Ouaga onder vuur. Maar wie is verantwoordelijk voor de aanslagen?

Rookpluim

De rookpluim boven het stadscentrum, gisteren kort voor de middag. (foto Inoussa Dao)

Ik zag de immense rookpluim boven de stad van ver, gisterochtend, op mijn weg terug naar huis uit Koubri, waar ik een laatste hap frisse lucht en inspiratie was gaan nemen voor ik maandag aan het werk ga. Dichterbij hoorde ik de schoten. Ik hield halt en zocht mijn telefoon. Twaalf gemiste oproepen en ongeruste berichten op sms en whatsapp: “Rijd alstublieft niet door het centrum!”

Even keek ik onbeslist om me heen. Lang genoeg om het gezelschap te krijgen van een man die razend snel met me mee dacht en voor me uit reed tot ik zag hoe ik langs een veilige weg thuis kon komen. De paniek was immens, moto’s stoven uiteen in alle mogelijke richtingen. Dichter bij huis waren de wijken hun rustige zelf, loom en zinderend in het stof en de hitte. Daar deden alleen de salvo’s geweerschoten en de rondcirkelende helicopters ons beseffen dat op een paar kilometer afstand een ramp zich voltrok, alweer.

Dichter bij huis waren de wijken hun rustige zelf, loom en zinderend in het stof en de hitte. Daar deden alleen de salvo’s geweerschoten en de rondcirkelende helicopters ons beseffen dat op een paar kilometer afstand een ramp zich voltrok, alweer.

De parallel met de aanslagen van 15 januari 2016 en 13 augustus 2017 wordt bijna automatisch getrokken. Terecht. Ook nu zijn er doden gevallen. Ook nu is de meest relaxte stad van West-Afrika ruw opgeschrokken. Ook nu verloren honderden mensen hun dagelijks brood, of erger. Ook nu zullen na alle analyses vooral pijn en angst overblijven, én de onverbeterlijke zin om het leven van zijn mooiste kant te zien.

Sommige media, de buitenlandse op kop, gaan wel erg snel in het verwerken van alweer een traumatische gebeurtenis tot hapklare brokken van wat kijker en luisteraar willen zien en horen. De voorbije jaren is een gewapende aanval per definitie een jihadistische aanval geworden, altijd weer afkomstig van de extremistische islamistische groepen die overal op de wereld aan invloed winnen. Het zou kunnen dat wat gisteren in Ouagadougou gebeurde, inderdaad in dat plaatje past.

Anderzijds is de - voorlopig niet opgeëiste - aanslag van gisteren als klassiek jihadistisch manoeuvre toch maar weinig geslaagd. Er is geen enkel Frans of ander buitenlands slachtoffer gevallen. Alle doden zijn Burkinabè militairen, gesneuveld terwijl ze met hand en tand ‘hun’ Etat-Major en de ambassade van de Fransen verdedigden. De Franse ambassade mag dan wel een symbool zijn van de oud-kolonisator en zijn voortdurende invloed in Burkina Faso en de hele Sahel, het is niet noodzakelijk de plek waar veel ex-pats of andere buitenlanders bijeen komen. Cappuccino, Splendid, en zelfs restaurant Aziz Istanbul waren in die zin veel strategischer keuzes.

Rookpluim

De rookpluim boven het stadscentrum, gisteren kort voor de middag. (foto Inoussa Dao)

De Etat-Major van het Burkinabè leger daarentegen is voor Burkina Faso veel belangrijker dan de meeste Europeanen zich zullen kunnen inbeelden. Burkina Faso heeft een lange geschiedenis van militarisme, en dat is in geen geval een uitsluitend negatieve ervaring of herinnering. Bijna alle belangrijke figuren uit het verleden zijn militairen, de meest charismatische onder hen is en blijft ongetwijfeld Thomas Sankara. Er heerst in Burkina Faso een diep respect voor het leger en bijna elke familie voelt zich via een of meer familieleden ook nauw verbonden met dat korps. Militairen maakten op de meeste momenten integraal deel uit van de uitvoerende macht, wat enerzijds vaak een evenwichtsoefening was, maar anderzijds ook een garantie voor het gewicht van die uitvoerende macht.

In die zin is de Etat-Major, meer nog dan het presidentieel paleis van Kossyam, misschien wel het echte hart van de ‘macht’ in Burkina Faso. Dat juist dat hart is aangevallen, dat iemand het hoe dan ook heeft aangedurfd om die macht uit te dagen, maakt de piste van het jihadisme redelijk onwaarschijnlijk.

Het jihadisme levert de eenvoudigste uitleg. Als het om iets anders gaat, moet er wellicht dieper in eigen boezem worden gekeken.

Ook de stilte van de regering en de gerechtelijke instanties, op de betuigingen van steun en innige deelneming na, kan er op wijzen dat er meer aan de hand is, en dat er tijd moet worden gewonnen voor communicatie mogelijk is. Het jihadisme levert de eenvoudigste uitleg. Als het om iets anders gaat, moet er wellicht dieper in eigen boezem worden gekeken.

Op 27 februari 2018, 4 dagen voor de aanslag, ging, meer dan twee jaar na de ‘mislukte’ staatsgreep van september 2015, eindelijk het proces tegen generaal Diendere en compagnie van start. Dat proces is een initiatief van de militaire rechtbank. Het gaat in essentie dus over een kwestie tussen oud-collega’s. Het proces werd - geheel zoals verwacht - na een halve dag al opgeschort, op basis van de procedurefouten waar een heel leger advocaten (oud-minister Djibril Bassolé alleen al heeft er 10!) naar op zoek ging.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

In dat licht zou de aanslag van gisteren een vertragingstactiek kunnen zijn, of puur machtsvertoon, en een zoveelste waarschuwing aan het adres van de huidige regering. De machthebbers van vandaag zijn niets anders dan de dichte vrienden van die van voorheen. Dat zij er voor hebben gezorgd dat hun vroegere compagnons achter de tralies terecht kwamen, en nu ook nog effectief berecht dreigen te worden, is in de ogen van die laatsten wellicht niet minder dan verraad. En dat verraad is nog lang niet beslecht.

Gilbert Diendere stond aan het hoofd van de voormalige presidentiële garde van Blaise Compaore, de zogenaamde RSP. Na zijn staatsgreep werd de RSP officieel ontmanteld, maar een deel van die soldaten werd nooit gevat. Het is niet ondenkbaar dat zij nog altijd in contact staan met Diendere. Wellicht waren zij de daders van de overval op een wapendepot in Yimdi eind januari 2016. Mogelijk hebben ze ook contacten en medeplichtigen in het reguliere leger, en zelfs in de Etat-Major.

Opheldering zal tijd vragen. En misschien komt die er nooit, zoals ook het geval was met de aanslag op het restaurant Aziz Istanbul in augustus vorig jaar. Vandaag haalt Ouagadougou alvast weer adem. En in de wijken, bij een glas bier of thee, maken veel mensen zich nog het meeste druk over de schaamteloze manier waarop een en ander wordt gerecupereerd. ‘Le Burkina est devenu le maillon faible parce qu’il y a eu une révolution démocratique dans ce pays…’ zo zei een Franse specialist van de Sahel het, gisteravond op RFI. Alsof een dictatuur of twee de veiligheid in de regio toch maar vooral ten goede zou komen, en alsof al die doden en gewonden de logische prijs zijn die de Burkinabè moeten betalen voor hun hoop op vrijheid en rechtvaardigheid.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Sociaal ondernemer in Burkina Faso

    Mien De Graeve verhuisde in september 2012 naar Burkina Faso. Ze werkte er een jaar lang als vrijwilliger voor het online microfinancieringsplatform Zidisha.