ‘Misschien ga ik naar een ander land, ik weet niet of het daar beter is. Maar ik wil me ergens thuis voelen.’

Vanaf nul opnieuw beginnen

Ze lieten in hun thuisland vaak familie en vrienden achter. Ook hun school, huis, huisdieren, kleren, en andere emotionele spullen, zoals foto’s en boeken zijn daar gebleven. Het is om al die redenen niet evident om helemaal vanaf nul opnieuw te beginnen.

‘Alles wat mensen over vluchtelingen denken, moet beter worden, want wij zijn geen slechte mensen’

Wat er zich in dit land afspeelt, houdt hen bezig, want zo zegt Pouya: ‘Dit is nu mijn nieuwe thuis, en ik wil dat het hier goed is.’ Zo volgt Judi de actualiteit en hoopt dat er meer aandacht komt voor het klimaat en de klimaatspijbelaars. Want België ligt aan de zee, en volgens haar heeft dit land daarom veel te verliezen met de opwarming van de aarde. Ze voegt nog toe: ‘Ook alles wat mensen over vluchtelingen denken, moet beter worden, want wij zijn geen slechte mensen.’

En dit zijn niet de enige zorgen die er in de klas heersen. ‘Voor mij is het belangrijk dat er geen racistische mensen zijn. Want dat is ook gevaarlijk voor mij, ik heb een andere huidskleur’, zegt Kadiatou. Pouya ziet jammer genoeg een aantal gelijkenissen tussen zijn thuisland, Iran, en België: ‘Ik hoop dat er geen problemen meer met religies zijn. Het is de omgekeerde situatie van Iran, sommige christenen vinden moslims niet leuk. Eigenlijk zijn mensen nog te bang voor elkaar. Ik begrijp dat niet. Waarom? We zijn toch allemaal hetzelfde.’

En wat met de roots?

Dat ze hier een nieuw leven proberen op te bouwen, betekent niet dat ze hun thuisland vergeten zijn. Integendeel, ze denken er nog vaak aan terug, Judi zelfs elke dag: ‘Maar ik wil nooit terug, want er zijn te veel slechte dingen gebeurd in Syrië. Het zit nog elke dag in mijn hoofd.’ Ook de tol die Pouya voor zijn gevonden vrijheid betaalt, is niet de minste. Hij mist alle mensen die hij moest achterlaten in Iran: zijn moeder, zijn ooms en tantes.

Ook Kadiatou mist haar land, maar ze heeft wel grote plannen: ‘Als ik terug zou gaan, zou ik in Guinee veel ziekenhuizen bouwen. Want nu zijn die er alleen voor rijke mensen. De andere mensen krijgen niets of gaan dood.’ Ook Ismail koestert grootste dromen voor zijn thuisland. Ooit hoopt hij genoeg geld te hebben om de arme mensen in Afghanistan te helpen. Hij zou hen eten, drinken en kleren geven. En ook Pouya zou het graag anders zien: ‘Er zijn veel dieren op straat in Iran die altijd honger hebben. Ze zijn heel mager. Ik zou een dierenasiel stichten met goed eten en goede zorgen. Want nu zijn het heel slechte plaatsen. De mensen zorgen er niet voor de dieren. Emmanuel mag dan geen grote plannen hebben voor Nigeria, hij zou er wel alles over België vertellen: Ik zou zeggen dat het een mooi land is en ik zou ook over OKAN vertellen. De structuur van de school, de leerkrachten, de politieke systemen, de verschillende talen, de natuur. Want hoe meer je leert over een ander land, hoe rijker je wordt.’