Ook het universum heeft zijn prijs in Brazilië

In het zog van een cameraploeg trok ik in december door de Braziliaanse Cerrado. Om het dramatische verband tussen het Braziliaans en Vlaams agro-industrieel complex in beeld te brengen. Maar nog veel belangrijker: om te tonen hoe agro-ecologische boeren zich uit dit sytsteem proberen te onttrekken. Hun eilandjes van hoop - te midden van sojawoestijnen - kennen meer en meer succes, inspireren andere boeren en consumenten, en banen de weg naar een andere landbouw en voeding.

  • © Laura Zuallaert Jonge mannen spuiten pesticiden over de net gezaaide soja. De meeste Brazilianen - alsook deze jongens - weten niet dat de intensieve veehouderij in Vlaanderen staat of valt met dit plantje. © Laura Zuallaert
  • © Laura Zuallaert Vol trots vertelt deze boer hoe hij op enkele dagen tijd honderden hectare Cerrado (achtergrond) ontboste om er soja te planten. Dit gebied wordt "ontwikkeld" heet het dan. © Laura Zuallaert
  • © Laura Zuallaert De grens tussen monocultuur en natuur is messcherp. Elk jaar dringt de agro-industrie dieper de Cerrado in. © Laura Zuallaert
  • © Juã Pereira Drie jaar deed Juã erover om een steenvlakte te herscheppen tot een klein paradijs. Dankzij agroforestry. © Juã Pereira
  • © Laura Zuallaert Lychee, papaya, koffie en knolgewassen in een boslandbouwsysteem. © Laura Zuallaert
Als voorsmaakje op de film tracht ik aan de hand van enkele ontmoetingen de talloze indrukken die ik heb opgedaan samen te vatten. Over boslandbouw en sojawoestijnen, de prijs van bio, de bedreiging van traditioneel leven, de rijkdom van de Cerrado en schaamteloos kapitalisme. Trouwens, dit filmproject is nog maar voor de helft gefinancierd. Neem je voedsel terug in eigen handen! Maak een film waar die inspireert. Die landbouw en voeding toekomst geeft. En waarvan je goesting krijgt in écht eten.

Cerrado: arm ogend, rijk voor wie haar kent

In de schoolboeken van bioboerin Teresa stond de Cerrado beschreven als een gebied met lelijke, arme, verbrande, dorre en bladloze vegetatie, kortom een compleet waardeloos ecosysteem. Toen ze als agronoom van Rio de Janeiro naar Brasilia trok om er een boerderij te starten, kon ze niet begrijpen wat haar ooit over de Cerrado was geleerd.

Ze zag een landschap van ongekende schoonheid met de typische grillige Cerradobomen en bloemen in talloze extreme vormen en kleuren. De Cerrado herbergt duizenden plantensoorten - waaronder 233 soorten orchideeën in het hoofdstedelijk district van Brasilia alleen - en honderden soorten vogels, vissen, amfibieën en zoogdieren. Jaarlijks worden nog tientallen nieuwe soorten ontdekt.

De Braziliaanse politiek bestaat er in om de Cerrado op te offeren aan de agro-industrie om zo de ontbossingsdruk in het iconische Amazonewoud te verlagen.

Talloze planten in de Cerrado kunnen gegeten worden of hebben een medicinale werking. Toen we op een dag met een lokale gids door een ongerept stuk Cerrado reden kon die makkelijk tien medicinale planten aanduiden op één vierkante meter. Voor het hart, voor de maag, tegen cholesterol en hoge bloeddruk, noem maar op.

De Cerrado is als oorsprongsgebied van de stroomgebieden van de Amazonerivier, de Rio de la Plata en de Rio São Francisco ook hét waterreservoir van Brazilië en bij uitbreiding van Latijns-Amerika. De Cerrado is dus van extreem belang voor de waterhuishouding en het klimaat van een heel continent.

Toch wordt de Cerrado stiefmoederlijk behandeld, als het waardeloze ecosysteem uit de schoolboeken. De Braziliaanse politiek bestaat er in om de Cerrado op te offeren aan de agro-industrie om zo de ontbossingsdruk in het iconische Amazonewoud te verlagen. De Cerrado staat niet op de internationale politieke agenda, en zelfs in Brazilië is dit ecosysteem onbekend, en dus onbemind. Ondertussen wordt de Cerrado twee à drie keer sneller ontbost dan het Amazonegebied, tot 30,000 km² - een gebied zo groot als België - per jaar.

Groene woestijnen

Ik dacht voorbereid te zijn op de aanblik over de gigantische velden, waar één enkel gewas op groeit. In Vlaanderen kennen we toch ook maïs. Maar de vierkante kilometers soja, gras, eucalyptus of suikerriet maakten telkens weer een grote indruk op mij. Een vreemd soort ontzag voor waar wij als mens allemaal toe in staat zijn. Als startend CSA-boer sta ik op het punt om op enkele hectaren 50 soorten groenten en nog wat bessen en ander fruit te telen. Groter kan het contrast niet zijn.

De groene sojawoestijnen doen pijn aan de ogen en aan mijn boerenhart. Ze zijn verstoken van alle leven - behalve dat ene gewas, en er worden nauwelijks een handvol mensen te werk gesteld. Bovendien verbruikt soja in het droogseizoen vijf keer meer water dan de natuurlijke Cerradovegetatie. Het waterreservoir van Latijns-Amerika droogt uit. Ook de bodem raakt uitgeput en na enkele jaren soja moeten nieuwe gronden worden ontgonnen. De verlaten gronden zijn enkel nog goed om een heel agressieve en verstikkende grassoort te telen, voor het vee.

In sommige gebieden is de oorspronkelijke Cerradovegetatie, een paar decennia na het arriveren van de eerste sojaboeren uit het Zuiden van Brazilië, gedecimeerd. Naast de fauna en de flora, zijn de traditionele gemeenschappen de grootste pineut van deze ontwikkelingen. Zij leven immers in grote verbondenheid met de natuur. Maar voor hoe lang nog?

 

© Laura Zualjavascript:void(0)laert

Vol trots vertelt deze boer hoe hij op enkele dagen tijd honderden hectare Cerrado (achtergrond) ontboste om er soja te planten. Dit gebied wordt “ontwikkeld” heet het dan.

 

Traditioneel leven bedreigd

Damiana kan haar tranen nauwelijks bedwingen als ze vertelt over het lot van de traditionele gemeenschappen in de sojahotspot Chapada Gaúcha. Zij werkt voor het instituto Rosa Sertão, een ngo die opkomt voor het behoud van de culturen en de levensomstandigheden van traditionele gemeenschappen. We bezoeken met haar de gemeenschap van Burraquinhos. Deze leeft in een prachtige canyon aan de Rio Pardo. Ara’s doorbreken nu en dan de stilte in een adembenemend landschap. De bevolking leeft grotendeels van de landbouw én in belangrijke mate ook van de pluk van vruchten en medicinale planten uit de Cerrado.

Die laatste bron van inkomsten is nu niet meer. Enkele jaren terug werd de gemeenschap benaderd door een grootgrondbezitter. Hij wilde van de gemeenschap het gebruiksrecht1 op de omliggende bossen kopen en bood een voor deze mensen fenomenaal bedrag. Denkend dat met dit geld hun broodjes voor eeuwig gebakken waren, ging de gemeenschap van Burraquinhos in op de verkoop. Daar hebben ze nu dik spijt. De gevolgen zijn ook niet min: de gratis vruchten en medicinale planten uit hun bos moesten worden vervangen door dure - dikwijls minderwaardige - voeding uit de stad; de bron van inkomsten uit het bos viel ook weg; door ontbossing treedt erosie op waardoor de rivier verzandt en troebel wordt; het drink- en irrigatiewater raakt vergiftigd door de gebruikte pesticiden in de monoculturen.

Zo gaat het telkens weer: Industriële boer heeft honger naar grond en maakt gebruik van de ‘ongeletterdheid in kapitalisme’ van een traditionele gemeenschap. De gemeenschap ziet al snel in dat de natuurlijke rijkdom die ze bezat veel meer waarde had dan die fenomenale som geld. In vele gevallen komt het zo ver dat de gemeenschap niet meer kan voorzien in haar levensonderhoud. Ze eindigen in sloppenwijken van miljoenensteden of - zoals honderdduizenden landloze boeren in Brazilië - in tentenkampen langs de kant van de snelweg, wachtend tot er een stuk grond uit de lucht valt.

Zo gaat het telkens weer: Industriële boer heeft honger naar grond en maakt gebruik van de ‘ongeletterdheid in kapitalisme’ van een traditionele gemeenschap.

Zoals Burraquinhos zijn er duizenden gemeenschappen over gans Brazilië - enkel al in Chapada Gaúcha zijn er vijftig - die op al dan niet vijandige wijze door de agro-industrie van hun gronden, werden, worden of zullen worden verdreven.

Met de steun van het instituto Rosa Sertão trachten de families van Burraquinhos het hoofd boven water te houden. Ze plantten de Cerradovruchten die ze vroeger uit het bos haalden nu op hun velden in een agroforestrysysteem. Recent werd een boerencoöperatie opgericht om de vruchten te verwerken tot sap en stroop en te vermarkten in de stad. Voor hen is er hoop dat zij kunnen blijven leven in hun prachtige canyon.

Ook boerin en imker Vitória uit Riachinho leeft tussen hoop en wanhoop. Een agro-industrieel wil nabij haar gemeenschap een suikerrietplantage aanleggen. Daarvoor wil hij een rivier afdammen om water naar de plantage te leiden.

De overheid is steeds geneigd om, in het teken van de vooruitgang en de ontwikkeling, vergunningen te verlenen aan dit soort projecten. Maar de dam zou de doodsteek zijn voor de vele boeren uit de gemeenschap. In deze streek is water sowieso al een heel kostbaar goed, waar spaarzaam mee moet worden omgesprongen. Vitória en haar collega-boeren gaan voorop in de strijd. Fysische en juridische strijd, maar ook strijd door met hun agro-ecologische manier van landbouw aan te tonen dat ook zij voor vooruitgang en ontwikkeling kunnen zorgen in de rurale gebieden van Brazilië.

© Laura Zuallaert

De grens tussen monocultuur en natuur is messcherp. Elk jaar dringt de agro-industrie dieper de Cerrado in.

Tuinen van hoop

Te midden van de groene woestijnen vinden we steeds meer eilanden van hoop: boerderijen met de allures van de Tuin van Eden, een overdaad aan biodiversiteit. Ook de boeren zijn heel divers: ze zijn pioniers of omgeschakeld uit de gangbare landbouw, arm of rijk, hoog of laag geschoold, ze werken op kleine of grote schaal. Wat deze boeren gemeen hebben is LEF. Lef om in te gaan tegen de agro-industrie en het beleid van de eigen regering. Maar LEF staat ook voor Lokaal, Ecologisch en Fair. Lokaal omdat hun bedrijven midden in de gemeenschap staan. Niet alleen door lokaal af te zetten, maar ook door in te zetten op educatie van buurtbewoners en collega-boeren, door van hun boerderij een ontmoetingsplek te maken.

Ecologisch omdat geproduceerd wordt in harmonie met het ecosysteem, met haar rijkdom en haar limieten. Agro-ecologische boeren lezen de natuur en trachten dit evenwichtig systeem te kopiëren in hun bedrijfsvoering. Fair omdat de boeren en hun medewerkers een faire verloning weten te halen uit hun activiteiten. Door LEF te tonen, bezitten deze boeren een hoge graad van autonomie. Misschien wel het hoogste goed in de hedendaagse landbouw. Agro-ecologische boeren zijn quasi onafhankelijk van inputs zoals kunstmest en pesticides, en dan vooral van hun grillige prijzen; het klimaat van de Cerrado - met afwisselend extreme droogte en regenval - heeft door het integreren van bomen en struiken in het landbouwsysteem een veel kleinere impact op de productie; en de boeren bepalen zelf hun afzetkanalen en de prijs van hun product.

Agroforestry moet het enkel afleggen tegen Jezus.

Valdir lijkt me een van de gelukkigste mensen op aarde. In 2007 schakelde hij over van gangbare naar agro-ecologische tuinbouw en agroforestry. Luchtfoto’s in de eetkamer uit begin jaren 2000 getuigen van een minder rijk en biodivers verleden. Valdir produceerde vroeger enkel sla voor de groothandel. Nu telen hij en zijn familie naast een hele resem groenten en vruchten, ook (zoete) aardappel, yam, maniok, banaan, koffie, cacao, medicinale planten en tropisch hardhout. Allemaal heel intelligent aangeplant volgens de gelaagdheid en de logica van een bos.

Daarin floreren tropische vogels, vlinders en zoogdieren die Valdir lang niet meer had gezien. Het ziet er allemaal prachtig uit. Blij, trots en vol emotie beweert hij dat ‘agroforestry het enkel moet afleggen tegen Jezus’. Valdir kan wel duizend redenen opnoemen waarom het nu beter gaat dan voorheen. Maar eerst en vooral noemt hij het achterwege laten van agrotóxicos (in tegenstelling tot gewasbeschermingsmiddelen in het Nederlands, geeft dit woord tenminste echt aan wat die producten zijn: giftig!) en een betere gezondheid voor hem en zijn gezin.

Ook zijn inkomen ging er op vooruit: enerzijds door betere en stabielere prijzen op de biomarkt, anderzijds omdat zijn kosten enorm gedaald zijn. ‘Vroeger kwamen we soms thuis van de groothandel zonder geld omdat we onderweg alles opdeden aan kunstmest en pesticiden’, zegt Valdir met weinig weemoed. Ook de droogte speelt hem minder parten. Door het toepassen van agroforestry is zijn waterput nooit meer droog komen te staan.

Ook Juã leidt ons dolenthousiast, in sappig Engels en met veel gebarentaal, over zijn velden. Negen jaar geleden startte hij op een stenige, beenharde ondergrond aan een schijnbaar onmogelijke missie: hier groenten telen. Drie jaar later was hij daar al in geslaagd. Hij begon snel groeiende bomen en planten zoals eucalyptus, bananen en papaya te planten. Tot dan zag ik eucalyptus als een waterverslindende boom die alle andere leven verstikt. Dat komt omdat ik die boom alleen kende als plantageboom waar hij die negatieve kenmerken ook vertoont.

Door Juã kwam ik meer tot het besef dat met eucalyptus, soja of maïs op zich helemaal niets mis is. Het is de mens die er verkeerde dingen mee aanvangt. In een mum van tijd levert eucalyptus al voldoende organisch materiaal om de bodem te bedekken met hakselhout. De boomwortels en de laag hakselhout aangevuld met gecomposteerde varkensmest zorgde ervoor dat de versteende bodem openbrak en tot leven kwam. Ik ben wederom zwaar onder de indruk van alles wat hier groeit en bloeit. Naast het hele scala van groenten, fruit, knolgewassen en hout teelt Juã ook recreatieve hennep. Ik vermoed dat dit zijn inspiratiebron is om zijn Aards Paradijs verder te vorm te geven.

© Juã Pereira

Drie jaar deed Juã erover om een steenvlakte te herscheppen tot een klein paradijs. Dankzij agroforestry.

Joe Valle is bioboer en politicus met een charisma van hier tot in Brasilia. Hij is gedeputeerde in het federaal district Brasilia en ijvert sterk voor ethiek en transparantie in de politiek. Hij zet zich in voor een leefbaar en duurzaam platteland dat toekomst biedt aan jongeren. Op zijn gemengde boerderij Fazenda Malunga met melkvee, groententeelt en eigen verkoop, werken ongeveer 200 mensen. En dat op slechts 127 hectare. Zijn bedrijf wordt omringd door monoculturen van soja, maïs en gierst die amper tewerkstelling creëren.

Agro-ecologie is liefde.

De werknemers van Fazenda Malunga zijn vertegenwoordigd in raden die inspraak hebben over het reilen en zeilen op de boerderij. De vertegenwoordigers delen ook in de winst van de boerderij. Voor alle werknemers wordt huisvesting en drie maaltijden per dag voorzien. Net voor we Joe Valle interviewden las ik en interview met Louise Fresco. Zij stelde dat bio een luxeproduct is voor de middenklasse.

Ik confronteerde Joe met die uitspraak en hij had duidelijk een antwoord klaar: ‘Als je niet verder kijkt dan je neus lang is klopt die stelling misschien wel. Maar wie zegt dat we ons moeten neerleggen bij het huidig economisch systeem die ons opdeelt in lage, midden en hoge klasse? Lokale, gezonde en verse voeding - goed voor mens en planeet - is voor iedereen mogelijk, maar dan moet er politieke wil zijn. De prijs voor mijn producten is niet goedkoop en niet duur. Mijn prijs is juist. Het is de overheid die er voor moet zorgen dat biovoeding voor iedereen toegankelijk is.’

En dat gebeurt ook in Brazilië: 30% van de ingrediënten voor schoolmaaltijden komen van lokale, meestal biologische, familiale boeren. De weg naar 100% is nog lang, maar is in ieder geval ingeslagen. Daar kunnen we in Vlaanderen van leren. Hier breken we ons het hoofd over bureaucratische regeltjes met betrekking tot schoolmaaltijden. In Brazilië doen ze het gewoon.

De laatste week Brazilië brachten we door op boerderij Sitío Alegria bij Teresa en Jorge Artur. De boerderij ligt op een berg, links en rechts geflankeerd door twee kleine riviertjes. Mesopotamië durft Jorge zijn boerderij ook wel eens noemen. Niet alleen vanwege de twee stromen, maar ook omdat het een oorsprongsgebied is voor nieuwe, alternatieve landbouw. Dat de boerderij een wellust voor de zintuigen is hoef ik waarschijnlijk niet meer te vertellen. Naast groenten worden hier wel 25 vruchten geoogst1, wilde en gecultiveerde. Allemaal met hun eigen specifieke gezondheidskenmerken. Zei ik al dat je op de Sitío ook kan logeren?

© Laura Zuallaert

Lychee, papaya, koffie en knolgewassen in een boslandbouwsysteem.

Net als bij Joe Valle, speelt educatie een belangrijke rol op Sitío Alegria. Teresa en Jorge zien het als hun kerntaak om andere boeren en consumenten te insprireren. Jorge doet dat door technische en rationele argumentatie. Teresa hanteert meer de taal van het hart: ‘agro-ecologie is liefde’, klinkt het dichterlijk.

Jorge is ook voorzitter van een boerencoöperatie die samen elf boerenmarkten uitbaten. Zij wisselen onder elkaar groenten en vruchten, regelen de logistiek, delen teelttechnische informatie, houden studiedagen. Het valt me op dat de agro-ecologische boeren hier enorm maatschappelijk geëngageerd zijn, sterk verankerd in hun lokale gemeenschap. Elke week is er wel een of andere bijeenkomst waar ze heen gaan. Hier nemen boeren veel meer de tijd om van hun veld te komen en te ijveren voor een betere landbouw en maatschappij. Hoe komt het dat dit bij ons steeds minder gebeurd? De economische druk?

Het universum is te koop (in de wereld van Alcoa)

Iemand vertelde me tijdens ons verblijf een ontluisterend verhaal. Weinig opbeurend om mee te besluiten, maar ik vind het belangrijk om dit te delen. Hij had het over een mijn in het Amazonegebied waar men enkele jaren terug aluminium begon te ontginnen. De mijn is van Alcoa, een Amerikaanse aluminiumgigant. Uiteraard werden de vergunningen zonder veel problemen verleend door de Braziliaanse overheid. Toch wilde men de impact van de activiteiten van Alcoa op de naburige traditionele gemeenschap van tweeduizend mensen meten, en hen compenseren voor de eventuele schade die zij leden door de mijn.

Het hoeft niet te verwonderen dat de mijn aan de lokale gemeenschap vooral schade toebracht. Van de beloofde tewerkstelling in de mijn kwam immers niets in huis. De schade betrof onder andere vergiftigd drinkwater en vergiftigde (landbouw)grond, verlies aan biodiversiteit en bossen. Van deze natuurlijke hulpbronnen werd naar kapitalistische maatstaven allemaal netjes de economische waarde berekend, samengeteld en als compensatie aan de gemeenschap gegeven. Propere handen voor Alcoa! Schokkend en absurd, maar op zich niets nieuw onder de zon. Aan verlies van schone lucht, drinkbaar water, biodiversiteit, vruchtbare grond of de uitstoot van koolstofdioxide hangt al langer een prijskaartje.

Maar hier ging men nog een stap verder. De mijn produceert ‘s nachts heel veel kunstlicht. Daardoor verdween een deel van de sterrenhemel voor de lokale gemeenschap. Voor de traditionele bevolking is het universum van extreem belang. Op basis van de stand van de sterren, planeten en manen gaan ze jagen of plukken; gaan zij zaaien, planten of oogsten; en beleven zij hun cultuur. Door de lichtpollutie van de mijn is de gemeenschap letterlijk en figuurlijk het Noorden kwijt. Je raadt het natuurlijk al: ook op de sterrenhemel werd een som geld geplakt.

Een compensatie vandaag voor sterren die decennia onzichtbaar zullen zijn, voor water en grond die misschien voor altijd vergiftigd zijn, voor biodiversiteit die voor altijd verloren is. Geld voor mensen die de waarde er niet van kennen omdat zij andere maatstaven hanteerden. Geld dat hen in vele gevallen in het verderf stort. Geld voor zaken die zelfs niet meer aards zijn.

Die nacht keek ik eerst nog eens naar de sterren en ging ik slapen met een onbestemd gevoel. Ik stond op en ik dacht: ‘De bodem is bereikt’.

Ik schrijf dit verhaal niet neer om je achter laten met een indigestie. Dat zou ingaan tegen de geest van de film die we maken. Je hebt kunnen lezen dat er in Brazilië overal eilanden van hoop ontstaan. Maar die bestaan ook al in Vlaanderen. Er zijn massa’s mogelijkheden om in te gaan tegen de sojamultinationals en Alcoa’s van deze wereld. Misschien kan je beginnen bij je voeding. Zoek eens een boer met LEF op in je omgeving. Je krijgt er geen spijt van!

Meer weten?

Voor wie meer wil lezen over deze thema’s: Wervel bracht al enkele boeken uit over landbouw in Brazilië, de bedreiging van de Cerrado en de link met Vlaanderen. De meest recente zijn ‘Voeding verknipt’ en ‘Legal! Optimisme - realiteit - hoop’. Je vindt ze hier.

1In Brazilië beschikken vele boeren en landbouwgemeenschappen niet over eigendomspapieren van de grond waarop ze wonen, boeren, plukken, etc. In de plaats daarvan hebben zij een gebruikersrecht dat hen verleend wordt door de overheid.

1Ik geef voor de vuist weg een lijstje: granaatappel, acerola, jaca, acai, passievrucht, stervrucht, lychee, pequi, buruti, banaan, ananas, goiaba, mango, papaya, jatobá, sinaasappel, cacao, cashewnoot, cagaita.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift