Thuis in Kaapstad: tussen townships en palmbomen

Blog

Thuis in Kaapstad: tussen townships en palmbomen

Thuis in Kaapstad: tussen townships en palmbomen
Thuis in Kaapstad: tussen townships en palmbomen

Bijna vier maanden in Zuid-Afrika nu, waarvan het grootste deel in Kaapstad. En dat doet iets met een mens. Een Afrikaanse stad waar je als blanke “local” kunt zijn. Waar villa’s en “shacks” staan. Waar daklozen en bedelaars minstens een even groot deel van het straatbeeld vormen als de palmbomen. Waar het leven prachtig maar ook verschrikkelijk hard tegelijk kan zijn. Waar Afrikaanse ritmes en de rustgevende kracht van de Tafelberg elkaar in evenwicht brengen. En waar ik mijn hart toch een beetje verloren heb ondertussen..

Townships anno 2016

De townships vormen nog steeds een heel groot deel van Kaapstad. Ze zijn ontstaan tijdens de apartheid voor de zwarte en gekleurde bevolking die hun huizen in het centrum moesten verlaten. Hele wijken zoals “District Six” werden platgegooid om plaats te maken voor nieuwe huizen voor “whites only”.

Meer dan 60 000 mensen werden naar de “Cape Flats” overgeplaatst en ondanks de afschaffing van apartheid en de wet op terugkeer leven nog steeds heel veel mensen in die townships. En dit in armoedige omstandigheden; sommigen in huizen maar de meesten in “shacks”. De sporen van apartheid zijn dus zeker nog merkbaar in de opdeling van Kaapstad. Zwarten leven nog steeds hoofdzakelijk waar ze woonden onder de apartheid, net als “coloured people” en blanken. En de verklaring hiervoor is logisch. Iedereen heeft nu wel gelijke rechten, maar je moet ook financieel in staat zijn om je “shack” voor een huis meer in het centrum te kunnen ruilen. En daar wringt het schoentje…

© 2016 Jade Hoornaert

Shacks in Khayelitsha, de grootste township van Kaapstad

© 2016 Jade Hoornaert​

Dagelijkse confrontaties met de ongelijke werkelijkheid

Maar die armoede kun je als middenklasse burger hier makkelijk ontwijken (en dat doen de meesten ook). Als je niet in een township woont, dan kom je er ook niet. Want drugs, “gangs”, geweld en verkrachtingen zijn er meer regel dan uitzondering. Wat je niet kunt, is de ontelbaar veel daklozen vermijden die overal rondzwerven. Waar je ook bent in Kaapstad, overal zijn zwervers en daklozen; mannen en vrouwen, al dan niet met kinderen. Onder elke boom en elk bankje in elk park ligt ‘s nachts wel iemand te slapen. Ikzelf woon in de wijk Woodstock en elke dag komt wel iemand aan mijn deur bellen met de vraag of ik wat eten, kledij of geld kan missen. En ik weet niet hoe de gemiddelde inwoner van Kaapstad hiermee omgaat, maar dit is voor mij persoonlijk een dagelijkse emotionele confrontatie met de ongelijke werkelijkheid. En dit maakt het gewoon onmogelijk om hier zorgeloos je leventje te leiden. En het is zo afstotelijk maar ook iets wat me op een of andere manier aantrekt. Kaapstad is zo hard, zo echt, zo puur, zo werelds.

Je kunt hier rijk én arm leven. Naast elkaar. En hoe langer ik hier ben hoe meer moeite ik daarmee heb. Want ga je een koffie drinken of koop je een zak appels om aan mensen te geven die het meer nodig hebben dan jij je koffie? De harde realiteit in Kaapstad laat je nadenken bij alles wat je doet en koopt. Het laat je zo bewust leven. Maar ondanks mijn misschien naïeve idealen, besef ik ook heel goed dat ik onmogelijk in staat ben om iedereen een dak en voldoende eten te geven. Ik heb geleerd me hier heel bewust te zijn van mijn aanwezigheid en de impact die ik kan hebben, maar ook om realistisch te blijven in het weinige dat ik als persoon kan realiseren.

Hoe meer je geeft hoe rijker je wordt

Zomaar mensen op straat geld of eten geven, is sowieso niet dé meest doeltreffende manier om te helpen. Maar weglopen van de ellende is nog minder een oplossing. Want het is niet omdat je het niet meer ziet dat het er niet meer is. Ik ben dus op zoek gegaan naar een manier om mijn bijdrage te leveren om van Kaapstad een mooiere plek te maken. En naar een manier om hier te kunnen leven en af en toe een koffie te gaan drinken zonder me daar schuldig over te voelen. Ben de townships ingetrokken, en ik was bijlange niet de eerste. Zo veel prachtige mensen ontmoet die prachtige projecten runnen. Zowel lokale mensen als internationale vrijwilligers en stuk voor stuk het levende bewijs dat hoe meer je geeft hoe rijker je wordt.

Een greep uit mijn ontdekkingen zijn een muziekschool en een school voor kindjes met een fysieke beperking in Gugulethu, een opvangcentrum voor jongeren met HIV/AIDS en een buitenschoolse opvang om de kwetsbare jeugd in hun vrije tijd weg van de “gangs”, drugs en criminaliteit te houden in Khayelitsha en vrijwillige bijlessen gegeven door lokale studenten op zaterdagmorgen in een middelbare school in Lavender Hill.

En dit laatste is waar ik mijn zaterdagmorgen sinds mijn eerste bezoek met heel veel plezier doorbreng. Ondanks mijn dubbel gevoel bij westers vrijwilligerswerk in het Zuiden en bewust van de “Barbie Savior” kritiek waarover ook een andere wereldblogster onlangs schreef, toch heb ik met mijn hart voor dit project gekozen. Omdat mensen helpen, wie en waar dan ook, toch nog altijd een van de mooiste dingen ter wereld is. En de mooiste manier om mezelf te helpen bij het vinden van mijn thuis tussen townships en palmbomen.

© 2016 Jade Hoornaert

Yabonga, een NGO voor jongeren die leven met HIV in Khayelitsha

© 2016 Jade Hoornaert​

Nog twee maanden te gaan. Zoveel gekregen en probeer zoveel mogelijk terug te geven.

Kaapstad, 22 mei 2016