Op soloreis naar Wadi Rum, deel 4

Het belang van water in Wadi Rum

Eric Montfort (CC BY-NC-ND 2.0)

 

Gisteravond kwam ik na een dag vol indrukken, overbodige angsten en boeiende gesprekken aan in mijn tent in de woestijn.  Ik sliep als een roosje in een van de drie metalen bedden in mijn veel te grote tent. Om kwart over zeven ’s ochtends slof ik door het zand naar de badkamer. Het kleine gebouw ligt vol nat geworden zand, hoe kan het ook anders. Er zijn twee douches, twee toiletten, twee wastafels en geen spiegel. Een dunne straal ijskoud water komt uit de douche. De luxe in deze badkamer zit niet in glanzende tegels of vergulde kranen. De luxe is het stromend water in de woestijn. Na de verkwikkende wasbeurt breng ik op goed geluk wat dagcrème aan en doe ik wat olie op mijn krullen. Klaar!

De grot van Eid

Suleiman heeft een jeeptocht voor me geregeld in het gezelschap van twee Nieuw-Zeelandse vrouwen.  Onze gids Eid is in het begin wat verlegen maar al gauw amuseert hij zich minstens zo goed als wij. Hij is halverwege de twintig en nog niet getrouwd. Ik moet denken aan de vrouwen die ik ontmoette in Rum. Eid is knap genoeg, waarom komt hij niet aan de vrouw? Ik durf het niet te vragen. Voor één dag zijn wij zijn familie. Samen doorkruisen we de woestijn.

Eid aan het kookvuur met achter hem de plastic fles

Eid zorgt goed voor ons en zelf helpen we waar we kunnen. Hij vraagt waar we ’s middags willen lunchen: aan de voet van een berg of liever onder zijn ‘cave’? ‘Zijn’ cave natuurlijk! Ik ben benieuwd naar de lunch. De jeep hobbelt een berg op en houdt halt aan een overhangende rots, Eid’s ‘cave’.

‘Wanna come to my cave?’ is een uitnodiging die jonge bedoeïenen vandaag gebruiken in de hoop een Westers meisje te versieren tijdens een ‘cave party’.

Grotten hebben een speciale betekenis voor de bedoeïenen. Vóór Petra werd uitgeroepen tot werelderfgoed leefden ze in de grotten van de historische stad. Nadien werd voor de grotbewoners een nieuwe stad gebouwd met stenen huizen. Maar de grotten zitten nog in het DNA van de bedoeïenen. ‘Wanna come to my cave?’ is een uitnodiging die jonge bedoeïenen vandaag gebruiken in de hoop een Westers meisje te versieren tijdens een ‘cave party’.

Geen lunch zonder tapijt

Eid heeft niet dat soort bedoelingen. De grot biedt beschutting tegen de zon en het uitzicht is onevenaarbaar. Met de dorre takken die we een halfuur eerder sprokkelden op de woestijnvlakte maakt Eid in een mum van tijd een kampvuur om op te koken. Mijn reisgenoten en ik rollen een groot tapijt uit: in een oogwenk veranderen enkele vierkante meters in een soort ‘rooftop restaurant’.

‘Willen jullie vlees of vis?’ vraagt Eid. De vis is tonijn in blik, het vlees blijkt ingeblikt cornedbeef. We gaan voor vegetarisch. Eid zet een zwartgeblakerde pot op het vuur en giet er een straal olijfolie in uit een plastic fles. Ui, paprika, erwtjes, maïs en witte bonen uit blik gaan in de pot. Eid voert elke handeling uit met grote concentratie en toewijding. De rust die van hem uitgaat is zalig. Na een kwartiertje is onze lunch klaar. ‘Wat drinken jullie?’ De cabine van de jeep blijkt een rijdende keuken met bar: er is water, feloranje frisdrank en fruitsap. In kleermakerszit buigen we ons over de eenvoudige maaltijd. De woestijn ligt aan onze voeten.

Drinkfontein

Na de thee ruimen we op. Spaarzaam spoelt Eid de vuile pot en bestek af met water uit een plastic fles. De etensresten gooit hij op de rand van de overhangende rots. ‘Voor de vogeltjes’. De vogeltjes? We kijken alle drie verbaasd. ‘Ja’, lacht hij. ‘Ik heb zelfs mijn eigen vogel in mijn grot! Kijk maar!’.

‘Ik heb zelfs mijn eigen vogel in mijn grot! Kijk maar!’

Hij toont ons een plastic fles die aan de rotswand hangt. In het midden van de fles zit een groot gat, als een raampje. Eid giet er de rest van het water in: ‘Voor mijn vogel’. Als we een paar uur later met zijn drieën kijken hoe de zon wegzakt in het grillige maanlandschap, vliegt hoog boven de rode zon plots een zwerm vogels voorbij. Eid’s vogel, wie weet? 

Zalig roekeloos

Het is halfdonker als we de rit terug naar het kamp aanvangen. Eid haalt acrobatische toeren uit achter het stuur: met één hand houdt hij het stuur vast terwijl hij zijn romp uit het raam steekt en met de andere hand naar ons zwaait. Wij vinden het geweldig.

Kampvuur in de woestijn

Al gauw is het helemaal donker, Eid steekt de koplampen aan. De lampen geven na een paar minuten de geest. Wat zou het. Er is geen levende ziel te bespeuren en Eid kent de woestijn als zijn broekzak. Door het mulle zand en zonder lichten rijden we verder. Geluk is een momentopname, ik heb het gevoel dat we alle vier op dezelfde geluksgolf zitten.

Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel

’s Avonds in het kamp vervoegen we de andere gasten bij het open haardvuur in de eettent. De man die zich gisteren verontschuldigde voor mijn grote kamer speelt op de oud (Arabisch snaarinstrument). Hij heeft een dikke jas aangetrokken, ik denk dat het kameelhuid is. Het vuur is hypnotiserend, Eid is terug stil geworden, net als wij. Af en toe pookt hij het vuur op of schenkt hij thee uit.

Zijn kompaan wil echter meer leven in de brouwerij en begint straffe verhalen te vertellen. Over schorpioenen. Over het dichte bewakingsnetwerk van de bedoeïenen. ‘Geloof me, we kennen elk voertuig dat hier rondrijdt. Als we iets zien dat niet klopt dan verwittigen we elkaar. Dat is de ‘secret police of the desert.’

Vandaag heb ik in mijn woonkamer een foto hangen: Eid ligt met een ontspannen glimlach naast het haardvuur, zijn kompaan speelt op de oud, rood bedrukte tapijten sieren de vloer. Een sprookjesachtig tafereel vol kleur en warmte van een volk dat meester is over zijn tijd.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

randomness