Op de vlucht langs de Thais-Birmese grens

Er leven naar schatting 140.000 Birmese vluchtelingen in en rond de tien vluchtelingenkampen aan de Thaise zijde van de Thais-Birmese grens. Het is een van de meest desolate, maar ook prachtige streken in Noord-Thailand. Hoewel er begin 2011 officieel een einde kwam aan het militaire bewind in Birma, zitten de vluchtelingenkampen nog steeds vol. Een mototocht langs de grens bracht vragen en bedenkingen met zich mee.

  • © Elke Van dermijnsbrugge 'Het Grote Niets', de grensstreek tussen Thailand en Birma. © Elke Van dermijnsbrugge
  • © Elke Van dermijnsbrugge Moei-rivier, de natuurlijke grens tussen Noord-Thailand en Birma. © Elke Van dermijnsbrugge
  • © Elke Van dermijnsbrugge Voetballende kinderen in een vluchtelingenkamp nabij de Thais-Birmese grens. © Elke Van dermijnsbrugge
  • © Elke Van dermijnsbrugge Karen in een nederzetting ten noorden van Chiang Mai. © Elke Van dermijnsbrugge
  • © Elke Van dermijnsbrugge Familie in een nederzetting ten noorden van Chiang mai. © Elke Van dermijnsbrugge

Ditmaal brengt de moto me vanuit Chiang Mai langs de Thais-Birmese grens via Mae Sariang zuidwaards naar Mae Sot. De route stond al een hele tijd op mijn ‘motoverlanglijstje’ en de verwachtingen werden onverdeeld ingelost. Vanaf Mae Sariang, dat in een vallei genesteld is, gaat het richting de Birmese grens en volgt de weg – op sommige plaatsen in bijzonder slechte staat – de grenslijn naar het zuiden.

De honderdvijftig kilometer die volgen, kunnen worden beschreven als ‘Het Grote Niets’.

Geen levende ziel, geen telefoonontvangst, geen huizen of dorpen, slechts talloze schakeringen van groen die de bergflanken sieren.

© Elke Van dermijnsbrugge

Moei-rivier, de natuurlijke grens tussen Noord-Thailand en Birma.

Ik stop halverwege en laat me heel even overspoelen door een unheimlich gevoel, uitkijkend over de bergtoppen. De zes Karen – zijn het vluchtelingen? – die plots uit de jungle verschijnen, een ervan een machete in de rechterhand, leken even verrast door mij als ik door hen.

Er zit niks anders op dan breed te glimlachen.

Een farang (blanke) vrouw met moto, het moet een verwarrend beeld zijn geweest. Er zit niks anders op dan breed te glimlachen.

En jawel, ik krijg dezelfde brede glimlach terug. De Karen komen dichterbij en blijken gefascineerd te zijn door de moto. Alvorens iemand een poging doet om zelf te rijden, maak ik aanstalten om te vertrekken.

Nog steeds breed glimlachend en uitbundig wuivend vertrek ik om een vijftigtal kilometer verder af te dalen naar de Moei-rivier, die de natuurlijke grens tussen Thailand en Birma vormt.

Toevluchtsoord voor de Karen

Deze grensstreek is het toevluchtsoord voor Birmezen die voornamelijk behoren tot de stam van de Karen.

De Karen zijn een wijdverspreide etnische bergstam in Noord-Thailand. De bevolking in deze dorpen heeft zich lange tijd geleden vanuit Myanmar in Noord-Thailand gesetteld. Zij worden ‘gedoogd’ door de Thaise overheid.

Daarnaast zijn er naar schatting 140.000 vluchtelingen, waarvan meer dan de helft Karen, die in een van de tien vluchtelingenkampen langs de grens wonen. Daarbij komt een ongekend aantal illegalen die als grensarbeiders voor een hongerloon werken.

Er zijn naar schatting 140.000 vluchtelingen.

De Karen zijn historisch gezien niet graag gezien in Birma omdat ze zich tijdens de Tweede Wereldoorlog schaarden achter de Britten en zich zo kantten tegen de Birmese regering. De Britten beloofden hen een onafhankelijke staat, maar na hun terugtrekking kwam het Birmese leger aan de macht en bleef er van de beloofde toekomst weinig over.

Vervolgingen op grote schaal werden legio. De Karen richtten hun eigen rebellenleger, the Karen National Union (KNU), op en bevochten het Birmese leger met hand en tand. De guerrilla leidde de afgelopen dertig jaar evenwel tot een massale vluchtelingenstroom richting Thailand.

De nood is niet hoog genoeg

Sinds 31 januari 2011 is er in Birma een grondwet van kracht en wordt het land officieel door een civiel bestuur geleid. Een jaar later volgde ook een wapenstilstand tussen de Birmese regering en de KNU. Een op het eerste zicht positief verhaal, maar er is een keerzijde. Vele bestuursleden zijn ex-militairen, dus is het zeer de vraag in hoeverre er echt aan een duurzaam civiel bewind wordt gewerkt.

Bovendien geeft de wapenstilstand met de KNU de valse indruk dat de Karen niet langer hulp nodig hebben.

De wapenstilstand geeft de valse indruk dat de Karen geen hulp meer nodig hebben.

Er zijn verschillende humanitaire organisaties, waaronder de VN, actief in de vluchtelingenkampen in de grensstreek, maar sinds de wapenstilstand zijn de budgetten voor humanitaire hulp teruggeschroefd. Dit betekent minder voedselbevoorrading en minder medische hulp.

Het vluchtelingenaantal in de kampen is echter niet gekrompen, met alle gevolgen van dien. Op dit moment, de start van het regenseizoen, is er een uitbraak van dengue-koorts in verschillende kampen. Het wordt een klus om de schade te beperken met de beperkte medische hulp voorhanden.

Bovendien is de politieke status van de vluchtelingen in Thailand erg onduidelijk. De Thaise overheid heeft geen wetgeving voor vluchtelingen of asielzoekers, omdat het land het Internationale Vluchtelingenverdrag uit 1951 niet heeft ondertekend. 

Geen angst

Tijdens een stop bij een van de vluchtelingenkampen langs de Moei-rivier zie ik een groepje jongeren voetballen op een modderig veld langs de straatkant. Ook hier, aan de voor hen ‘verkeerde’ zijde van de grens, gaat het leven voort. Er wordt geslapen, opgestaan, gegeten, overleefd, maar ook gespeeld. Ik doe hetzelfde, alleen is ‘overleven’ in mijn geval ‘leven’.

© Elke Van dermijnsbrugge

Voetballende kinderen in een vluchtelingenkamp nabij de Thais-Birmese grens.

Op elke reis word ik ermee geconfronteerd hoe mijn realiteit op het eerste gezicht verschillend is van die van de mensen op mijn pad. Ik ben geen Birmese vluchteling, Japans slachtoffer van een aardbeving, Cambodjaanse wees of Vietnamese oorlogsveteraan. 

Maar elk van hen is recht gekrabbeld en heeft de dag weer aangevat. Angst ligt alleen in verwachtingen, niet in de realiteit. Deze gepaste woorden leen ik even van Sebastian Faulks. Dat heb ik dan weer wél gemeen met de voetballende Birmese vluchteling.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur