Wat onderzoeksjournalisten kunnen leren van de FBI

‘Wil je weten wie de echte geldschieter is van een verdachte vastgoedinvestering? Ga praten met de binnenhuisarchitect die het pand gaat inrichten.’ Op de tweede dag van de Global Investigative Journalism Conference in Lillehammer deelden voormalige Amerikaanse geheim agenten enkele slimme onderzoekstips.

  • (c) Kristof Clerix (c) Kristof Clerix
  • (c) Kristof Clerix (c) Kristof Clerix

‘Deze man heeft dertig jaar onderzoekservaring en een background bij de CIA en Europol.’ Wie zo wordt aangekondigd, heeft natuurlijk al snel de aandacht van een zaal vol journalisten uit de hele wereld. Tijdens de sessie Leren van andere onderzoekers lichtte de Amerikaanse privédetective Jim Mintz toe hoe hij onderzoek verricht naar dirty money –geld met een illegale oorsprong.

‘We hebben ontdekt dat er een patroon zit in de manier waarop misdaadgeld wordt verborgen’, aldus Mintz. ‘Vijf stappen keren steeds terug: zoek een manier om onder de tafel betaald te worden, neem een vertrouwenspersoon onder de arm, zet een financiële structuur op die ontraceerbaar is, versluis je geld naar die structuur, en laat het geld maar rollen.’ Bij dat proces komen volgens Mintz typisch een aantal elementen terug: offshore structuren, investeringen in vastgoed, stromannen, goud en juwelen.

‘Interessant is dat je de daders kan betrappen als je het scenario omdraait. In elk van die vijf stappen kan je als journalist op zoek naar informatie. Neem die investeringen in vastgoed. Uiteraard probeert de échte eigenaar volledig buiten beeld te blijven. Maar vaak weet de architect of de interieurontwerper van zo’n pand perfect wie de eigenaar is. Want het is immers de eigenaar die beslist welk soort marmer er voor de decoratie gebruikt moet worden. Met wie ga je dan praten als journalist? Met de architect natuurlijk.’

© Kristof Clerix

Pulitzer-prijswinnaar James B. Steele

Vertrouwen winnen doe je zo

Ook Joe Davidson, een voormalige FBI Supervisory Special Agent, had in Lillehammer een paar pratische tips voor het aanwezige journaille. ‘Wil je contact leggen met de georganiseerde misdaad? Stuur kerstcadeaus naar de kinderen van criminelen achter de tralies en bezorg hun echtgenote een bloemetje op haar verjaardag.’ Volgens Davidson hebben journalisten en ordehandhavers uiteindelijk hetzelfde doel: ‘De slechterikken de bak in en de waarheid naar buiten gebracht. Al zijn we het er niet altijd over eens wanneer die waarheid precies publiek moet worden.’

In zijn carrière als FBI-agent onderhield Davidson naar eigen zeggen wel vaker contact met journalisten. ‘Ik heb wel eens tegen de FBI-regels in informatie doorgespeeld. Maar nooit tegen de wet in.’ Quid pro quo, zo werkte dat. Voor wat hoort wat.

‘Een journalist vertelde mij een beetje van wat hij wist, en ik gaf hem dan informatie in ruil. Soms kwamen persartikels trouwens handig van pas wanneer ik zelf bepaalde personen moest verhoren. Dan smeet ik de krant op tafel en zei: “Als die journalist al zoveel weet, hoeveel denk je dan dat de FBI wel niet weet?” En dat werkte.’

Wil je als journalist het vertrouwen van agenten winnen, gaf Davidson nog mee, wees dan eerlijk en vooral: beschrijf de feiten.

De Ghanese James Bond

Aan straffe verhalen en kleurrijke figuren geen gebrek op de conferentie in Lillehammer. De meest mysterieuze van allemaal is zonder twijfel de onderzoeksjournalist Anas Aremeyaw Anas, bijgenaamd de “Ghanese James Bond”. Door zijn onthullingen heeft hij zoveel vijanden gemaakt dat Anas permanent gemaskerd rondloopt. Zijn vermomming  –een zelfgemaakt masker van kleurige kralensnoeren– mag er dan al grappig uitzien, het palmares van de man is bloedernstig én indrukwekkend.

Anas’ laatste wapenfeit? Een documentaire waarin hij met verborgen camera haarfijn blootlegde hoe omkoopbaar rechters in Ghana zijn. Gedurende twee jaar deed hij zich voor als een ‘vriend van een beschuldigde’, en benaderde hij rechters met de vraag om minder strenge straffen uit te spreken in ruil voor geld. Liefst 12 rechters van het hooggerechtshof en 22 van lagere hoven liepen tegen de lamp.

Bankbiljetten

Een van de vele gerenommeerde sprekers op de conferentie is de Amerikaanse journalist en tweevoudig Pulitzer-prijswinnaar James B. Steele (Vanity Fair). Hij sprak in een sessie over zijn voorliefde voor documenten –en over hoe daar mee om te gaan. Steele gaf het voorbeeld van Billions over Bagdad, een artikel dat hij schreef in volle Irakoorlog.

‘Toen de oorlog begon, wilde het Amerikaanse leger in Irak bankbiljetten met Saddams afbeelding vermijden’, aldus Steele. ‘Dus vloog men tussen april 2003 en juni 2004 zo maar even 12 miljard dollar in, biljetten opgestapeld in de cargo van vliegtuigen. Bleek dat die klus was uitbesteed aan een bedrijf dat tot dan enkel ontspanningsruimtes had gebouwd in San Diego. Heel opmerkelijk.’

Het belang van documenten in dat verhaal? ‘Toen we van het Pentagon het overheidscontract van die opdracht in handen kregen, was bijna alle informatie met zwarte stift doorgestreept. Enkel de PO-box van een bedrijf op de Bahama’s hadden ze laten staan. Maar met dat spoor konden we wel aan de slag.’ Het werd een onwaarschijnlijke onthulling: liefst negen van de twaalf miljard dollar was spoorloos verdwenen.

(c) Kristf Clerix

Rode draad doorheen de conferentie: datajournalistiek

Datajournalistiek

Ik prijs me gelukkig dat MO* me de kans geeft om hier enkele dagen te vertoeven.

Diezelfde James B. Steele is een van dé pioniers van datajournalistiek. Al in 1972 gebruikte Steele een computer om gegevens over gewelddadige misdaden te analyseren. Anno 2015 is datajournalistiek belangrijker dan ooit tevoren. Gezien de vele mogelijkheden van explosief toegenomen rekenkracht en de toegankelijkheid van steeds meer overheidsdata, liggen de goede dataverhalen voor het rapen. Al moet je als journalist wel een aantal instrumenten beheersen. Geen wonder dat data-workshops een prominente plaats hebben op het conferentieprogramma.

Eduard Perrin, Marina Walker, Simon Bowers en Kristof Clerix: ICIJ geeft in Lillehammer tekst en uitleg bij het Luxeaks-onderzoek

Naast wetenschapper Daniel Russell van Google, die in een presentatie (bit.ly/Dan-SKUP-search-methods-preso) toelichting gaf bij de laatste nieuwe zoekfeatures van de online zoekgigant, stak een kruim van ’s werelds beste datajournalisten de loftrompet over hun favoriete data-tools. Passeerden onder meer de revu: draaitafels in Excel, de Excel-functie Vlookup (in het Nederlands: vert.zoeken), het programma Open Refine om data uit te sorteren, de online tool import.io om websites te scrapen en Tabula –dat je toelaat om gegevens uit pdf-bestanden te filteren.

Het goede nieuws is dat ook in Vlaanderen steeds meer journalisten met die tools aan de slag gaan. Al vraag ik me wel af waarom in Lillehammer –op amper vier uur reizen van Brussel– zo weinig (lees: nauwelijks) Vlaamse collega’s aanwezig zijn. Ik prijs me gelukkig dat MO* me de kans geeft om hier enkele dagen te vertoeven en te netwerken met zoveel journalistiek talent uit alle uithoeken van de wereld.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2563   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur