Ivan Bis

Soms overkomen je dingen die je in geen enkel mogelijk scenario ooit zelf zou hebben kunnen bedenken.

  • Ivan met Ivan Bis(imwa)

Ik dacht dat het om een gewone afspraak ging om een verkennend gesprek te voeren over mogelijke samenwerking in Bukavu tussen onze beide organisaties. Dat het bij Noëlla thuis doorging en bovendien op een zondag mag dan een tikkeltje ongewoon klinken, in Congo zijn de mensen echt wel soepel. Aan een dergelijke wending had ik me dan ook totaal niet verwacht.

Het ging eerst wel degelijk over samenwerking. De plaats en invloed van de vrouwen in de rijstcoöperaties van de vlakte van de Ruzizi in Zuid-Kivu is zonder enige twijfel een onderwerp van belang. Het zijn immers de vrouwen die, zoals in de meeste landbouwketens, het gros van het werk doen, terwijl het hun mannen zijn die zich de financiële opbrengst ervan toe-eigenen. Stof genoeg om over na te denken hoe we daar mee omgaan.

Eindelijk

Toen we aan de conclusies toekwamen zag ik in mijn ooghoek de buitendeur opengaan en hoorde ik Nono zeggen: “ah, ben je daar Ivan, kom binnen”. Ik keek op. Ze had het niet tegen mij maar wel degelijk tegen de knaap die samen met een oudere vrouw – zijn moeder, zo zal later blijken – binnenkwam. “Kom maar hier en groet Ivan, we zijn net klaar met onze vergadering.”

De jongeman keek me zelfverzekerd in de ogen terwijl hij me de hand schudde. “Daar heb ik nu al die jaren op gewacht en eindelijk is het dan zover”, hoorde ik hem glunderend zeggen. Er hing een zweem van plechtigheid in de lucht, maar ik had nog niet begrepen waarom.

“Ivan”, zei Nono, “voor die jongen is dit wel een heel bijzonder moment. Je drukt nu de hand van Ivan Godefroid Bisimwa”.

“Nu ken ik eindelijk de persoon naar wie ik ben vernoemd”, vulde de knaap aan. Het leek wel of hij mijn hand nooit meer zou loslaten. Het duurde even voor ik de onsamenhangende geluiden die uit mijn keel opwelden weer kon ballen tot woorden voor een verzoek tot verduidelijking.

Bleek dat zeventien jaar geleden een kind werd geboren net op het moment dat ik op werkbezoek was in Kavumu bij onze toenmalige partnerorganisatie ADI-Kivu. Nono mocht als meter de naam kiezen. Omdat die naamkeuze vaak wordt geïnspireerd door mensen waarvan men graag de goede eigenschappen zou willen zien overgaan naar de boreling, en omdat ze me wel mocht (haar woorden), gaf ze maar ineens mijn beide namen mee. Mijn familienaam is hier immers een voornaam, ook al moet er dan wel een ‘e’ worden toegevoegd. En zo leeft die knaap dus al die jaren al met de vraag wie toch die kerel zou kunnen zijn naar wie hij is vernoemd.

Staatsexamen

Dat is intussen twee maanden geleden. Af en toe wisselden we SMS-berichtjes uit, ik maakte een e-mailadres voor hem aan dat in één letter verschilt van het mijne, maar hij moet zich het manipuleren van het internet nog eigen maken.

Vandaag, nu ik opnieuw in Bukavu ben,  is hij me komen opzoeken in mijn hotel, alleen. De zoveelste stroomonderbreking had me net opnieuw het werken belet, dus zijn bezoek was een welkome afwisseling. Ik had hem wel op het hart gedrukt zich niet verplicht te voelen langs te komen. Maandag, dinsdag en woensdag vindt namelijk het grote nationale staatsexamen plaats dat toegang geeft tot hogere studies, en ik zou niet willen dat hij studietijd verliest aan mij. Maar hij stond erop. Hij had me verzekerd dat hij absoluut zou slagen, want hij had me al aangekondigd dat hij graag landbouwkundig ingenieur zou willen worden. En dat niet eens omdat zijn naam-voorganger dat ook is. Het is wel degelijk een eigen keuze, maar het blijft mooi meegenomen dat op die manier de naam-overdracht wel lijkt te hebben gewerkt.

Evident is dat nochtans niet, slagen in het staatsexamen. Ik ken vele jongeren die vier of vijf keer hebben moeten hun kans wagen. En er is niet altijd een duidelijke band tussen intelligentie en resultaten. Slimme jongeren scoren wel vaker eerder slecht. Ligt dat aan de machinale verwerking van de multiple choice vragen, aan de manipulatie van de resultaten voor de meest biedende, aan slordigheden tijdens de verwerking waardoor namen dooreen geraken? Geen mens die het weet. Het is een echt kopbreken voor de Congolese jeugd die hogerop wil geraken.

Ik begrijp meteen waarom hij deze keer alleen is gekomen. Hij wil vrijuit kunnen spreken. De beleefdheidsformules met navraag naar de gezondheid van de mijnen werkt hij snel af om zijn verhaal te kunnen doen.

Een FUSO en twee vrouwen

Toen hij in het vijfde jaar van de lagere school zat, barstte er thuis een bom. Zijn vader kondigde aan dat hij had besloten een tweede vrouw te nemen. Zijn eigen vader had er twee, al zijn broers hadden er twee, hij zou er ook twee nemen. “Het was erfelijk bepaald”, zei Ivan.

Sindsdien brak er iets in zijn jonge hart. Zijn vader, met wie hij altijd een innige band had gehad, vervreemdde van hem, deels omdat zijn nieuwe vrouw hem daar toe aanzette. Ze bracht zelf al drie kinderen mee uit een vorige relatie en die hadden ook affectie nodig. “Daarna heeft hij nog acht kinderen gehad met zijn tweede vrouw, terwijl mijn moeder in totaal zes kinderen heeft ter wereld gebracht”.

“Wat doet je vader dan wel als beroep, dat hij zich zoveel kinderen kan veroorloven?”, vraag ik voorzichtig.

“Hij heeft een vrachtwagen FUSO, dat is alles. Maar de zaken gaan niet zo goed de laatste tijd. Ik ben bang dat hij mijn studies niet zal kunnen betalen. Mijn oudere zus zit nu in haar tweede jaar universiteit en studeert “ontwikkeling”. Mijn vader heeft het al moeilijk om haar studies te betalen. Dus die van mij… “. Hij kijkt lipbijtend naar een voorbij zwevende wolk.

“Hij heeft er wel spijt van hoor. Hij heeft me op het hart gedrukt niet te doen zoals hij, en nooit een tweede vrouw te nemen. Hij heeft dat zonder nadenken gedaan, omdat het zo hoorde, omdat iedereen het deed. Mocht hij kunnen herbeginnen, hij zou het niet meer doen. Maar nu moet hij natuurlijk wel zijn verantwoordelijkheid blijven opnemen. Hij was wel wat nijdig toen de biologische vader de volledige bruidsschat van de twee oudste dochters was komen opeisen bij hun huwelijk, terwijl hijzelf ze al die jaren had opgevoed. Maar niets aan te doen, die vader had er volgens het gewoonterecht gewoon recht op.”

“Nooit ofte nimmer zal ik polygaam worden”, verzekert Ivan me met klem.

“Zie je wel dat het niet erfelijk bepaald is”, antwoord ik hem. Het is gewoon je eigen beslissing. Niemand is voorbestemd tot wat dan ook.”

Revolutie

Hij wil nog weten wat ik dan wel voor werk doe. Ik leg het hem in detail uit. Hij hangt aan mijn lippen. Ik spendeer veel tijd aan de moeilijkheden die de boeren ondervinden met de staatsinstellingen. Een overdaad aan officiële belastingen, gecombineerd met een massa vanuit een positie van machtsmisbruik afgedwongen onderhandse betalingen voor de geringste handelstransactie. Een landbouwwet die werd goedgekeurd en afgekondigd maar nog altijd dode letter blijft door politieke onwil. Beleidsmakers die zich liever verrijken op de kap van de consument door elk jaar voor anderhalf miljard dollar aan voedingsmiddelen in te voeren in een land dat het potentieel heeft om het hele continent te voeden vanuit zijn eigen productie. Een regering die vrij spel wil geven aan buitenlandse kapitaalsinvesteerders die honderdduizenden hectaren willen omvormen tot agro-industriële parken, de gezinslandbouw gaan beconcurreren en de boeren gaan recycleren tot onderbetaalde landarbeiders. Dat de echte prioriteit van dit land niet de Revolutie van de Moderniteit is (het stokpaardje van de president), maar een Revolutie van de Mentaliteit.

Hij begrijpt het allemaal bijzonder snel voor zulke jonge knaap. “Zorg nu maar eerst dat je slaagt in je examen”, benadruk ik nog, en in september, als ik de volgende keer in Bukavu langskom, moet je me maar vertellen wat je zelf denkt over alles wat ik je nu heb gezegd. Dat is nog altijd een paar weken vóór het begin van het academisch jaar”, en ik geef hem een knipoog. Ik zie zijn gezicht opklaren.

Ik kijk achterom en zie dat de lamp in de hotelreceptie nog steeds niet brandt. Van werken zal er niet veel meer in huis komen. “Komaan”, zeg ik, “laat ik je alvast maar eens testen voor maandag. Dan heb je het examen algemene kennis, zeg je?  Hoe heet de president van Frankrijk? Wat is het grootste eiland van Afrika? Noem mij de vier belangrijkste graangewassen in de wereld. Wat is de hoofdstad van Senegal? Hoe heten de twee grote Afrikaanse woestijnen? In welk jaar had de Franse revolutie plaats? Hoe noemden de onafhankelijkheidsstrijders van Kenya?”.

Hij trekt zich behoorlijk uit de slag. Als hij het niet weet vraagt hij me drie keuzemogelijkheden en dat helpt. Hij kon niet de planeten van ons zonnestelsel in de juiste volgorde opnoemen, maar dat zou een doorsnee-Vlaming ook niet kunnen. En als ik vraag naar de eerste man in de ruimte: naam, jaartal en nationaliteit, slaat hij de bal wel erg mis met zijn “Belg”. Maar hij doet het kranig en verliest op geen enkel moment zijn zelfvertrouwen.

Dit moet lukken, denk ik. Het wordt nog even wachten tot 15 juli eer de uitslagen van het staatsexamen zullen worden gepubliceerd. Maar als hij me in september ook nog iets zinnigs kan vertellen over de Revolutie van de Mentaliteit, is hij, wat mij betreft, geslaagd in zijn toelatingsexamen tot de universiteit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Globochtoon

    ‘Van waar ben je?’. De vraag zet me elke keer aan het denken. Van waar je geboren bent? Dan ben ik van Rwanda. Van waar je ouders komen?