‘De miskenning van de mensenrechten van de zwarte bevolking moéten wij rechtzetten’

Opgegroeid in Ruanda-Urundi: ‘We moeten meer doen dan onze excuses aanbieden’

Michael Foley (CC BY-NC-ND 2.0)

Een koppel wandelt langs het Tanganyikameer in Bujumbura, Burundi, 14 februari 2012.

De 72-jarige Herwig Janssens blikt, naar aanleiding van de discussie over het koloniaal verleden van ons land, terug op zijn eigen jeugd in Ruanda-Urundi. Vandaag is dat Rwanda en Burundi, ooit was het Belgisch “trustgebied”. ‘Ik heb geen enkel contact gekend met zwarte leeftijdgenoten.’

Ik ben 72 jaar oud en heb een lange loopbaan in de vakbeweging achter de rug. Ik geniet van het comfort van het pensioen en maak deel uit van een geprivilegieerde generatie. Plots, zoals dat wel vaker gebeurt, blik je dan terug op je levensloop.

Hoe anders dan in mijn kindertijd keek ik nu naar mijn zwarte medemens.

Zowel de confrontatie van ongeremde jeugdherinneringen met de brutale actualiteit die de #BlackLivesMatter-beweging aanklaagt als de hernieuwde aandacht voor het Belgische koloniale verleden zetten me aan het denken.

Een reis naar Conakry, de hoofdstad van het West-Afrikaanse Guinee, had me eerder al bestendig in een mentale houdgreep genomen. De stroom van ervaringen in die gewezen Franse kolonie lieten een kolossale indruk op mij na. Hoe anders dan in mijn kindertijd keek ik nu naar mijn zwarte medemens.

Het was nimmer mogelijk te zwijgen over de gruwelijke ongelijkheid en de verschillen in levensstandaard van mensen in het Westen en mensen in Sub-Saharaans Afrika. En toch duurde het tot nu om voor mezelf te ontdekken hoe enorm de segregatie tussen blank en zwart was tijdens de periode van Belgisch bestuur in het huidige Rwanda en Burundi. Pas nu heb ik een verband kunnen leggen tussen heel wat losse puzzelstukken.

Nooit vragen gesteld

In 1924, als gevolg van de Eerste Wereldoorlog, bekwam België van de Volkenbond (de voorloper van de Verenigde Naties) het definitieve mandaat over de gewezen Duitse kolonies. Ruanda-Urundi werd bestuurd vanuit Belgisch-Congo.

Het werd na de oprichting van de Verenigde Naties in 1946 een zogenaamd trustgebied. Dit betekende op papier dat de Belgen het gebied klaar zouden maken voor de onafhankelijkheid. De Belgen dachten dat dit nog vele decennia zou duren. Maar in 1960 werd Congo onafhankelijk en ook Ruanda-Urundi werd op 1 juli 1962 onafhankelijk.

Als kind ben ik opgegroeid in Ruanda-Urundi, tussen 1950 en 1960, van mijn tweede tot mijn twaalfde levensjaar. Mijn vader was er gewestelijk ambtenaar voor de Belgische overheid. De eerste drie jaar in Rwanda, daarna bestendig op post in het toenmalige Usumbura, het huidige Bujumbura en de toenmalige hoofdstad van Urundi.

Door het onmiddellijk stopzetten van de Nederlandstalige klassen in het secundair onderwijs in Bukavu als gevolg van de ‘troubles’ in Congo, werd er voor mij in 1962 uitgekeken naar een alternatief college in België.

Wanneer ik nu terugblik op mijn kindertijd in Usumbura kan ik niet anders dan besluiten dat ook in deze kleine mandaatgebieden de segregatie tussen blank en zwart ongezien groot was. Geen enkel contact met zwarte leeftijdgenoten heb ik ooit gekend. Niet in het lager onderwijs, niet in mijn vrije tijd, niet bij het voetballen op de geïmproviseerde veldjes, niet bij ons thuis.

Mijn vroegste herinneringen gaan terug tot de jeugdbeweging. Samen met andere scouts heb ik als ‘welp’ ooit een eenmalige doorgang gemarcheerd in de ‘Belche’, de zwarte sloppenwijk aan de rand van de stad. De reden daarvoor is me vandaag volstrekt onbekend.

De vele huizen opgetrokken in klei, de hobbelige straten met zijdelings erosiekanaaltjes, de golfplaten daken, de hele atmosfeer zal ik nooit vergeten. Als jongetje van misschien tien jaar viel me toen al op hoe armzalig de huisvesting was, die in sterk contrast stond met hoe wij toen woonden en leefden. Verder heb ik me over deze gebeurtenis nooit vragen gesteld.

Op een bepaald moment kwam er een zwarte leider bij de scouts. Een vriendje bleef wat achter in de groep, moet zich verstopt hebben in het hoge gras en riep plots om hulp. Nooit zal ik de blinde en volledige overgave vergeten van de nieuwe leider, om de jongen te helpen.

Maar het was een grap van de achtergebleven jongen. Op dat moment voelde ik niet enkel diepe verontwaardiging over het gebrek aan waardering voor de inzet van de man, maar ontwikkelde zich ook een onuitwisbaar gevoel van respect voor mijn zwarte medemens.

Scheve verhoudingen

Onze bediende of ‘boy’, die de maaltijden bereidde, de strijk verzorgde en meer, was er op een bepaald moment niet meer. Hij was overleden. Als kind vond ik hem een wijze en vriendelijke man. Nu vraag ik me af: welk inkomen kreeg deze man in verhouding tot wat mijn vader als ambtenaar toen verdiende? Kon ook hij van sociale zekerheid genieten? Ik kan het nu niet meer te weten komen, maar vraag het me wel af.

De herinneringen blijven komen. Als kind werd ik ooit betrapt door mijn moeder en kreeg ik de wind van voren… omdat ik durfde proeven van de maniok bewaard in bananenbladeren, die ‘onze boys’ samen aten. Diezelfde bestraffende moeder stond voor me toen ik, net als zij, aan een buitenkraan water dronk. Onhygiënisch; het gedrag van de ‘boys’ kopiëren was meer dan een brug te ver.

Velen in de blanke gemeenschap van Usumbura waren aangesloten bij de Entente Sportif om er te tennissen, te zwemmen, een terrasje te doen, bridge te spelen… Aan de zwarte ballenrapers verkocht ik versleten tennisballen. En tussendoor bezocht ik op mijn eentje stiekem het aangrenzende blanke kerkhof, waar op verwaarloosde en ingezakte zerken de namen waren gegrift van volstrekt onbekende, maar wel blanke, mensen.

Mijn ogen gingen pas echt open na een ontmoeting met een student in Leuven, die school had gelopen omstreeks dezelfde periode maar dan wel in het plaatselijk atheneum van Usumbura. Hij sprak over toestanden in de stad die mij volledig onbekend waren.

Híj had als kind onvergelijkbaar veel meer contact gehad met zwarte leeftijdsgenoten, maar nooit met leeftijdgenoten die school liepen op Stella Matutina, de katholieke lagere school van Usumbura. Er was niet alleen een grote afstand tussen blank en zwart, maar ook tussen katholieken en niet-katholieken, zeker voor kinderen.

Het geheel werd nog ingewikkelder door de onderhuidse spanningen tussen Vlamingen en Franstaligen, mij toen nog onduidelijk. Ik herinner me dat een Vlaams gezin besloot hun kinderen naar de Franssprekende klas in het lager onderwijs te sturen, maar dat werd als volstrekt ongepast beoordeeld. Op die manier zouden ze de toekomst van het toen al nietige Nederlandstalige onderwijs hypothekeren.

Was het toen denkbaar dat wij in België mensen niet zouden toelaten op onze scholen en universiteiten omwille van hun huidskleur? Zouden wij ons hebben kunnen voorstellen dat het maatschappelijk leven daar georganiseerd werd met totaal gesegregeerde zwembaden, scholen, zitplaatsen in kerken, ziekenhuizen en woonzones? Zouden wij de enorme verschillen in koopkracht, in het dagelijks consumptiepatroon (de meeste volwassen zwarte mensen aten toen één maaltijd per dag), in de toegang tot collectieve goederen en diensten op die schaal getolereerd hebben?

Mensenrechten geen beleidsprioriteit

Het koloniaal verleden van België is, zelfs zonder rekening te houden met de wandaden van Leopold II en zijn administratie, er één geweest waarbinnen de zwarte bevolking nauwelijks of niet met respect werd behandeld. Zij was er volstrekt niet de gelijke van de blanke Belgische gemeenschap, die er door allerlei historische toevalligheden was gestationeerd.

België heeft schromelijk nagelaten de zwarte medeburgers gelijke toegang te bieden tot zelfontplooiing, onderwijs, een vergelijkbaar woonrecht of mobiliteit. De invulling en bescherming van mensenrechten is er absoluut geen beleidsprioriteit geweest, op geen enkel niveau. Het lijkt me daarom gepast en verantwoord dat we meer doen dan het aanbieden van onze excuses. Een vorm van Wiedergutmachung is op zijn plaats.

Na het lezen van deze ongebonden en grenzeloze reflectie over mijn koloniale periode en hoe ik die beleefd heb, hoop ik dat ook u meent dat het debat omtrent onze koloniale geschiedenis niet gefocust kan blijven op de welvaart en rijkdom die het België en zijn inwoners heeft opgeleverd. De segregatie op zich en de miskenning van de mensenrechten van de zwarte bevolking moéten wij rechtzetten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift