Een schim van Sankara

‘Vandaag is er niemand die nog maar tot aan Sankara zijn enkels komt’

(c) Mien De Graeve

Het bronzen beeld van Thomas Sankara, verstopt onder een wit doek.

Op 2 maart 2019, slotdag van het pan-Afrikaans filmfestival FESPACO en 100ste verjaardag van de republiek Haute-Volta (ofwel het huidige Burkina Faso), werd in Ouagadougou met veel omhaal een bronzen standbeeld van Thomas Sankara onthuld. Sankara was tussen 1983 en 1987 de leider van een van de meest inspirerende Afrikaanse revoluties. Op 15 oktober 1987 werd hij - in nog altijd onduidelijke omstandigheden - vermoord, meer dan waarschijnlijk op bevel van zijn vriend en strijdmakker Blaise Compaore.

Hulde aan een Afrikaanse held

Het gedwongen vertrek van Blaise Compaore eind oktober 2014, het transitiejaar dat daar op volgde, en de democratisch verkozen regering van Roch Kabore, die in januari 2016 aan de macht kwam, maakten meer dan 30 jaar na zijn dood eindelijk de weg vrij voor hulde aan Sankara. Het bronzen standbeeld maakt deel uit van het groots project voor een ‘Memorial Thomas Sankara’, ontworpen door de beroemde Burkinabè architect Francis Kere. Bij de onthulling van het standbeeld was onder meer John Jerry Rawlings aanwezig, voormalig president van Ghana, en een dichte vriend van Thomas Sankara. De internationale pers loofde gretig het initiatief. Foto’s van het standbeeld gingen de wereld rond.

Meer dan dertig jaar na zijn dood, is de weg eindelijk vrijgemaakt voor hulde aan Sankara

In eigen land verstijfden de blikken zodra het beeld van onder het witte doek te voorschijn kwam. Het werkstuk vertoont nagenoeg geen gelijkenis met de nationale held, en zelfs zijn naam staat verkeerd gespeld op zijn militaire jas. Sociale media stonden meteen in rep en roer, inderhaast werd een persconferentie bijeen geroepen om publieke excuses aan te bieden, en het beeld, dat ettelijke miljoenen FCFA heeft gekost, werd snel weer met dat witte doek overdekt. Zo staat het daar vandaag, als een belofte van wat niet heeft mogen zijn, als een schim van Sankara.

Ingepakt

Naar goede gewoonte reageerden de Burkinabè uiteindelijk vooral met veel humor en vergevingsgezindheid op zoveel amateurisme en grootheidswaanzin. Dat helpt. Toch kan ik, elke keer als ik langs dat witte spook rijd, niet ontkomen aan gedachten over de symboliek van deze flater. Er is gescoord voor de ogen van de wereld maar in Burkina Faso is Sankara netjes weer ‘ingepakt’.

Er is gescoord voor de ogen van de wereld maar in Burkina Faso is Sankara netjes weer ‘ingepakt’

Hij is ‘ingepakt’ zoals ook de man en vrouw in de straat, de kritische jonge stemmen van de Balai Citoyen en de creatieve krachten van de burgeroppositie zich elke dag een beetje meer laten ‘inpakken’. Hun aanwezigheid wordt geduld en zelfs erkend, maar zit tegelijk ongevaarlijk onder een wit doek. Ik hoop dat ik ongelijk heb maar ik zie een president en inner circle die zich, alle collateral damage ten spijt, in de eerste plaats om herverkiezing in 2020 bekommeren. Die herverkiezing is wellicht erg belangrijk, niet alleen om verworven rechten en rijkdommen te behouden en versterken, ook om de controle te behouden over welke elementen uit het verleden wel en niet worden uitgespit en door wie. Laten we niet vergeten dat huidig president Roch Kabore 26 jaar lang dikke maatjes was met dictator Compaore. Het proces naar aanleiding van de staatsgreep van Gilbert Diendere is intussen al een jaar lang soap-gewijs aan de gang. Het proces van de laatste regering Compaore en die van de moorden op Thomas Sankara en Norbert Zongo bewegen nog voor geen halve millimeter.

Twee kampen

Ik zie een overheid die het sterk gemediatiseerde offensief tegen de gemeenschappelijke vijand (‘de terroristen’) gebruikt om de aandacht af te leiden van groeiende sociale onrust en ontevreden vakbonden in bijna elk domein van de samenleving.

Ik zie een herschikking in de regering en aan de top van het leger die nog sterker dan voorheen potentiële tegenstanders en vroegere vertrouwelingen van Sankara comfortabel parkeert op een mooie job, zodat ze meteen ook onschadelijk zijn, en zeker geen uitdagers in 2020.

Ik zie een discours van verzoening en samenwerking, bijvoorbeeld in het - op zich sterke - project van de Memorial Thomas Sankara, dat ervoor zorgt dat zelfs de jongens (en een enkel meisje) van de Balai Citoyen geen zuchtje kritiek op de huidige regering meer verdragen.

Ik zie een nieuwe wet die - onder het mom van de strijd tegen het terrorisme - het recht op vrijheid van meningsuiting en op informatie aan banden dreigt te leggen. De voorzitter van het parlement kondigde vorige week trouwens aan dat het land vanaf nu uit twee kampen bestaat: ‘Zij die voor de vrijheid en veiligheid van de Burkinabè kiezen, en zij die verwarring zaaien en zo de zaak van de vijand steunen.’ Het wordt net niet met zoveel woorden gezegd, maar in dat laatste kamp horen de mensen thuis die vragen stellen, de mensen die kritisch kijken naar acties van overheid en het leger, organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch ook.

(c) Mien De Graeve

De ingang van de Memorial, die de komende jaren wordt gebouwd naar een ontwerp van de Burkinabè architect Francis Kere

Sociale ongelijkheid en imperialisme

Ik stelde me de voorbije weken meer dan eens vragen bij de reacties en uitspraken van mensen die ik altijd heb bewonderd om hun scherpe en kritische analyses. Ik praatte lang met enkelen van hen. ‘Ik word liever iets vaker de mond gesnoerd als dat nodig is voor de goede zaak’, kreeg ik te horen. Het tegenwoordig alomtegenwoordig ‘on ne peut pas faire des omelettes sans casser des oeufs’ ook.

‘Ik word liever iets vaker de mond gesnoerd als dat nodig is voor de goede zaak’

Tijdens die gesprekken ontdekte ik tot mijn verbazing dat een van dingen die stoort blijkbaar de link is die velen leggen - ook ik - tussen sociale en economische ongelijkheid (als gevolg van een falend beleid) en oprukkende terroristische bewegingen. Dat zou een westerse visie zijn, en vooral een rechtvaardiging (want verklaring) van het terrorisme.

Wijzen op het onvermogen van de eigen regering, en het heel voorzichtig vragen stellen bij de aanpak en gevolgen van bepaalde militaire interventies doet hier het vuur in de ogen schieten. Als ik de bal terugkaats en vraag naar waar die vreselijke golf aan terroristische acties dan wel vandaan komt, krijg ik altijd antwoorden in grootse bewoordingen. Het imperialisme, de geo-strategische belangen, de ondergang van Burkina Faso die het westen, en met name Frankrijk, zo goed uitkomt…

Sankara zijn enkels

Ik kan hen niet helemaal ongelijk geven. Die factoren hebben een impact. Een grote zelfs. En het is dankbaar om daarbij terug te grijpen naar de visie van Thomas Sankara. Alleen lijken velen te vergeten dat Sankara er tegelijk, en in niet meer dan vier jaar, in slaagde om heel veel ongelijkheid weg te werken, om gelijke toegang tot basisrechten als huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg te verzekeren, niet alleen voor de stedelingen, maar voor alle Burkinabè. Of zoals mijn man het deze week nog zei: ‘Vandaag is er niemand, maar dan ook niemand, die nog maar tot aan Sankara zijn enkels komt. Zolang dat zo is, kan dat witte doek maar beter over zijn standbeeld blijven hangen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.