Hoezo, Tragedy of the Commons?

De overbegrazing die de inheemse gemeenschap Amancay plaagde was het schoolvoorbeeld van de ‘Tragedy of the Commons’. Volgens elke basiscursus economie zijn er twee uitwegen: privatiseren of reguleren. Voor de inwoners was de keuze snel gemaakt.

  • © MO*/Hannes Knapen Amancay, een kleine inheemse gemeenschap in Peru © MO*/Hannes Knapen
  • © MO*/Hannes Knapen Paarden grazen op een gemeenschappelijk stuk grond in Asacasi, Peru © MO*/Hannes Knapen

Amancay, een kleine inheemse gemeenschap in Peru, zat tot vorig jaar met een probleem: overbegrazing. De grond behoort er toe aan de gemeenschap, privégrond waarop de dieren per familie grazen bestaat er niet.  De gemeenschap stond voor een keuze. Hun verhaal leest als een schoolvoorbeeld van de ‘tragedy of the commons’, een economische theorie  die stelt dat scenario’s als deze automatisch leiden tot uitputting van de grond, met twee mogelijke uitwegen: privatiseren of reguleren . Voor Amancay was de keuze  snel gemaakt.

William Lloyd legde bijna twee honderd jaar geleden de basis voor de theorie van de ‘tragedy of the commons’, en elk basiswerk over economie gebruikt nog steeds zijn voorbeeld om de theorie te illustreren. Stel: je hebt twintig families met elk vijf koeien op een gemeenschappelijk stuk grond. De grond is groot genoeg om 100 koeien te weiden, de vruchtbaarheid blijft jaar na jaar constant. Eén van de families is wat ambitieuzer en zet een zesde koe op het terrein. Het voordeel voor is groot, haar productiviteit stijgt met twintig procent. De nadelen voor de rest zijn klein. Er staan nu 101 koeien op het terrein, en een koe extra heeft nauwelijks impact op de vruchtbaarheid van de grond.

Maar de buren merken de extra koe op. Zij zien de kans om zelf hun productie op te voeren, en zetten ook een extra koe op de grond. Eerlijk is eerlijk. Nu staan er plots honderdtwintig koeien op het terrein, en dat gaat wel over de duurzaamheidsgrens. Na enkele jaren wordt de grond onvruchtbaar door overbegrazing. De productie van elke familie in de gemeenschap keldert.

Orthodoxe economen hebben een simpele oplossing, namelijk de gemeenschappelijke grond privatiseren en elke familie eigendomsrechten geven over een eigen afgescheiden perceel. De families zullen hun terrein niet overbelasten met te veel dieren. Dat zou immers schade toebrengen aan hun eigen grond, hun privé-eigendom.

Eind jaren zestig rakelde de ecologist Garrett Hardin de theorie van Lloyd boven water. Sindsdien wordt het gebruikt in de economie om de problemen rond gemeenschappelijke goederen uit te leggen. De wereld telt talloze voorbeelden van deze tragedie. Overbevissing is er één van. Zo is de blauwvintonijn met uitsterven bedreigd. De oceaan is één groot gemeenschappelijk goed, en alle vissersmaatschappijen proberen het onderste uit de kan te halen met een spectaculaire daling van het aantal blauwvintonijnen tot gevolg.

Amancay, het schoolvoorbeeld van de tragedie

Economen gebruiken het voorbeeld met de koeien als een handige metafoor om de problematiek te illustreren. In Amancay zag ik de economische theorie in praktijk, alleen waren de koeien vervangen door paarden.

Privatiseren, het antwoord van de orthodoxe economie, kwam niet eens bij hen op

De inheemse gemeenschap in Amancay gebruikte geen privégronden om de dieren te laten grazen, en zoals de tragedy of the commons voorspelde ging de vruchtbaarheid van hun grond er sterk op achteruit. Elke familie had tien tot twintig paarden die allemaal graasden op de gemeenschappelijke grond. Paarden zijn erg belastend voor de grond, en het was onmogelijk om er andere, meer productieve dieren te houden.

Cedep Ayllu, een partner van Broederlijk Delen, staat Amancay al jaren bij met technische kennis rond landbouw en waterbeheer. Zij gingen samen met de gemeenschap op zoek naar een oplossing. Privatiseren, het antwoord van de orthodoxe economie, kwam niet eens bij hen op. De inwoners van Amancay vinden, net als vele ander inheemse gemeenschappen in Peru, collectief grondbezit erg belangrijk. Ze leven al eeuwenlang op deze manier en zijn niet van plan om het te veranderen. Privatisering en liberalisering spelen een sleutelrol in het Westers economisch ontwikkelingsmodel,  maar in Latijns-Amerika zijn ze al jarenlang bezig met het opbouwen van een volwaardig alternatief: AllinKausay of buen vivir.

Buen vivir als alternatief

© MO*/Hannes Knapen

Paarden grazen op een gemeenschappelijk stuk grond in Asacasi, Peru

Buen vivir betekent vrij vertaald ‘het goede leven’. De bijdrage van de inheemse gemeenschappen aan deze ideologie is groot.  Buen vivir verwerpt de utilitaristische waarden van het Westers ontwikkelingsmodel, dat zowat alles in het leven als koopwaar beschouwt. Het verbreekt de dualiteit tussen mens en natuur, en de natuur wordt mee opgenomen in sociale wereld. Gemeenschappelijke waarden spelen daarin een belangrijke rol.

Verschillende sociologen en ecologisten klagen aan hoe Westerse instituties als het IMF en de Wereldbank Harding’s theorie gebruiken om de gemeenschappelijke gronden van inheemse gemeenschappen te privatiseren en zo hun manier van leven te ontwrichten. Zij verwerpen het idee dat de vrije markt en privébezit de enige uitweg zijn om het milieu te redden van de ondergang. De antropoloog George Appell houdt ons een spiegel voor: ‘Westerse economieën zijn er tot nu toe niet bepaald in geslaagd zijn om onze natuurlijke bronnen op een duurzame manier te beheren of te beschermen. We zouden mogelijk veel kunnen leren van hoe inheemse gemeenschappen omgaan met de natuur.’

Van twintig paarden naar vijf

Amancay slaat dus zeer bewust de andere weg in, die van de regulering. Uiteindelijk is het niet veel anders dan de regulering van de visvangst door de Europese Unie om overbevissing tegen te gaan. Al heeft de gemeenschap van Amancay wel een groot voordeel tegenover de EU: haar schaal. Hoe kleiner de gemeenschap, hoe gemakkelijker de controle en hoe groter de maatschappelijke druk om je aan de regels te houden.

Hoe kleiner de gemeenschap, hoe gemakkelijker de controle en hoe groter de maatschappelijke druk om je aan de regels te houden.

Met de technische steun van Cedep Ayllu leerden de inwoners hoe belastend paarden zijn voor de bodem. Eén paard heeft evenveel ruimte nodig om te grazen als 3 lama’s, 5 schapen, of 10 Alpaca’s. De gemeenschap sprak vorig jaar af om het aantal paarden sterk te beperken, tot maximum vijf per familie. Dat was geen makkelijk proces. Paarden zijn een statussymbool in deze gemeenschappen. Hoe meer paarden je bezit,  hoe hoger je aanzien. Dat sommige families tot tien à vijftien paarden van de hand moesten doen lag moeilijk en werd niet voetstoots aanvaard.

Juan is het hoofd van Amancay, en één jaar na de invoering van het project kan hij met stelligheid zeggen dat alle families nu volop achter hun beslissing staan. ‘De graasgrond is hersteld en we kunnen er nu veel meer en productievere dieren houden’. Zijn gemeenschap is overtuigd, maar andere gemeenschappen uit de regio blijven sceptisch. ‘Er zijn al verschillende gemeenschappen uit de buurt langsgekomen om ons experiment te bestuderen. Na hun bezoek begonnen ze zelf aan het project’.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift