We leren het maar niet af, we willen nog steeds de wereld bekeren

Ik vernam enkele weken geleden dat onze manier van samenleven “superieur” is aan alle andere en ik haalde in eerste instantie mijn schouders op om zoveel onzin. Maar gaandeweg blijf ik me meer en meer ergeren, vooral aan de onvoorstelbare arrogantie die één zin, uitgesproken door een vooraanstaande politica, met zich meebrengt. 

  • © Floris Van Cauwelaert Beeldhouwwerk in de kathedraal van Chartres © Floris Van Cauwelaert

Nog los van de enorme polarisering die deze ene zin uitstraalt—wij en zij—schiet ook het woordje “onze” mij in het verkeerde keelgat. Wie zijn die “onze”? Ik alleszins niet en ik wil me daar dan ook duidelijk van distantiëren.   

Wanneer ik met mijn jongens, allen niet-begeleide minderjarige vluchtelingen, praat over waarden en normen, krijg ik in bijna alle situaties een verhaal van eenzaamheid. ‘Jullie leven hier allemaal zo apart’,  ‘Wij zijn meestal samen met onze familie’ en ‘er is altijd wel iemand als ik van school of van de velden kom’, zijn typische commentaren als zij reageren op onze manier van leven. ‘Een oom of een neef of mijn grootmoeder, vader, broers of zussen, ik was in mijn land nooit alleen.  Hier zijn jullie allemaal zo afstandelijk. In Afghanistan, als ik verdriet had of iets heel erg leuks had meegemaakt dan kon ik dat altijd vertellen als ik thuis kwam…….”.

Herder

Een van mijn jongens was schaapherder in zijn thuisland. Stond op met de zon, vertrok met zijn schaapjes naar de weilanden of ging de bergen in. Hij werkte de ganse dag op zijn eigen rustige tempo met de dieren: verzorgde de kudde, knuffelde de lammetjes, genoot van de natuur en van zijn mijmeringen…  wanneer hij terug thuis kwam was zijn familie er ook en was het warme eten al klaar en de familie at samen. Neen, geen kristallen glazen noch design meubels in de woning, en nog minder stond er Chateaubriand of Bisque de Homard klaar op tafel.

Een eenvoudig maar gelukkig bestaan, op meer hadden hij en zijn familie nooit gehoopt. 

Wel eenvoudige kost, lekker gekruid en met liefde bereid. Een maaltijd die elke avond met de ganse familie samen werd gegeten. Een eenvoudig maar gelukkig bestaan, op meer hadden hij en zijn familie nooit gehoopt. De drang naar “meer”, “beter”, “vlugger” was hen onbekend.

Door de oorlog, met de taliban en met daesh (IS), is deze jongen anderhalf jaar geleden hier verzeild geraakt. Al die tijd woonde hij in een asielcentrum. Hier is hij verplicht zich aan 101 regels te houden al van dag 1 moet hij naar school. Wie zich niet aan de afspraken van onze “superieure samenleving”, riskeert een sanctie. 

“Zwak”

Hij is geen bolleboos maar is dat erg? Zes uur per weekdag zit die jongen—naar zijn gevoel–nu opgesloten in een klaslokaal waar leerkrachten hem verplichten dingen te doen die hij niet wil doen. Reden: schoolplicht tot 18 jaar. De jongen die elke dag met zijn schaapjes de natuur in trok, perfect gelukkig was, is nu geconfronteerd met een leven binnen de klasmuren, in een keurslijf gepropt, met de diagnose “zwak”. Ha ja, natuurlijk want hier wordt iedereen getest en krijgt men ene stempel mee. “Zwak”.

Wat absoluut niet meetelt in die metingen is de graad van vriendelijkheid, de graad van menselijkheid, de graad van medeleven, humor, zorgzaamheid.

Wat test men dan? Wel, in hoeverre hij mee kan in de “ratrace” waarin we ons hier bevinden. Wat absoluut niet meetelt in die metingen is de graad van vriendelijkheid, de graad van menselijkheid, de graad van medeleven, humor, zorgzaamheid. Eigenschappen die op zijn minst gezegd onderschikt blijken in onze superieure samenleving.  

Volgend schooljaar gaat hij naar het bijzonder onderwijs.  OK, oef, dat wil in ieder geval zeggen dat hij zal iets meer “op eigen tempo” zal kunnen werken. Maar dan nog. Die jongen wil absoluut niks “op eigen tempo”, die wil al die rare dingen niet, die wil zijn schaapjes, zijn bergen, zijn familie en zijn vrijheid en gewoon gelukkig zijn in alle eenvoud. Wat betekent dan nog die uitspraak dat onze levensstijl superieur is aan alle anderen? Deze goede jongen gaat zeker falen in ons systeem. Hij valt tussen de alsmaar groter wordende mazen van onze keiharde samenleving.

Misschien moeten we aan onze “superieure” politici van vandaag eens vragen om een voogdijfunctie op te nemen voor Niet-Begeleide Minderjarige Vluchtelingen. Om ook eens echt te luisteren naar wat jongeren te vertellen hebben over hun eigen cultuur, over hun eigen samenleving, en de verschillen die zij zien. Ze vertellen regelmatig heel wijze dingen. Het is voor mij een les in nederigheid en begrip. Je wordt er in ieder geval een beter mens ( politicus) van. Kennis geeft wijsheid toch? Of is dat ook niet meer “hip”?

Missie

Zo lang we mensen hebben in onze samenleving die op straat slapen, hun rekeningen niet kunnen betalen, door ziekte financieel ten onder gaan, ouderen hebben die niet naar een home kunnen omdat ze daar het geld niet voor hebben, of juist naar een home moeten omdat niemand voor hen wil zorgen, mensen hebben die honger lijden, mensen hebben die éénzaam en ongelukkig zijn, kinderen hebben die niet kunnen studeren als zij dat wensen omdat het geld er niet is, zulke enorme zelfmoordcijfers kennen, zo slecht omgaan met oorlogsvluchtelingen en mensen in nood, zo lang mensen hier ongelukkig zijn, het tempo niet (meer) aankunnen, opgebrand geraken, afhaken of tussen de plooien vallen… Zo lang moeten we blijven bijleren om het beter te doen in plaats van onze samenleving als “superieur” te beschouwen.  

We willen nog steeds de wereld gaan bekeren…. Vlaanderen zendt zijn zonen uit, we denken nog altijd dat we missionarissen zijn, want wij hebben het Grote Gelijk.

We leren het echt niet af.

Well… Not in my humble name.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Voogd van Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen

    Naast een druk professioneel leven is zij sinds 2015 ook voogd van een aantal Niet Begeleide Minderjarige Vluchtelingen ( NBMV ).  De teksten gaan over haar ervaringen als voogd, ma