Solidaire economie in de praktijk

Ik haalde mijn rekening helemaal leeg en kocht 300 kippen

© Wouter Elsen

 

Een blanke die in Senegal rondrijdt op een sjofele bromfiets met een witte zak tussen zijn benen en hier kippen uit tovert om te verkopen? Die deze kippen niet wegschenkt? Het avontuur van Halewijn Timmerman is er een waarin het geloof in gelijkwaardige partnerschappen, vertrouwen, waardig werk, sociaal investeren, veel op je bek gaan en nog meer leren, met elkaar verweven raakte.

Het is 19.03 uur en de minaretten in Gawane, een buitenwijk van Kaolack, komen tot leven. Ze roepen hun volgelingen op voor het avondgebed. Het geluid van de gebedszangen waarmee de imam de wijk mobiliseert, lijkt nooit te wennen. Ik kan het niet meer missen wanneer ik in Senegal ben, maar denk er geen moment aan wanneer ik terug in België verblijf.

Ik zit op de stoep waar ik de rest van de avond zal doorbrengen. Waar ik al m’n avonden doorbreng. Waar tijd niet kostbaar is, omdat geld om de tijd in te vullen er niet is. Waar ik de ondraaglijke lichtheid van een leven zonder kansen van binnenin heb trachten te begrijpen.

Monsieur Diop, een kranige gerespecteerde man van een jaar of 70, wandelt voorbij in een keurige kaftan. In de rechterhand houdt hij een zwart versleten gebedskraaltje vast en hij is zichtbaar binnensmonds zijn 1001 vergeef-gebedjes aan het opzeggen. Gezien zijn leeftijd en de knik in de knie zal het hem vergeven worden dat hij te laat in de moskee aankomt.

Te laat of niet, hij begroet me zoals altijd hartelijk. Hij onderwerpt me ook aan een kruisverhoor en polst naar des nouvelles van mijn papa, mama, broer, zus, nonkel, tante, neven en nichten. Hetzelfde verhoor dat ik vanmiddag en vanochtend kreeg. Hetzelfde dat ik morgen en overmorgen zal krijgen. Ik hou ervan. Je moet wel als je hier woont.

De afsluitende vraag ‘verkoop je nog kippen?’ komt ook niet als verrassing aangezien ik hier drie maal daags een antwoord op moet verzinnen. De verbazing en appreciatie die de intonatie van deze zin begeleiden, zijn tot op vandaag de reden waarom ik geloof in waar ik zes jaar geleden aan begon.

Een appreciatie die in de Senegalese context vrijwel altijd uitblijft vanwege het atypische discours voor een witte man. Ondernemen in de informele economie. Niet geven, maar (onder)nemen? Een blanke die rondrijdt op een sjofele bromfiets met een witte zak tussen zijn benen en hier kippen uit tovert om te verkopen? Die deze kippen niet wegschenkt? Een ongebruikelijk zicht dat breekt met zowat elke stereotypering en beeldvorming die Senegalezen hebben over een blanke. Het woord “witte”, dat nu als politiek correct beschouwd wordt, zou hier niet op zijn plaats zijn. Het is net de connotatie die gepaard gaat met blanke waar het over gaat.

Vandaag ongeveer zes jaar geleden verkocht ik mijn eerste kip aan Monsieur Diop. Zoals het hoort, rolde deze kip na de nodige onderhandelingen voor 2500 CFA (4 euro) over de virtuele toonbank. In het licht van de BaNaBa Internationale Samenwerking Noord-Zuid richtte ik een micro-onderneming op in de avicultuur. Een avontuur dat niet stopte met een micro-onderneming, maar waaruit een positief ondernemend verhaal groeide. Een verhaal waarin het geloof van gelijkwaardige partnerschappen, vertrouwen, waardig werk, sociaal investeren, veel op je bek gaan en nog meer leren in elkaar verweven raakte. Een verhaal van vriendschap en het faciliteren van een noord-zuid dialoog, waarin ik elkeen de echtheid van Senegal wil laten ervaren. Een verhaal waaruit EFAST (Entreprise Ferme Agricole Sagna et Timmerman) ontstond.

Soirée dansante

In het najaar van 2014 ontmoette ik Henrith Thomas Sagna in Kaolack. Ik liep er stage en verbleef er gedurende zes maanden in een gastgezin. Wanneer je lange tijd in het buitenland verblijft, ga je op zoek naar datgene waar je energie uit haalt. De aard van mijn beestje gaat dan op zoek naar mensen rondom me. Geen kans liet ik liggen om me te laten omringen en om nieuwe dingen te ontdekken.

Op een “soirée dansante” in de wijk waar een andere stagiaire verbleef, stootte ik op een Senegalees die zowaar breder geschouderd leek dan ik. “Leek” wel te verstaan. De gastvader van een andere student stelde me aan hem voor en vertelde mij met enige trots dat hij de grootste varkensboer was van Kaolack. Daar waar mijn interesse nog niet gewekt was bij varken, was dat wel bij “boer”. Thomas was zijn naam.

© Wouter Elsen

Thomas

Een dag later zaten we op de ezel naar zijn boerderij. Na een half uurtje naderden we een klein erf helemaal ommuurd door snelbouwsteen. Een typisch zicht in het Senegalese straatbeeld: 20 varkens en 250 kippen trof ik er binnen aan. Sinds die dag zat ik elke dag voor en na mijn stage op die ezel naar de boerderij. Het verwonderde kind in mij had niet veel meer nodig dan de openheid van deze man. Ik bevroeg hem over alles wat ik rondom mij zag gebeuren. Soms tot vervelens toe. Hij liet me tegen de muur lopen wanneer ik de culturele regels overtrad.

Een pedagogisch diploma of dure cursussen ‘coach en procesbegeleiding’ had hij niet op zak. De gepaste methodieken en modellen evenmin, maar hij voelde als geen ander aan wanneer en welke interventie mijn leerproces ten goede zou komen.

Ik wou ervaren wat Thomas ervoer, voelen wat Thomas voelde als er kippen stierven. Wat betekende dat echt voor hem?

Op een dag kwamen we toe op de boerderij en waren er vier kuikens gestorven. Thomas schreef dit toe aan de warmte. ‘Senegal heeft geen ideaal klimaat om kippen in groot te brengen’, zei hij me op gelaten toon. Hij zat er zichtbaar mee, maar ‘on y peut rien’. Mij deed het eigenlijk niet veel. De kippen stierven, jammer, maar dat was het dan ook en ik trok de deur achter me dicht toen ik vertrok.

Toen ik op een zoveelste rit met de ezel terugreed besefte ik dat dit net het grootste probleem is. Het deed mij niets, want ik was er geen eigenaar van. Mijn inkomen en het feit dat mijn familie wel of niet zou eten die dag, hingen er niet van af. Ik wou ervaren wat Thomas ervoer, voelen wat Thomas voelde als er kippen stierven. Wat betekende dat echt voor hem?

Wouter Elsen

Op weg naar de boerderij

Het opzet om een eigen micro-onderneming te starten, is gegroeid vanuit het idee dat centraal staat in de ‘nieuwe benadering’ van ontwikkelingssamenwerking, namelijk eigenaarschap. Ik liep al een tijdje stage in een ngo die zich voornamelijk bezighoudt met projecten rond solidaire economie.

Eigenaarschap willen faciliteren als ontwikkelingswerker via mooi uitgeschreven programma’s is als ondernemen zonder risico te dragen.

Ik stelde me vanaf het begin de vraag: hoe kan je nuttig werk verrichten als je de taal niet spreekt, de psychologie van de mensen niet kent en begrijpt, de cultuur niet ademt? Hoe kan je écht meedraaien in een samenleving die grotendeels bestaat uit informele economie als je niet weet wat de arbeidsomstandigheden zijn, wat het betekent om een onderneming te runnen, hoe het voelt als een oogst mislukt en wat het betekent om inkomens-afhankelijk te zijn van het ondernemen in deze economie?

Hoe kan je ondernemerschap faciliteren en stimuleren als je het ondernemerschapsklimaat niet begrijpt? Eigenaarschap willen faciliteren als ontwikkelingswerker via mooi uitgeschreven programma’s is als ondernemen zonder risico te dragen. Zijn ontwikkelingswerkers dan ondernemers zonder risico? Gaat dit samen?

Mijn laatste studentenbudget

Op dat moment besliste ik om met mijn symbolisch “laatste geld” een kippenbatterij van 300 stuks te kopen. De kosten had ik op voorhand berekend en geraamd op een 500.000 CFA (753 euro). Mijn, als student zuur verdiende centen (een kleine 850 euro), haalde ik integraal af bij de bank in Kaolack. In mijn linkerbroekzak stopte ik 100 euro voor persoonlijke uitgaven. In mijn rechterbroekzak propte ik de rest voor de micro-onderneming.

Om te ervaren wat het betekent in termen van budgetbeheer in een samenleving waar slechts vier procent een bankrekening heeft, ging ik dus alles vanuit mijn broekzakken regelen. Dit om de verschillende betalingssytemen te leren kennen waar mensen hier mee te maken krijgen. Ik was me zeer goed bewust dat de setting die ik probeerde te creëren kunstmatig was en nog ver van de realiteit stond. Ik besefte goed dat ik dit alleen maar kon realiseren vanwege mijn kapitaalkrachtig leven vol kansen.

De bestelling van de 300 kuikens werd me twee dagen later opgestuurd vanuit Dakar. Zes kartonnen dozen vol kuikens, vijf uur op het dak van een septplace. Het kostte een kleine 250 euro die ik opstuurde via een mobiel betaalsysteem. Een systeem waar de aanbieder ongeveer 7 procent commissie op pakte. “Woekerwinst” in westerse betaalnormen, normaal in de Senegalese realiteit. Bij het verzenden van dit geld wist ik dat ik niet meer terug kon. Ik moest vertrouwen in een realiteit waarvan ik ternauwernood iets begreep. Alles doen vanuit de lerende positie in de hoop dat het goed zou komen.

Ik kon mijn kuikens op de boerderij bij Thomas zetten. Al snel werd me duidelijk dat er meer bij kwam kijken dan ik dacht. Tweemaal per dag gingen Thomas en ik naar de boerderij in Ngane. Met een lauwe 38 graden overdag is het belangrijk dat deze tweevoeters toch wat vocht opnemen. De boerderij ligt op een klein half uurtje met ezel en kar van waar Thomas woonde. Op de boerderij zelf hadden we telkens 2 uur werk: een tijds- en arbeidsintensief werkje voor deze stadsknaap die de oude markt van Leuven inruilde voor de zandbak van Kaolack.

Sparen is het meest efficiënt als je geld uitgeeft. Een leuke contradictie en cours de route.

We moesten dagelijks 15 bidons van 20 liter water gaan putten aan de overkant bij een bevriende buur. Bij deze man gewoon binnen en buiten lopen is niet volgens de normen van de Senegalese cultuur. We besteedden hier snel wat tijd aan de dagelijkse begroeting. Iets wat in België in een onderneming als “tijdverlies en niet-productief” wordt gezien, is in Senegal een absolute must. Het onderhouden van de sociale relaties zit ingebakken in de cultuur. Naar westers model zijn we hier bewust mee bezig en heet dit ‘netwerken’ In Senegal is dit inherent aan het samenleven en tevens een perfect alibi om al te vaak te laat te komen.

Om de kippen vet te mesten, had ik 24 zakken eten van 50 kilogram nodig, goed voor nog eens 372.000 CFA ( 572 euro). Onderweg passeerden we Khadim, de lokale verdeler van het kippenvoer. Ik had hem, op aanraden van Thomas, direct voor 24 zakken betaald. Thomas probeerde dit zelf ook zo te doen. Anders kan het zijn dat je geld opgaat aan het schoolgeld van de kinderen van je broef of een doktersbezoek van je moeder. Geld zo snel mogelijk uitgeven was dus een strategie.

Constant met cash geld rondlopen was niet alles. Ik gaf meer uit die periode, simpelweg omdat ik het geld gewoon in mijn portefeuille had. Sparen is dan ook het meest efficiënt als je geld uitgeeft. Een leuke contradictie en cours de route. Dat maakte me al een heel stuk lichter in mijn rechterzak. Met de 50 kilogram kippenvoer liet Thomas me wel zelf sleuren. Hij begreep de insteek van mijn ‘ik-wil-het-zelf-ervaren-onderneming’ zeker wanneer er zware zakken moesten gesjouwd worden.

© Wouter Elsen

Achtergebleven kippenveren op de boerderij

Slachten en verkopen

Dag 35 en de eerste kippen stonden vet genoeg voor de verkoop, vertelde Thomas mij. Fier als een gieter en zenuwachtig als een kind slijpte ik de messen en warmde ik water op voor het ontpluimen. Die dag toverde ik mezelf om tot massamoordenaar en gingen er 50 voor de bijl. Één voor één zelf geslacht, gepluimd en gekuist. De verkoop van de kippen liep stroever dan gedacht. Niet zo zeer het vinden van klanten is moeilijk, maar wel die klanten ook effectief laten betalen voor de kippen. In Senegal is een kip een relatief luxeproduct. Zo kost een kip al snel 2500-3000 CFA (4-5euro), het bedrag waar een familie met 10 mensen kan van avondeten. Ze ‘op krediet kopen’ is zeker niet ongebruikelijk.

In de wijk waar ik woonde, vonden ze het eigenaardig dat ik de kippen ook effectief verkocht. Aangezien ik er toen al vijf maand woonde, vond ik het moeilijk om voor elke kip geld te vragen. Ik was opgenomen in de wijk en ergens merkte ik dat bepaalde mensen verwachtten dat ik hen een kip zou schenken.

Ik koos er bewust voor om dit niet te doen, ook al vond ik dat zelf moeilijk. Telkens iemand mij vroeg om hem een kip te schenken, legde ik uit dat als ik hem een kip schonk, ik 5 extra kippen moest verkopen om die van hem te compenseren. Uiteraard geen rocket science, maar waarom zou je niet proberen? Ik zou in ieder geval hetzelfde doen. Thomas herkende dit en wees me erop dat wat er verwacht werd niet alleen met mijn persoon te maken had. De mensen in de wijk die hij kende, hadden deze verwachting ook naar hem toe. Ik geniet precies toch niet altijd mijn white-privilege.

Dit maakt het bijzonder moeilijk om als ondernemer in een informele economie je hoofd boven water te houden. Een mooi voorbeeld van de complexiteit van ondernemen in een samenleving die overwoekerd is van het gemeenschapsleven. Je wordt vanaf de geboorte opgenomen in een hechte, sterke groep, die je levenslang bescherming biedt in ruil voor onvoorwaardelijke loyaliteit. Thomas verkoopt zijn kippen niet graag in de wijk. Het is namelijk nooit goed en er wordt te vaak verwacht dat hij ze gratis of voor een vriendenprijs van de hand doet.

Ik nam me voor om al mijn kippen ook echt te verkopen voor geld. Voor mij is vanuit westerse normen een kip relatief goedkoop, maar ik wilde zeker niet die blanke zijn die mijn kippen ging weggeven. Ik merkte dat men dit niet gewoon was: dit voldeed niet aan het verwachtingspatroon dat ze hadden van een blanke. Ook had ik me voorgenomen geen kippen op krediet te geven. Dit was niet altijd mogelijk, omdat je anders soms verdomd hard moest zijn tegen mensen die je al zes maanden met open armen ontvingen. Maar met het doorzetten van mijn ideeën dacht ik dat er zich een mentaliteitswijziging kon doorzetten: de verwachtingen van de “arme Afrikanen” over de rijke westerling doorbreken. Een strijd waarvan ik de bijl nooit zal begraven.

Ik moest springen als ik een alternatief wil bieden voor wat vandaag misgaat in ons huidig ontwikkelingsdenken.

50 kippen slachten, ontpluimen en ontdarmen is een tijdrovende bezigheid. Dit duurde al snel 4-5 uur en bevestigde nogmaals dat er heel veel bij kwam kijken. Ik verkocht ook een lading kippen aan een restaurant in Tambacounda (300 km van Kaolack). Hiervoor moesten we om 5 uur ’s ochtends in de vlakke zon de kippen via een septplace laten vervoeren naar Tambacounda. En dan maar hopen dat de ingevroren kippen niet ontvroren en slecht zouden worden. De eigenares verzond het geld met datzelfde mobiele banksysteem. Op deze transactie verloren we weer 7 procent commissie. Het begon te wennen.

Tegen het einde van mijn stage verkocht ik mijn kippen aan de medewerkers van mijn stageplaats en ook andere stageplaatsen. Ook dit deed ik bewust omdat ik ook hier niet wilde overkomen als de stagiair die kippen kwam weggeven. De verbazing die ik op ieders gezicht kon aflezen toen ik aan hen kippen verkocht, was de reden waarom ik het deed.

Iedereen keek raar op, maar in gesprek hierover snapte iedereen mijn bedoelingen. Of ze wilden mij toch het gevoel geven dat ze mijn bedoelingen snapten. Een casus interculturele communicatie uit het tekstboek. Op basis van mijn onderzoek richtte mijn stageplaats nadien een luik microfinanciering in de avicultuur op. Dat gaf me voldoening. De winst die ik overhield aan mijn micro-onderneming bedroeg 162.000 CFA (250 euro), goed voor twee maandlonen. Die investeerde ik in de boerderij van Thomas. Een avontuur dat was afgerond, leek het. Maar het was slechts het begin, zo bleek achteraf.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Tijdens mijn terugreis naar Leuven besefte ik dat ik gevonden had waarvoor ik wou gaan in mijn leven. Ik voelde dat niets nog ging zijn zoals ervoor. Dat wilde ik niet. Ik moest springen als ik een alternatief wil bieden voor wat vandaag misgaat in ons huidig ontwikkelingsdenken. Ik kan niet vanaf de zijlijn kritiek geven, maar moet als boer mee gaan ondernemen in een informele economie. Het maakte me bang en gelukkig tegelijk. Een buikgevoel dat tot op vandaag mijn leven beheerst.

De minaretten weergalmden voor de laatste keer en ik antwoordde Monsieur Diop dat ik geen kippen meer verkoop, maar dat ik nu varkens en groenten kweek. Hij lacht, noemt me gek en vraagt uitdrukkelijk of mijn ouders dit wel weten. Hij vraagt of ik er genoeg geld mee verdien om te kunnen trouwen, een vrouw te “nemen” en kinderen te krijgen. Waarop ik op mijn beurt lach.

Dat ik zes jaar geleden samen met Thomas in een knotsgek avontuur van sociaal ondernemen gesprongen ben om een eigen antwoord te bieden op de scheefgegroeide noord-zuidverhoudingen, vertelde ik hem niet. Dat ik geloof in mede-eigenaarschap, vertrouwen, ondernemen en sociaal investeren als ontwikkelingsmodel slikte ik in. Ik had het het hem graag verteld, maar morgen zien we elkaar weer. Monsieur Diop verdween met de lage avondzon uit de het zanderige straatbeeld onderweg naar de moskee. Ik bleef achter op de stoep waar ik de rest van de avond zal doorbrengen.

© Servaes Timmerman

Les jumeaux de Gawane

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur