Reikt de Australische natuur ons de middelen aan om kanker te bestrijden?

In de bijzonder unieke flora en fauna van het Australische continent liggen mogelijks antwoorden vervat tegen de wereldwijd alsmaar verder oprukkende gesel van kanker. Reden genoeg om de biodiversiteit te behoeden tegen verdere uitsterving.

  • © Ivan Godfroid De Australische natuur is op vele plaatsen nog oorspronkelijk en oogt zelfs prehistorisch © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid De rijkdom van ongeschonden biotopen © Ivan Godfroid
  • © Ivan Godfroid Het voortbestaan van Tasmaanse duivels is belaagd door kanker © Ivan Godfroid

Het verlies van mijn jongere broer Philippe in oktober vorig jaar, heeft me pijnlijk bewust gemaakt van het belang van bloedbanden. Ik wist nu dat ik moest doen wat ik al lang van plan was, maar altijd maar weer uitstelde wegens te druk, teveel werk, andere prioriteiten: mijn zoon Janharm en zijn vriendin Hannah gaan opzoeken in Australië waar ze nu al enkele jaren werken. Om de familiebanden nog strakker aan te halen, heb ik ook mijn jongste zoon Boris kunnen overhalen om mee te gaan.

Jaren geleden zijn wij drieën samen met mijn broer en zijn zoon naar Kenya getrokken voor een boeiende natuurreis. Hij zou ongetwijfeld ook nu dolgraag zijn meegereisd. Van Lieve, zijn vrouw, kreeg ik enkele van zijn hemden mee. Zo zou hij er ook symbolisch bij zijn. Maar hij reisde vooral mee in ons hart en gedachten.

Levensgrote vragen

Waarom hij zo jong nog, en ondanks zijn immense strijdvaardigheid, zijn strijd tegen de beenmergkanker multiple myeloom heeft verloren, blijft voor altijd een onbeantwoorde vraag. Zijn behandelende arts, die inmiddels ook zijn vriend was geworden, voelde op de stille wake heel goed aan met welke levensgrote vragen ik was blijven zitten na het falen van mijn stamceldonatie, waar we allemaal zoveel hoop hadden op gezet. Hij nodigde me uit om het er eens met hem uitgebreid over te hebben.

Voor een drukbezet man als hij was ik verwonderd en aangenaam verrast dat hij zomaar een uur van zijn tijd hiervoor uittrok. Ons gesprek was tegelijk verhelderend en ontnuchterend.

In deze 21ste eeuw heeft de medische wetenschap nog niet het flauwste vermoeden waardoor multiple myeloom ontstaat. Honderden hypotheses werden al onderzocht, maar geen enkele kon worden bewezen. Het gaat vermoedelijk om een combinatie van genetische voorbestemdheid met alsnog onbekende omgevingsfactoren. Maar zelfs dat blijft een veronderstelling waar jaarlijks hele congressen worden aan gewijd. Wat wel duidelijk is, is dat het aantal gevallen jaarlijks alsmaar toeneemt en dat de patiënten alsmaar jonger worden. Het is heel moeilijk strijden tegen een vijand die je niet kent.

Ook denkt hij dat wat we nu allemaal vatten onder één naam multiple myeloom misschien wel eens vele diverse vormen zou kunnen omvatten, en dus een veelvoud van ziekten zou zijn. Dat zou alleszins kunnen verklaren waarom er zovele verschillende reacties zijn op eenzelfde behandeling bij verschillende patiënten. Sommigen kunnen weer jarenlang perfect gezond functioneren, bij anderen, zoals Philippe, is elke verbetering heel erg tijdelijk en slaat de kanker meteen dubbelhard terug.

Trial and error

Als arts heb je bij dergelijke gevallen niet zoveel tijd. Het kiezen van een nieuwe behandeling wordt een soort van sinister gokspel. Elke gefaalde poging tot behandeling vernauwt telkens de resterende opties, omdat de overlevende kankercellen steeds weerbaarder worden. Toen we aan de stamceltransplantatie begonnen, wisten we dat het de allerlaatste kans op succes zou worden, en dat die kans maar 1 op 2 zou zijn. Maar je hebt eigenlijk geen keuze. Want als je het niet doet, blijf je immers totaal kansloos.

Mijn stamcellen hebben niet eens de kans gehad om zich om te bouwen tot opruimers van kankercellen. In de eerste fase na een transplantatie worden vooral neutrofielen geproduceerd, die beschermen tegen bacteriën. De gespecialiseerde witte bloedlichaampjes die de strijd tegen kankercellen aankunnen, zouden pas enkele maanden later zijn gedifferentieerd. Maar zover is het niet kunnen komen. De overlevende tumorcellen hadden al veel sneller het tegenoffensief ingezet en doordat ze nog vrij spel hadden, was op het moment van het overlijden van mijn broer al één op drie witte bloedlichaampjes in zijn bloed een tumorcel.

Uit het verloop en de afloop van zijn ziekte zullen specialisten conclusies trekken die bij andere patiënten tot weer andere trial-and-error aanpakken zullen leiden, tot op een dag er misschien een doorbraak komt. Maar voor Philippe komt die alleszins te laat.

Australische bes

Tot mijn grote verwondering is kanker in Australië een uitermate actueel thema. De kans voor een man om voor zijn 85ste met kanker te worden gediagnosticeerd is 1 op 2. Voor een Australische vrouw is dat 1 op 3. De kanker die het meest tot de verbeelding van de bevolking spreekt (ook al is het niet de meest voorkomende) is huidkanker. Een groot deel van de Australiërs beschikt over een genotype dat tot stand is gekomen onder hogere breedtegraden met lage bezonning (in Engeland en Schotland). Hun bleke velletje is niet bestand tegen de harde zonnestralen op het Australische continent, die door het gat in de ozonlaag erg veel UV-straling bevatten. Melanoma is daardoor wijdverspreid en de overheid zet elk jaar grote campagnes op om zich in de zomer goed in te smeren met zonnebrandolie met een hoge beschermingsfactor (minstens 50).

De voorbije weken was er groot nieuws in Australië. Wetenschappers hebben uit de bes van een inheemse boom, de Australian blushwood tree, een scheikundige stof geïsoleerd (de molecule kreeg de prozaïsche naam EBC-46) die een haast miraculeuze werking tegen tumoren blijkt te hebben: door rechtstreekse inspuiting gaan tumorcellen dood, wordt de bloedtoevoer naar de tumor afgesloten en krijgt het immuunsysteem versterking om wat nog rest op te ruimen.  In tegenstelling tot courante chemotherapie, die veel neveneffecten heeft op het hele gestel van de patiënt (haaruitval is daar maar één uiting van), zal EBC-46 eerder samenwerken met het lichaam van de patiënt om de kanker aan te pakken. Proefdieren waren binnen de 48 uur van hun tumor verlost.

De eerste proeven op menselijke patiënten worden nu opgezet. Maar je weet hoe mensen zijn. Artsen vrezen dat de inheemse plant, die enkel voorkomt in de regenwouden van Noord-Queensland, zou worden verkocht om thuis te kweken, en dan de bessen te consumeren, met alle risico’s van vergiftiging door deze nog grotendeels onbekende plant. Het is specialistenwerk om de werkzame stoffen eruit te isoleren en gebruiksklaar te maken.

© Ivan Godfroid

De rijkdom van ongeschonden biotopen                                                               © Ivan Godfroid

Aangezichtskanker van Tasmaanse duivel

Kanker spreekt ook op een andere manier tot de verbeelding van de Australiërs. De Tasmanian devil is een vleesetend buideldier dat vroeger ook in mainland Australië voorkwam, maar er, vermoedelijk door de komst van de dingo’s (samen met de eerste mensen), werd uitgeroeid. Nu leeft de devil enkel nog in Tasmanië.

In 1996 werd voor het eerst bij de buidelroofdieren een kanker vastgesteld, de Devil Facial Tumour Disease (DFTD), met afzichtelijke tumoren op het hoofd en de nek, en in vergaande stadia uitzaaiing in het hele lichaam. Drie tot vijf maanden na het verschijnen van de eerste tumor sterft het dier.

De ziekte verspreidde zich snel over het eiland. Dat is heel merkwaardig: de kanker gedraagt zich als een overdraagbare ziekte. Normaal gesproken is kanker het resultaat van een inwendige mutatie en het onvermogen van het immuunsysteem om de afwijking op te ruimen, maar de ziekte is niet besmettelijk. Bij de devils gaat de ziekte over van dier tot dier, alsof het om een bacterie of een virus gaat. Het is de eerste en enige keer dat dit bij kanker kon worden vastgesteld.

Het heeft wat onderzoek gevraagd om te begrijpen hoe die besmetting nu precies verloopt. Devils vechten heel vaak ondereen, voor voedsel of voortplanting, en verwonden elkaar dus erg vaak. Dat merk je trouwens aan hun snoetjes: overal staan er littekens op. Bij die vechtpartijen gaat er makkelijk weefsel van het ene op het andere dier over. Als één van beiden DFTD heeft, worden dus ook kankercellen doorgegeven.

Normaal gesproken zou het immuunsysteem van het gezonde dier snel komaf moeten maken met de tumorcellen van de aanvaller. Maar onderzoek heeft uitgewezen dat de genetische basis van de Tasmaanse devils zo eng is, dat het immuunsysteem geen onderscheid kan maken en cellen van andere devils dus beschouwt als lichaamseigen cellen, ook als die al ziek zijn. Zo kon de kanker dus totaal ongehinderd het hele eiland inpalmen. Schattingen hebben het over 60 tot 95% (naargelang de regio) van de duivels die zo aan hun eind zijn gekomen.

© Ivan Godfroid

Het voortbestaan van Tasmaanse duivels is belaagd door kanker

Krachtige moedermelk

Om het voor Tasmanië zo iconische dier te redden werden grote onderzoeksmiddelen ingezet. Met succes: een DFTD-vrije populatie werd gekweekt met genetische resistentie tegen de ziekte, die kan worden ingezet voor de herpopulatie van de ergst getroffen gebieden. Een vaccin werd ontwikkeld dat nu op de populatie in het wild wordt uitgetest. En in de moedermelk werd een antilichaam tegen kanker aangetroffen. Het was immers opgevallen dat jonge duivels nooit DFTD opliepen. Daarom werd de moedermelk met buitengewone aandacht onderzocht.

Zo hebben wetenschappers ook ontdekt dat die moedermelk stoffen bevat die erg actief zijn tegen de superbacteriën waartegen onze gebruikelijke antibiotica intussen effectloos zijn geworden. Synthetische gereproduceerde versies van die stoffen werden al klinisch getest en gaven meer dan beloftevolle resultaten, ook tegen de gevreesde ziekenhuisbacterie Staphylococcus aureus.

Hoeft het nog verdere uitleg? Biodiversiteit koesteren is een kwestie van levensbelang voor de mensheid. Australië is een regio die een hoog soortenverlies kent, en dat is verontrustend. Een onopvallende boom in een afgesloten gebied van Australië en een bedreigde diersoort van Tasmania zouden nu wel eens de sleutel kunnen inhouden tot nieuwe wapens in onze strijd tegen wat stilaan de grootste bedreigingen van de mensheid aan het worden zijn: superbacteriën en kanker.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur